De grondgebieden van het Russische Rijk waren ooit de thuishaven van de grootste Joodse bevolking ter wereld. De Joodse gemeenschap floreerde hier en ontwikkelde vele moderne theologische en culturele tradities, hoewel er ook periodes waren van een intens antisemitisch discriminatiebeleid en tal van vervolgingen. Eind jaren 1980 en begin jaren 1990 emigreerden vele Sovjet-Joden, voornamelijk naar Israël, de Verenigde Staten en Duitsland. Ondanks dit herbergen Rusland en de voormalige landen van de Sovjet-Unie nog steeds enkele van de grootste Joodse gemeenschappen van Europa.
thumb|De Grand Choral Synagoge in Sint-Petersburg
Vroege geschiedenis De Joden hebben zich verspreid in het huidige Rusland, Oekraïne, Armenië en Georgië sinds de Babylonische ballingschap en er zijn bewijzen uit de vierde eeuw dat er Armeense steden waren waar zo'n 10.000 tot 30.000 Joden woonden. Er waren ook verschillende Joodse nederzettingen in de Krim. Onder de invloed van deze Joodse gemeenschappen besliste de heerser van het nomadenvolk de Chazaren om zich te bekeren tot het jodendom rond de achtste, negende eeuw. De Chazaren woonden in het huidige Oekraïne, Zuid-Rusland en Kazachstan. Nadat Svjatoslav I het Chazaarse koninkrijk veroverde in 969. Vele Chazaarse Joden vluchtten naar de Krim, de Kaukasus en het Russische grootvorstendom Kiev. In de elfde en twaalfde eeuw hadden de Joden een aparte wijk bezet in Kiev, bekend als de Joodse stad.
Hoewel in het noordwesten van Rusland weinig Joden woonden, waren ze des te meer aanwezig in de aangrenzende landen. Aan het einde van de middeleeuwen vonden er veel anti-Joodse pogroms plaats in West-Europa, waardoor een groot deel van de Joodse bevolking richting Rusland trok.
De vele Joden die verdreven werden uit Engeland, Frankrijk, Spanje en andere West-Europese landen en zelfs vervolgd werden in Duitsland in de veertiende eeuw, namen het voorstel van de Poolse koning Casimir III aan om zich te vestigen in door Polen gecontroleerde gebieden in Oost-Europa. De meeste Joden hielden zich in deze tijd bezig met het innen van belastingen, bankieren of handel.
Nadat ze zich in Polen, (later Pools-Litouwse Gemenebest) en Hongarije gevestigd hadden breidde de bevolking uit naar de dunbevolkte gebieden van Litouwen en Oekraïne, die in de toekomst onderdeel zouden worden van het steeds uitbreidende Russische Rijk. In 1495 verbande Alexander van Polen de Joden uit het Grootvorstendom Litouwen, maar draaide deze beslissing terug in 1503.
In de sjtetls, die bijna volledig door Joden bevolkt werden, of in de middelgrote steden met een aanzienlijk Joodse bevolking, leefden de Joden traditioneel volgens de regels van de halacha en werden beperkt in hun rechten en hingen af van de plaatselijke heersers.
Tsaristisch Rusland Er zijn bewijzen van de aanwezigheid van Joden in Moskovië uit kronieken van 1471. De redelijk kleine Joodse bevolking was vrij van vervolging, hoewel er wetten tegen hen waren tijdens deze periode werden deze niet altijd strikt toegepast.
In de jaren 1480 werd het vorstendom Moskou het religieuze equivalent van het kalifaat en het Heilige Roomse Rijk. Men geloofde dat de Tsaar de orthodoxe staat regeerde, gebaseerd op de theorie van het Derde Rome, omringd door moslim en Rooms-katholieke staten. Volgens hun overtuiging waren er drie Romes. Het oude Rome en Constantinopel waren reeds gevallen, waardoor de hoop van de wereld op Moskou rustte. Deze religieuze overtuiging zorgde voor maatregelen tegen de vijanden van het geloof, waaronder de Joden.
De behandeling van de Joden verergerde tijdens de regeerperiode van Ivan de Verschrikkelijke (1533-84). Bijvoorbeeld nadat de stad Polatsk veroverd werd in februari 1563 werden volgens de legende 300 Joden, die weigerden zich te bekeren tot het christendom, verdronken in de Dvina.
Joden waren niet welkom in het gebied van Moskovië. Vanaf 1721 was de officiële doctrine van het Keizerrijk Rusland openlijk antisemitisch. Zelfs in plaatsen waar Joden toch werden getolereerd werden ze uiteindelijk tot verbannen. Het veroverde Oekraïne was Jodenvrij in 1727. Door dit beleid was Rusland een vrij vijandige omgeving voor het Joodse volk.
Zie ook Chmelnytskyopstand
Vestigingsgebied en pogroms left|thumb|Kaart van het vestigingsgebied De traditionele maatregels om Rusland jodenvrij te houden mislukten toen een groot deel van Polen geannexeerd werd na de Poolse Delingen. Tijdens de tweede (1793) en derde (1795) deling werden grote Joodse gemeenschappen overgenomen door Rusland. De Tsaar voorzag voor hen het Joodse vestigingsgebied, dat Polen en de Krim omvatte, waar de Joden zich mochten vestigen. Ze hadden een speciale toestemming nodig als ze naar het eigenlijke Rusland wilden verhuizen.
Tijdens de Decembristenopstand van 1825 werd het autocratische gezag van de Tsaar in vraag gesteld door de rebellen. Men dacht dat vele radicalen van Joodse afkomst waren en hierdoor probeerde men het religieuze en nationalistische fanatisme opnieuw populair te maken zodat men zich tegen de Joden zou verzetten.
Tsaar Alexander II, bekend om het afschaffen van de lijfeigenschap in 1861, was ook bekend om het onderdrukken van etnische minderheden. Onder zijn heerschappij mochten Joden geen land bezitten en waren ze ook beperkt tot waar ze wel of niet konden reizen. Hij keurde wel het beleid van de Poolse politicus Aleksander Wielopolski goed in het Congres-Polen waarin Joden gelijke rechten kregen als andere burgers. Onder het bewind van Alexander III werd het antisemitisme nog aangewakkerd.
In 1881 kwam er een golf van anti-joodse pogroms in het zuidwesten van Rusland, nadat de Joden valselijk beschuldigd werden voor de moord op Alexander II. Er werden pogroms gehouden in 166 Russische steden. Duizenden Joodse huizen werden vernietigd en vele families werden straatarm gemaakt. Vele mannen, vrouwen en kinderen raakten gewond of werden vermoord. Alexander III voerde op 15 mei 1882 de tijdelijke meiwetten in tegen de Joden. Deze tijdelijk wetten bleven echter zo'n 30 jaar in werking.
Konstantin Pobedonostsev, de opperprocureur van de Heiligste Regerende Synode en de vriend, mentor en adviseur van de Tsaar zei dat één derde van de Russische Joden zou emigreren, één derde zich zou bekeren en één derde zou omkomen van de honger.
thumb|left|Slachtoffers van een pogrom in Jekaterinoslav Het systematisch beleid van discriminatie verdreef de Joden van de plattelandsgebieden en steden met minder dan 10.000 inwoners, zelfs in het vestigingsgebied. In 1887 werd het quota van het aantal Joden dat een middelbare en hogere opleiding mocht volgen verlaagd naar 10% in het vestigingsgebied, 5% daar buiten en in Moskou en Sint-Petersburg zelfs maar 3%. Door strikte beperkingen konden vele beroepen niet door Joden uitgeoefend worden. In 1886 werden alle Joden uit Kiev verbannen. In 1891 volgde Moskou, enkel een aantal bruikbare Joden werden toegestaan en de pas geopende synagoge werd gesloten door de broer van de Tsaar. De beperkingen inzake opleiding, die traditioneel hoog in het vaandel stonden bij Joden, zorgden voor toenemende emigratie.
Na nieuwe maatregelen in 1892 mochten Joden niet meer deelnemen aan plaatselijke verkiezingen, ondanks hun grote aanwezigheid in vele steden van het vestigingsgebied. De Joden konden niet kiezen of verkozen worden voor de Doema's. Hierdoor had men omgekeerde Evenredige vertegenwoordiging: de meerderheid van de belastingbetaler werd onderworpen aan de minderheid die de macht in handen had en niet de belangen van de Joden verdedigde.
Massa-emigratie + Joodse emigratie uit Rusland, 1880-1928Jewish Emigration from Russia: 1880 - 1928 (Beyond the Pale) Bestemming Aantal Australië 5.000 Canada 70.000 Europa 240.000 Palestina 45.000 USA 1.749.000 Zuid-Afrika 45.000 Zuid-Amerika 111.000
Via een speciale aanvraag konden de Russische Joden verhuizen naar hun families in Israël. Tijdens de Koude Oorlog was dit echter onmogelijk wegens strikte wetgeving dat Russische burgers niet naar het buitenland mochten reizen. De Russische autoriteiten maakten een aanvraag tot emigratie bijzonder moeilijk. Om in aanmerking te komen voor de aanvraag moest men zijn baan opzeggen. Dit was zo omdat men niet wou dat ze een werknemer hielpen die niet loyaal was aan het regime. Nadat men zijn baan verloren had moesten ze in onzekerheid wachten of hun aanvraag goedgekeurd was en inmiddels waren ze hun bron van inkomsten kwijt.
Hoewel de vervolgingen bijgedragen hebben tot de massa-emigratie zijn er ook andere factoren die daartoe bijgedragen hebben. Uit recentere studies blijkt dat de emigratie ook gestimuleerd werd door de negatieve economie van Rusland en de hoge werkgelegenheidsratio in de Verenigde Staten. Ongeveer 2 miljoen Joden vluchtten uit Rusland tussen 1880 en 1920. De meerderheid verkoos de Verenigde Staten, een klein aantal naar Palestina, toen nog een deel van het Ottomaanse Rijk. Dit staat bekend als de eerste alija.
Tussen 1903 en 1906 vond er een grote golf van pogroms plaats waarbij zo'n 1000 Joden omkwamen en tussen de 7000 en 8000 Joden gewond werden. Men denkt dat een aantal pogroms georganiseerd werden door de ochrana, de geheime politie van de Tsaar.
Na de Russische Revolutie van 1917 en de daaropvolgende burgeroorlog volgden nog meer pogroms. Er werden zo'n 70.000 tot 250.000 Joden vermoord. Er waren nu zo'n 300.000 Joodse weeskinderen.
Joden en Bolsjewisme
thumb|Propagandaposter van het Witte leger waarop Lev Trotski, de stichter van het Rode Leger, afgebeeld staat. In de titel staat: "Vrede en vrijheid in Sovdepia" Een aantal partijleden van de bolsjewieken waren etnische Joden, vooral in het bestuur van de partij. Het percentage van Joodse partijleden bij de mensjewieken was zelfs nog hoger. Het omverwerpen van het Tsaristische regime was aantrekkelijk voor vele leden van de Joodse intelligentsia vanwege de onderdrukking van niet-Russische naties en niet-orthodoxe christenen in het Russische Rijk. Om dezelfde reden waren vele niet-Russen, voornamelijk Letten en Polen ook vertegenwoordigd in het partijbestuur. Dit feit werd door de ochrana misbruikt. Ze gebruikten antisemitisme en xenofobie als wapen tegen de Russische revolutionaire beweging en kondigden de Protocollen van de wijzen van Sion af om de revolutionaire ideeën te bestempelen als een complot tegen de christenen.
Omdat sommige leidinggevende figuren bij de bolsjewieken etnische Joden waren, en het bolsjewisme een beleid van internationale proletarische revolutie steunt, vooral in het geval van Lev Trotski, tekenden vele vijanden van het bolsjewisme alsook antisemieten een afbeelding van het communisme. De Joden werden ervan beschuldigd dat ze het bolsjewisme gebruikten voor eigen profijt.
Kort nadat de Bolsjewieken de macht overgenomen hadden werd de Jevsektsia opgericht, de Joodse sectie van de Communistische partij, om de rivaliserende Bund en zionistische partijen te bestrijden, het jodendom te onderdrukken en de traditionele Joodse cultuur te vervangen door proletarische cultuur.
De meeste leden van de Oude Bolsjewieken, zowel Joden als christenen werden onderdrukt tijdens de Grote Zuivering van Jozef Stalin in de jaren dertig.
Na de Oktoberrevolutie Onder Lenin (1917-1924) In maart 1919 nam Lenin een toespraak op grammofoonplaat op over Anti-Joodse Pogroms. Lenin probeerde het fenomeen van antisemitisme uit te leggen in marxistische termen. Volgens hem was het antisemitisme een poging om de haat van de arbeiders en boeren naar hun uitbuiters om te leiden naar de Joden. Hij legde een verband tussen antisemitisme en klassenstrijd, en zei dat antisemitisme enkel een politieke techniek van de Tsaar was: religieus fanatisme gebruikte de tsaar, aldus Lenin, om zijn regime populair te maken. De Sovjet-Unie behield ook deze marxistisch-leninistische interpretatie onder Stalin. Dit voorkwam echter niet de onderdrukking van de Joodse intellectuelen van 1948 tot 1953.