thumb|Rafaël: Hanno, pentekening 1516.

Hanno (omstreeks 1510 - 8 juni 1516), in het Italiaans Annone genoemd, was een Aziatische olifant en een geschenk van koning Emanuel I van Portugal (Manuel de gelukkige) aan de nieuw verkozen paus Leo X. Hanno kwam in 1514 naar Rome en werd het lievelingsdier van de paus. Hij stierf ten gevolge van constipatie en de behandeling daartegen met een met goud verrijkt laxeermiddel.

Achtergrond Als diplomatieke cadeaus of belasting kwamen olifanten al sinds ongeveer 800 na Christus naar Europa, gezonden door heersers uit het Oosten, Indische koningen of Noord-Afrikaanse vazallen. Karel de Grote kreeg een olifant genaamd Abul-Abbas en ook keizer Frederik II kreeg een dikhuid als geschenk. Lodewijk IX van Frankrijk bracht na zijn Zevende Kruistocht een olifant mee naar Frankrijk en schonk deze vervolgens aan de Engelse koning Hendrik III.

Sinds de Vroegmoderne Tijd was het grote dier als levende en spectaculaire kostbaarheid een geliefd middel om de politiek van Europese heersers te beïnvloeden. Zo is bijvoorbeeld de reis van de latere keizer Maximiliaan II met de olifant Soliman van Spanje naar Wenen in 1551-1552 een bekend verhaal uit de geschiedenis van de diplomatie. Lodewijk XIV van Frankrijk hield 13 jaar een zeldzame Afrikaanse olifant in zijn wildpark in Versailles.

Als een soort "levende munt voor de inkoop van sympathie" waren olifanten eigenlijk niet geschikt; vaak bezweek het dier doordat het niet tegen het voor hem ongewone klimaat kon, of aan de stress van de tentoonstellingen. In het bijzonder de gewoonte om de dieren als geschenk door te geven werd hen vaak fataal.Oettermann, Die Schaulust am Elefanten, blz. 31.

De Portugezen hadden zich, na de ontdekking in 1498 van de oostelijke zeeweg via Kaap de Goede Hoop, in het Verre Oosten gevestigd vanwege de lucratieve handel in specerijen. Deze handelscontacten maakte het koning Emanuel I van Portugal mogelijk om zich in zijn residentie bij Lissabon als een maharadja met staatsolifanten te omringen. Het verhaal gaat dat hij zich telkens door minstens vijf olifanten naar de kathedraal liet begeleiden.Bedini, Der Elefant des Papstes, blz. 43; blz. 46–52.G. de Brito, Os pachidermes do estado d’el rei D. Manuel, in: Revisto de educação e ensino 9, 1894, geciteerd in Oettermann, Die Schaulust am Elefanten, blz. 105 volgens Lach, Elephants, 1970. Om de nieuw verkozen paus Leo X met een bijzonder geschenk te vereren stuurde koning Emanuel hem, behalve een scheepslading andere cadeaus, een olifant genaamd Hanno.

Herkomst Afonso de Albuquerque, onderkoning voor de Portugese kroon in India, zond in 1511 twee olifanten vanuit Kochi naar Lissabon: een van deze dieren was een geschenk van de koning van Kochi aan Emanuel I, het tweede was door Albuquerque zelf gekocht. In 1513 schafte hij nog twee olifanten aan die hij, om de kans dat ten minste één olifant de koning levend bereiken zou zo groot mogelijk te maken op verschillende schepen naar de koning zond. Latere aantekeningen uit Rome, die Hanno als jonge olifant beschrijven, doen vermoeden dat Hanno een van de twee dieren was die in 1511 verscheept waren, aangezien een van deze twee nog betrekkelijk jong was. Of dit het geschonken of het gekochte dier was, is echter niet na te gaan. De dieren werden in Lissabon in de menagerie van het koninklijke Ribeirapaleis ondergebracht: een van de twee werd hier op een nieuwe reis voorbereid.

Reis naar Rome thumb|Tristão da Cunha met op de achtergrond Hanno, gravure uit ca. 1575 Emanuel I stuurde een delegatie met zeventig dragers onder leiding van Tristão da Cunha in 1514 met een scheepslading vol waardevolle geschenken, waaronder 43 zeldzame wilde dieren uit Emanuels bezit, naar de nieuwe paus in Rome. De aanleiding voor deze diplomatieke onderneming, met als hoogtepunt een olifant die bij de aankomst in Rome de groep zou aanvoeren, was de bijzondere rol die de pauselijke stoel sinds het Verdrag van Tordesillas uit 1494 vervulde ten aanzien van de opdeling van de Spaanse en Portugese overzeese gebieden. Om de uiterst lucratieve specerijenhandel met de gebieden onder zijn gezag zeker te stellen dong Emanuel I naar de gunst van paus Leo X.

De voorbereidingen voor de reis namen vele weken in beslag en trok de aandacht van de bewoners van Lissabon. Het aan boord brengen van de uit het Ribeira wildpark naar de haven overgebrachte duidelijk zenuwachtige olifant was een hele onderneming. De afreis van de olifant ten slotte mondde uit in een waar volksfeest.

Na de afvaart uit Lissabon verliep de goed voorbereide scheepsreis met de olifant zonder enig probleem. Moeizamer ging het na aankomst in de Italiaanse haven, waar de nieuwsgierigheid van de bevolking naar de buitenlanders met het reuzegrote dier voor het nodige oponthoud zorgde. De olifant werd echter een nog grotere sensatie toen het transport zijn weg over land vervolgde. Van een herberg in Corneto, waar het Portugese gezelschap de nacht doorbracht, stortte het dak in nadat een mensenmenigte, om een blik op de olifant te kunnen werpen, daarop plaatsgenomen had.

De reis werd voor de delegatie en de dragers steeds zwaarder; door de talloze nieuwsgierigen raakte de logistieke planning van de reis meer dan eens in de war. De beslissing om het oorspronkelijke tijdsplan aan te houden, ondanks verzoeken van steden en edelen om hun met een bezoek van het dier te komen vereren, verhoogde de aantrekkingskracht van de bezienswaardigheid nog. Toen in de buurt van Rome door de massale aandacht schade aan gebouwen werd aangericht stuurde paus Leo X ter ondersteuning een compagnie van boogschutters uit zijn Zwitserse Garde. Dit trok weer de aandacht van veel Romeinse prominenten die het gezelschap tegemoet trokken. Hanno's slaapplek buiten de poort van Rome, waar men halt hield ter voorbereiding op een luisterrijke intocht in de stad, was een vesting gelijk.

Het lukte de Portugese delegatie onder leiding van Da Cunhas op 19 maart 1514 om met de met een brugachtige constructie beladen olifant in een grote pompeus vormgegeven triomftocht Rome binnen te gaan. Met strenge inachtneming van de ceremoniële regels werden de cadeaus bij de menagerie aan de paus overhandigd. De grootste vreugde, zo werd bekendgemaakt, beleefde Leo X bij het ontvangen van de olifant.Bedini, Der Elefant des Papstes, geeft in het hoofdstuk Die Straße nach Rom (blz. 53–78) een gedetailleerde omschrijving van de reis en de aankomst van de delegatie in Rome, die gebaseerd is op bronnen van tijdgenoten; daarop aansluitend leze men ook het citaat van Oettermann, Die Schaulust am Elefanten, blz. 107 uit L. A. Rebello da Silva, Corpo diplomatico Portuguez, Lissabon, 1862; I, blz. 236.

Het bericht van de succesvolle diplomatieke missie was voor Emanuel van Portugal aanleiding om een jaar later, in 1515, een door Albuquerque naar Lissabon gestuurde neushoorn naar Rome door te zenden. Dit dier heeft Rome nooit bereikt, maar werd wel vereeuwigd door Albrecht Dürer.

In Rome thumb|links|Houtsnede van Hanno op een vlugschrift van Philomathes, Rome 1514. Hanno behield in Rome zijn naam Annone en werd al snel het lievelingsdier van de paus. Het dier kreeg een eigen onderkomen in de Vaticaanse tuinen. Zijn oppasser werd Giovanni Battista Branconio dell’Aquila, kamerheer van de paus en een goede vriend van Rafaël Santi, die een tekening van Hanno gemaakt zou hebben, die echter niet bewaard gebleven is. Twee gelijksoortige tekeningen gelden als kopieën van deze tekening.Volgens Winner, Raffael malt einen Elefanten, en Bedini, Der Elefant des Papstes. Vier andere studies van het levende dier werden eveneens lange tijd aan Rafaël toegeschreven, maar worden nu gezien als werk van Giulio Romano. Ook van deze tekeningen werden kopieën vervaardigd die weer dienden als voorbeeld voor talrijke schilderijen, fresco's en illustraties, zoals onder andere de gravure De slag bij Zama laat zien, die in 1567 door Cornelis Cort naar een schilderij van Romanos werd gemaakt.

Hanno en de paus Het houden van exotische dieren in menagerieën was aan de Europese vorstenhoven niet ongewoon. Paus Leo X was er daarom aan gewend om zeldzame dieren om zich heen te hebben: zijn vader Lorenzo I de' Medici had in Florence een beroemd park onderhouden en zich langdurig met wilde dieren beziggehouden. Toen Leo zich in het Vaticaan vestigde, was daar al een kleine dierentuin aanwezig. Zelf bezat hij, naast een beer en twee gedresseerde luipaarden, in die tijd al een bijzonder dier: een kleine kameleon.Bedini, Der Elefant des Papstes, blz. 107 en verder.

Niet alleen de paus had veel interesse in Hanno, maar ook het volk. De paus zorgde bij gelegenheid voor openbare voorstellingen door de olifant, die op commando van de "Mahouts" (zijn Indische verzorgers en trainers) voorover boog en neerknielde, water om zich heen sproeide, op muziek danste en nog meer kunstjes uitvoerde.Bedini, Der Elefant des Papstes, blz. 111; het liet zich aanzien dat deze olifant een "getrainde" was, wat hem, omdat hij jong was, tot een zeer waardevol geschenk aan Emanuel I gemaakt had.

Dat de paus erg op zijn dikhuid gesteld was, blijkt uit overgeleverde verhalen van toeschouwers die de kerkvorst 's zondags, als het publiek tot het park werd toegelaten, met Hanno zagen spelen en de onhandige toewijding van de vadsige man opmerkten.Bedini, Der Elefant des Papstes, blz. 101. thumb|Hanno met Barabello, 16e eeuw. Toen Lorenzo II de' Medici, een neef van de paus, Hanno in 1514 voor een voorstelling in Florence wilde lenen wees zijn oom dit af, omdat hij bang was dat de olifant door de lange reis schade aan zijn gezondheid zou kunnen ondervinden. Hij maakte zich zorgen, zo liet Leo zijn afzegging weten, om Hanno's voeten: hij had al wel nagedacht over een vorm van schoeisel voor de olifant, maar het dier zou ook met schoenen aan de afstand niet binnen de gevraagde tijd kunnen overbruggen.Volgens Bedini, Der Elefant des Papstes, blz. 111 en volgende

Voor een triomftocht met de dichter en hofnar Baraballo bestaat historisch bewijsmateriaal:Bron door Winner, Raffael malt einen Elefanten, blz. 87; geciteerd in Oettermann, Die Schaulust am Elefanten, blz. 108; Bedini, Der Elefant des Papstes, blz. 115 en volgende Giacomo (of Jacopo) Baraballo, abt van Gaeta, was een prominente figuur in het gemengde gezelschap dat het apostolisch hof van Leo bevolkte. Zijn kunstige geïmproviseerde verzen, naar voorbeeld van Francesco Petrarca, zouden door hun onbedoeld komische inslag de paus en zijn gasten regelmatig tot grote vrolijkheid gebracht hebben. Barballo werd met eerbewijzen overladen, iets waarvoor hij zeer gevoelig schijnt te zijn geweest.Bedini, Der Elefant des Papstes, blz. 115 Aangezien de dichter zichzelf gelijkwaardig achtte aan Petrarca en eigenlijk naar Rome gekomen was om zich tot Poeta Laureatus te laten kronen, maakte de paus van de gelegenheid gebruik om Baraballo op 27 september 1515 met een uitvoerige ceremonie te kronen.Volgens Bedini, Der Elefant des Papstes, blz. 118–125; de "ceremonie" is hier tot in detail beschreven Het hoogtepunt van deze ceremonie was een rondrit op de rug van Hanno, wat de olifant in eerste instantie geduldig onderging. De door het spektakel aangetrokken toeschouwers maakten vervolgens echter zo'n lawaai, dat Hanno nerveus werd en de kroondichter afschudde. Het verhaal van het incident vond zijn neerslag in de literatuur en bleef daardoor in de herinnering bewaard.Donato Poli schreef een spottend sonnet over "Hannibal" die van zijn olifant viel, zoals te lezen in Bedini, Der Elefant des Papstes, blz. 124. Latere bronnen beweren dat Baraballo, niet meer volledig bij zinnen, korte tijd later gestorven is.Bedini, Der Elefant des Papstes, blz. 125.