250px|thumb|right|Boy Hayje in een Penske PC3 tijdens de training voor de GP van Nederland 1976. Johan Gerard "Boy" Hayje (Amsterdam, 3 mei 1949) is een voormalige Formule 1-coureur uit Nederland. Hij nam in 1976 en 1977 deel aan drie Grands Prix, waarin hij geen punten scoorde.
Biografie Eerste races Hayje, zoon van een Amsterdamse garagehouder, startte zijn loopbaan als autocoureur op 19-jarige leeftijd in de nationale klasse voor standaardtoerwagens. Na wat ereplaatsen in deze klasse stoomde hij met een afgetrapte Lotus Cortina door naar de 'big league', waarin hij er snel achter kwam dat het slecht racen is in een auto met een houten stuur zonder stalen frame. Het leverde hem zijn eerste crash op, want met slechts drie spaken in zijn hand viel er weinig meer te sturen.
Formule Ford In 1972 nam Hayje voor 6000 gulden de Lotus 61M Formule Ford van Ton Strous over, die daar eerder heel hard mee was gegaan. De motor kwam echter paardenkrachten te kort, wat Strous met zijn racetalent blijkbaar aardig had weten te camoufleren. De verse motor van 2600 gulden die Hayje er vervolgens in monteerde, plofte bij de eerste de beste gelegenheid; hij bleek de zuigers verkeerd te hebben gemonteerd!In 1973, inmiddels een stuk wijzer geworden, won Hayje echter vrijwel alle races en werd hij Nederlands kampioen.
Formule 5000 In die periode verdiende Hayje zijn geld als onderhoudsmonteur op bevoorradingsschepen van booreilanden. Daar hield hij zoveel geld aan over dat hij, eenmaal terug op het vasteland, in staat was om voor 30.000 gulden een Ralt-Toyota aan te schaffen. Hij reed op Zandvoort, in Monaco, op Zolder, de Osterreichring en Monza en knokte om ereplaatsen met allerlei coureurs die later in de Formule 1 furore zouden maken. Een Formule 5000-race die dat jaar op Zandvoort plaatsvond, bracht Hayje ertoe om van een Engelsman een Lola T330-Chevy te huren. Het ding, met driemaal het vermogen van zijn Formule Ford, ging tijdens de training echter stuk, waarna Hayje er in de garage van zijn vader achter kwam, dat de cilinderkoppen vol gaten zaten. Hij monteerde er vervolgens standaardkoppen op die hij bij de sloop had weggehaald. Dat scheelde weliswaar 150 paardenkrachten, maar Hayje haalde er in elk geval de finish mee.
Toerwagencoureur Toine Hezemans stelde hem daarna voor om te gaan samenwerken in de Formule 5000. Als Hayje een Formule 1-chassis zou weten te vinden, zou hij voor de motoren zorgen. Dat lukte. Met zijn laatste twintigduizend gulden tikte Hayje de March 731 op de kop waarmee James Hunt zijn eerste Formule 1 races had gereden. Hij haalde hem naar Nederland, waarna hij de volgende vijf maanden in een schuur in de achtertuin van Hezemans woonde, onderwijl sleutelend aan de March teneinde deze te transformeren tot een Formule 5000-auto. Bij een test op de openbare weg kreeg Hayje vervolgens met de Eindhovense politie te maken, nadat die een klacht van een boze buurtbewoner had binnengekregen. De zaak werd echter gesust en Haye mocht zijn testactiviteiten zelfs voortzetten, zij het onder politie-escorte.Met zijn zelf in elkaar geknutselde Formule 5000-auto nam Hayje vervolgens deel aan een race op Zandvoort, waarin hij als vijfde finishte, ondanks een schuiver waarbij hij achterstevoren kwam te staan en zittend in een plas benzine vanwege een lekkende benzinedrukmeter. Bij een volgend optreden in Zolder trainde hij zich naar een vierde plaats, alvorens op het rechte eind zijn motor zo hevig op te blazen, dat een drijfstang in de pitstraat terechtkwam. Daarna volgde een DNS (Did Not Start) op Snetterton, waarna hij op Thruxton pas met rijden kon beginnen, nadat de officiële training al aan de gang was. Met vette handen van het sleutelen reed hij in eerste instantie met de besten mee, maar tijdens de tweede training verloor hij eerst door een foute montage bijna zijn wielen, waarna bij 200 km per uur de versnellingsbak vastliep en Hayje zijn March op een marshalls’ post aan gort reed. Einde van de March en van Hayje’s Formule 5000-avontuur.
Formule 1 Het was nu tijd geworden om aan de Formule 1 te gaan denken, vonden Fagel en Van der Sluis van F&S Properties, de sponsors van Hayje. Die keken met een schuin oog naar de gebroeders Hoogenboom, de sponsors van Roelof Wunderink, die dit in 1975 ook hadden gedaan. Na een rondgang langs diverse Formule 1-stallen werd in 1976 uiteindelijk gekozen voor een Penske PC3, bijna een kopie van de March 751, aangedreven door een Cosworth-klantenmotor. Bij de Grand Prix van Nederland trainde Hayje zich ermee naar de 21 plaats van de in totaal 25 deelnemers. Ondanks dat zijn stoel niet paste, de remmen niet deugden en de auto ongewoon zwaar stuurde, was een kapotte aandrijfas er de oorzaak van dat Hayje de race voortijdig moest beëindigen.
Eind 1976 werd er een deal gesloten met Formule 1-teameigenaar John McDonald van het RAM-team. In 1977 mocht Hayje voor 220.000 gulden alle Europese Grand Prix’s rijden, plus de Grand Prix van Zuid-Afrika. Een coureurssalaris kon er niet vanaf. Hayje heeft trouwens nooit een cent verdiend in de Formule 1.In Zuid-Afrika werd duidelijk dat de March 761 niet deugde. Op het rechte eind was Hayje weliswaar de snelste van allemaal, maar het ding was niet te sturen. Bij de start van de Grand Prix kwam Hayje vanuit de achterhoede geweldig opzetten, maar vervolgens raakte hij iedere ronde verder achterop, waarna na 34 ronden de versnellingsbak het opgaf. In Spanje reed Hayje in de training de neus en achtervleugel eraf, tot ongenoegen van McDonald. Er was namelijk maar één reserveneus beschikbaar, die loodzwaar was geworden van de polyester, waarmee deze na eerdere crashes was opgelapt. Een reserve-achtervleugel ontbrak echter en dus kreeg Hayje een DNQ achter zijn naam.Toen hem, ondanks veel inzet, in Monaco hetzelfde overkwam, kreeg Hayje argwaan, temeer omdat andere rijders hem erop wezen dat hij in een levensgevaarlijke auto reed. Een gewezen March-monteur vertelde hem vervolgens, dat hij eigenlijk in een ex-Formule 2-auto reed. Hiervan was het chassis veel te slap voor een Formule 1-motor. In feite was de verbinding tussen chassis en motor zo flexibel geworden, dat de popnagels zich spontaan uit de bodemplaat loswerkten. Een controleactie van Hayje zelf onder zijn auto werd door McDonald echter niet gewaardeerd, die hem er persoonlijk onder vandaan trok onder de uitroep: "Bemoei jij je maar met het rijden, f***ing superstar, wij zorgen wel voor de auto."De Grand Prix van België werd in de regen gereden, na een droge training. Vanwege de regen had Haye de 'warm-up' echter niet mogen rijden, waardoor hij de auto niet op een natte race wist af te stellen. Met een onhandelbare auto werd hij in de race na een pitstop laatste, maar omdat hij de minimumafstand (90 procent van het totaal) niet had gehaald, werd hij niet geklasseerd.In Zweden volgde daarna weer een DNQ.
In de aanloop naar de Grand Prix van Nederland van 1977 deed Hayje in het geniep een poging om de reserve-McLaren M23 van de Amerikaanse privérijder Brett Lunger te huren. Ondanks het feit dat die auto oneindig veel beter was dan de March 761 van McDonald, ging de deal op het laatste moment niet door. Intussen huurde men bij RAM nog een tweede coureur in, hoewel was gebleken dat het team niet eens een coureur goed kon bedienen. Zijn naam: Michael Bleekemolen! Toen tijdens de training de auto van Hayje niet wilde starten, werd de startmotor van de auto van Bleekemolen overgezet in die van hem. Vervolgens loopt alles op niks uit als McDonald wordt gearresteerd vanwege een juridische procedure die door de voorganger van Hayje, Loris Kessel, tegen hem is aangespannen; geen enkele March overleeft de kwalificatie.De preparatie van Hayjes March werd nu, op initiatief van Hezemans, overgenomen door het kleine merk Tiga, waarvan de ex-coureurs Tim Schenken en Howden Ganley samen eigenaar waren. Ook dit liep op niets uit, omdat de in beginsel niet slechte auto totaal onnodig bleek te zijn omgebouwd, waarschijnlijk om er meer aan te kunnen verdienen. De motor zat weliswaar goed vast aan het chassis, maar de radiateurs waren naar voren verplaatst en het chassis was verlengd. Daardoor was de auto wel bestuurbaar, maar ook veel te zwaar geworden.
Formule 2 Het was het einde van Hayjes F1-avontuur, want zijn sponsors Fagel en Van der Sluis besloten hem daarna onder te brengen bij het Formule 2-team van de Amerikaan Fred Opert, die als eerste rijder Keke Rosberg onder contract had. Hoewel minder dan de March 782 zag Hayje de Chevron B42 van Opert best wel zitten. Die had plannen om Hayje in de winter te laten deelnemen aan de Tasman Series in Australië en Nieuw-Zeeland, maar belde Hayje twee dagen voor vertrek af, tot diens grote teleurstelling. Het werd zelfs ronduit onaangenaam toen zijn sponsors vervolgens besloten om Bleekemolen in het team te halen. Na een ordinaire rampartij tussen de twee Nederlanders op Hockenheim werd Haye zonder pardon uit het team verwijderd en mocht Bleekemolen het seizoen afmaken, zonder succes overigens.
EK Renault 5 Turbo Voor menige coureur zou dit einde carrière hebben betekend. De pure raceliefhebber die Boy Hayje was wist echter terug te keren in een lagere raceklasse, het Europees kampioenschap Renault 5 Turbo. Hij werd nog bijna kampioen ook, als niet in de laatste race zijn motor het in de kwalificatie had begeven. Het was typerend voor Haye’s raceloopbaan.
Amerika en einde raceloopbaan Hierna vertrok Hayje naar Amerika, waar hij een racestoeltje kreeg aangeboden bij BMW North America. Na enkele goede prestaties kon hij daarna bij Toyota terecht. De jaren in Amerika vormden zowel in sportief als financieel opzicht het beste deel van zijn racecarriere. In 1984 nam Hayje met een Lola-March deel aan de 24 uur van Daytona en de 24 uur van Le Mans. Het waren zijn laatste wapenfeiten, want daarna zette hij een punt achter zijn het racen. Hayje vestigde zich in België, waar hij voortaan zijn geld verdiende met het in- en exporteren van 4x4-terreinauto’s, vooral Landrovers.
Zijn hele carrière overziend overheerst de indruk, dat Hayje’s racetalent door allerlei ongelukkige omstandigheden nooit volledig tot ontwikkeling is gekomen.
Categorie:Nederlands autocoureur Categorie:Formule 1-coureur