De netpython (Malayopython reticulatus) is een grote slang uit de familie pythons (Pythonidae). De soort werd lange tijd tot het geslacht Python gerekend. In 2004 werd de slang ingedeeld in het geslacht Broghammerus en sinds 2014 wordt de geslachtsnaam Malayopython gebruikt. Hierdoor is de slang in de literatuur onder verschillende wetenschappelijke namen bekend.

De netpython is met een maximale lengte van meer dan zeven meter een van de langste slangen ter wereld. De python wordt vaak in dierentuinen, maar ook door particulieren in gevangenschap gehouden en speelt een belangrijke rol in de internationale handel in slangenleer. De netpython is hierdoor een van de bekendste soorten slangen.

Naam en indeling miniatuur|Tekening uit 1915 van Nelly de Rooij uit het boek The reptiles of the Indo-Australian archipelago. De netpython werd in 1801 voor het eerst wetenschappelijk beschreven als Boa reticulata door Johann Gottlob Schneider. De soort behoorde later tot geslachten als Coluber en Python. In 2004 werd de groep door Hoser in het geslacht Broghammerus geplaatst. In 2014 werd deze geslachtsnaam vervangen door Malayopython omdat Broghammerus geen geldige naam bleek te zijn.De naam Python reticulatus wordt vanwege de pas vrij recente hernoemingen echter nog veel gebruikt in de literatuur. Ook worden de pythons niet in alle indelingen als aparte familie gerekend, maar als onderfamilie van de reuzenslangen (Boidae) zodat ook de familie kan variëren in de literatuur. Er zijn, inclusief de nominale ondersoort, drie ondersoorten.

De netpython had lange tijd geen ondersoorten, maar in 2002 werden door Auliya et al twee nieuwe ondersoorten beschreven die een iets ander verspreidingsgebied hebben, maar het verschil zit vooral in de lengte. Beide ondersoorten worden beschouwd als dwergvormen en bereiken maximaal de helft van de lengte van de nominaatvorm M. r. reticulatus. De drie ondersoorten zijn:

Naam Auteur Verspreidingsgebied Malayopython reticulatus jampeanus Auliya, Mausfeld, Schmitz & Böhme, 2002 Tot nu toe alleen bekend van het eiland Tanahjampea maar mogelijk op enkele omliggende eilanden. Malayopython reticulatus reticulatus Schneider, 1801 Nominaatvorm; in het grootste deel van het verspreidingsgebied. Malayopython reticulatus saputrai Auliya, Mausfeld, Schmitz & Böhme, 2002 Het Zuid-Sulawesische eiland Selayar en delen van het vasteland van het eiland Sulawesi.

Uiterlijke kenmerken De netpython heeft een opvallend brede kop met in het midden van de bovenzijde een smalle donkere tot zwarte streep. Aan de zijkant van de kop loopt een donkere streep van vlak voor het oog tot de nek net achter de kaakhoek. De ogen zijn lichtbruin tot roodachtig van kleur en hebben een duidelijke verticale pupil. Zeer opvallend zijn de zogenaamde labiale groeven, die vooral van de voorzijde gezien goed zichtbaar zijn. De labiale groeven zijn zichtbaar als een rij 'gaten' tussen de schubben van de bovenlip, die een zintuiglijke functie hebben en warmtereceptoren bevatten. Hierdoor kan de nachtactieve slang zijn prooien, bestaande uit warmbloedige zoogdieren en vogels, in totale duisternis waarnemen. Labiale groeven komen ook voor bij andere boa's en pythons en ook de niet-verwante groefkopadders hebben dergelijke structuren.

De netpython heeft een bruine tot grijsbruine kleur met de karakteristieke nettekening waaraan de Nederlandse naam te danken is. Deze tekening bestaat uit ruitvormige vlekken, geflankeerd door kleinere vlekken aan de flanken. Ook de wetenschappelijke soortnaam reticulatus betekent netvormig, de Engelse naam is reticulated python. Dankzij de bruine kleuren en onregelmatige patronen is de python vrijwel onzichtbaar in de natuurlijke habitat; de uit dode bladeren bestaande strooisellaag van het bos. Over het gehele lichaam is een sterk iriserende glans aanwezig waardoor de slang glibberig aandoet.

miniatuur|Een albino-exemplaar met duidelijk zichtbare labiale groeven aan de voorzijde. De variatie in kleuren en patronen is echter groot, wat niet alleen te danken is aan het grote verspreidingsgebied, maar met name aan de vele eilanden waaruit dit bestaat. Hierdoor zijn veel populaties geografisch gezien geïsoleerd wat de variatie verklaart. De netpython komt op vele eilanden voor, en sommige populaties hebben zelfs per eiland een wat andere tekening, bijvoorbeeld de exemplaren op Java, terwijl van een ondersoort niet altijd sprake is. Zo kan de nettekening bruin met helder gele strepen zijn en komen ook exemplaren voor die helemaal geen nettekening hebben, maar eerder longitudinaal gestreept zijn.

Er komen ook albino's voor, die een witte basiskleur hebben, met soms een bonte gele maar voornamelijk helderblauwe nettekening. In de handel in exotische dieren wordt ook gekruist om bepaalde kleurencombinaties te verkrijgen, zo is onder andere de tiger-vorm verkregen, die in de natuur, maar zelden voorkomt. Bekende morphs zijn de Sun Tiger, de Super Tiger en de Titanium.

De meeste exemplaren bereiken een gemiddelde lengte van 4,5 tot 5,5 meter, maar er zijn gevallen bekend van meer dan zeven meter. Dergelijke lange exemplaren zijn altijd wilde vrouwtjes, want bij mannetjes of in gevangenschap gehouden exemplaren wordt een dergelijke lengte niet bereikt (meestal tussen de 3 en 4,5 m). Exemplaren van de ondersoort Malayopython reticulatus jampeanus, die ook wel dwergnetpython wordt genoemd, blijven twee keer zo klein als exemplaren van de nominaatvorm Malayopython reticulatus reticulatus.

Er zijn wel meldingen bekend van nog langere exemplaren, maar deze zijn nooit wetenschappelijk beschreven of berusten op grove overschattingen. Een bekend voorbeeld is een dierentuin in Indonesië, waar in 2003 een exemplaar van veertien meter zou wonen, die hiermee alle records van lange slangen verpletterde.John Aglionby - The Guardian - 2003 - Captured python said to be world's biggest snake Website Dit bleek echter een broodjeaapverhaal: bij een nameting bleek het dier nog geen zeven meter en was volgens een verklaring 'gekrompen'.

Een andere zeer lange slang is de anaconda, die gemiddeld groter wordt, maar waarvan geen exemplaren zijn beschreven langer dan tien meter. Ook een melding van een anaconda van meer dan 18,9 meter uit 1907 is niet wetenschappelijk vastgesteld. Doordat de anaconda veel dikker wordt, is het met maximaal 250 kilo wel de zwaarste slang ter wereld, de netpython wordt maximaal ongeveer 150 kg.

Verspreiding en habitat miniatuur|Verspreiding van de netpython in het groen. De netpython komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië; van zuidelijk China tot de Filipijnen tot grote delen van Indonesië, maar niet op Papoea-Nieuw-Guinea. In India komt de soort alleen voor op de Nicobaren. De python komt voor in de landen Bangladesh, Brunei, Cambodja, de Filipijnen, Indonesië, Laos, Maleisië (Malakka, oostelijk Maleisië, Tioman), Myanmar, Singapore, Thailand en Vietnam.

In Indonesië komt de python meer specifiek voor in Ambon, Anambaren, Babi, Batjan, vermoedelijk op Bali, Banda Besar, Banka, Bankak, Belitung, Boano, Borneo, Buru, Butung, Enggano, Flores, Halmahera, Haruku, Java, Kalimantan, Krakatau, Lang, Lombok, de Mentawai-eilanden, de Natuna-eilanden, Nias, Obira, de Riau-archipel, Saparua, Seram; Simeulue, de Soela-archipel, Sulawesi, Sumatra, Soembawa, Soemba, de Tanimbar-eilanden, Ternate, Timor en Verlate.

Op de Filipijnen komt de netpython voor op de eilanden Basilan, Bohol, Cebu, Leyte, Luzon, Mindanao, Mindoro, Negros, Palawan, Panay, Polillo, Samar, de Sulu-eilanden en Tawi-Tawi.

De habitat bestaat uit vochtige tropische en subtropische bossen, zowel in laaglanden als bergachtige streken en scrublands. Ook in door de mens aangepaste streken zoals weilanden en plantages kan de slang worden gevonden. De soort is aangetroffen van zeeniveau tot op een hoogte van ongeveer 1000 meter boven zeeniveau.

Beschermingsstatus Door de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN is de beschermingsstatus 'veilig' toegewezen (Least Concern of LC).

Levenswijze De netpython is aan water gebonden en wordt zelden ver van een bron aangetroffen, de slang spendeert veel tijd in het water, loerend op prooien die komen drinken. De netpython is een goede klimmer, jonge exemplaren brengen veel tijd door in bomen, maar oudere exemplaren worden te zwaar en houden zich vaak op in de strooisellaag waaraan de kleur goed is aangepast. De slang is lethargisch; het dier is zeer inactief en spendeert vrijwel het gehele leven roerloos liggend in een hinderlaag voor prooien.

De netpython staat bekend als een vrij rustige slang, maar de agressiviteit hangt enigszins samen met de locatie waar de slang vandaan komt. Exemplaren uit Thailand en de Kleine Soenda-eilanden staan bekend als vrij rustig terwijl dieren uit Sulawesi sneller geïrriteerd zijn. Daarnaast zijn in het wild gevangen slangen moeilijker te benaderen dan in gevangenschap geboren dieren. Bij bedreiging wordt agressief gedrag getoond; de python zal luid sissen bij aanraking en kan snel uithalen met geopende bek. Indien gebeten wordt is het lastig de slang los te krijgen door de vlijmscherpe, naar achteren gekromde tandjes. De netpython is weliswaar niet giftig⁣, maar heeft vaak rottende etensresten tussen de tanden waardoor een beet kan leiden tot een ernstige infectie. Heel grote exemplaren zijn door hun lengte en gewicht zeer moeilijk te hanteren waardoor de verzorger zelfs omstrengeld kan worden door de slang wat te allen tijde voorkomen moet worden.

Voedsel miniatuur|Een netpython eet een vogel. Net als andere slangen is de netpython een zeer kundige jager die weet waar zijn prooien zich ophouden. De python ligt het grootste deel van zijn leven te wachten bij waterpartijen en looproutes van zoogdieren waar de kans groot is dat er zich prooien aandoen. Soms wordt actief gefoerageerd, maar dit kost de slang veel energie. De netpython spoort zijn prooi op door de bewegingen op te merken en met name door het oppikken van de geur. Met de labiale groeven kan het relatief warme lichaam van de prooi worden waargenomen.

De netpython is niet giftig en doodt zijn prooi door het lichaam eromheen te wikkelen en bij iedere uitademing van het prooidier iets strakker aan te trekken, totdat ademhaling onmogelijk wordt en de prooi stikt: versmachting. Kleinere prooien zoals grote insecten en kikkers worden levend doorgeslikt. Het voedsel bestaat voornamelijk uit knaagdieren en vogels, maar af en toe een grotere prooi. Het duurt afhankelijk van de grootte van de prooi dagen tot een week voor deze is verteerd. De slang zoekt gedurende deze tijd een beschutte plek op.

Doordat de slang een trage stofwisseling heeft kan hij toe met slechts enkele prooien per maand. Op grote prooien kan de slang maanden teren; van een in gevangenschap gehouden exemplaar is bekend dat de slang bijna twee jaar voedsel kan weigeren om vervolgens normaal te eten.