Æthelflæd (Oudengels: ,Variaties: Aþelfled, Edeldrída, Edelflet, Edelfrida, Edfled, Eithilfleith, Ethelfled, Ælfled, Æthelflæd, Æðelfled, Æþelfled, Æþelflæd (art. Æthelflæd 4 (Female), in Prosopography of Anglo-Saxon England, PASE.ac.uk (2005–2009).). koninkrijk Wessex, rond 869/870Een passage bij Asser (De Rebus Gestis Aelfredi 75: ...; cuius numerus est Aethelflaed, adveniente matrimonii tempore, Eadredo, Merciorum comiti, matrimonio copulata est; ...) doet vermoeden dat ze na het huwelijk van haar ouders (869) werd geboren en we haar geboorte dus rond 869/870 moeten dateren (zie: (ed.), England before the Norman Conquest, being a history of the Celtic, Roman and Anglo-Saxon periods down to the year A.D. 1066, I, Londen, 19194, p. 464 (n. 4).). – Tamworth, 918) was de oudste dochter van koning Alfred de Grote van Wessex en zijn echtgenote Ealhswith. Bij Æthelflæds geboorte teisterden de Deense Vikingen het vasteland van West-Europa met hun plundertochten en hadden zij een groot deel van wat nu Engeland is in hun macht. Het Saksische Wessex en het naastgelegen Angelse koninkrijk Mercia bleven onder druk liggen van de oprukkende Vikingen. De Deense Vikingen hadden ten tijde van Æthelflæds leven een groot deel van Mercia bezet. Door het huwelijk met Æthelred, heerser (ealdorman) der Mercianen, belandde Æthelflæd in Mercia. Na de dood van haar man werd ze zelf heerseres der Mercianen (911-918). De Angelsaksische Kroniek geeft haar de titel van vrouwe (Lady) der Mercianen (Myrcna hlæfdige).The Anglo-Saxon Chronicle MS B MR 911-913, 917 (, 1983, pp. 49-50), MS C MR 911-913 ( (ed.), 2001, p. 75). Ze speelde door de bouw en verovering van burhs (burchten, versterkte steden) en het sluiten van een alliantie met haar jongere broer Eduard de Oudere van Wessex tegen de Deense Vikingen een belangrijke rol in de uitbouw van de Angelsaksische militaire macht. Na de dood van Æthelflæd kon haar broer Eduard Mercia en Wessex verenigen en werd Angelsaksisch koning en (in naam) zelfs koning van heel Engeland. Willem van Malmesbury schreef, toen hij het had over zij die Eduards inspanningen ter versterking van de Angelsaksische positie hadden ondersteund, het volgende:
Biografie Afkomst Æthelflæd was de dochter van Alfred de Grote en Ealhswith. Ze was aan vaderskant afkomstig uit het Huis Wessex, ook bekend als het Huis van Cerdic (Oudengels: Cerdicingas, Millennium: The End of the World and the Forging of Christendom, Londen, 2008, p. 192 (= De gang naar Canossa: de westerse revolutie in de elfde eeuw).). Deze koninklijke familie heerste van de 6e eeuw tot de eenmaking van de koninkrijken van Engeland in de 10e eeuw over een koninkrijk in Zuidwest-Engeland dat bekendstond als Wessex. Alfred de Grote en zijn opvolgers, die Engeland verenigden, maakten eveneens deel uit van deze dynastie, die in de hoofdstam zou blijven regeren tot de tijd van Alfreds nakomeling, Æthelred II de Onberadene. Onder diens regering in de 10e en 11e eeuw was het land een korte periode bezet door Denen, en na de dood van Æthelred II en zijn zoon Edmund II Ironside bleef het koningschap tot in 1042 in handen van de Deense koning Knoet de Grote en diens opvolgers. Het Huis Wessex kwam dan weer voor 24 jaar aan de macht. Na de afzetting in 1066 van de laatste telg, Edgar Ætheling, verdween de familie uit de annalen van de geschiedenis. Geen van deze latere heersers stamde echter af van Æthelflæd; haar dochter Ælfwynn bleef vermoedelijk kinderloos.
Van moederskant stamde Æthelflæd af van de Merciaanse adel en was ze waarschijnlijk ook verwant met het Merciaanse koningshuis. Dit wordt afgeleid uit een charter van Ealhswiths broer Æthelwulf waarin die de erfenis van koning Coenwulf van Mercia claimde., Political Women in Mercia, in (edd.), Mercia: An Anglo-Saxon Kingdom in Europe, Londen - New York, 2001, pp. 44-47.
Jeugd en huwelijk Æthelflæd was het eerste kind van Alfred en Ealhswith en de oudere zus van Eduard, Æthelgifu, Ælfthryth en Æthelweard.Asser, De Rebus Gestis Aelfredi 75, Jan van Worcester, Chronicon ex Chronicis 871 (= (ed.), I, 1848, p. 88). Vgl. Roger van Hoveden, Chronica 871 (= (ed.), I, 1868, p. 41), Simeon van Durham, Historia regum Anglorum et Dacorum s.a. 884 (= (ed. anot.) - , 1848, p. 683).
Rond het jaar 890 was Æthelflæd reeds getrouwd met Æthelred, ealdorman der Mercianen.De Rebus Gestis Aelfredi 75. Vgl. (ed.), Anglo-Saxon Charters, Londen, 1968, nr. 217, Willem van Malmesbury, Gesta Pontificum Anglorum IV 155.3. Het huwelijk zou een bezegeling geweest zijn van de alliantie tussen Æthelred en Alfred de Grote. Aan dit huwelijk ging een periode van enige politieke strubbelingen tussen Mercia en Wessex vooraf, die deels hun wortels hadden in de verovering van een deel van Mercia door de Vikingen.
miniatuur|links|Kaart van Engeland in 878, waarop Mercia, Wessex en de door Deense Vikingen veroverde gebieden te zien zijn. Tijdens een onafgebroken campagne van herhaaldelijke aanvallen tussen 865 en 878 hadden de Deense Vikingen het merendeel van de Engelse koninkrijken, zoals Northumbria, Oost-Mercia en East Anglia, onder de voet gelopen. Ook het koninkrijk Wessex werd in zijn voortbestaan bedreigd.The Anglo-Saxon Chronicle MR 865-878. Vgl. Asser, De Rebus Gestis Aelfredi 21, 26-56, Roger van Hoveden, Chronica 876 (= (ed.), I, 1868, p. 38), Simeon van Durham, Historia regum Anglorum et Dacorum 865-878. Alfred de Grote was er tegen 878 door zijn overwinning op de Denen in de Slag bij Ethandun echter in geslaagd een compromis met de Denen af te dwingen.Jan van Worcester, Chronicon ex Chronicis 878 (= (ed.), I, 1848, p. 96). Alfred moest zich erkentelijk tonen voor de ontvangen steun uit Mercia.
De positie van Æthelred toentertijd was hoger dan die van een gewone ealdorman (in Latijnse teksten wordt hiervoor de term dux (leider of hertog) of comes (graaf) gebruikt)., King Alfred and the Mercians, in (edd.), Kings, Currency and Alliances: History and Coinage of Southern England in the Ninth Century, Woodbridge - Rochester, 1998, p. 29. Zo had hij enkele ealdormen die duidelijk aan hem onderschikt waren en noemt Æthelweard hem nog met betrekking tot de slag bij Buttington (893) "koning Æthelred der Mercianen",Chronica IV 3: rex Eðered Myrciorum. maar bij de vermelding van zijn overlijden (911) simpelweg "Æthelred der Mercianen".Chronica IV 4: Eðered Myrciorum. Volgens Asser, de Welshe biograaf van Alfred de Grote, zou Æthelred aanvankelijke enkele Welshe koningen in Alfreds armen hebben gedreven:
Æthelred lijkt zich rond 883 echter te hebben onderworpen aan Alfred de Grote, koning van Wessex, wat men afleidt uit het feit dat hij in een oorkonde uit 883, waarin hij een schenking doet aan de abdij van Berkeley, expliciet vermeldt dat hij dit met de instemming van Alfred deed.Angelsaksische charters S 218. Vervolgens vermeldde hij regelmatig te handelen met Alfreds instemming, maar bleef hij ook oorkondes uitvaardigen zonder enige vermelding van Alfred, zoals bij een ontmoeting van de Merciaanse witan (vergadering van de ouderen) in Risborough in Buckinghamshire in 884, was erop wijst dat hij enige zelfstandigheid genoot en wat aantoont dat zijn heerschappij over Mercia zich redelijk ver zuidoostwaarts richting Londen uitstrekte., King Alfred and the Mercians, in (edd.), Kings, Currency and Alliances: History and Coinage of Southern England in the Ninth Century, Woodbridge - Rochester, 1998, pp. 20-21, 29.
Toen Alfred in 886 Londen op de Vikingen veroverde, plaatste hij dit onder het gezag van Æthelred.Jan van Worcester, Chronicon ex Chronicis 878 (= (ed.), I, 1848, p. 101). Het is dan ook gedacht dat het rond die tijd was dat het huwelijk tussen Æthelflæd en Æthelred plaatsvond ter bezegeling van de alliantie en om ervoor te zorgen dat de heerschappij van Wessex over Mercia niet op een verovering leek., King Alfred and the Mercians, in (edd.), Kings, Currency and Alliances: History and Coinage of Southern England in the Ninth Century, Woodbridge - Rochester, 1998, pp. 27-28, , Ælfwynn, Second Lady of the Mercians, in (edd.), Edward the Elder 899–924. Abingdon, 2001, pp. 112-113. Vgl. , Motherhood and Mothering in Anglo-Saxon England, New York, 2000, p. 56. De eerste vermelding van Æthelflæd als echtgenote van Æthelred dateert uit 887 en hierin treedt de negentienjarige Æthelflæd als getuige op bij een schenking door haar echtgenoot aan het bisdom Worcester.S 217 (887). , Motherhood and Mothering in Anglo-Saxon England, New York, 2000, p. 57.
Alfred gaf zijn nieuwe schoonzoon de titel van ealdorman der Mercianen. Op deze manier liet hij Mercia een zekere mate van autonomie. Aangezien het merendeel van West-Mercia nooit onder de controle van de Denen had gestaan en dus niet verzwakt was, was dit een verstandige zet. Opvallend is ook dat toen Alfred in 899 stierf, hij in zijn testament niet enkel aan zijn oudste dochter een landgoed in Wellow (mogelijk Wellow (Somerset)) en honderd pond na (hetzelfde bedrag als haar zussen en moeder) maar ook aan zijn schoonzoon Æthelred een zwaard ter waarde van honderd mancuses.Anglo-Saxon Charters S 1507 (opgesteld tussen 873 en 888).
Verdere omzichtigheid voor de Merciaanse gevoelens bleef geboden nadat de twee koninkrijken uiteindelijk werden samengevoegd; de nieuwe naam van het koninkrijk werd niet Wessex of Groot-Wessex, maar Engeland. De term Angelsaksisch gaat dus terug tot koning Alfreds diplomatieke manier om Angelen (Mercia) en Saksen (Wessex) in één koninkrijk te integreren., The political thought of King Alfred the Great, Cambridge, 2007, p. 106.
miniatuur|upright=1.2|Anglo-Saxon Charters S 221: in deze in 901 gedateerde oorkonde van Æthelred en Æthelflæd schonken ze land en een gouden kelk aan de Much Wenlock-kerk. Dit is de enige oorspronkelijke oorkonde uit de regering van Eduard de Oudere.Anglo-Saxon Charters S 221. , Anglo-Latin Literature 900–1066, Londen, 1993, p. 13. Oorkondes tonen aan dat Merciaanse heersers een culturele heropleving steunden door vrijgevige schenkingen aan kloosters te doen., The Church in Anglo-Saxon Society, Oxford, 2005, pp. 306-309. In 883 schonk Æthelred privileges aan de abdij van Berkeley en in de jaren 890 vaardigden hij en Æthelflæd een oorkonde uit ten voordele van de kerk van Worcester. Dit is de enige ons bekende oorkonde uitgevaardigd tijdens Alfreds leven waarin ze gezamenlijk optraden: Æthelred handelde meestal zelfstandig, gewoonlijk evenwel de instemming van Alfred erkennend. Æthelflæd trad echter op als getuige in oorkondes van Æthelred in 888, 889 en 896., King Alfred and the Mercians, in (edd.), Kings, Currency and Alliances: History and Coinage of Southern England in the Ninth Century, Woodbridge - Rochester, 1998, pp. 27-29. In 901 schonken Æthelflæd en Æthelred land en een gouden kelk met een gewicht van dertig mancuses aan het schrijn van Sint Mildburg in de Much Wenlock-kerk., Kings, Saints and Monasteries in Pre-Viking Mercia, in Midland History 10 (1985), p. 5.