thumb|Alexander Moisi ca 1918 Alexander Moisi (ook Moisiu) (Triëst, 2 april 1879 - Wenen, 22 maart 1935) was een Albanees-Oostenrijks acteur en werd in het interbellum vereerd als een van de grootste Duitstalige acteurs. Zijn jeugd bracht hij voor een deel door in Triëst en in Albanië.

In 1898 werd Moisi door Josef Kainz ontdekt en door hem aan het Weense Burgtheater geëngageerd. Vanaf 1901 speelde hij aan het Neue Deutsche Theater in Praag, en sinds 1904 bij Max Reinhardt in Berlijn. In 1920-1921 en 1926-1931 speelde Moisi de hoofdrol in Hugo von Hofmannsthals Jedermann bij de Salzburger Festspiele.

Moisi had een voorkeur voor "gespleten persoonlijkheden". Hij speelde met name dergelijke rollen uit Shakespeare, Büchner, Tolstoj en Ibsen. Moisi had vooral succes in Frankrijk, Rusland, Oostenrijk en Italië. In 1934 vroeg hij het Albanese staatsburgerschap aan, mogelijk omdat hij zijn toekomst in Duitsland bedreigd zag door de opkomst van het nationaalsocialisme aldaar.

In Albanië wordt Moisi als de belangrijkste acteur van het land vereerd. Het theater en de universiteit van Durrës en de acteerschool in de hoofdstad Tirana dragen zijn naam. De in Moisi's geboortestad gevestigde Alexander-Moisi-stichting houdt zich met zijn nalatenschap bezig.

Films Das Schwarze Los, 1913 Die Augen des Ole Brandis, 1913 Kulissenzauber, 1915 Sein einziger Sohn, 1915 Piqué Dame, 1918, met Johanna Terwin Der Ring der drei Wünsche, 1918 Erborgtes Glück, 1919, met Käthe Dorsch Der Junge Goethe, 1919, met Käthe Dorsch Zwischen Tod und Leben, 1919, met Maria Zelenka Figaros Hochzeit, 1920, Figaro, met Hella Moja, Eduard von Winterstein, Vera Schwarz en Gertrude Welcker Die Nacht der Königin Isabeau, 1920, met Fritz Kortner Kean, 1921, Kean, met Camilla Horn Die Königsloge, 1929, Edmund Kean, met Camilla Horn Lorenzo de Medici, 1935

Categorie:Oostenrijks acteur