thumb|Wapen van de heerlijkheid Putten De heerlijkheid Putten (ook wel "den lande van Put" of "de vorsche van Put") was een zelfstandige heerlijkheid op en rondom het eiland Putten in de huidige Nederlandse provincie Zuid-Holland. De heerlijkheid bestond aanvankelijk uit het eiland Putten en delen van IJsselmonde, de Hoeksche Waard en Flakkee.

Geschiedenis thumb|Kaart Heerlijkheid Putten ±1310 De Heerlijkheid Putten ontstond waarschijnlijk in de 12e eeuw. Zij strekte zich uit van Kat(h)endrecht bij Rotterdam (ongeveer het huidige CharloisAfgeleid uit (1) Kaart Heerlijkheid Putten ±1310.jpg en (2) Hoek, p. 490), via Poortugaal, het eiland Putten en het westelijk deel van de Hoeksche Waard tot aan het oostelijk deel van Flakkee. Zij werd bestuurd door de heren en vrouwen van Putten, totdat de laatste telg in 1459 uitstierf. Niet lang daarna kwam de Heerlijkheid Putten volledig in handen van de graven van Holland. In de Franse tijd ging de bestuursstructuur van Nederland op de schop en werden alle heerlijkheden opgeheven, ook die van Putten.

Het ontstaan van de Heerlijkheid Putten betreft zowel het ontstaan van het geografische gebied, als de bestuurlijke eenheid. Beide zijn sterk vervlochten.

Vroege middeleeuwen thumb|Reconstructie boerderij uit ±900, gevonden in Spijkenisse-Hartel West In de vroege middeleeuwen (ca. 450-1000) was het huidige eiland Putten en omstreken een moerasgebied en daardoor vrijwel onbewoonbaar. De vroegste sporen uit dit gebied zijn gevonden in de polders Oud- en Nieuw-Markenburg, in het noordwesten van het huidige Spijkenisse, bij het huidige Hartelkanaal. Daar zijn vondsten vanaf de Karolingische tijd en bewoningssporen vanaf de 10e eeuw aangetroffen.BOORbalans : bijdragen aan de bewoningsgeschiedenis van het Maasmondgebied : nr 1 : Archeologisch onderzoek in het Maasmondgebied 1976-1986 / M.C. van Trierum ... [et al.]. - Rotterdam: Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam, 1988. - , p. 57-58. Zie Geschiedenis van Spijkenisse voor meer informatie.

Vanaf 900 gingen boeren de wildernis ontginnen en groeven zij sloten om het water af te voeren. Door deze afwatering ging de veenbodem inklinken en werd het land kwetsbaar voor overstromingen. Het land was immers nog niet bedijkt. De hogere en stevigere kreekruggen hadden niet of nauwelijks last van inklinking vanwege hun zandige of zavelige bodem. Hierdoor werden de hoogteverschillen tussen de 'poelgebieden' en de kreekruggen hoger.

11e eeuw In de 11e eeuw bezat het geslacht Van Voorne het gebied tussen de rivier de Striene (die dwars door de Hoeksche Waard liep) in het oosten, de Noordzee in het westen, de Oude Maas in het noorden tot en met het oostelijk deel van Flakkee in het zuiden. Ook Putten viel daaronder. Maar de Heerlijkheid Roeden (Rhoon en omgeving) behoorde tot een afzonderlijk grafelijk leen.De heerlijkheid Rhoon was van de heren van Duyveland, waartoe ook Pendrecht behoorde. Bron: Dekker (2020), p.12. Zie bijvoorbeeld ook Heren van Rhoon van John Ooms. Gearchiveerd op 14 maart 2023.

In de 11e eeuw was de Heerlijkheid Putten nog een geheel aaneengesloten gebied, dat slechts door vlieten en kreken werd doorsneden.Klok, p. 142, 145 Er waren toen twee ontginningen binnen het gebied van de Heerlijkheid Putten: (1) Markenburg, in het noorden van het huidige Spijkenisse, bij het Hartelkanaal, en (2) bij het huidige Poortugaal. Deze oude nederzettingen ontstonden rond een grote boerderij, curtis genaamd, met daar omheen kleinere hoeven voor de horigen.

12e eeuw Er waren inmiddels diverse nederzettingen gekomen. Maar in de 12e eeuw overstroomde het gebied rond de Maasmond meerdere malen. Vooral in de winters van 1163-1164 en tijdens de Allerheiligenvloed (1170) richtte het water grote schade aan: vele nederzettingen werden volledig weggevaagd, waaronder die in Markenburg en het huidige Simonshaven. Weidegronden en akkers gingen verloren, huizen en boerderijen werden verwoest, het gebied werd bedekt met een laag klei, het stelsel van kreken en andere watergangen ging verloren, de sloten slibden dicht. De mensen moesten weer helemaal opnieuw beginnen.[Trierum, 2009], p. 6

Daarna had men begrepen dat er dijken nodig waren om dergelijke rampen te beperken. In de 12e en 13e eeuw werden er dan ook dijken gebouwd en afwateringen aangelegd, waardoor er polders ontstonden. De landsheren, waaronder Graaf Floris III en zijn opvolgers, stimuleerden waterstaatswerken en bedijkingen, want die beschermden hun eigen bezittingen en de ontgonnen gronden zorgden voor meer tienden. Hierdoor werd in de 12e en 13e eeuw steeds meer wildernis ontgonnen.Baan, 1983. p. 19 De polders in Putten waren aanvankelijk niet meer dan eilandjes in een veengebied, pas later werden ze verbonden door andere dijken, waardoor er een groter, aaneengesloten gebied ontstond.thumb|400px|Eerste polders op het eiland Putten ±1200

Eerste polders Het eerste zekere feit dat er in ieder geval een begin van de Heerlijkheid Putten was, was de vestiging van een tol bij Geervliet in 1179. Een tol veronderstelt een tolhuis en enkele beambten, dus een minimum van bewoning en daarmee een gebied waarin gewoond kan worden, en dus een dijk/polder. Geervliet was waarschijnlijk een van de eerste bedijkingen in een uitgebreid gebied van gorzen en slikken tussen Voorne, Strijen en het vasteland van Zuid-Holland.Dekker (2020), p. 7

Tol bij Geervliet Toen in de 12e eeuw de Wiedele niet langer een smal veenwater was, maar een brede rivier, wellicht juist door de overstromingen uit de 12e eeuw, werd hij belangrijker voor de scheepvaart vanuit en naar Vlaanderen. Toen schippers via die nieuwe route massaal de tol bij Strienemonde (nu midden in de Hoeksche Waard) ontdoken, stelde graaf Floris III van Holland prompt een tol in aan het einde van de Wiedele, bij Geervliet, wellicht al in 1157Ramaer, p. 160, in ieder geval enkele jaren vóór 1166. Hierdoor kwam hij in conflict met Vlaanderen; hij werd zelfs gevangen genomen. In 1179 kreeg de graaf alsnog van de Duitse keizer Frederik Barbarossa per akte officieel het recht om tol te heffen bij Geervliet. Hiermee was het geschil geslecht en moest elke schipper die Geervliet passeerde, 5% van de waarde van zijn lading betalen aan de Hollandse graaf.hoe ontstond Spijkenisse? (5) / J. de Baan. - In: Groei, jg 9 (1969), nr 2, p. 94-97 ; [Putten (1)], p. 5 ; [Klok], p. 197

Ontstaan van de heerlijkheid De allereerste polders zullen die van het Oude en Nieuwe Putten zijn geweest, in het noorden van de huidige Hoeksche Waard en het oosten van het eiland Putten. De Heerlijkheid Putten is waarschijnlijk ontstaan vanuit deze polder en het daarin gelegen dorp Putten. Dit dorp vormde de oorspronkelijke kern van de heerschappij van de heren en vrouwen van Putten. De naam zou op het hele gebied zijn overgegaan. Ook het bestuurlijke centrum lag aanvankelijk in deze polder Putten, in kasteel Puttensteyn, tussen het huidige Oud-Beijerland en Heinenoord. Na de verwoesting ervan, in 1304, werd het bestuurscentrum verplaatst naar het Hof van Putten in Geervliet.

Na Putten werden de polders Geervliet, Spickenisse (Spijkenisse), Biervliet, Vriesland en Hekelingen bedijkt. In de loop van de volgende eeuwen stimuleerden de bestuurders om meer dijken, en dus meer polders, te bouwen.

Zie de lijst van polders in de heerlijkheid Putten voor een overzicht van alle polders in de heerlijkheid met hun (vermoedelijke) datum van ontstaan.

Geografie Omvang en grenzen Tot de Heerlijkheid Putten behoorden: Putten over die Maze (Putten over de Oude Maas): het westelijk deel van IJsselmonde, met het kerkdorp Katendrecht (nu Charlois) en de bedijkingen van Pernis, Poortugaal en Hoogvliet.Obreen (1), kolom 293;Het Hof van Putten en de Hoge Vierschaar / Felix van Hoorn. - Spijkenisse: Stichting Centrum voor Regionale Geschiedenis Jan de Baan, 2004. - , uitgezonderd Rhoon en omgeving, dat tot de zelfstandige heerlijkheid Roeden behoorde. Eiland Putten: tussen Oude Maas, Bornisse, Wydele en Suedde (± huidige Spui); onder te verdelen in: Putten binnen de Ring: de polders Putten (in de zuidoosthoek van het eiland), Geervliet, Biert, Simonshaven, Spijkenisse, Braband, Vriesland en Hekelingen. Putten buiten de Ring, waaronder Putten over de Bernisse: Drenkwaard en de latere polder ZuidlandObreen (1), kolom 293 èn de overige, later ingepolderde gebieden op het eiland Putten Putten over het Spui: de westelijke punt van de Hoeksche Waard: Piershil, Corendike (Korendijk met Goudswaard), Beningerland en het Oude Putten Putten over Flakkee: oostelijke punt van Overflakkee met Borrewoudsmoer/Berwoutsmoer en Stad Oostmoer; Den Bommel, Stad aan 't Haringvliet en Middelharnis, het vroegere St. Michiel in Putten, Trentmoer en Hegenisse (dit komt overeen met de streek, die zich nu tussen Oude Tonge en Ooltgensplaat uitstrekt).

Naast de ingepolderde delen, behoorden ook de aangrenzende buitendijkse gebieden tot de Heerlijkheid, die bij vloed vaak onder water liepen. Hemelsbreed was het van oost naar west twintig kilometer en van noord naar zuid vijfentwintig kilometer.Hoek p.460

Al deze gebieden behoorden tot de Heerlijkheid Putten die door de Heren en Vrouwen van Putten werd bestuurd. Maar niet alle gebieden daarbinnen hadden dezelfde leenheer. Het noordelijk deel was leenplichtig aan de graaf van Holland, het zuidelijk deel aan de Heren van Voorne, die zelf ook weer de graaf van Holland als leenheer hadden:

+ Gebied Leenheer Putten over de Maas (Poortugaal en omstreken) Graaf van Holland Putten waar Geervliet binnen staat (Geervliet - Spijkenisse) Graaf van Holland Zuidelijk deel eiland Putten (Biert, Hekelingen, Simonshaven, Schuddebeurs) Heer van Voorne Putten over de Bernisse (Zuidland) Heer van Voorne Putten over het Spui (westelijk Hoeksche Waard) Heer van Voorne Putten over 't Flakkee (oostelijk Flakkee; Flakkee was een water) Heer van Voorne

De heren van Putten regeerden vanaf 1304 over hun heerlijkheid vanuit het hofcomplex in Geervliet. Nadat zijn eerdere kasteel Puttenstein bij Heinenoord was verwoest, verplaatste Nicolaas III zijn hofhouding naar dit dorp, dat in 1381 van Zweder van Abcoude stadsrechten kreeg. Nicolaas III huwde met Aleyd van Strien en breidde zo zijn grondgebied uit met Strijen, een deel van de Hoeksche Waard en een stukje in Noord-Brabant (Klundert en Zevenbergen).

Watergangen Op kaarten van het toenmalige gebied staan de volgende watergangen vermeldPutten (1), p. 5, waarvan vele nu niet meer bestaan: Bornisse (Bernisse): tussen Wiedele en Oude Maas Dintel, die vanuit westelijk Noord-Brabant op de Striene uitstroomde Flakkee: water tussen de eilanden Putten en Overflakkee, nu Haringvliet Maas: bedoeld is steeds: de Oude Maas Mark, die vanuit Vlaanderen en via westelijk Noord-Brabant eveneens op de Striene uitstroomde Striene, tussen de Schelde en de Oude Maas, was begin 12e eeuw de belangrijkste vaarweg tussen Vlaanderen en het noordenDroge voeten / JdB (Jan de Baan). - In: Spijkenisse, mei 1984 Suedde of Swedde: water tussen de eilanden Putten en de huidige Hoeksche Waard, ongeveer waar nu het Spui ligt Tille, Beninge, Westerlecke, Ostleek (Oostenrijk): veenwateren, die het overtollige water uit het veen afvoerden; alleen het Oostenrijk bestaat nog steeds Vliet, oostgrens Putten over die Maze bij Charlois, ontstaan in de 15e eeuwVreewijk (Rotterdam)#Geschiedenis Westlic, Westerlecke of Westenrijk was een kreek in de polder Zuidland Wiedel(e) of Wydele (nu zuidelijk deel van de Bernisse), waarop de Beninge en Tille uitkwamen.

Polders en plaatsnamen Verklaringen van de namen in de Heerlijkheid Putten: De polder Putten was waarschijnlijk de naamgever van de heerlijkheid en het eiland. In die polder kwamen (moer-)putten voor (moer = veen, turf), waar de naam aan ontleend kan zijn.hoe ontstond Spijkenisse? / J. de Baan. - In: Groei (uitgave van de gemeente Spijkenisse), jg 9 (1969), nr 1, p. 65-69