Sachsenhausen was tijdens de Tweede Wereldoorlog een concentratiekamp in nazi-Duitsland.datarecord bij NIOD Het kamp lag 35 kilometer van Berlijn en werd in 1936 voorafgaand aan de Olympische Spelen in Berlijn gebouwd door gevangenen. Het kamp lag in de wijk Sandhausen (tegenwoordig Sachsenhausen, net als het kamp zelf) in de stad Oranienburg. Het was bedoeld als 'voorbeeldkamp' en werd later ook als opleidingskamp voor SS'ers en kampbewakers ingezet.

In Sachsenhausen zaten van 1939 tot 1945 ongeveer 200.000 mensen gevangen. Voor de periode van 1936 tot 1939 zijn er geen betrouwbare getallen. Volgens de officiële getallen kwamen er ca. 30.000 tot 50.000 mensen om. Onder de gevangenen waren politieke tegenstanders van Adolf Hitler, krijgsgevangenen, zogenaamde asocialen, Roma, Sinti, Joden, homoseksuelen en Jehova's getuigen. De doodsoorzaak varieerde: ziekte, uithongering, uitputting, marteling en executie.

Voor de oorlog Na de machtsovername van de SS op de SA sloot kamp Oranienburg en werd in Sandhausen een nieuw modelkamp voor alle andere concentratiekampen gebouwd, genaamd Sachsenhausen. Das KZ Sachsenhausen LEMO www.dhm.de Het diende als opleidingsinstituut voor de SS én voor kampartsen, o.a. Aribert Heim. Terwijl Hitler goede sier maakte tijdens de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn, werd 35 kilometer verderop kamp Sachsenhausen gebouwd door gevangenen uit Esterwegen. Als gevolg van de wreedheden van de SS-bewakers en ondervoeding overleefden de meesten dit niet. Eind september van dat jaar was het Konzentrationslager Sachsenhausen klaar. De eerste gevangenen waren politieke gevangenen zoals communisten. Na de politieke gevangenen volgden mensen die door het naziregime als 'minderwaardig’ beschouwd werden: geestelijk gehandicapten, Roma, Joden en homoseksuelen. Na de Kristallnacht in 1938 werden 1.800 Joden naar Sachsenhausen getransporteerd.

Het kamp is delta-vormig, qua architectuur een "Idealplan". Alle zichtlijnen lopen naar de centrale toegangspoort, met de kenmerkende spreuk 'Arbeit macht frei'. Dit concept was bedoeld voor absolute terreur van de SS. Vanuit alle hoeken was het machinegeweer op de poort zichtbaar. Bij de groei van het kamp bleek dit concept niet houdbaar. Op diverse locaties rondom de bestaande barakken werden barakken en andere gebouwen zoals het crematorium bijgebouwd.

Sachsenhausen bekleedde een bijzondere positie in het systeem van nazi-concentratiekampen. Dit kwam door de nabijheid van de Reichshoofdstad en zijn functie als trainingskamp. Dit werd versterkt door de verplaatsing van de "Inspectie van Concentratiekampen", het administratieve centrum voor alle concentratiekampen in de Duitse invloedssfeer, van Berlijn naar Oranienburg in april 1938.

Eind september 1939 waren er 8.384 gevangenen in het kamp. In november van dat jaar nam het aantal gevangenen toe tot 11.311. Als gevolg van een tyfusepidemie en hongersnood stierven honderden gevangenen binnen enkele weken. Tot april 1940 werden overledenen gecremeerd in Berlijn. Vanaf april 1940 beschikte Sachsenhausen over een eigen crematorium; daartoe werd besloten nadat een vrachtwagen op weg naar Berlijn bij een ongeluk lijken had verloren.

De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid en net als in veel andere concentratiekampen vonden in Sachsenhausen medische experimenten plaats. Gevangenen werden opzettelijk grote wonden toegebracht om de genezing te bestuderen en kinderen werden besmet met hepatitis B teneinde de veranderingen in de lever te volgen.

De 'Inspectie der Concentratiekampen' regelde de organisatie en planning voor alle concentratiekampen in Duitsland. De eerste inspecteur was Theodor Eicke, die eerder in Dachau werkzaam was. Sachsenhausen was tevens opleidingscentrum voor SS-bewakers. Onder anderen de bewakers van Kamp Vught werden er opgeleid. Om het kamp aan het zicht van de buitenwereld te onttrekken en om het ontsnappen zo moeilijk mogelijk te maken, woonde het kamppersoneel rondom het kamp in het tegenwoordige Oranienburg. Tegelijk was het kamp voor de lokale bevolking een belangrijke economische factor, ook omdat bijvoorbeeld lokale ambachtslieden er werkzaamheden uitvoerden en handel mee dreven.

Bekende gevangenen Jan Bender, componist Martinus Konijn, de eerste Nederlander in het kampTinus Konijn, de eerste Nederlander in SachsenhausenRupert Mayer, priester Tinus Konijn, de eerste Nederlander in Sachsenhausen, deel 2Tinus Konijn, de eerste Nederlander in Sachsenhausen, deel 3

Tijdens de oorlog De omstandigheden in Sachsenhausen waren barbaars. Zo werden dagelijks gevangenen doodgeschoten of opgehangen: 33 Polen en 88 Nederlanders in mei 1942, onder wie Johannes Antonius Alphonsus Mekel, Richard Leonard Arnold Schoemaker, Pierre Marie Robert Versteegh en Johan Hendrik Westerveld.

Na de nazi-invasie in de Sovjet-Unie werden duizenden Sovjetsoldaten als krijgsgevangene naar Sachsenhausen gebracht, van wie de meesten omkwamen. Vanaf augustus 1941 werden circa 18.000 Russische krijgsgevangenen doodgeschoten. Op hen werd de in Sachsenhausen ontwikkelde nekschotmachine uitgeprobeerd, die later in Station Z kwam te staan.

In 1942 werd Station Z aangelegd, een installatie voor vernietiging van gevangenen. Op 29 mei van dat jaar werden nazikopstukken uitgenodigd voor de opening van Station Z. Als demonstratie van de efficiëntie van de installatie werden 96 Joden doodgeschoten. In maart 1943 werd Station Z uitgebreid met een gaskamer, die tot het einde van de oorlog dienst zou doen. Het aantal doden door vergassing is niet bekend, omdat de transporten voor de gaskamer niet werden geadministreerd. Bij later onderzoek werden grote as-akkers ontdekt. Op basis van ooggetuigenverklaringen zijn in de omgeving wegen gevonden die grotendeels waren aangelegd met een grote hoeveelheid menselijke as; dit duidt op grote aantallen slachtoffers.

Vanaf 1942 kwam er steeds meer vraag naar goedkope arbeidskrachten, hierdoor nam het aantal gevangenen dat werd ingezet als dwangarbeider toe. Op het hoogtepunt van de dwangarbeid waren er zo'n honderd 'buitenkampen' en 'buitencommando's'. In buitenkampen verbleven de gevangenen ook 's nachts, in buitencommando's alleen overdag. Bedrijven die gebruikmaakten van dwangarbeiders waren onder meer Siemens, Henschel-Werke Berlin, Daimler-Benz, IG Farben en AEG. Wie niet kon werken - bijvoorbeeld door ziekte - tekende daarmee zijn doodvonnis, aangezien arbeidsongeschiktheid veelal betekende dat men op de trein naar een vernietigingskamp gezet werd.

Berucht was het werk in de steenfabriek in Oranienburg, waar de gevangenen zelf de haven aanlegden en de fabriek bouwden. In deze steenfabriek werden de enorme stenen gefabriceerd, bedoeld voor de bouwwerken van Albert Speer, onder andere voor de nieuwe - nooit gerealiseerde - hoofdstad van het Derde Rijk, Germania.

Eveneens berucht was de testbaan voor rubberproducten, toegepast bij de productie van onder andere schoenen. Deze was in het kamp in gebruik van 1940 tot 1945. Voor de gevangenen was het werk hier een speciale straf. De Schuhläufer kregen schoenen van te testen materiaal aan en moesten over een slecht wegdek in één dag 25 tot 40 kilometer rennen of 40 tot 48 kilometer marcheren, met vaak ook nog zware bepakking. Gevangenen die deze beproeving, ondanks "aansporingen" (stokslagen) door de kampbewakers, niet volhielden, werden vermoord.

Bekende gevangenen en slachtoffers Pierre d'Alcantara de Querrieu, verzetsman Stepan Bandera, Oekraïens nationalist Kees Becht, verzetsman, later politicus Jurek Becker, Pools-Duits schrijver van Jacob de Leugenaar Jan Willem Berix, districtsleider van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers in Heerlen Freek Bischoff van Heemskerck, verzetsman, later stalmeester aan het Nederlandse hof Arend Andries Bontekoe, verzetsman Jan Johannes Bosma, tuinarchitect Trygve Bratteli, politicus Thomas Buergenthal, jurist Francisco Largo Caballero, vakbondsleider en politicus Odo Croiset, illegale drukker Joseph De Hasque, politicus Pieter Dekhuijzen, was huisarts en clubarts van Feyenoord, verzet tegen Artsenkamer, binnen enkele weken na aankomst in kamp overleden aan dysenterie Marinus Delhez, verzetsstrijder Hans von Dohnányi, jurist Jakov Dzjoegasjvili, zoon van Stalin Henk Eikeboom, anarchist, uitgever Joop van Elsen, verzetsman, later Tweede Kamerlid Georg Elser, verzetsman, pleegde een aanslag op Hitler, later vermoord in Dachau Jan van den Ende, filmmaker en natuurbeschermer Marius Flothuis, musicoloog en componist Ernst Goldenbaum, politicus Henk Gortzak, verzetsman, later Tweede KamerlidHuygens instituut Gortzak, Hendricus (1908-1989) Daan Goulooze, uitgever en verzetsman Jur Haak, voetballer en verzetsman Hans Hers, medicus Piet Jongeling, journalist, verzetsman, later Tweede Kamerlid Louis Kiebooms, later Vlaams katholiek politicus Anton de Kom, anti-koloniale schrijver, nationalist en verzetsstrijder Paul-Ludwig Landsberg, filosoof Jan Lemaire jr., acteur Jean Lenglet, journalist Truus van Lier, verzetsstrijdster Marcel Louette, verzetsstrijder (oprichter van de Witte Brigade) Jan Mekel, hoogleraar en verzetsman Jens Emil Mungard, Friese dichter Martin Niemöller, verzetsstrijder, luthers geestelijke Sigismund Payne-Best, geheim agent Flor Peeters, hoogleraar Leo Polak, jurist en filosoof Reina Prinsen Geerligs, schrijfster en verzetsstrijdster Johan Ringers, regeringscommissaris voor de Wederopbouw, minister in eerste naoorlogs kabinet Thys Risselada, Engelandvaarder Govert Ritmeester, burgemeester Richard Schoemaker, hoogleraar en verzetsman Kurt Schuschnigg, Oostenrijks politicus Jan Slot, verzetsman, later burgemeester Richard Stevens, agent SIS Friedrich Syrup, jurist en politicus Hermannus van Tongeren sr., militair Omer Vanaudenhove, later Vlaams liberaal politicus Jan Verschure, verzetsstrijder en ondernemer Pierre Marie Robert Versteegh, luitenant-kolonel en verzetsman Koos Vorrink, politicus Johan Hendrik Westerveld, verzetsman, oprichter van de Ordedienst Bernhard Wicki, filmregisseur Oncko Wttewaall van Stoetwegen, verzetsstrijder Henny van Zadelhoff, Delfts student

Commandanten Michael Lippert, juli 1936 – oktober 1936 Karl-Otto Koch, oktober 1936 – juli 1937 Hans Helwig, juli 1937 – januari 1938 Hermann Baranowski, februari 1938 – september 1939 Walter Eisfeld, 1939–1940 Hans Loritz, 1940–1942 Albert Sauer, 1942–1943 Anton Kaindl, 1943–1945

Bewaker Hermann Hackmann

Bevrijding Begin 1945 besloten de nazi's het kamp te ontruimen met het oog op het oprukken van de geallieerden. Veewagons vol gevangenen vertrokken naar vernietigingskampen als Auschwitz en Majdanek. De gevangenen die levend aankwamen, werden in deze kampen alsnog om het leven gebracht. Eind april waren er nog 36.000 gevangenen in Sachsenhausen. Op 20 april 1945 startte wat later bekend is geworden als 'de dodenmars': 33.000 gevangenen vertrokken te voet uit het kamp, verdeeld in groepen van vijfhonderd, richting het noordwesten. Het SS-plan was de groepen in te schepen naar Denemarken en deze schepen vervolgens te laten zinken. Tijdens de dodenmars kwamen minstens zesduizend gevangenen om het leven door uitputting of executie. Op hun weg naar het noorden stuitte een deel van de gevangenen op het Zweedse Rode Kruis dat hen voedsel verstrekte. Op 3 mei 1945 naderde de colonne het Rode Leger waarop de SS-bewakers vluchtten. De overlevenden stuitten tussen de plaatsen Parchim en Schwerin op de geallieerden.