Colubrinae zijn een groep van slangen. Het is een onderfamilie van de familie toornslangachtigen (Colubridae).

Naam en indeling De wetenschappelijke naam van de groep werd voor het eerst voorgesteld door Nicolaus Michael Oppel in 1811.

De onderfamilie Colubrinae is van alle groepen het bekendst en wordt vertegenwoordigd door ongeveer 725 verschillende soorten. Het is hiermee een van de grootste groepen van gewervelde dieren. Andere onderfamilies van de toornslangachtigen zijn beduidend kleiner of zelfs monotypisch, dit betekent dat ze slechts door een enkel geslacht worden vertegenwoordigd.

Bekende Europese soorten zijn onder andere de gladde slang (Coronella austriaca) en de luipaardslang (Elaphe situla).

Verspreiding en habitat De Colubrinae zijn een zeer variabele groep, sommige soorten leven uitsluitend in bomen en andere zijn echte waterbewoners. De leden van de Colubridae komen wereldwijd voor. Alle soorten leven van middelgrote prooien zoals knaagdieren, vogels en amfibieën. De meeste soorten zijn onschuldig voor de mens, maar enkele soorten zijn zeer giftig.

Indeling in geslachten Onderstaand is een tabel van alle geslachten weergegeven, met de auteur en het verspreidingsgebied. Zie voor een lijst van alle soorten de lijst van Colubrinae. De groep is vanwege het grote aantal soorten sterk onderhevig aan verandering van het aantal soorten en geslachten.