Een straf is een sanctie, waarbij het gestrafte individu opzettelijk een onaangename ervaring krijgt opgelegd, door een persoon of instantie die daartoe de macht en bevoegdheid heeft.

Doelen Genoegdoening of vergelding van het ongewenste gedrag (wraak) wordt meestal gezien als het hoofddoel van de straf. Door het ongewenst gedrag worden het slachtoffer en de samenleving benadeeld, en straf wordt ter vergelding hiervoor aan de dader opgelegd. Hiermee wordt tevens het rechtvaardigheidsgevoel van zowel slachtoffer als samenleving bevredigd. Bovendien wordt, doordat het monopolie op vergelding bij de overheid ligt, eigenrichting tegengegaan. Daarnaast heeft een straf een demotiverende functie, de specifieke en de generale preventieve werking. Misdaad mag immers niet lonen. De specifieke gestrafte zal voortaan het grensoverschrijdende gedrag nalaten, om een nieuwe straf te vermijden. In generale zin zullen andere potentiële daders zich bedenken als ze zien dat dergelijk gedrag van overheidswege bestraft wordt. Om effectief te zijn, dient de strafmaat in verhouding te staan tot de ernst van de overtreding of het ongewenste gedrag. Een te lichte of juist te zware straf zal onvoldoende motiveren, en door verlies van respect voor – en vertrouwen in – de bestraffende instantie, juist een contraproductief effect veroorzaken. Het effect van straffen is gebaseerd op het lerend vermogen van de mens. Naast het bestraffen heeft een maatschappij de plicht en de macht zichzelf en haar leden te beschermen. Leden die, door hun daden of uit diagnose, onvoldoende garanties kunnen bieden om nog in vrijheid op een betrouwbare wijze deel te nemen aan het maatschappelijk gebeuren, kunnen preventief uit de maatschappij worden verwijderd. Deze verwijdering kan tijdelijk zijn, in het kader van een herstellende behandeling, of definitief als genezing of herstel niet meer te verwachten valt. Ook kunnen andere maatregelen opgelegd worden ter voorkoming van recidive, zoals een contact- of gebiedsverbod, verbeurdverklaring, onttrekking aan het verkeer. Deze acties mogen echter niet zonder meer als "straf" worden beschouwd.

Straffen moeten onderscheiden worden van schadevergoedingen, die de dader wel als een straf treffen, maar als hoofddoel hebben het leed van het slachtoffer te compenseren. Straf is daarentegen een additionele leedtoevoeging aan de dader, en dient niet ter compensatie van het slachtoffer.

Strafrecht In juridische termen is een straf een maatregel of behandeling, opgelegd door een overheid (inz. een rechtscollege) ter vergelding van een strafbaar feit. Ook buiten het strafrecht komen vergeldingsmaatregelen of straffen voor.

Binnen de psychologie en meer bepaald de gedragsanalyse heeft straf een andere betekenis. Straf is daar elke consequentie die de kans op een bepaald gedrag doet verminderen. Deze twee definities lijken overeen te komen, maar dat is niet steeds zo. Een straf die vanuit juridisch oogpunt ter vergelding wordt gegeven, kan in sommige gevallen bekrachtigend werken en het gedrag doen toenemen. Zo staan gevangenissen bekend als 'leerscholen der misdaad' en is de daar heersende machocultuur niet bevorderlijk voor berouwvolle daders. Ook kan een aantekening op een strafblad een dader belemmeren in het vinden van een baan, soms zelfs zodanig dat hij weer voor de misdaad kiest. Anderzijds kijkt men in de psychologie ook naar eventuele andere maatregelen, preventie vooraf en begeleiding achteraf. Deze maatregelen zijn echter niet meer als 'straf' te betitelen.

Juridisch wordt enkel gekeken naar de actie, het toedienen van een maatregel. Psychologisch wordt enkel gekeken naar het effect. De criminologie probeert een brug te slaan tussen het strafrecht en de psychologie en rekening te houden met het uiteindelijke effect van een straf.

Straffen en maatregelen in het Nederlands strafrecht Straffen in het Nederlandse strafrecht Het Nederlandse Wetboek van Strafrecht noemt in artikel 9 lid 1 sub a vier hoofdstraffen: celstraf (vrijheidsstraf): gevangenisstraf: bij misdrijven, in beginsel in een gevangenis hechtenis: in het algemeen bij overtredingen, in een huis van bewaring geldboete taakstraf: deze kan bestaan uit een werkstraf, een leerstraf of een combinatie van beide (artikel 9 lid 2 Sr.) Daarnaast noemt artikel 9 lid 1 sub b drie bijkomende straffen: ontzetting van bepaalde rechten verbeurdverklaring openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak

In artikel 77h Sr staan de jeugdstraffen genoemd: jeugddetentie, taakstraf of geldboete in geval van misdrijf; taakstraf of geldboete in geval van overtreding. De bijkomende straffen zijn: verbeurdverklaring; ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen.

Straffen kunnen onvoorwaardelijk, maar ook voorwaardelijk worden opgelegd. Een onvoorwaardelijke straf wordt altijd ten uitvoer gelegd, tenzij er bijzondere redenen zijn om dit niet te doen. Er kan bijvoorbeeld gratie worden verleend. Een voorwaardelijk opgelegde straf wordt alleen uitgevoerd wanneer de veroordeelde binnen een gerechtelijk bepaalde proeftijd niet aan de voorwaarden voldoet. Dat kan een bijzondere voorwaarde zijn, maar ook een algemene voorwaarde, zoals na de veroordeling niet opnieuw een strafbaar feit begaan. In de wet is de minimumhoogte bepaalt van de op te leggen gevangenisstraf, hechtenis, geldboete en ontzetting van bepaalde rechten. Bij de afzonderlijke delicten bepaalt de wet slechts een strafmaximum en geen strafminimum.

De rechter kan behalve een straf ook een maatregel opleggen. Het verschil tussen een straf en een maatregel is dat een maatregel ook opgelegd kan worden wanneer de persoon niet als schuldig is veroordeeld, maar wel een strafbaar feit heeft gepleegd (bijvoorbeeld doordat de persoon niet toerekeningsvatbaar was.)

Maatregelen in het Nederlandse strafrecht Het Wetboek van Strafrecht noemt onder titel IIa een aantal maatregelen die al of niet in combinatie met straffen kunnen worden opgelegd. In artikel 77h staan de maatregelen opgesomd die aan een jeugdige kunnen worden opgelegd. De voorwaarden voor het opleggen van een maatregel verschillen per maatregel, een veroordeling is daar niet altijd voor nodig: Onttrekking van voorwerpen aan het verkeer (art. 36b en c Sr) De voorwerpen moeten van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet. Geen veroordeling vereist. Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (art. 36e Sr) De veroordeelde is verplicht baten terug te betalen die verkregen zijn met de strafbare feiten waarvoor hij veroordeeld is. Daarnaast kan men voor soortgelijke feiten waarvan vermoed wordt dat hij ze begaan heeft een dergelijke betaling worden opgelegd. Veroordeling vereist. Eventueel kan dit onder lijfsdwang gebeuren. Zie ook Plukze-wetgeving. Betaling schadevergoeding aan het slachtoffer (art. 36f Sr) De veroordeelde wordt verplicht de staat een bedrag te betalen, dat vervolgens wordt uitgekeerd aan het slachtoffer. Opleggen van deze maatregel kan alleen wanneer er een veroordeling is. Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (art. 37 Sr) Kan bij ieder strafbaar feit worden opgelegd en uitsluitend indien het strafbaar feit wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens de verdachte niet kan worden toegerekend. Terbeschikkingstelling (TBS) (art. 37a e.v. Sr) Kan slechts bij bepaalde in art. 37a genoemde strafbare feiten worden opgelegd en uitsluitend indien bij de verdachte tijdens het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) (art. 38m e.v. Sr) Deze maatregel kan alleen worden opgelegd indien de verdachte veroordeeld wordt voor een feit waarbij voorlopige hechtenis toegestaan is en in de afgelopen vijf jaar minimaal drie keer onherroepelijk veroordeeld is en de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eist. Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v e.v. Sr) Kan opgelegd worden ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten en kan bestaan uit een gebiedsverbod, contactverbod, locatieverbod of meldingsplicht. Plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ) (art. 77s Sr) Kan slechts bij specifieke in art. 77s genoemde strafbare feiten en omstandigheden worden opgelegd en uitsluitend indien bij de verdachte ten tijde van het begaan van het misdrijf een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestesvermogens bestond. Maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige (GBM) (art. 77w Sr) kan slechts worden opgelegd indien de ernst van het begane misdrijf, de veelvuldigheid van de begane misdrijven of de voorafgegane veroordelingen wegens misdrijf hiertoe aanleiding geven en indien de maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de verdachte is.

Straf(maatregelen) in het Belgisch strafrecht Straf Een straf is een leed dat door de rechterlijke macht wordt opgelegd en uitgevoerd als sanctie voor een misdrijf. In geval van een geldboete is de straf ten voordele van de overheid.

Het Belgische Hof van Cassatie oordeelde dat leedtoevoeging het wezenskenmerk is van de straf.Cass. 14 juli 1924, Pas. 1924, I, 473.Cass. 14 januari 2004, Arr.Cass. 2004, nr. 20, concl. R. LOOP.Cass. 10 juni 2014, P.14.0280.N.

Soorten straffen Opdeling in de Strafwet Criminele straf Voor misdaden krijgt de dader een criminele vrijheidsstraf, de opsluiting. Dit kan levenslang of tijdelijk zijn (5-10, 10-15, 15-20, 20-30 jaar). Voor politieke misdrijven is er sprake van hechtenis, die al naargelang haar duur levenslang, buitengewoon (15-20 jaar) of gewoon (5-10 jaar) wordt genoemd. Correctionele straf In geval van een correctionele straf bestaat de keuze tussen een gevangenisstraf van 8 dagen tot 5 jaar, een werkstraf en een geldboete vanaf € 26,–. Politiestraf In geval van een politiestraf bestaat de keuze tussen een gevangenisstraf van 1 tot 7 dagen, een werkstraf en een geldboete van 2 tot 25 euro.

Hoofd- en bijkomende straffen Hoofdstraffen Vrijheidsstraffen (opsluiting en gevangenisstraf) Boete of geldboete Taakstraf Bijkomende straffen Geldboete De bijzondere verbeurdverklaring De afzetting De ontzetting De publicatie van vonnissen en straffen

Lijfstraffen, schandstraffen en de doodstraf Een lijfstraf is een vorm van leedtoediening waarbij een persoon, al dan niet in het openbaar, lichamelijk gepijnigd wordt, met het doel hem te bestraffen en zijn gedrag te veranderen. Geen enkel Europees land kent nog lijfstraffen in het strafrecht; Nederland schafte in 1870 de geseling af. Er bestaan echter landen die de lijfstraf nog wel als strafrechtelijke maatregel kennen, met name landen die de sharia kennen. Het gaat hier meestal om vormen van geseling zoals stok- of zweepslagen. In vroeger tijden werd ook vaak overgegaan tot het amputeren van lichaamsdelen of uitbranden van de ogen.