Wim L. van Dinten (Leiden, 1940) is een epistemoloog, Nederlands organisatiekundige, cultureel antropoloog en politiek-filosoof. Hij was directeur strategie van de Rabobank en bijzonder hoogleraar bedrijfskundige analyse en synthese aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is vooral bekend door zijn werk over wat hij betekenisgeving noemt: de patronen volgens welke mensen, culturen en organisaties betekenis verlenen aan wat zij waarnemen en daarnaar handelen. In 2002 richtte hij samen met Imelda Schouten de Stichting Sezen op, waarin deze ideeën verder worden ontwikkeld.
Levensloop Van Dinten volgde de mulo en bij de HTS Den Haag elektrotechniek. Hij studeerde daarna wiskunde aan de Technische Universiteit Delft.
Vanaf 1968 ontwikkelde hij voor Philips in het Klinisch Chemisch Laboratorium van het Rotterdamse Dijkzigtziekenhuis de eerste versie van een laboratorium systeem in Nederland en werd aansluitend hoofd van de groep Systeem-markt-ontwikkeling in de Gezondheidszorg.
Na de fusie tussen de Raïffeisen- en Boerenleenbank kreeg hij eind 1973 de leiding over de automatisering van de Rabobank.Hij ontwikkelde een nieuw automatiseringsbeleid dat de landelijke pers en tv haalde, omdat het voorzag in klantbediening door middel van systemen die via netwerken met elkaar verbonden waren. In 1982 werd hij voorzitter van het Europese platform Bank Operations voor directeuren van automatiseringsdivisies van de grote West-Europese banken. Via dit platform werd overeenstemming bereikt over het gebruik van de open architectuur voor communicatie en werd marktleider IBM gedwongen deze voor Europa te accepteren, naast haar eigen SNA-architectuur.Pp. 12-14 Automation of bank operations in the eighties, Report of the Third Conference, Amsterdam, June 1982. Hij is een van de twee statutaire oprichters van Het Expertise Centrum, dat de overheid adviseert op het terrein van informatievoorziening.
In 1984 werd hij directeur strategie van de Rabobank waar hij o.a. samenwerkte met Pierre Lardinois, Herman Wijffels, Otto W.A. baron van Verschuer, Wim Meijer. In seminars van de Rabobankacademie nodigde hij sprekers uit over ontwikkelingen in de samenleving, politiek en organisaties. Hij was sterk voorstander de Rabobank coöperatief te houden en slaagde erin dat over te brengen op de hele organisatie.
In 1987 werd hij bijzonder hoogleraar Bedrijfskundige Analyse en Synthese aan de Erasmus Universiteit. Hij werd vanaf het begin door Uri Rosenthal en Roel in 't Veld gevraagd als docent aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) die door hen in 1988 werd opgericht. Hij was er 12 jaar kerndocent.
De rede waarmee hij als bijzonder hoogleraar in 1989 aantradInaugurele rede: Op zoek naar de kern van de zaak, Erasmus Universiteit 1989. stond aan het begin van de zoektocht: hoe staan mensen in de wereld en hoe brengen ze dat in hun manier van organiseren tot uitdrukking?Over helpen en gebruiken – stichting Leerplanontwikkeling 1990; Filosofie in Bedrijf. In het internationale banknetwerk werd hij geconfronteerd met vragen van managersSlow Management, nr 31, 2015, De oogkleppen van het westen, interview door Marike van Zanten. die merkten dat de leerstof van westerse universiteiten niet werkte of spanningsvol uitpakte in culturen van niet-westerse landen. De probleemstelling in zijn werk is te omschrijven als: welke patronen in betekenisgeving zijn in het gedrag van mensen te herkennen en onder welke invloeden veranderen die?NRC - 5 April 1997 - ‘Klantvriendelijkheid is een leugen’
In 1999 schreef hij met Alexander Rinnooy Kan en Rijkman Groenink over de gevolgen van internet voor het Nederlands bankbedrijf, waarin zij als uitgangspunt de samenleving kiezen en hoe mensen daarin acteren. In dat zelfde jaar verliet hij de Rabobank.
In 2002 richtte Van Dinten samen met Imelda Schouten de Stichting Sezen op, waarin zijn ideeën over betekenisgeving verder worden uitgewerkt en uitgegeven.
Ideeën Het centrale begrip in het werk van Van Dinten is betekenisgeving: volgens hem de meestal impliciete patronen waarmee mensen in hun denken, oordelen en handelen samenhang aanbrengen. Hij stelt dat deze patronen niet alleen bij individuen herkenbaar zijn, maar ook in culturen en in de manier waarop organisaties zijn ingericht.
Van Dinten gebruikt het begrip oriëntatie, dat hij omschrijft als de vooringenomenheid waarmee iemand betekenis geeft aan zichzelf en aan de wereld. Hij onderscheidt vier patronen van betekenisgeving: zelfreferentieel, rationeel, sociaal en open (In zijn latere werk wordt de term open vervangen door evolutionair). Die patronen noemt hij de referentiestelsels voor betekenisgeving. Volgens Van Dinten vormt ieder mens hiervan een eigen combinatie, waarbij doorgaans één of twee patronen overheersen. Hij betoogt dat in de westerse samenleving de rationele vorm domineert en introduceert het begrip rationaliteitswig: volgens hem het duiden van andere vormen van betekenisgeving in rationele vorm van betekenisgeving.Van Dinten (2003), p. 98 (rationaliteitswig) en p. 293 (definitie van oriëntatie).
In latere publicaties, geschreven met Imelda Schouten, werken zij het begrip definitie van de situatie uit: de vorm van betekenisgeving die in een bepaalde situatie overheerst. Volgens de auteurs ontstaat spanning ("mismatch") wanneer iemands oriëntatie botst met de definitie van de situatie, en gaat machtsstrijd in de kern over de vraag wie die definitie mag bepalen. Daarnaast introduceert Van Dinten het begrip contextgedreven organiseren voor dienstverlening die naar zijn opvatting uitgaat van de vraag en de context van de cliënt in plaats van van de organisatie zelf.Van Dinten & Schouten (2008), p. 31–32, 35 en 165–168.
Werk Het werk van Van Dinten wordt sociologisch, (rechts)filosofisch, politiek, bedrijfskundig en antropologisch geïnterpreteerd. Hij gebruikt het begrip betekenisgeving voor de patronen die mensen in het dagelijks leven - in hun denken, doen, besluiten en oordelen - vertonen.
In het werk van Van Dinten is een lijn zichtbaar van een theoretisch fundament (2003), via toepassing op organisaties (2008, 2013) en het brede publiek (2014) naar de maatschappij-analyse (2022, 2023) en de synthese (2025).
Met Gevoel voor Realiteit (2002) In dit grondleggende, wetenschappelijk opgezette boek ontvouwt Van Dinten zijn theorie van betekenisgeving: mensen kennen op vier manieren betekenis toe aan verschijnselen, hun oriëntatie (de mix van die vormen) bepaalt hoe ze waarnemen, oordelen en derhalve handelen of organiseren. De boodschap: er bestaat geen beste manier van organiseren; het gaat erom te herkennen welke vorm van betekenisgeving in een omgeving past en met 'gevoel voor realiteit' te organiseren in plaats van vanuit modellen en constructies. Het boek legde het fundament voor alle latere boeken van Van Dinten c.s.
Zijn zij gek of ben ik het? (2008) Dit boek schreef hij samen met Imelda Schouten. Ze beschrijven oriëntaties van mensen en de verschillende manieren waarop die organiseren. De term ‘contextgedreven werken en organiseren’ wordt erin gelanceerd. Dat is wat een dienstverlenende organisatie doet waarin mensen met een open en sociale oriëntatie werken. Zo’n organisatie neemt de vragen en problemen van cliënten als uitgangspunt om hen zo goed mogelijk in hun eigen context te helpen. De organisatie bepaalt niet vanuit zichzelf wat voor een cliënt goed is, maar zoekt in contact met de cliënt uit waar die het meest mee is geholpen en hoe die daarna (zonder de organisatie) weer verder kan. In de politie, in gemeenten, in de zorg is deze term inmiddels in gebruik.Bedelen om meer politie, door John Hoofs en Ivar Hoekstra, De Limburger, 13 mei 2015.Samenwerking maakt regie overbodigDe magische wereld van de wijkagent, Bennie Beuvink, Reed Business Education, 2013. De titel van het boek kaart aan dat mensen een wereld van verschil ervaren tussen wat zij menen dat organisaties zouden moeten doen en wat die laten zien.
Passend werken en organiseren in gemeenten (2013) Geschreven met Leonie van Dinten. Een praktische handreiking voor gemeenten die door de decentralisaties (o.a. jeugdzorg) taken krijgen toebedeeld, Het boek onderscheidt categorieën diensten: bij standaarddiensten past een systeemgedreven vorm, maar bij individuele diensten en diensten voor leefbaarheid staat context centraal en werkt de systeemgedreven vorm averechts. Voor bestuurders is de opgave te herkennen in welke vorm hun ambtelijke organisatie werkt, en die te corrigeren of te bevestigen al naar gelang wat past. De slotanalyse is kritisch: regeringen, departementen en toezichthouders drukken overal de contextloze systeemgedreven vorm door, ten koste van de kwaliteit van juist die diensten waarvoor gemeenten na de decentralisaties verantwoordelijk worden. Wie passend wil organiseren, begint bij betekenisgeving, niet bij schaalgrootte en systemen.
Voorbij het Vanzelfsprekende (2014) Voorbij het vanzelsprekende is een casusrijk boek vandaar de ondertitel 'op safari in de wildernis van betekenisgeving'. Het leert de lezer de vier vormen van betekenisgeving bij zichzelf en anderen te herkennen, te zien hoe robuust de eigen oriëntatie is, en zo voorbij het vanzelfsprekende van het eigen wereldbeeld te komen.
Het boek is opgebouwd rond herkenning in het dagelijks leven, niet rond theorie. Ieder mens ontwikkelt een eigen mix van vormen, zijn oriëntatie, en die is robuust, "vanzelfsprekend". Je neemt waar vanuit je oriëntatie, zit erin vast en herkent nauwelijks wat erbuiten valt, vandaar naïeve opvattingen over veranderen.
In het laatste hoofdstuk wordt de persoonlijke lijn doorgetrokken naar de samenleving: maatschappelijke processen die niemand wil maar die toch gebeuren, ontstaan doordat we vormen van betekenisgeving niet serieus nemen en bijvoorbeeld zelfreferentialiteit met liberalisme of sociale betekenisgeving met ideologie verwarren. Wie betekenisgeving leert herkennen, krijgt overzicht en kan voorbij het vanzelfsprekende kijken, het is de opmaat voor de latere boeken over de toestand van de samenleving.
Hebben we hier nu voor gekozen? (2015) Van Dinten bespreekt hoe betekenisgeving continu in ons leven aanwezig is, en een hoofdrol speelt in wie we zijn en hoe we kijken. Hij signaleert dat mensen er niet aan gewend zijn om dat onder woorden te brengen. In deze publicatie doet hij dat. Hij bespreekt hoe oriëntatieverschillen tot conflicten leiden, hoe strijd om de definitie van de situatie ontstaat. En hij laat zien wat er aan vraagstukken en aanpak van problemen (in de politiek, zorg, stadsontwikkeling) verandert, wanneer betrokkenen een breder spectrum van betekenisgeving als referentie in hun denken en doen gaan gebruiken.
Realiteit en werkelijkheid (2022) Het boek volgt een gespreksgroep die het onderscheid tussen realiteit (wat in wisselwerking ontstaat) en werkelijkheid (ordeningen in ons hoofd) uitwerkt, historisch naloopt hoe werkelijkheden dominant werden, en eindigt met een visie op verandering via onderwijs, democratie en journalistiek.
Het boek is een verslag van negentien gespreksessies (ca. 2019–2022, deels tijdens de coronapandemie) van een vaste groep, de verteller (Van Dinten zelf), Anton, Merel, Peter, Ilse, Deniz en later Joost, over de vraag hoe mensen betekenis geven aan wat ze waarnemen.
Centraal staat het onderscheid tussen realiteit (wat in wisselwerking met de omgeving ontstaat en waarneembaar is) en werkelijkheid (de ordeningen, modellen en verhalen die in ons hoofd ontstaan). Mensen geven betekenis via vier vormen: evolutionaire en sociale betekenisgeving (extern georiënteerd, uitgaand van wisselwerking) en zelfreferentiële en rationele betekenisgeving (intern georiënteerd, uitgaand van jezelf of van ordeningen). Ons synthetisch vermogen (Kant), het vloeiend verbinden van beide, is essentieel voor oordeelsvermogen en handelen.