thumb|upright=1.2|Een lezing van Voltaire in een Franse salon, 1755. In dergelijke salons, waarin ook voor vrouwen een rol was weggelegd, kwamen wetenschappers, letterkundigen en aristocraten bijeen. De Verlichting of Eeuw van de Rede was een cultureel-filosofische en intellectuele stroming in Europa, die ruwweg samenviel met de 18e eeuw. Er vormde zich een culturele beweging van intellectuelen, die zich ten doel stelde het gebruik van de rede en het filosoferen te bevorderen. De rede gaat slechts af op feiten, hoe verborgen die ook zijn.Introductie bij een oosterse speurdersnovelle van de hand van Voltaire De hond en het paard. (1980) De Verlichting stond voor de bevordering van de wetenschap en van intellectuele uitwisseling. De propagandisten ervan bestreden het bijgeloof, obscurantisme, misbruik van recht in kerk en staat, intolerantie en kwamen op voor zekere grondrechten.
Kenmerkend voor de Verlichting was een toegenomen vertrouwen in de wetenschap en de logica, ten koste van de religie en de tradities, waarvan de maatschappelijke betekenis afnam. De grotere rol van de rede – het verstand vervangt de religieuze dogma's, en de eeuwenlange gehoorzaamheid aan de door de geestelijkheid opgelegde normen – kwam tot uitdrukking in de titel van het boek The Age of Reason. Deze boektitel werd het Engelstalige synoniem voor 'de Verlichting'. De Verlichting wordt algemeen beschouwd als een reactie op het dogmatische autoriteitsgeloof, dat het ancien régime kenmerkte.
Achtergrond thumb|Antoine Laurent Lavoisier en Marie-Anne Pierrette Paulze door Jacques-Louis David 1788. Metropolitan Museum of Art, New York thumb|De filosoof geeft uitleg bij een model van het zonnestelsel door Joseph Wright of Derby De Verlichting als stromingIn deze specifieke betekenis is de schrijfwijze met kleine letter; zie ook Hoofdletter in de Nederlandse spelling#Cultuur en overtuiging wordt gezien als een van de pijlers onder de westerse beschaving en zette grote wijzigingen in gang in het denken over religie, filosofie, kunst, wetenschap en politiek.Encyclopaedia Britannica, Enlightenment Tijdens de Verlichting zag men haar nog niet als een stroming of een afgebakend tijdperk, maar als een maatschappelijk proces waarvan de ontwikkeling kon worden nagestreefd en die nog voortduurt. De Verlichting gaf aanleiding tot modernisering van de samenleving door middel van individualisering, emancipatie, feminisme, secularisering en globalisering. Het gelijkheidsbeginsel, de mensenrechten en de burgerrechten vinden er hun wortels, net zoals het 'vrijdenken', het klassiek liberalisme, het socialisme, het anarchisme.
De Verlichting kent een kritische en een constructieve zijde. De kritische of radicale verlichters nemen het - geïnstitutionaliseerde - geloof en de onredelijkheid op de korrel. Zij komen op voor een scheiding van kerk en staat gebaseerd op rechtvaardigheid en democratie. De constructieve of gematigde verlichters, zoals Joseph Priestley, zoeken manieren om kennis (wetenschap) en religie met elkaar te verbinden.
In de eerste helft van de achttiende eeuw hielden de filosofen van de Verlichting zich bezig met het populariseren van de wetenschap, het zoeken naar kennis, waarheid, geluk en volmaaktheid.Vries, M. de (2001) Beschaven! Letterkundige genootschappen in Nederland 1750-1800, p. 158. In de tweede helft van de achttiende eeuw werden de grondslagen gelegd voor economie, sociologie, pedagogie, antropologie en land- en volkenkunde. Tijdens de Verlichting hadden geleerden en amateurs grote belangstelling voor de natuur. Het ging hen om het ontdekken van de wetmatigheden. In de zeventiende eeuw en nog lang daarna werd het begrip 'filosofie' gewoonlijk gebruikt voor wat nu natuurwetenschap wordt genoemd.Clark, G. (1959) De zeventiende eeuw, p. 227. De filosofen uit de renaissance hadden voornamelijk aandacht besteed aan God en de mens en de natuur was daarbij verwaarloosd.Clark, G. (1959) De zeventiende eeuw, p. 229.
Grondleggers: Descartes en Spinoza René Descartes legde met de uitspraak Cogito ergo sum de grondtoon van de verlichting. Alleen door het gebruik van de rede en het gezonde verstand komt men tot waarheid.Kennismaking met vreemd gedachtegoed was daarbij niet echt nodig en zijn volgelingen, de cartesianen, hadden weinig belangstelling voor vreemde culturen. In: Leibniz. Over de Natuurlijke Theologie van de Chinezen, p. 42. Vertaald en ingeleid door Karel L. van der Leeuw (2006).
Baruch Spinoza, die voortbouwde op het denkwerk van Descartes, accepteerde als een van de eersten geen andere verklaring dan die gebaseerd op de rede. Spinoza kreeg navolgers in Duitsland, zoals Gottfried Wilhelm Leibniz en Ehrenfried Walther von Tschirnhaus. Zijn boeken werden al snel vertaald in het Frans, maar zijn filosofie bleef een heikel punt: ze zou leiden tot atheïsme en fatalisme en is in bijna alle landen van Europa fel bestreden. In Engeland werd Spinoza volledig genegeerd. Daar ontwikkelde zich het empirisme met het idee dat niet de rede, maar waarneming ten grondslag lag aan nieuwe kennis. In Frankrijk ontwikkelde zich met Diderot, Holbach en Melchior Grimm een radicale richting. Deze zette zich af tegen gematigdere verlichtingsdenkers als Rousseau en Voltaire, die een bepaalde mate van religie accepteerden in hun filosofie. Afhankelijk van de staatsvorm en de invloed van de vorst of kerk, was deze vraag de kern van het debat in andere Europese landen, waar ofwel het katholieke, het anglicaanse, het calvinistische, het lutherse of het Russisch-orthodoxe geloof werd beleden. In Duitsland ontstond een nog gematigder richting, zich baserend op de voorzichtige Leibniz en diens navolger Christian Wolff.
Volgens historicus Jonathan Israel spitste de discussie tussen de strijdende partijen zich rond 1740 toe op het belang van en de uitwerking van Spinoza's ideeën. De radicale periode was rond 1750 voorbij, waarna door de filosofen van de Verlichting een brug geslagen werd tussen wetenschap en geloof. "Een christelijke, tolerante of gematigde vorm van Verlichting overheerste."Vries, M. de (2001) Beschaven! Letterkundige genootschappen in Nederland 1750-1800, p. 157. Daarna stond de Verlichting ook voor het ontwikkelen en analyseren van eigen en andermans emotiesVries, M. de (2001) Beschaven! Letterkundige genootschappen in Nederland 1750-1800, p. 314.
Historische afbakening thumb|René Descartes was een uitgesproken rationalist, maar verwierp het geloof niet. Een precieze afbakening van de Verlichting is problematisch, maar ruwweg laat men deze periode duren van 1650 – het jaar dat Descartes overlijdt – tot circa 1800. Het begin van de Verlichting zou volgens Stephen Toulmin kunnen liggen bij de ontdekkingen van Galileo Galilei of de boeken van René Descartes.Stephen Toulmin, Cosmopolis: the hidden agenda of modernity Engelsen zijn geneigd de Verlichting te zien als een gevolg van de publicatie van Newtons Philosophiae Naturalis Principia Mathematica, rond 1687.
Geschiedenis thumb|Fascinatie voor Chinese cultuur. Delftse tegel in het Rijksmuseum
Door de reisboeken en reisverslagen die Europa aan het eind van de zeventiende eeuw overspoelden, begon men te twijfelen aan het blanke en christelijke superioriteitsgevoel, dat het westerse denken kenmerkte. Men kwam tot het inzicht dat andersgelovigen waardevolle culturen hadden, ondanks een moraal die niet christelijk is.
In 1687 publiceerde Philippe Couplet, de leider van een groep jezuïeten, de eerste bekende vertaling van een Chinees literair werk, onder de titel Confucius Sinarum Philosophus.Nicholas Dew, Orientalism in Louis XIV's France. Oxford: Oxford University Press, 2009 (), pp. 205-233. De Chinese tekst handelde over het leven en het denken van de filosoof Confucius en bevatte onder andere een Latijnse vertaling van de Yijing. Gottfried Wilhelm Leibniz kon na het lezen ervan vaststellen dat het binair systeem dat hij uitgevonden had, reeds lang in China bestond.
thumb|Suleiman I
Tussen 1704 en 1708 verscheen in Frankrijk een vertaling van Duizend-en-een-nacht.Antoine Galland had een aantal verhalen toegevoegd die niet in het origineel voorkomen. Het boek werd immens populair, waardoor ook de Europese kijk op de Arabische wereld veranderde. In zijn fictieve reisverslag Perzische brieven (Lettres persanes), dat in 1721 anoniem in Amsterdam verscheen, experimenteerde Montesquieu met cultuurrelativistische ideeën.Het licht der rede. De Verlichting in brieven, essays en verhalen, p. 26. Samengesteld en ingeleid door Cyrille Offermans. Twee kritische Perzen hielden zich zeven jaar lang in Frankrijk op en staken de draak met de Franse hofcultuur. Ze beschreven de financiële chaos, veroorzaakt door John Law. Het boek had een enorm succes. Voltaire schreef vervolgens zijn Lettres anglaises, een lofrede op de Engelse cultuur, dat in 1734 publiekelijk werd verbrand op de binnenplaats van het Parijse paleis van justitie. De markies d'Argens publiceerde in 1738 in Den Haag zijn Lettres juives, een briefroman waarin verschillende Europese regeringsvormen met elkaar werden vergeleken.
Uitwerking thumb|Een experiment met een vogel in een luchtpomp door Joseph Wright of Derby
Rond 1700 was de helft van alle boeken die werden gepubliceerd nog gewijd aan de theologie, die echter steeds meer terrein verloor aan reisboeken.J.H. Plumb (1975) England in the Eighteenth Century, p. 30. Wetenschappers doorbraken met hun empirische kennis, opgedaan door middel van vrij onderzoek, experimenten en waarnemingen, de eeuwenoude hegemonie van de theologie, en vervingen de traditionele kennis en gewoonten. Het idee dat in de natuur wetmatigheden staken die niet met de Bijbel konden worden verklaard, veroorzaakte een wetenschappelijke revolutie.
Isaac Newton toonde aan dat in het heelal te ontdekken wetmatigheden golden. Voor de verlichtingsfilosofen golden die wetten op alle vlakken: van de natuurwetenschappen tot de sociale wetenschappen. Meer wetenschappelijke kennis betekende meer macht, en mogelijkheden om de maatschappij te veranderen. Vooruitgang door wetenschappelijk inzicht in natuur en technologie is tijdens de Verlichting een breed gedragen wens. De boekenproductie explodeerde na 1750. Er kwamen boeken op de markt waarin de verworvenheden werden uitgelegd in een voor iedereen begrijpelijke taal, in het bijzonder voor vrouwen. Het Latijn verloor zijn hegemonie als wetenschappelijke lingua franca, het gebruik van de landstaal nam toe onder de wetenschappers.
De wetenschap en de Encyclopédie thumb|Titelpagina van het eerste deel van de Encyclopédie
Kenmerkend voor de Verlichting is de poging om te komen tot een kritisch en samenvattend overzicht van de stand van het weten, via de uitgave van elkaar opvolgende artikelen, onder de gezamenlijke noemer van de beroemde Encyclopédie. Deze encyclopedie kwam tot stand tussen 1750 en 1776 onder leiding van de Franse encyclopedisten Denis Diderot en Jean Le Rond d'Alembert. Voltaire, Rousseau, Charles Montesquieu, Turgot en Cornelis de Pauw leverden artikelen.