Jan Antonisz. van Ravesteyn (Den Haag (?), ca. 1572 – aldaar, begraven 21 juni 1657) was een Nederlands portretschilder en tekenaar.

Hij was een leerling en navolger van de uit Delft afkomstige portrettist Michiel Jansz. van Mierevelt. Van Ravesteyn werd in die stad in 1597 ook een aantal keer vermeld. Van 1598 tot aan zijn dood woonde hij in Den Haag. Het is moeilijk om vast te stellen welke werken aan zijn oeuvre kunnen worden toegeschreven, omdat ook zijn broer Anthonie en andere naamgenoten in dezelfde periode actief waren als schilder. Veel bekende personen hebben voor hem geposeerd, terwijl hij ook enkele schutters- en magistraatstukken maakte. In zijn atelier kwamen tal van portretten van leden van de verschillende takken van het Huis Nassau tot stand.

Van Ravesteyn was leraar van Dirck Abrahamsz., Leendert Barthouts, Johannes Harmensz. Borsman, Aelbert Dircksz. Coeppier, Pieter Craen, Jacob Dirksz. van den Enden, Fransise de Goltz, Adriaen Hanneman, Barent Jansz., Thomas Ouwater, Clement Ram, Jan Rassenbourch, Bartholomäus Sarburgh, Frederick Sonnius, Hendrick Sonnius, Dirck Verlaer, Jan Pous Voet en Pauwels Willemsz.

Pieter Nason en Laurens van der Plas waren zijn navolgers. Isaac Mijtens werd door zijn werk beïnvloed.

Biografie Van Ravesteyn behoorde tot een grote familie, waaruit meerdere schilders voortkwamen. Zijn vader Anthonis was glasschilder. In 1595 werd Van Ravesteyn lid van het Haagse Sint-Lucasgilde en ook is bekend dat hij lid was van de Haagse Schutterij.. Hij trouwde in 1604 met Anna Arents van Berendrecht. In datzelfde jaar werd hij vermeld door Karel van Mander in diens boek Schilder-boeck: "Ik behoefde ook niet te verzwygen in den Hage een zeer goet Schilder en Conterfyter, Ravestein geheten, die een schoone en goede handeling heeft." In 1608 kocht hij van Maerten Rosa, griffier van de Hoge Raad van Holland, een huis op de hoek van de Papenstraat en de Oude Molstraat in Den Haag, om in 1628 te verhuizen naar een ander huis in laatstgenoemde straat.

Van Ravesteyn was rooms-katholiek, en zijn naam werd meerdere malen vermeld als getuige bij plechtigheden in de katholieke schuilkerk in de Oude Molstraat, onder meer in 1641 bij het huwelijk van zijn dochter Agnes met Willem van Culenborgh. In 1654 betrok Van Ravesteyn in de Nobelstraat een huis naast dat van zijn dochter. Van Ravesteyn trad in 1656 met meerdere kunstbroeders uit het Sint-Lucasgilde, waarna hij, een jaar voor zijn overlijden, medeoprichter werd van Confrerie Pictura. Toen Antoon van Dyck in Nederland was, schilderde hij een portret van Jan van Ravesteyn, waaruit op te maken valt dat hij in zijn eigen tijd reeds een beroemdheid was. Een zelfportret van Van Ravesteyn komt tevens voor op het schutters- annex magistraatstuk De magistraat van Den Haag ontvangt de officieren van de schutterij op de Sint Sebastiaansdoelen uit 1618. Hij staat er afgebeeld aan de linkerzijde van het schilderij, op de achterste rij, als vijfde van links.De ontvangst van de officieren van de schutterij op de Sint-Sebastiaansdoelen door de Haagse magistraat in 1618. Haags Historisch Museum Dit schilderij maakt deel uit van de collectie van het Haags Historisch Museum.

Van Ravesteyn had meerdere kinderen en was de schoonvader van de schilder Adriaen Hanneman, die in 1640 trouwde met zijn dochter Maria. In datzelfde jaar overleed zijn vrouw en werd zij in de Haagse Kloosterkerk begraven. Een neef, Arnold van Ravesteyn, trad in zijn voetsporen, werd schilder en zou hem volgen als lid en deken van Confrerie Pictura. Jan van Ravesteyn werd na zijn dood in 1657 begraven in de Grote of Sint-Jacobskerk.

Galerie van werken van Jan van Ravesteyn

Categorie:Nederlands kunstschilder Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw