thumb|250px|Kopschubben van de karetschildpad: (achter de voorzijde) (aan de voorzijde) (boven het oog) (voor de bovenzijde) (voor het oog) (achter het oog) thumb|250px|De hoornschilden van het rugschild: , , ,

De karetschildpad (Eretmochelys imbricata), ook wel echte karetschildpad genoemd, is een schildpad uit de familie van de zeeschildpadden (Cheloniidae).

De karetschildpad heeft een gemiddelde schildlengte van ongeveer 90 centimeter. Hiermee is de schildpad een middelgrote soort in vergelijking met andere zeeschildpadden. De karetschildpad is te herkennen aan de overlappende hoornschilden op het rugschild, de tand-achtige uitsteeksels aan de achterzijde van het schild en de duidelijk gehaakte, papegaaiachtige bek. De schildpad komt rond de evenaar wereldwijd voor en is een typische bewoner van rotskusten en ondiepe wateren. De volwassen vrouwtjes komen alleen aan land om eieren af te zetten. Op het menu staan voornamelijk sponsdieren, maar ook andere zeedieren en zeeplanten worden gegeten.

De karetschildpad is het enige in zee levende reptiel dat grotendeels van sponsdieren leeft. Een legsel bestaat uit meer dan honderd eieren waarvan een deel overleeft en uitgroeit tot een volwassen schildpad. Slechts weinig juvenielen krijgen de kans om een volwassen schildpad te worden, door natuurlijk verval zoals parasieten, voedseltekorten en predatie en menselijke activiteiten zoals het vernietigen van neststranden en het rapen van de eieren. De karetschildpad is een zeldzame diersoort die steeds afhankelijker wordt van bescherming. De status van deze schildpad op de Rode Lijst van de IUCN is daarom kritiek (CR of critical). Dit betekent dat de schildpad met uitsterving bedreigd is.

Uiterlijke kenmerken Het rugschild of carapax bereikt een lengte van gemiddeld 90 centimeter bij de eierleggende vrouwtjes. De meeste exemplaren blijven kleiner tot ongeveer 50 à 70 centimeter en zeldzame uitschieters kunnen een maximale schildlengte van 114 centimeter bereiken. Het gewicht van grote exemplaren bedraagt gemiddeld ongeveer 70 kilogram. Heel grote exemplaren kunnen echter zwaarder worden en het record staat op een gewicht van 127 kilogram.

De karetschildpad heeft enkele voor zeeschildpadden karakteristieke kenmerken; een breed en relatief plat schild, tot sterke flippers omgevormde voor- en achterpoten en een duidelijk snavel-achtige bek. Met name dit laatste kenmerk valt bij de karetschildpad op. De Engelse naam van de schildpad is hawksbill turtle, wat haviksbekschildpad betekent en verwijst naar de sterk omlaag gekromde bovenzijde van de bek, ook wel tomium genoemd. Biologen vermoeden dat de enigszins sikkelvormige bek wordt gebruikt om prooidieren uit rotsspleten te peuteren.Institute of Biodiversity and Environmental Conservation, Universiti Malaysia Sarawak - Hawksbill Sea Turtle (Eretmochelys imbricata) - Website

De karetschildpad is meestal eenvoudig van alle andere soorten in zee levende schildpadden te onderscheiden door de duidelijk dakpansgewijze hoornschilden van het rugschild die elkaar duidelijk overlappen. Vooral bij heel jonge exemplaren is dit goed te zien, maar bij heel oude exemplaren zijn de overlappende hoornschilden moeilijker te zien. Dit komt doordat de schilden langzaam van elkaar af gaan staan naarmate de schildpad ouder wordt. Uiteindelijk komen ze naast elkaar te liggen, net als de hoornschilden van alle andere zeeschildpadden. De hoornschilden aan de achterzijde van het schild hebben een puntig uitsteeksel waardoor de achterzijde doet denken aan een zaagblad.Het rugschild heeft vijf centrale hoornschilden op het midden (ventraal) waarvan de achterste vier een lichte kiel dragen die vervaagt naarmate de schildpad ouder wordt. Aan de voorzijde van de ventrale schilden is het ongepaarde preventrale schild aanwezig. Aan weerszijden hiervan zijn slechts 4 rijen schilden aanwezig, de laterale of costale schilden. Veel andere zeeschildpadden hebben er vijf of meer, behalve de platrugzeeschildpad die er eveneens vier heeft. Aan de rand van het schild ten slotte zijn 11 rijen marginalen aanwezig die aan de achterzijde verbonden worden door de gepaarde postventrale schilden.

Het rugschild is aan weerszijden verbonden met het buikschild door de benen verbinding tussen de voor- en achterpoten. Deze zogenaamde brug loopt over de breedte van de vier inframarginale schilden van het buikschild. Deze zijn gelegen tussen de schilden aan de rand (de marginale schilden) en de twee rijen buikschilden op het midden. Bij de karetschildpad hebben de inframarginalen geen poriën en hieraan is de soort te onderscheiden van onder andere de twee Lepidochelys - soorten die gemakkelijk te verwarren zijn.

De kleur van het rugschild is donker groenachtig bruin, met een enigszins straalsgewijs en duidelijk gevlamd patroon van donkere tot rode en gele tot zwarte vlekken. Het rugschild van juveniele dieren is enigszins hartvormig, maar bij oudere dieren trekt dit bij, ze krijgen een meer ovaal en langwerpig schild waarbij de randen meer parallel gaan lopen. Het buikschild is evenals de keel en onderzijde van de kop geel van kleur en ongevlekt, alleen bij de juvenielen komen soms donkere vlekken voor op de buik.

De bovenzijde van de nek is donkergrijs van kleur en op de kop, poten en staart zijn donkere tot zwarte schubben aanwezig. Deze zijn duidelijk te onderscheiden door de lichtere tot gele huid tussen de schubben waardoor een nettekening ontstaat. Aan de voorzijde van de kop zijn tussen de ogen twee paar prefrontale schubben aanwezig en een frontale schub op het midden van de kop met aan weerszijden een supraoculaire schub, gelegen boven het oog. Achter het oog zijn drie tot vier postorbitale schubben aanwezig. Aan de schubben op de kop is de karetschildpad gemakkelijk van enkele andere soorten zeeschildpadden te onderscheiden. De soepschildpad en de platrugzeeschildpad hebben slechts één paar prefrontale schubben in plaats van twee. De onechte karetschildpad heeft tussen de twee paar prefrontale schubben een schub in het midden, die de interprefrontale schub wordt genoemd.

De voorpoten zijn aanmerkelijk groter en langer dan de achterpoten. De voorpoten worden gebruikt voor de voortstuwing, de achterpoten dienen om te sturen. Aan de voorpoten zijn nog resten te zien van de klauwen; twee hoornachtige uitsteeksels verraden de landbewonende levenswijze van hun voorouders. Het duidelijkst zichtbaar is het kegelvormig uitsteeksel op twee derde van de voorpoot gezien vanaf het lichaam, het andere is bij het uiteinde gepositioneerd.

De mannetjes zijn van de vrouwtjes te onderscheiden doordat ze iets kleiner blijven maar een dikkere en langere staart hebben. Mannetjes hebben daarnaast langere en grotere voorpoten die sterker gekromd zijn in vergelijking met die van de vrouwtjes. Ze hebben ook een meer heldere tekening op het schild en het buikschild van mannetjes is enigszins hol wat bij schildpadden dient om beter op een vrouwtje te klimmen tijdens de paring.

Onderscheid met andere soorten De karetschildpad is gemakkelijk te verwarren met verschillende andere soorten, zie ook zeeschildpadden. De belangrijkste onderscheidende kenmerken met de zes andere in zee levende schildpadden zijn: Lederschildpad (Dermochelys coriacea): wordt veel groter en mist hoornschilden op de rugzijde. Het schild heeft zeven kielen waarvan er vijf duidelijk zichtbaar zijn. Niet te verwarren. Onechte karetschildpad (Caretta caretta): mist de sterk uitstekende snuitpunt, heeft geen overlappende rugschilden en zes costale schilden op de rug, de karetschildpad heeft er vijf. Heeft één paar schubben tussen de ogen, de karetschildpad heeft twee paar. Soepschildpad (Chelonia mydas): Wordt groter tot 1,5 meter, overlappende rugschilden ontbreken. Afgeronde bek met gezaagde rand. Heeft één paar schubben tussen de ogen, de karetschildpad heeft twee paar. Kemps schildpad (Lepidochelys kempii): blijft met maximaal 70 centimeter kleiner, afgeronde bek, geen overlappende schubben Warana (Lepidochelys olivacea): blijft met maximaal 70 centimeter kleiner, afgeronde bek, geen overlappende schubben Platrugzeeschildpad (Natator depressus): heeft een zeer plat rugschild zonder overlappende schilden.

Verspreiding en habitat thumb|400px|Met de gekleurde stippen zijn de nestplaatsen aangegeven,; geel staat voor een bekende nestplaats en rood voor een belangrijke nestplaats.

De karetschildpad komt voor in de Atlantische, Grote en Indische Oceaan en in de Middellandse Zee, de Rode Zee en de Zwarte Zee. De mondiale verspreiding ligt grofweg tussen 30 graden noorderbreedte en 30 graden zuiderbreedte maar wijkt soms sterk af. Het exacte verspreidingsgebied is niet precies bekend, de verspreidingskaart hiernaast toont een mogelijke verspreiding van de karetschildpad in het blauw, maar er zijn meerdere modellen. De kaart is daarom niet helemaal nauwkeurig en waarschijnlijk klopt het getoonde voorkomen in de Jamesbaai niet.Seaworld - Sea Turtles - Website Over het algemeen wordt aangenomen dat de schildpad wereldwijd voorkomt, vooral in tropische zeeën en grofweg ontbreekt in noordelijk Noord-Amerika, zuidelijk Zuid-Amerika, noordelijk Europa en noordelijk Azië.

De schildpad bezoekt de kusten van de volgende landen en eilanden: Amerikaanse Maagdeneilanden, Anguilla, Antigua en Barbuda, Andamanen en Nicobaren (India), Aruba, Australië, Bahama's, Bangladesh, Barbados, Belize, Brazilië, Britse Maagdeneilanden, Cambodja, China, Comoren, Cookeilanden, Costa Rica, Cuba, Djibouti, Dominica, Dominicaanse Republiek, Ecuador, Egypte, El Salvador, Equatoriaal-Guinea, Eritrea, Fiji, Filipijnen, Frans-Guyana, Frans-Polynesië, Gabon, Ghana, Grenada, Guadeloupe, Guam, Guinee, Guinee-Bissau, Guyana, Haïti, Honduras, India, Indonesië, Iran, Ivoorkust, Jamaica, Japan, Jemen, Kenia, Kiribati, Koeweit, Galapagoseilanden (Ecuador), Groot-Brittannië, Guatemala, Honduras, Kameroen, Kaapverdië, Madagaskar, Maleisië, Maldiven, Marianen, Marshalleilanden, Martinique, Mauritanië, Mayotte, Mexico, Micronesië, Montserrat, Mozambique, Myanmar, Nederlandse Antillen, Nieuw-Caledonië, Nicaragua, Nigeria, Oman, Pakistan, Palau, Panama, Papoea-Nieuw-Guinea, Peru, Puerto Rico, Qatar, Réunion, Salomonseilanden, Samoa, Sao Tomé en Principe, Saoedi-Arabië, Senegal, Seychellen, Sierra Leone, Soedan, Somalië, Sri Lanka, Suriname, Taiwan, Tanzania, Thailand, Tokelau, Tonga, Trinidad en Tobago, Turks- en Caicoseilanden, Tuvalu, Vanuatu, Venezuela, Verenigde Arabische Emiraten, Verenigde Staten en Vietnam.

De karetschildpad kent twee ondersoorten; de Atlantische karetschildpad (Eretmochelys imbricata imbricata), die voorkomt in de Atlantische Oceaan en de Pacifische karetschildpad (Eretmochelys imbricata bissa) die voorkomt in de Indische en Grote Oceaan.

Habitat De karetschildpad vermijdt eenmaal volwassen de open zee en leeft vooral langs de kusten van tropische gebieden met een harde ondergrond. Dit heeft te maken met het voedsel, dat voornamelijk bestaat uit sponsdieren en daarnaast andere dieren en planten die alleen te vinden zijn in koraalriffen. De typische foerageergebieden van de volwassen exemplaren zijn rijk aan bruinwieren. Naast koraalriffen zijn ook andere kuststreken met een rotsige bodem geschikt, evenals lagunen van oceanische eilanden en smalle doorgangen. Ook in de ondiepe delen van de zee rond de continentale plat en mangroven en estuaria met een modderbodem en die weinig tot geen vegetatie bevatten wordt de schildpad gevonden. De karetschildpad houdt zich vrijwel altijd op in ondiepe wateren die niet dieper zijn dan 20 meter en wordt slechts zelden op open zee aangetroffen.