De Kremer Collectie (Engels: The Kremer Collection) is een particuliere verzameling van 97 zeventiende-eeuwse Nederlandse en Vlaamse Oude Meesters en werken op papier, in 1994 opgericht door George en Ilone Kremer in Nederland. Zij geldt als een van de belangrijkste particuliere verzamelingen van zeventiende-eeuwse Nederlandse en Vlaamse schilderkunst ter wereld.

De collectie bestrijkt de voornaamste kunstscholen en genres van de Gouden Eeuw: het Utrechts caravaggisme, de Leidse fijnschilders, het Delftse interieur, het Haarlems landschap en de Amsterdamse historieschilderkunst, met werken in genres als genreschilderkunst, landschappen, historieschilderkunst, Italianiserende taferelen, marines, stillevens en portretten. De catalogus van 2025, onder redactie van Gregor J.M. Weber (voormalig hoofd van het departement Beeldende Kunst van het Rijksmuseum Amsterdam, documenteert alle 97 werken in een digitale publicatie van 557 pagina's met bijdragen van meer dan twintig internationale wetenschappers.

Vanaf de oprichting heeft de collectie een dubbele missie nagestreefd: wetenschappelijke diepgang én publieke toegankelijkheid, gerealiseerd via een actief internationaal bruikleenprogramma, deelname aan grote tentoonstellingen en baanbrekende digitale initiatieven — met name een virtual-realitymuseum dat in 2017 werd geopend door Joël Kremer, de zoon van de oprichters. In 2025 werd bekendgemaakt dat de volledige collectie in langdurig bruikleen gaat naar het Stedelijk Museum Alkmaar.

Geschiedenis

Oprichting De Kremer Collectie werd in 1994 opgericht door George en Ilone Kremer, beiden geboren en opgegroeid in Amsterdam. De aanleiding was George Kremers levenslange passie voor de zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderkunst, gewekt door een bezoek aan het Rijksmuseum in zijn jeugd, waar hij diep onder de indruk raakte van Rembrandts Het Joodse bruidje (Portret van een paar als Isaak en Rebekka, ca. 1665–1669). De eerste aankoop — een klein olieschetje door Govert Flinck, een leerling van Rembrandt — volgde in 1995 naar aanleiding van een krantenbericht over een veiling bij de New-York Historical Society.

De collectie werd ondergebracht bij Aetas Aurea Holding, een non-profitorganisatie die de Kremers oprichtten om hun verwervings- en publicatieactiviteiten te structureren. George Kremer verwoordde de filosofie achter de collectie als volgt: „Deze collectie is altijd gegaan over passie, risico en visie — het vermogen om te zien en te begrijpen, en soms de lef om een kans te grijpen."

Groei en verwervingen Sinds 1994 is de collectie gestaag uitgebreid via aankopen op veilingen en bij gerenommeerde kunsthandelaren, doorgaans twee à drie significante werken per jaar. Elk werk wordt vóór opname grondig onderzocht en, indien nodig, gerestaureerd. Tussen de eerste catalogus van 2002 (39 werken) en de catalogus van 2025 (97 werken) groeide de collectie meer dan twee keer zo groot; in de vier jaar vóór de publicatie van de 2025-catalogus werden alleen al circa veertien nieuwe werken aangekocht, waaronder een werk van Hendrick ter Brugghen.George Kremer, Foreword, in: G.J.M. Weber (red.), The Kremer Collection Catalogue 2025, 2025, p. 6.

Generatieoverdracht Joël Kremer, de zoon van George en Ilone, trad aan als directeur van de collectie na een loopbaan in de technologiesector — waaronder een functie bij Google als manager voor de retail- en entertainmentbranche — en als partner bij Moyosa Media, een digitaal bureau in Groningen dat gespecialiseerd is in meeslepende driedimensionale ervaringen. Hij bedacht het VR-museum in 2016, was verantwoordelijk voor de lancering ervan in 2017 en leidt sindsdien de digitale en wetenschappelijke programma's van de collectie. In maart 2025 hielden Joël en zijn vader een gezamenlijke lezing op TEFAF Maastricht: Multigenerational Collecting: Carrying on the Legacy of the Kremer Collection Through Virtual Reality.

De collectie Scholen en genres De collectie vertegenwoordigt de voornaamste scholen en genres van de zeventiende-eeuwse Nederlandse en Vlaamse schilderkunst:

Utrechts caravaggisme: werken van Gerard van Honthorst, Hendrick ter Brugghen, Dirck van Baburen, Matthias Stom, Theodoor Rombouts, Jan van Bijlert en verwante schilders Leidse fijnschilders: werken van Gerrit Dou, Caspar Netscher en verwante kunstenaars, gekenmerkt door kleinschaligheid en minutieuze afwerking Delftse school: Pieter de Hooch, Gerard Houckgeest en verwante interieurschilders Haarlems school: Frans Hals, Adriaen Brouwer, Jan Miense Molenaer, Judith Leyster en Meindert Hobbema Amsterdamse historie- en portrettenschilderkunst: Rembrandt en zijn kring — Ferdinand Bol, Govert Flinck, Gerbrand van den Eeckhout, Jan Lievens — alsook Pieter Lastman Genreschilderkunst: huiselijke interieurs en herbergtaferelen Marines: zeestukken van Ludolf Backhuysen, Willem van de Velde de Oude, Willem van de Velde de Jonge, Aernout Smit, Lieve Verschuier en Heerman Witmont Italianiserende landschappen: Jan Both, Johannes Lingelbach, Nicolaes Berchem en Adriaen van de Velde Portretten: Paulus Moreelse, Adriaen Hanneman, Caesar van Everdingen en anderen Vlaamse meesters: Abraham Bloemaert, Abraham Janssens, Michael Sweerts, Michaelina Wautier, Carstian Luyckx en verwante schilders

Volledige lijst van werken De onderstaande tabel geeft alle 97 werken die zijn gedocumenteerd in de catalogus van 2025, alfabetisch gerangschikt op kunstenaar. Eén tekening (nr. 13) is opgenomen naast de schilderijen, die voornamelijk in olieverf op paneel, doek of koper zijn vervaardigd. De twee panelen van Heerman Witmont (nr. 93) vormen een tweeledig werk en zijn als één catalogusnummer opgenomen.