De vrijheid van vereniging is een grondrecht voor groepen mensen, die op diverse plaatsen geformuleerd is. Dit grondrecht wordt soms gebruikt in combinatie met de vrijheid van vergadering.

Achtergrond Tegen de achtergrond van dit artikel ligt de moderniteit van liberale denkers aan het eind 19e eeuw.

Door de opkomst van de nieuwe, grote en belangrijke klasse in de vorm van de industrie-arbeiders, kwam er een groter besef van de essentie van vrijheid, wat tot uiting kwam in de vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en zo ook vrijheid van vereniging. In deze tijd ging het hier over het principe dat de arbeiders en andere burgers zich kunnen verenigen in een groepering (vakbonden, politieke partijen) die de belangen van deze groep mensen behartigden. Vrijheid van vereniging is een logisch kenmerk van een liberale visie omdat ze staat voor het ultieme middel om (politieke) druk uit te oefenen op bestuur en maatschappij. Zonder dit recht had men nog niet kunnen participeren in het bestuur van een land of bedrijf. Daarom werd dit recht mede essentieel voor vorming van een democratische, liberale staat.

Wetsteksten Nederlandse grondwet De omschrijving in de Nederlandse Grondwet luidt als volgt:

Belgische grondwet De omschrijving in de Belgische Grondwet luidt als volgt:

Universele verklaring van de rechten van de mens In de Universele verklaring van de rechten van de mens is het als volgt opgenomen:

Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens In artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is het als volgt opgenomen:

Belgische wet op de vrijheid van vereniging De Wet van 21 mei 1921 tot waarborging der vrijheid van vereniging bepaalt:

De vrije uittreding wordt geregeld in artikel 2 en de artikelen 3 en 4 bevatten strafbepalingen tegen wie ongeoorloofde druk uitoefent om al dan niet deel uit te maken van een vereniging.

Zie ook Arrest Vereniging gedetineerden De Schans

Categorie:Mensenrechten Categorie:Politicologie