thumb|Kasteel Obbeek Het Kasteel Obbeek is een herenhuis, gelegen aan de Mangelbeek in de omgeving van het gehucht Ubbersel, deel van de Belgische gemeente Heusden-Zolder. Het "kasteel" is genoemd naar de nabijheid van de beek, en werd gebouwd omstreeks 1750 in classicistische stijl.

In tegenstelling tot de naamgeving is het geen kasteel, maar in vergelijking met de lemen huizen van de arme Kempense boeren was het contrast zo groot dat men het de naam kasteel gaf.

Geschiedenis Over de oorsprong van het kasteeltje van Obbeek zijn geen precieze gegevens bekend en zijn geen geschiedkundige bronnen voorhanden. Het zou gebouwd of verbouwd zijn in 1749 door Antoine Guillaume de Horion. Over dit jaartal bestaat evenwel geen zekerheid.

Volgens een familiekroniek zou het kasteel Obbeek oorspronkelijk een jachthuis geweest zijn. Dit oorspronkelijke gedeelte werd in het hedendaagse gebouw inge­werkt. Daarvan getuigt nog een kelder die opgebouwd werd in ijzersteen. Op een dwarshout op de zolder staat het jaartal 1764 gebeiteld. Het torenklokje is gegoten in 1668 en vermeldt de naam C.G. de Horion de Bolgry. Dit verwijst naar Charles Guillaume de Horion, en was burgemeester en schepen van Kuringen en ontvanger van het kasteel van de prins-bisschop te Kuringen (1666-1670).

Tijdens de laatste jaren van WO II werd Obbeek be­schadigd. Een V1-bom (vliegende bom) die over Heusden kwam werd door een Engels vliegtuig boven het weidegebied tussen Zolder en Heusden neergeschoten. De bom zelf sloeg in aan de dreef naar het kasteel Obbeek en ontplofte. Metaalstukken kwa­men terecht op verschillende en veroorzaak­ten enige materiële schade aan "Obbeek".

In 2004 werd kasteel Obbeek beschermd als monument. De onmiddellijke omgeving is sindsdien een beschermd dorpsgezicht.

In de loop der jaren zal het uitzicht van het kasteeltje wellicht min of meer belangrijke veranderingen on­dergaan hebben, alhoewel men in al de bestaande afbeeldingen steeds hetzelfde uitzicht terugvindt.

Beschrijving kasteel Het landhuis is een bakstenen dubbelhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen op een verhoogde begane grond en onder een kunstleien zadeldak met klokkenruitertje en windvaan met eenhoornmotief. Links en rechts is het gebouw uitgebreid met zijdelingse aanbouwen onder leien lessenaarsdaken. De voorhof wordt links en rechts afgeboord door haakse dienstgebouwen onder pannen zadeldaken. Het linkse gebouw schijnt voorheen als wagenhuis te hebben gefungeerd. Voor het rechtse gebouw prijkt nog een kleine vrijstaande constructie onder pannen zadeldakje (voormalig bakhuis?).

De strak symmetrische façade heeft een centrale toegangsdeur met een kalkstenen latei, waarboven een bovenlicht, het geheel in een vlakke kalkstenen omlijsting op neuten. Het bovenlicht vertoont een elegante roedeverdeling en is ingevuld met een glasraam met centraal heraldisch motief bekroond door een eenhoorn. Over de gevel zijn naast drie keldervensters in vlakke kalkstenen omlijsting negen rechthoekige vensters verspreid, met kalkstenen boven- en onderdorpels en voorzien van luiken. Een driehoekig fronton met oculus bekroont de middentravee. Kroonlijsten op modillons boorden het gevelvlak af. De achtergevel vertoont dezelfde structuur als de voorgevel, maar de twee rechtse gelijkvloerse traveeën gingen verloren door de constructie van een onelegante aanbouw omstreeks 1950. De zijgevels gaan gedeeltelijk schuil achter de zijdelingse aanbouwen, maar vertonen daarboven aandaken en vlechtingen en zijn voorzien van een aantal getoogde vensters.

De zijdelingse aanbouwen, overigens ook met vlechtingen, sluiten vooraan symmetrisch aan bij het hoofdvolume, elk voorzien van een elegante houten enkeldeur met bovenlicht en een bekronend zolderluik. De bovenlichten hebben een elegante roedeverdeling rond een centraal ruitmotief. De dienstgebouwen en het bakhuisje zijn alle in baksteen uitgevoerd, met aandaken, vlechtingen en topstukken. In de koergevel van het rechtse dienstgebouw is de grafsteen ingemetseld van J. Ghysens, zoeaaf van het pauselijk leger, dodelijk gekwetst tijdens de slag van Castelfidardo en te Obbeek overleden op 4 maart 1863.

Het landhuis heeft een dubbelhuisverdeling met een centrale hal over de gehele diepte van het huis, daarbij aansluitend een dwarse traphal links, die het linkergedeelte van het corpus onderverdeelt in een groot vertrek vooraan en een voorheen kleiner vertrek achteraan (dit laatste is door middel van de lage uitbouw achteraan aanzienlijk uitgebreid); rechts van de hal zijn twee vertrekken te situeren. Alle ruimten staan via enkeldeuren met elkaar in verbinding. De interieurafwerking is zeer sober: eenvoudige plankenvloeren, houten deuren met entablementbekroning en zichtbare moerbalken, voorheen omstuct.

Antoine Guillaume de Horion zou ook het bakhuis gebouwd hebben en zou de "graaf' - de watergracht rondom het kasteel - laten graven hebben. Hier­over zouden manuscripten bestaan in een groot veldboek met mémoires van de bewoners. Of dit manuscript nog bestaat of waar het zich bevindt kan voorlopig niet achterhaald worden.

Domein Het domein van Obbeek omvat een landhuis met voorhof in kiezel op een omgracht en omhaagd perceel. De achterkant van het kasteel staat via een statige beukendreef (sinds 1950) in verbinding met het jachthuisje, later 'speelhuisje' genoemd. Volgens de vorige eigenaar (Fam. Van Soest) is deze kort na de bevrijding van WO II gekapt en onmiddellijk terug aangeplant. Op dit moment sieren 144 beuken deze dreef.

In de omgeving van de dreef kan je ook op enkele waardevolle oude zomereiken botsen. De exacte leeftijd is niet gekend. Gelijkaardige eiken, gekapt in een aangrenzend goed ten tijde van de vorige eigenaar, zouden volgens jaarringtelling omstreeks 1863 aangeplant zijn. Sommige eiken staan voor het eerst opgetekend op militaire topografische kaarten van 1877, zodat ze vermoedelijk enkele decennia ouder zijn.

Het Speelhuisje was oorspronkelijk een jachthuis, en zou volgens een gedenkplaatje in 1787 opgericht zijn door P. Van Schuylenburg; een verwant van de familie de Horion en vroegere schout van Heusden. Ook hij woonde in het kasteeltje van Obbeek. Maar wie het huisje gebouwd heeft en wie de gedenkplaat opgehangen heeft, kon niet achterhaald worden. Later werd het jachthuis een kapelletje en ontmoetingsplaats voor alle dorpelingen.

In 1998 werd het Agentschap voor Natuur en Bos eigenaar van het boscomplex. Sindsdien doet het bosgebied "Van Soest" dienst als exploitatiebos.

De naam "Speelhuisje" is in de volksmond ontstaan omdat velen er hun jeugd al spelend hebben doorgebracht. Maar dit speelhuisje raakte in verval, waarna het in 2007 vervangen werd door een, houten schuilhut. De lokale scoutsgroep nam het peterschap op. Sindsdien hebben de leden een speciaal kenteken op hun scoutshemd met de leuze ‘ik draag zorg voor het speelhuisje’. Het speelhuisje is nu nog altijd een mooie ontmoetingsplek waar ook een noodherkenningspunt is geplaatst.

Belangrijkste bewoners van Obbeek De Heusdense tak van de familie de Horion heeft zijn oorsprong te Rummen, waar de familie een aantal heerlijke rechten bezat. De familie behoorde niet tot de eigenlijke adel en herviel reeds vroeg tot de eerder begoede burgerij, maar behield niettemin het recht tot het voe­ren van een wapenschild. Het wapenschild wordt beschreven als "in zilver een schuinbalk van keel, vergezeld van twee klaverblaadjes van sinopel".

Antoine Guillaume De Horion (Kuringen 13 februari 1727 - Obbeek 27 maart 1787)

Algemeen wordt aangenomen dat Antoine Guillaume DE HORION (Kuringen 13 februari 1727 - Obbeek 27 maart 1787) de vermoedelijke bouwer ( of verbouwer) geweest is van het kasteeltje Obbeek. Hij was vaandrig in het Hollands leger. Op 23 november 1752 huwt hij met Maria Vincence DOYEN (Maastricht, 1730 - Obbeek 10 oktober 1810). Zij kregen 8 kinderen.

Antoine Guillaume de Horion is overleden in Obbeek op 27.3.1787 en ligt begraven in de Sint­-Quintinuskathedraal te Hasselt. Het feit dat Antoine Guillaume de Horion begraven werd in de kathe­draal te Hasselt duidt er op dat het een belangrijke figuur moet ge­weest zijn.

De oudste dochter Maria Helena Cornelia (31 december 1753 - 14 juli 1824) werd meesteres van het begijnhof te Hasselt. Haar zoon, Carolus Franciscus (29 januari 1758 - 5 maart 1824) werd priester.

De jongste dochter Rosa Barbara (21 juli 1763 - 6 september 1846) trouwde met Jan Baptist Goyaerts (1764-1835), Hij was arts, President der Provinciale geneeskundige commissie van Noord-Brabant, en Gemeenteraadslid te Den Bosch. Zij brachten ook een bezoek aan Gangenstelsel Zonneberg te Maastricht, waar Rosa's handtekening sinds 1781 op een wand staat.Semmeling, Patrick, Bezoekers opgespoord: Rosa de Horion. SOK-Info 196 (maart 2021), p. 12-15

Mattheus Jacobus DE HORION (Hasselt 20 augustus 1772 - Obbeek 23 april 1823)

Maar het is vooral de jongste zoon Mattheus Jacobus DE HORION die als schout (burgemeester) van Heusden een belangrijke plaats inneemt in de Heusdense geschiede­nis. Hij bracht het tot kapitein van de Infanterie in het Hollands leger.

Voor hij burgemeester van Heusden werd speelde Mattheus Jacobus een belangrijke rol in de Boerenkrijg. Na de ondergang van het Boerenleger in Hasselt op 5 december 1798 werden voor­bereidingen getroffen voor de zogenaamde 'tweede fase' van de Boerenkrijg. Het is in de voorbereidingen tot deze tweede fase dat de Horion een zeer voorname rol speelde. Samen met de uit Meerhout afkomstige gewezen notaris Theunissen, trok hij door de Kempische dorpen en ver­spreidde er het nieuws dat de Prins van Oranje en de 20.000 Engelsen - die op 27 augustus 1799 in Den Helder ontscheept wa­ren - weldra zouden ingrijpen tegen de Franse overheersers. Overal hitste hij de bevolking op tegen de Fransen. Door het ernstig en actief verzet van leiders van de "Bri­gands" zoals priester Daniels uit Zonhoven en Mattheus Jacobus de Horion, bleven onze streken gekenmerkt als de weerspannigste van al de departementen tegen de Fran­sen.

Toen de Fransen op de hoogte gebracht werden van zijn plannen om (Franse) rijkswacht- en douaneposten te ont­wapenen, werd opdracht gegeven hem te arresteren. Op 14 september 1799 deden zij een huiszoeking op het kasteel Obbeek, maar vonden hem niet. Hij was reeds uitgeweken naar Holland. Dit verklaart dat op een document betreffende een volkss­telling uit de Franse periode enkel zijn moeder, weduwe de Horion-Doyen met 4 kinderen en een dienstmeid, ver­meld staan als wonende op het goed Obbeek.

Met de staatsgreep in Frankrijk op 9 november 1799 en de verzoe­nende maatregelen op godsdienstig en maatschappelijk gebied, sloot Napoleon Bonaparte het boerenkrijgverzet definitief af. Mattheus Jacobus kon thans een rustiger leven opbouwen.

In Holland huwde hij met Henrica Brigitta Catherina Brunet de rochebrune, dochter van Paul Theodore Brunet de Rochebrune, luitenant-kolonel van de Hollandse vloot, en van Catherina Maria Rosenboom. Op 6 november 1815 bekeerde zij zich tot de Rooms-katholieke godsdienst. Priester Charles Francois de Horion, broer van Mattheus, zou aan de basis liggen van deze bekering. Dat deze plechtigheid plaatsvond in de kerk van het begijnhof te Hasselt, houdt wellicht verband met het feit dat de zuster van Mattheus meesteres was van het Hasseltse begijnhof.

Vanaf 1817 wisselde Mattheus Jacobus de Horion de militaire car­rière in voor een burgerlijk ambt. Vanaf 1817 tot aan zijn dood in 1823 was hij burgemeester (schout) van Heusden. Hij overleed op 23 april 1823 op zijn "buytegoet" Obbeek.

Na de dood van Mattheus Jacobus de Horion is Henrica Brigitta Catherina Brunet de Rochebrune in kasteel Obbeek blijven wo­nen. Zij is er overleden op 12 november 1853. Haar bidprentje vermeldt: na een langdurige ziekte. In het bevolkingsregister staat "gangreen" vermeld als doodsoor­zaak.

Andere bewoners