Hoefijzerwormen of snorwormen (Phoronida) (naar de Griekse mythologische figuur Phoronis, bijnaam van Io) is een stam van het Dierenrijk waarvan er wereldwijd slechts tien soorten bekend zijn.

Kenmerken Deze tot 20 cm lange dieren hebben een plomp, langwerpig lichaam, met een uitstulping aan de achterkant dat als anker fungeert waarmee het dier zich in zijn koker of gang vastzet. Over de mond hangt een korte lip heen, het epistoom, en is omringd door een hoefijzerachtig lofofoor met talrijke lange, van trilharen voorziene tentakels. Hun darm is U-vormig.

Habitat Hoefijzerwormen leven tot op een diepte van vijftig meter op de bodem van de zee en maken een vliezige koker in modderige zandbodems of boren gangen in kalksteen en schelpen. De kokers waarin zij leven, staan vaak in groepen bijeen. Zij vormen echter geen kolonies, zoals de verwante mosdiertjes. Ze hebben een grote ecologische waarde omdat ze met hun booractiviteiten schelpen vergruizen en het kalkgesteente openen waardoor dit voor andere borende organismen toegankelijk wordt.

Voeding De dieren verzamelen micro-organismen en organisch afval met behulp van de tentakels.

Taxonomie De hoefijzerwormen zijn als volgt onderverdeeld:Emig Christian C. (2007). Phoronida world database. Available online at http://www.marinespecies.org/phoronida. Geraadpleegd op 19-05-2010Actinotrocha, the larva of PHORONIDA. Gearchiveerd op 17 juni 2022. Geslacht Phoronis Wrighr, 1856Wright, T.S. (1856). Description of two tubicolar animals. Proc. R. Soc. Edinb. 1, 165-167. Phoronis australis Haswell, 1883Haswell W. A., 1883. Preliminary note on an Australian species of Phoronis (Gephyrea tubicola). Proc. Linn. Soc. N. S. Wales, 7, 606-608. Phoronis hippocrepia (Kleine hoefijzerworm) Wright, 1856 Phoronis ijimai Oka, 1897Oka A., 1897. Sur une nouvelle espèce du genre Phoronis. Ann. Zool. japon., Tokyo, 1, 147-150. Phoronis muelleri Selys-Lonchamps, 1903Selys-Longchamps M. de, 1903. Über Phoronis und Actinotrocha bei Helgoland. Wiss. Meeresunters., Helgoland, 6, 1-55. Phoronis ovalis Wright, 1856 Phoronis pallida Silén, 1952 Phoronis psammophila Cori, 1889Cori C. J., 1889. Beitrag zur Anatomie der Phoronis. Inaug.-Diss. Prague (Univ. Leipzig), 48 pp. Geslacht Phoronopsis Gilchrist, 1907Gilchrist J. D., 1907. New forms of the Hemichordates from South Africa. Trans. S Afr. Phil. Soc., 17, 151-176. Phoronopsis albomaculata Gilchrist, 1907 Phoronopsis californica Hilton, 1930 Phoronopsis harmeri Pixell, 1912Pixell H. L., 1912. Two new species of Phoronida from Vancouver Island. Q. J. microsc. Sci., 58, 257-284.

Bijzonderheid is dat het geslacht Actinotrocha uitsluitend uit larven bestaat van soorten die ook in de adulte geslachten voorkomen. In de wetenschappelijke literatuur wordt deze methode tot op heden ook gebruikt. Geslacht Actinotrocha Müller, 1846Müller J., 1846. Bericht über einige neue Thierformen der Nordsee. Arch. Anat. Physiol., 13, 101-104. Actinotrocha branchiata Müller, 1846 Actinotrocha harmeri Zimmer, 1964Zimmer R. L., 1964. Reproductive biology and development of Phoronida. PhD Thesis, Univ. Microfilm, 416 p. Actinotrocha hippocrepia Silén, 1954 Actinotrocha pallida Silén, 1952Silén L., 1952. Researches on Phoronida of the Gullmar Fiord area (West coast of Sweden). Ark. Zool., 4 (4), 95-140. Actinotrocha sabatieri Roule, 1896Roule L., 1896. Sur les métamorphoses larvaires du Phoronis sabatieri. C. R. Acad. Sci. Paris, 122, 1343-1345. Actinotrocha vancouverensis Zimmer, 1964

Soorten in Europa Phoronis muelleri komt in de Noordzee voor. Twee andere soorten uit de Europese zeeën zijn Phoronis hippocrepia (Kleine hoefijzerworm) en Phoronis psammophilla.