Hugo Rafael Chávez Frías (Sabaneta, 28 juli 1954 – Caracas, 5 maart 2013) was een Venezolaans politicus en militair die van 1999 tot zijn overlijden de president van Venezuela was namens de Socialistische Partij. Voorheen was hij de leider van de Beweging van de Vijfde Republiek. Hij volgde zijn eigen politieke ideologie, het bolivarisme en socialisme van de 21e eeuw en voerde vele socialistische hervormingen in zijn land in, als onderdeel van de bolivariaanse revolutie via een nieuwe grondwet, participatieve democratische raden en de nationalisatie van belangrijke industrieën.

Leraarsgezin Chávez groeide op in een leraarsgezin en werd beroepsmilitair. Uit onvrede over het puntofijismo, het Venezolaanse politiek systeem, dat hij corrupt en ondemocratisch vond, richtte hij begin jaren tachtig de ondergrondse Revolutionaire Bolivariaanse Beweging-200 (MBR-200) op, om het puntofijismosysteem omver te werpen. Nadat de Democratische Actie-regering van president Carlos Andrés Pérez de gewelddadige onderdrukking bevolen had van protesten tegen bezuinigingen, leidde Chávez de MBR-200 die een mislukte staatsgreep tegen de regering op 3 februari 1992 pleegde, waarvoor hij werd opgesloten in de gevangenis. Toen hij na twee jaar vrijkwam, richtte hij een sociaaldemocratische politieke partij op, de Beweging van de Vijfde Republiek en in 1998 werd hij verkozen tot 64ste president van Venezuela. Vervolgens introduceerde hij een nieuwe grondwet waarin minderheidsgroepen meer rechten kregen en hij veranderde de nationale regeringsstructuur. Hij werd in 2000 herkozen. Tijdens zijn tweede presidentiële termijn, introduceerde hij een systeem van bolivariaanse missies, gemeenteraden en door de werknemer beheerde coöperaties, evenals een programma van landhervormingen, terwijl hij ook diverse belangrijke industrieën nationaliseerde. De oppositie, die hem inmiddels verweet een populist te zijn die de democratie aan het uithollen was en in toenemende mate autoritair handelde, probeerde hem uit de macht te zetten, zowel door middel van een mislukte militaire coup in 2002 als door een referendum in 2004. In 2005 verkondigde Chávez openlijk zijn trouw aan het socialisme en werd hij in 2006 opnieuw herkozen, waarop hij in 2007 zijn nieuwe politieke partij, de Verenigde Socialistische Partij van Venezuela, oprichtte. Hoewel Chávez in 2011 al enige jaren aan kanker leed, verklaarde hij opnieuw verkiesbaar te zijn bij de presidentsverkiezingen in 2012.

Anti-imperialist Hij was een zelfverklaard anti-imperialist en luidruchtig tegenstander van het neoliberalisme en het kapitalisme in het algemeen. Chávez was ook een tegenstander van het buitenlands beleid van de Verenigde Staten. Hij had een bondgenootschap met de socialistische regeringen van Fidel en Raúl Castro in Cuba, Evo Morales in Bolivia, Rafael Correa in Ecuador en Daniel Ortega in Nicaragua. Zijn presidentschap werd gezien als een onderdeel van de Draai naar Links in Latijns-Amerika. Hij steunde Latijns-Amerikaanse en Caribische samenwerking en was medeoprichter van de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties, de Bolivariaanse Alliantie voor de Amerika's, de Bank van het Zuiden en het regionale televisienetwerk TeleSUR. Hij werd gezien als een (zeer) controversieel en verdeeldheid zaaiend figuur in zowel binnen- als buitenland. Zijn politieke invloed in Latijns-Amerika bracht Time ertoe hem in de lijst van 's werelds 100 invloedrijkste mensen op te nemen zowel in 2005 als in 2006.

Vroege jaren Kindertijd: 1954–1970 thumb|Sabaneta, Barinas, waar Chávez is geboren en opgegroeid. Chávez werd geboren in de deelstaat Barinas als zoon van een leraarsechtpaar van Indiaanse afkomst. Hij heeft zijn jeugd beschreven als "arm ... erg gelukkig", ondervond "nederigheid, armoede, pijn en had soms ook niets te eten" en "de onrechtvaardigheid van deze wereld".Chávez geciteerd in Jones 2007. p. 23, 25–26.

Volgens de Julián Pino-basisschool waren Chávez' hobby's tekenen, schilderen, honkbal en geschiedenis. Hij was vooral geïnteresseerd in de 19e-eeuwse federalistische generaal Ezequiel Zamora, in wiens leger zijn eigen overgrootvader had gediend.Marcano en Tyszka 2007. p. 11.Jones 2007. p. 23–24, 26–27. Chávez heeft zijn jeugd omschreven als "een normale jongen" zonder "politieke motivatie", hij besteedde zijn tijd aan school, het spelen van honkbal en zat achter de meisjes aan.Chávez geciteerd in Jones 2007. p. 32–33.

Militaire Academie: 1971-1975 Toen Chávez zeventien jaar was, ging hij naar de Venezolaanse Academie voor Militaire Wetenschappen in Caracas.Chávez geciteerd in Jones 2007. p. 34–36.Chávez geciteerd in Marcano en Tyszka 2007. p. 34. Als inwoner van Caracas zag hij de grote verschillen tussen arm en rijk in Venezuela en besloot hij zich in te zetten voor sociale gelijkheid.Jones 2007. p. 49–50.Marcano en Tyszka 2007. p. 31. Ook begon hij betrokken te raken bij lokale activiteiten buiten de militaire school. Hij speelde zowel honkbal als softbal met het Criollitos de Venezuela-team. Andere hobby's van hem waren het schrijven van gedichten, verhalen en theaterstukken, schilderenMarcano en Tyszka 2007. p. 35. en het onderzoeken van het leven en het politieke denken van de 19e-eeuwse Zuid-Amerikaanse revolutionair, bevrijder en Venezolaan Simón Bolívar.Jones 2007. p. 40–47. Hij raakte ook geïnteresseerd in de marxistische revolutionair Che Guevara (1928-1967) na het lezen van diens memoires Het dagboek van Che Guevara, maar las daarnaast boeken van en over een groot aantal andere personen, van Karl Marx tot Hannibal en Napoleon Bonaparte.Marcano en Tyszka 2007. p. 29–30. In 1975 studeerde Chávez als een van de beste studenten af aan de Militaire Academie (acht van de vijfenzeventig).Hugo Chávez Frías, CIDOBJones 2007. p. 54–56.Marcano en Tyszka 2007. p. 37.

In 1974 werd Chávez gekozen als Venezolaans vertegenwoordiger bij de 150e verjaardag van de Slag van Ayacucho in Peru.Veldslag in de Peruaanse Onafhankelijkheidsoorlog, waarin Simon Bolívar's luitenant, Antonio José de Sucre, royalistische troepen versloeg. In Peru hoorde Chávez de linkse president en generaal Juan Velasco Alvarado (1910-1977) spreken, waardoor hij door hem werd geïnspireerd. Zo moesten volgens Velasco Alvarado militairen handelen in het belang van de arbeidersklasse,Marcano en Tyszka 2007. p. 36. Chávez las het boek van Velasco Alvarado vaak en onthield enkele toespraken volledig.Chávez geciteerd in Jones 2007. p. 40-47. Hij sloot vriendschap met de zoon van Panama's president Omar Torrijos (1929-1981) – een andere linkse generaal. Vervolgens bezocht Chávez in Panama Torrijos en was onder de indruk van diens landhervormingsprogramma, ontworpen om de boeren te helpen. Chávez zag de mogelijkheden voor militaire leiders om de macht te grijpen wanneer een regering alleen maar de belangen dient van de rijke elite.Jones 2007. p. 52–53. In tegenstelling tot linkse militaire presidenten als Torrijos en Velasco, was Chávez echter zeer kritisch ten aanzien van Augusto Pinochet, de extreemrechtse generaal die in 1973 de macht had gegrepen in Chili met buitenlandse hulp van o.a. de CIA.Jones 2007. p. 54.

Vroege militaire carrière: 1976-1981 "Ik denk na over de tijd na de academie toen ik me ben gaan richten op een revolutionaire beweging... De Hugo Chávez die begon bij de academie was een jongen uit de heuvels, een Ilanero die een professioneel honkballer wilde worden. Vier jaar later was ik een tweede luitenant die het revolutionaire pad had genomen. Iemand die geen verplichtingen had aan iedereen, iemand die niet behoorde tot een beweging, iemand die niet lid was van een partij, maar die heel goed wist waar hij heen wilde."Hugo ChávezChávez geciteerd in Jones 2007 p. 54–55.

Na zijn afstuderen werd Chávez bij een legereenheid in Barinas gestationeerd als communicatieofficier.Marcano en Tyszka 2007. p. 38. Chávez speelde in een lokaal honkbalteam, schreef een column voor de plaatselijke krant, organiseerde bingospellen en was jurylid bij schoonheidswedstrijden.Jones 2007. p. 57–59.

Op een gegeven moment vond hij een voorraad marxistische literatuur in een verlaten auto die doorzeefd was met kogels. Blijkbaar hadden deze boeken vele jaren eerder toebehoord aan opstandelingen. Hij begon ze te lezen. Het ging om boeken van Karl Marx, Vladimir Lenin en Mao Zedong, maar zijn favoriete boek was De Tijden van Ezequiel Zamora, een boek over de 19e-eeuwse federalistische generaal, die Chávez als kind al had bewonderd.Jones 2007. p. 59. Deze boeken overtuigden Chávez van de noodzaak van een linkse regering in Venezuela.Chávez, geciteerd in Jones 2007. p. 59.

In 1977 werd de eenheid van Chávez overgebracht naar Anzoátegui, waar deze betrokken was bij de strijd tegen de Rode Vlag Partij, een marxistisch-hoxhaistische rebellengroep.Marcano en Tyszka 2007. p. 39. Nadat Chávez het slaan van opstandelingen door andere soldaten had willen voorkomen,Marcano en Tyszka 2007. p. 41. begon hij te twijfelen aan het leger en zijn methoden zoals marteling. Tegelijkertijd werd hij steeds kritischer over de corruptie in zowel het leger als in de civiele overheid. Ook vond hij het ongelofelijk dat ondanks de grote olievoorraad van Venezuela een groot deel van de bevolking in armoede leefde, iets wat hij aanvoelde als ondemocratisch. Daarbij begon hij te sympathiseren met de Rode Vlag Partij.Chávez, geciteerd in Jones 2007. p. 60–64.

In 1977 richtte Chávez een revolutionaire beweging binnen het leger op: het Venezolaans Volksbevrijdingsleger (Ejercito de Liberación del Pueblo de Venezuela, of ELPV). Dit was een geheime cel binnen het leger die bestond uit hemzelf en een handvol van zijn collega-soldaten. Hoewel ze wisten dat ze een middenweg wilden tussen het rechtse beleid van de overheid en de extreemlinkse Rode Vlag Partij, hadden ze op dat moment geen plannen van aanpak.Jones 2007. p. 63–65.Wilpert 2007. p. 15.

Presidentschap Eerste presidentieel termijn: 1999-2000

De presidentiële inhuldiging van Chávez vond plaats op 2 februari 1999. Tijdens de presidentiële eed week hij van de voorgeschreven tekst af toen hij verklaarde: "Ik zweer voor mijn volk op deze grondwet dat ik de nodige democratische verandering zal doorvoeren zodat de nieuwe republiek een Magna Carta zal hebben die past bij deze tijd."Marcano and Tyszka 2007. p. 127.Jones 2007. p. 226. Vervolgens begon hij nieuwe personen te benoemen op een aantal regeringsposten en stelde hij verschillende linkse bondgenoten aan op sleutelposities; hij maakte bijvoorbeeld Jesús Urdaneta, een van de oprichters van de MBR, verantwoordelijk voor de geheime politie en benoemde een van de leiders van de staatsgreep van 1992, Hernán Grüber Órdeman, tot gouverneur van het Federale District van Caracas.Jones 2007. p. 229 Hij benoemde tevens enkele conservatieve en gematigde figuren in regeringsposities en hij maakte de zakenman Roberto Mandini president van de staatsoliemaatschappij, Petroleos de Venezuela.Jones 2007. p. 230

Chávez heeft een aantal wijzigingen aangebracht in zijn presidentiële privileges. Zo heeft hij de presidentiële limousine geschrapt, gaf hij zijn volledige loon van 1.200 dollar per maand aan een studiefondsJones 2007. p. 234 en werden veel vliegtuigen in handen van de overheid verkocht. Aan de andere kant beschuldigden veel van zijn tegenstanders hem van excessieve privé-uitgaven, ook voor zijn familie en zijn vrienden.Marcano en Tyszka 2007 p. 151–153, 250–251. De betrokkenheid van een aantal van zijn naaste familieleden in de politiek van Venezuela leidde ook tot beschuldigingen van nepotisme, wat Chávez tegensprak.Marcano en Tyszka 2007. p. 250–255 In juni 2000 verliet hij zijn vrouw Marisabel. De scheiding was in januari 2004 een feit.Marcano and Tyszka 2007. p. 243