thumb|Het station van Sobibór in 2007 thumb|Tekening van het kamp in 1943. Een hoge omheining van gevlochten takken onttrekt de gaskamers aan het zicht Sobibór was een vernietigingskamp in het Generaal-gouvernement (tegenwoordig Oost-Polen), dat gevestigd was nabij het dorp Sobibór (in het huidige Poolse Woiwodschap Lublin). Het kamp, gebouwd en gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog, stond onder gezag van nazi-Duitsland. Het bestond van april 1942 tot november 1943. Er zijn ten minste 170.165 personen naar Sobibór gedeporteerd, van wie er 169.800 in het kamp werden vermoord, voornamelijk Joden, maar ook Roma en niet-Joodse Polen. Andere bronnen spreken van 150.000 tot 250.000 doden.The Sobibor Death Camp, Holocaust Education & Archive Research Team Er werden ten minste 34.295 Nederlandse Joden vermoord.

In tegenstelling tot Auschwitz, Majdanek en Treblinka bestond Sobibór niet uit een verzameling nevenkampen. Het enige doel was de gevangenen na aankomst in Sobibór zo snel mogelijk te vermoorden. De meesten die er aankwamen, stierven nog dezelfde dag. Degenen die de eerste schifting overleefden, werden tewerkgesteld in voornamelijk het Sonderkommando of in nabijgelegen werkkampen zoals kamp Dorohucza. Uiteindelijk wachtte ook hen de dood.

Bouw Het kamp Sobibór werd in 1942 gebouwd bij Sobibór in de buurt van Włodawa en Chełm in het Generaal-gouvernement. Het lag op het terrein van een voormalige houtvesterij bij het station Sobibór aan de spoorlijn tussen Chełm en Brest, op circa zes kilometer van het dorp. Christian Wirth koos deze locatie omdat er al een aftakking op de spoorlijn was aangelegd, ten behoeve van de houtvesterij.Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 8, tweede helft De bouw van het kamp begon in februari-maart 1942 en werd uitgevoerd door circa tachtig Joodse dwangarbeiders uit omliggende getto's, die na de bouwwerkzaamheden werden doodgeschoten. De bouw en de voorbereiding daarvan gebeurden onder leiding van Hauptsturmführer Richard Thomalla. Het was het tweede kamp dat in het kader van Aktion Reinhard werd gebouwd. In april 1942 werd Polizeioberleutnant Franz StanglStangl was op dat moment nog een politiefunctionaris; hij zou later in de SS worden opgenomen. benoemd tot commandant van het nieuwe kamp. Hij moest ervoor zorgen dat de bouwwerkzaamheden versneld werden en ging hiervoor te rade bij commandant Christian Wirth van kamp Bełżec. Midden april was het kamp gereed. Het bevatte drie kleine gaskamers, met een totale capaciteit van 150 personen.

Van midden juni tot oktober 1942 werd het kamp uitgebreid. Het perron langs de zijlijn werd verlengd, de oude gaskamers werden afgebroken en er werden zes nieuwe gaskamers gebouwd die in totaal een capaciteit van 500 personen hadden. Ook werd 1200 meter smalspoor aangelegd, van het perron naar de gaskamers in Kamp III.

Kampcommandanten Polizeioberleutnant Franz Stangl was de eerste kampcommandant, vanaf april 1942. In september 1942 werd Polizeihauptmann Franz Reichleitner commandant van Sobibór nadat Stangl naar Treblinka was overgeplaatst. Zowel Stangl als Reichleitner werd later dat jaar in de SS geassimileerd.Vernietigingskamp Sobibor, Jules Schelvis, Amsterdam, Bataafsche Leeuw 1993 Binnen de Poorten: een authentiek relaas van twee jaar Duitse concentratiekampen 1943-1945, Jules Schelvis, Bussum, De Haan 1982 128p Into That Darkness, Gita Sereny, Vintage; McGraw-Hill 1974

Indeling Het complex mat ca. vierhonderd bij zeshonderd meter,Volgens De Jong mat het 1100 bij 600 meter. (Koninkrijk etc. deel 8, tweede helft, p.869) en was omgeven door drie prikkeldraadversperringen die onder spanning stonden, en deels door mijnenvelden. Het bestond uit vier zones. Het Vorlager, waar de SS'ers en de Oekraïense Trawniki's verbleven en de treinen binnenkwamen. Kamp I waar de dwangarbeiders woonden en werkten (schoenmakers, zadelmakers etc.). Kamp II was het ontvangstterrein waar de gevangenen hun bagage en kleding afgaven; de gevangenen die hier werkten, woonden in Kamp I. Kamp III had zes gaskamers (aanvankelijk drie) waarin in totaal ongeveer 500 mensen tegelijk vermoord konden worden door koolmonoxide in het uitlaatgas van een benzine- of dieselmotor."Het was een zware Russische benzinemotor, vermoedelijk uit een pantserwagen of uit een tractor ..." ex-SS-Scharführer Erich Fuchs tijdens verhoor in Düsseldorf, 2 april 1963, geciteerd in Vernietigingskamp Sobibór, Jules Schelvis. De gevangenen die hier werkten, woonden er ook, tot ze na een aantal weken zelf vermoord werden.

Het Vorlager was als een vriendelijk park ingericht. Er stonden bloemperken en wegwijzers naar een niet-bestaand zwembad en restaurant, zodat de gevangenen de indruk moesten krijgen in een comfortabel vakantiepark te zijn aangekomen. Of dat inderdaad het gewenste effect had, valt zeer te betwijfelen, want de SS'ers gedroegen zich allesbehalve vriendelijk.

Transporten thumb|Stolperstein in de Himmelstrasse ter herinnering aan George Weil, zijn vrouw en hun zoon. (transport 53) thumb|Stolperstein, Oosthaven 31, Gouda - David van Buuren, geboren in Amsterdam op 13-12-1864

Polen De eerste transporten kwamen in april 1942 per vrachtwagens uit Izbica (Polen). De 13-jarige Philip Bialowitz was een van de 45 gevangenen die geselecteerd werden om te werken. Hij moest kleding doorzoeken naar verstopt geld en juwelen. Drie maanden later kwam zijn broer Symcha ook in Sobibór aan. Later werden ook Duitse, Franse, Tsjechische, Slowaakse en Nederlandse Joden naar het kamp gedeporteerd.

Frankrijk Vanuit Kamp Drancy (Frankrijk) werden tussen maart 1942 en augustus 1944 ongeveer 63.000 joden naar Sobibór afgevoerd. Van transport 53 werden 31 mannen voor werk in het kamp geselecteerd. Alleen Antonius Bardach (1909)Antonius Bardach en Josef Duniec (1912-1965) overleefden de oorlog.

Nederland

Tussen 3 maart en 20 juli 1943 kwamen 34.313 Joden uit Nederland naar het kamp, verdeeld over negentien transporten vanuit Kamp Westerbork. Het merendeel van de gedeporteerden werd nog op de dag van aankomst in de gaskamers vermoord. In totaal zijn ongeveer duizend mensen direct na aankomst doorgestuurd naar werkkampen. Uit de transporten vanuit Kamp Westerbork hebben slechts negentien mensen de oorlog overleefd.Joodse overlevenden op de website van het NIODDr. L. de Jong (1978): Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog 1939-1945, deel 8, tweede deel, , Hoofdstuk 7 - Gedeporteerde Joden, p. 702De transporten van 1943, Sobiborinterviews.nl (deze bron spreekt van achttien i.p.v. negentien overlevenden)

Een van deze overlevenden was Jules Schelvis, die op 22-jarige leeftijd met zijn vrouw en schoonfamilie op 1 juni 1943 vanuit Westerbork op transport werd gezet naar Sobibór. Zijn vrouw en haar ouders werden er vermoord, maar Jules Schelvis zou – na in nog zes andere concentratiekampen te hebben gezeten – de oorlog overleven. Na zijn pensioen wijdde Schelvis een groot deel van zijn leven aan historisch onderzoek naar Sobibór. Hij schreef verschillende boeken over het vernietigingskamp en over zijn eigen geschiedenis. Daarnaast maakte hij het tot zijn levenswerk om zoveel mogelijk mensen te vertellen over de geschiedenis van het kamp. Hij was jarenlang voorzitter van de stichting SobiborJules Schelvis, Stichting Sobibor en kreeg in 2008 een eredoctoraat voor zijn historisch onderzoek van de Universiteit van Amsterdam.In memoriam Jules Schelvis, door Hans Blom, Universiteit van Amsterdam, 5 april 2016

Moordprocedure thumb|Transport naar Sobibór uit Kamp Vught, mei 1943 Loe de Jong vermoedt dat bij de transporten uit Midden- en West-Europa de aankomende trein in gedeelten werd gesplitst, met in elk deel ongeveer vijfhonderd personen, het aantal dat de gaskamers samen konden bevatten. Steeds wanneer de gaskamers er weer uitzagen als onschuldige doucheruimten werd een nieuw deel naar het perron gereden.

Bij aankomst werden de gevangenen in Kamp II uitgesplitst naar mannen en vrouwen. Daar werd een miniem aantal personen uitgekozen om onder andere de kleren en kostbaarheden van de slachtoffers te sorteren (om naar het Reich te sturen), maar ook een aantal jonge krachtige mensen die het Sonderkommando moesten vormen die in Kamp III moesten meehelpen aan de massamoord en de lichamen begraven, later verbranden. De niet-geselecteerden kregen te horen dat ze een douche zouden krijgen. Bagage en waardevolle bezittingen werden afgegeven, evenals identiteitsbewijzen (die werden zorgvuldig verbrand). Nog in Kamp II moesten de mensen zich volledig ontkleden, de vrouwen werd de haren bruutweg afgeknipt door Arbeitsjuden en gingen daarna door de Slauch onder bedreiging van gewapende Hiwi's (Hilfswillige Oekraïense krijgsgevangen) met bijtgrage honden naar de gaskamers in Kamp III. De naakte gevangenen dachten tot het laatste moment dat het doucheruimtes waren. De tankmotor (in aan de gaskamers grenzende ruimte) werd gestart, en als niemand (na circa 20 à 30 minuten) meer bewoog, werd die gestopt. De lijken werden door het Sonderkommando uit de gaskamers getrokken, in grote groeven begraven, later verplicht opgegraven en verbrand op grote roosters gevormd door spoorstaven.

Op 12 februari 1943 kwamen Reichsführer-SS Heinrich Himmler en Adolf Eichmann het kamp bezichtigen. Het kamp werd voordien opgeruimd en schoongemaakt, en ter demonstratie werden enkele honderden Joodse vrouwen uit een nabijgelegen kamp vergast. De vrouwen waren op hun schoonheid geselecteerd. Himmler beval tijdens zijn bezoek dat ook transporten uit Nederland op Sobibór moesten rijden.

Onderzoekers uit Polen en Israël verrichtten vanaf 2006 onderzoek naar de locatie van de gaskamers in het kamp en kwamen in 2014 naar buiten met de exacte locatie. Zij gaven aan dat het resultaat van groot belang is voor het onderzoek naar de Holocaust, omdat het aanwijzingen zou geven over de laatste momenten van de mensen die er vermoord zijn en over hun precieze aantal. Bij muurresten werden nog persoonlijke bezittingen gevonden, zoals sieraden en gouden tanden.Gaskamers Sobibor gevonden, NOS.nl, 17 september 2014

Van kamp Sobibór waren slechts twee foto's bekend, tot er in 2020 een boek werd gepresenteerd met foto's uit de nalatenschap van Johann Niemann, het Niemann Album. Deze SS'er was plaatsvervangend commandant en werd bij de opstand in 1943 gedood. Het boek bevat honderden foto's, waarop onder anderen John Demjanjuk te zien zou zijn, die altijd ontkend heeft kampbewaarder in Sobibór geweest te zijn.Vernietigingskamp Sobibór heeft nu een gezicht, NOS.nl, 28 januari 2020.

Nevenkampen Tijdens de Aktion Reinhard (naar de door het verzet gedode SS-topman Reinhard Heydrich) ressorteerden vele dwangarbeiderskampen onder kamp Sobibór. De meeste van deze kampen waren opgericht om arbeiders te huisvesten die werkten aan het reguleren van de waterloop van de beken. Tijdens het beheer door Sobibór werden die kampen jodenkampen. Zij waren bedoeld om de mensen zich letterlijk dood te laten werken. De kampen waren onder andere gevestigd in: Czerniejów gemeente Jabłonna, indirect Dorohucza, Dorohusk, Kamien, Krychow, Luta, Nowosiółki gemeente Telatyn, Osowa, Ruda Opalin gemeente Ruda-Huta, Sawin, Siedliszcze, Sobibór, Staw-Sajczyce, Tomaszowka, Ujazdów gemeente Nielisz, Wlodawa en Żmudź. Slechts enkele bewoners van deze kampen hebben het verblijf overleefd. Aktion Erntefest maakte een einde aan veel van deze kampen en hun inwoners.

Sonderkommando

Het Sonderkommando werd gedwongen de lijken te onderzoeken op waardevolle zaken, zoals ringen en gouden tanden en ten slotte de dode lichamen in massagraven te begraven. In een later stadium was het Sonderkommando ook werkzaam bij het heropenen van de massagraven toen de nazi's overgingen op het cremeren van stoffelijke overschotten.