Genocide (of volkerenmoord of volkenmoord) is een misdrijf in het internationale recht dat door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in Resolutie 96(1) omschreven werd als 'de ontzegging van het recht van bestaan van een gehele menselijke groep.'Originele Engelstalige tekst: Genocide is a denial of the right of existence of entire human groups. Genocide staat in haar praktische uitvoering vaak gelijk aan massamoord van een specifieke groep, hoewel ook andere daden onder de definitie vallen. Formeel juridisch gezien is genocide geen oorlogsmisdrijf, omdat het geen schending van het oorlogsrecht is, bovendien kan genocide ook in vredestijd worden gepleegd.
Definitie De term genocide is afgeleid van het Griekse "genos", wat kind, familie, geslacht of generatie betekent, en het achtervoegsel 'cide' van het Latijnse "caedere", wat 'moord' of 'doden' betekent. Het woord betekent 'uitroeing van een volk'.Etymologisch woordenboek, Van Dale,1989 De term werd geïntroduceerd door de Pools-Joodse jurist Raphael Lemkin in zijn boek Axis Rule in Occupied Europe (1944). De term deed korte tijd later zijn intrede in het internationale recht, doordat Lemkin na zijn vlucht uit Polen betrokken werd bij het Neurenberg-tribunaal.Philippe Sands East West Street - On the Origins of “Genocide” and “Crimes Against Humanity”, 2016Application instituting proceedings and request for the indication of provisional measures, p. 1-2 (1,6 MB). International Court of Justice, 29 dec 2023. Via."South Africa is also aware that acts of genocide inevitably form part of a continuum — as Raphaël Lemkin who coined the term ‘genocide’ himself recognised." Benjamin Ferencz, de speciale hoofdaanklager van leden van Einsatzgruppen tijdens het Proces van Neurenberg 1945-1946 gebruikte het begrip bewust in zijn pleidooi, hoewel het nog in geen enkel wetboek stond. Een juridische "doodzonde", die evenwel het internationaal strafrecht vooruit hielp.Ben Ferencz (99), de aanklager die geen tijd heeft om dood te gaan, De Volkskrant (3 mei 2019). Gearchiveerd op 12 augustus 2022.
De Verenigde Naties namen in 1948 tijdens de Algemene Vergadering te Parijs het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide aan. Daarin bevestigden de verdragsluitende partijen dat genocide een internationaal misdrijf is en verbonden zij zich om dit misdrijf te verhinderen en te bestraffen. Deze conventie definieert in artikel 2 genocide als:
In artikel 6 van het Statuut van Rome uit 1998, dat de grondslag vormt voor de jurisdictie van het ICC, is deze definitie in soortgelijke bewoordingen overgenomen.Tekst artikel 6 op de Wettenbank
Het achtervoegsel 'cide' in het woord 'genocide' is kenmerkend voor verwante begrippen. Oorspronkelijk waren dat combinaties met levende wezens, zoals in femicide (vrouwenmoord), filicide (kindermoord), familicide (moord op gezinnen) of amicide (doden van vrienden). In de huidige eeuw is er vooral een toename van nieuwe woorden op 'cide' in combinatie met aanduidingen van niet-levende entiteiten, zoals taal, geld of plaats, bijvoorbeeld 'linguicide' (uitroeien van de taal van een etnische groep). In die gevallen is er niet letterlijk sprake van 'moord' of 'doden', maar in figuurlijke zin van 'vernietiging van'.Het achtervoegsel -cide is al geruime tijd in opmars. Peter-Arno Coppen en Ton den Boon, Trouw, 29 feb 2024
Historische genocides
thumb|Schedels van slachtoffers van de Rwandese Genocide van 1994 in Nyamata
Het woord genocide dateert weliswaar pas uit 1944 en vond pas internationaal ingang toen het onderwerp van het daartegen gericht verdrag dat in 1948 tot stand kwam. Het met dit woord bedoeld fenomeen blijkt bij een historische terugblik echter ongekend oud. Sinds de term werd geïntroduceerd konden met terugwerkende kracht op vele plaatsen en momenten in de geschiedenis gebeurtenissen worden herkend.
Expansionisme en kolonisering hebben in de nieuwe tijd, dus na het jaar 1500, grootschalige moordpartijen van Europese staten in overige werelddelen met zich meegebracht. Deze kregen vaak het karakter van vernietigingscampagnes als veroverende legers bij hun expedities op tegenstand stuitten. Zo troffen Spaanse en Portugese zeevaarders in de 15e eeuw op de Canarische Eilanden bewoners ("wilden") aan en later stuurden deze landen ook expeditielegers naar Zuid-Amerika. De Britten deden dat in India, de Fransen in Noord-Afrika en de Nederlanders in Oost-Indië, later Nederlands-Indië. Vaak werkten inheemse autoriteiten samen met de invasiemacht om hun macht te behouden of te versterken. In het proces van dekolonisatie van 1945 tot 1975 herhaalde zich de grootschalige vernietiging in de bevrijdingsoorlogen en de onderdrukking daarvan door de koloniale machten. Een late poging tot kolonisering en grootschalige vernietiging werd door Japan georganiseerd tijdens zijn verovering van Oost- en Zuidoost-Azië in het kader van de Tweede Wereldoorlog.
In publicaties van de afdeling Holocaust- en Genocidestudies van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie worden de volgende historische genocides genoemd:Maria van Haperen (2009): Wat is genocide, Centrum voor Holocaust en GenocidestudiesBarbara Boender, Wichert ten Have (red.) (2012): De Holocaust en andere genociden, NIOD en Amsterdam University Press
Duits Zuidwest-Afrika
Tussen 1904 en 1907 probeerde de Duitse kolonisator de Herero- en Nama-stammen uit te roeien. Na een heftige strijd werden overgebleven Herero's en Nama's onder erbarmelijke omstandigheden in concentratiekampen opgesloten. Delen van de beide volkeren bleven bestaan. De genocide hield door interventie van regeringsfunctionarissen op, maar werd voortaan ook verzwegen door de Duitse koloniale macht en vele latere Europees-Duitse regeringen. Pas in 2004 erkende de Duitse regering deze gebeurtenissen als genocide. De koloniale machten maakten rond de eeuwwisseling op meer plaatsen gebruik van excessief geweld tegen zogenaamde 'inboorlingen' wanneer dezen zich verzetten tegen hun bezetters. In Atjeh waren dat Nederlands-Indische troepen; in Oranje Vrijstaat en Transvaal de vrouwen en kinderen van de zogenaamde Boeren die door het Engelse expeditieleger in concentratiekampen werden opgesloten en door ondervoeding en ziekte massaal stierven.
Armenië (Ottomaanse Rijk)
Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn in het Ottomaanse Rijk zeer veel Armeniërs omgekomen als gevolg van rechtstreekse moord en deportatie onder omstandigheden die velen het leven kostten. Het precieze aantal blijft omstreden maar de schattingen variëren tussen 500.000 en 1.500.000 personen. Deze gebeurtenissen worden vrij algemeen erkend als de Armeense Genocide. Het standpunt van de huidige Turkse regering is echter dat er van genocide geen sprake was en dat het gebruik van deze term als een belediging voor de Turkse natie strafbaar is. Turkse historici gaan er wel van uit dat er sprake was van een conflict tussen rebellerende Armeniërs en het Ottomaanse leger dat veel slachtoffers aan beide zijden kostte. Zij zeggen dat als van lokale massamoorden op burgers sprake zou zijn geweest, deze door irreguliere Turkse milities en door zich bedreigd voelende dorpsbevolkingen werden uitgevoerd op de 'bewapende Armenische opstandelingen' in hun midden.R. Suny (2011). A question of genocide: Armenians and Turks at the end of the Ottoman Empire. Oxford: Oxford University Press. Daartegenover wijst de ambtelijke correspondentie feitelijk uit dat directieven werden gegeven door centrale en militaire bestuursambtenaren vanuit Istanboel aan districtsambtenaren. Een 'radicale opruiming' van Armeniërs met behulp van alle mogelijke middelen werd daarin voorgeschreven waaronder de instelling van liquidatiemilities en hun bewapening uit de munitiedepots van het leger.Akçam, Taner (2006). De Armeense Genocide, een reconstructie. Nieuw Amsterdam Uitgevers, vertaling van A Shameful Act, Metropolitan Books New York.
Naast Armeniërs werden er ook honderdduizenden Pontische Grieken, Aramese en Assyrische christenen vermoord. Het Ottomaanse systeem registreerde geen nationaliteit maar religie, wat precieze schattingen bemoeilijkt. De door het Ottomaanse bestuur bewapende milities van losgelaten gevangenen, soldaten en Koerdische clans die de slachtingen hebben verricht, keerden zich tegen alle christelijke minderheden omdat zij ervan verdacht werden de binnenvallende Russische troepen, waar het Ottomaanse Rijk mee in oorlog was, te steunen. Een Russische overwinning zou het vooruitzicht waar kunnen maken van de stichting van een onafhankelijke Armeense staat in Oost-Turkije. Dit is ook de reden dat islamitische minderheden als de Koerden en Arabieren, die het Ottomaanse gezag niet steunden, zich toch ook lieten inschakelen bij de 'verwijdering' van de Armeniërs, vooral nadat zij toestemming kregen om de bezittingen van de Armeniërs in beslag te nemen. Dit gebeurde massaal nadat het uitbreken van de communistische revolutie in Sint-Petersburg leidde tot een terugtrekking van de Russische legers die in 1917 delen van Oost-Turkije hadden bezet, en de Armeniërs geen beroep op Russische steun meer konden doen. In totaal zijn 3.000 dorpen en steden in het oosten van het huidige Turkije van hun Armeense bevolking ontdaan. Hun bezittingen zijn toebedeeld aan plaatselijke of van elders gekomen Turken.
Sovjet-Unie
Stalin wordt er van beschuldigd bewust een hongersnood in onder andere Oekraïne, de Noordelijke Kaukasus (o.a. de zogenoemde 'Zwarte Tafels' bij de Koeban-kozakken), Wolgaregio, Zuidelijke Oeral, West-Siberië, en Kazachstan te hebben gecreëerd als onderdeel van zijn plan om de collectivisatie gedwongen door te voeren onder de gehele bevolking van de Sovjet-Unie. Hierbij kwamen vele miljoenen burgers in het begin van de jaren dertig om. Op 28 november 2006 werd een motie aangenomen door het Oekraïense parlement om deze Holodomor voortaan als genocide van de Sovjet-Unie tegen het Oekraïense volk te kwalificeren. Ook de dood van meer dan een kwart van de 4 miljoen kozakken tussen 1926 en 1939 als gevolg van gedwongen vestigingsconcentratie in kolchozen wordt gezien als een aan Stalin toe te schrijven tragedie. Daarbij speelde de traditionele trouw aan de Tsaren van de Kozakken een rol.
Vervolging van Joden, Sinti en Roma door nazi-Duitsland
Nazi-Duitsland en, in mindere mate, zijn bondgenoten probeerden van 1941 tot 1945 systematisch de Joden (6 miljoen), Sinti, en Roma uit te roeien. De moorden vonden grotendeels plaats in concentratie- en vernietigingskampen. Roemenië richtte zijn eigen kampen in waar executies zonder rechtspleging werden uitgevoerd en de omstandigheden zo slecht waren dat honderdduizenden Joden omkwamen. Hitler nam het besluit tot vernietiging van het Europese Jodendom tijdens de Wannseeconferentie in Berlijn in januari 1942. Vanaf dat moment kon gesproken worden van een van tevoren beraamde en systematisch uitgevoerde genocide.
Op 16 december 1942 bepaalde Himmler dat alle Sinti en Roma gedeporteerd moesten worden naar Auschwitz-Birkenau. Omdat er in veel landen voor de Tweede Wereldoorlog geen registratie van de zigeuners was, is onbekend hoeveel er zijn omgekomen. Naar schatting zijn tussen de 400.000 en 500.000 Sinti en Roma omgebracht.
Omdat etnische zuivering en genocide vaak in elkaars verlengde liggen kan er geen scherp onderscheid aangelegd worden, behalve in het kader van de Holocaust die een expliciet geformuleerd vernietigingsprogramma volgde. Sommigen willen met scherpe criteria alleen vernietigingscampagnes als die van de nationaalsocialisten als genocide definiëren.
Moderne genocides Ook na de Tweede Wereldoorlog zijn er conflicten die gekenmerkt zijn als genocide. Hieronder staan enkele gevallen waarbij een claim van genocide onderzocht wordt of erkend is.
China