thumb|De kathedraal van Manilla aan Plaza Roma in Intramuros. Gedurende het grootste deel van de Spaanse koloniale periode bevond de Audiencia van Manilla zich in de directe omgeving van de kathedraal, aan de westzijde van het plein. De Audiencia van Manilla (Spaans: Real Audiencia de Manila) was tussen 1583 en 1901, met een onderbreking van 1590 tot 1596, het hoogste koninklijke gerechtshof van Spaans Oost-Indië. De audiencia fungeerde als hoogste rechterlijke instantie voor de Filipijnen en enkele omliggende eilanden en hield toezicht op de lagere rechtbanken. Daarnaast vervulde zij belangrijke bestuurlijke en adviserende taken en speelde zij een centrale rol in de verhouding tussen het burgerlijk en kerkelijk gezag in de Spaanse kolonie.

De audiencia werd op 5 mei 1583 opgericht, in 1590 opgeheven en in 1596 opnieuw ingesteld. In de negentiende eeuw werd het gerecht hervormd tot een uitsluitend rechterlijke instelling. Na de Amerikaanse verovering van Manilla in 1898 verloor de audiencia geleidelijk haar functie. Met de inwerkingtreding van Act No. 136 op 16 juni 1901 werd zij definitief opgeheven en vervangen door het Supreme Court of the Philippine Islands, de institutionele voorloper van het huidige Hooggerechtshof van de Filipijnen.

De president van de audiencia was de gouverneur-generaal van de Filipijnen. In het tribunaal zaten daarnaast onder meer vier rechters (oidores), een advocaat namens de Kroon (fiscal), een baljuw (alguacil mayor) en een luitenant van de Gran Chanciller (grootkanselier). Door de grote afstand tot zowel Spanje als Nieuw-Spanje beschikten de koloniale autoriteiten in de Filipijnen in de praktijk over een relatief grote mate van zelfstandigheid. Daardoor speelde de audiencia niet alleen een belangrijke rol in de rechtspraak, maar ook in het bestuur van de kolonie en bij de afbakening van de bevoegdheden van wereldlijke en kerkelijke autoriteiten. (2023), Conflictividad y poder eclesiástico en el arzobispado de Manila, 1635-1641, Estudios de Historia Novohispana, nr. 68, p. 135–167, online via deze link

Geschiedenis Oprichting (1583–1584) De Audiencia van Manilla werd op 5 mei 1583 opgericht als hoogste koninklijke gerechtshof in de Filipijnen. De instelling moest zorgen voor een doelmatiger bestuur, een betere rechtspraak en een sterker toezicht op het koloniale bestuur in de archipel. (1919), The Audiencia in the Spanish Colonies, University of California Press, Berkeley, online via deze link Tot dan toe werden zaken in laatste instantie behandeld door de Audiencia van Mexico, maar de grote afstand tussen Nieuw-Spanje en de Filipijnen bemoeilijkte een doeltreffende rechtspraak en het toezicht op het koloniale bestuur. Daarmee was de audiencia van Manilla de eerste koninklijke audiencia die door Spanje in Azië werd opgericht.

De nieuwe audiencia werd gevestigd in Manilla en kreeg dezelfde rang en bevoegdheden als de overige koninklijke audiencias in het Spaanse rijk. De president van het gerechtshof was de gouverneur-generaal van de Filipijnen en daarnaast was de audiencia samengesteld uit drie oidores (rechters), een fiscal (openbaar aanklager namens de Kroon) en de overige noodzakelijke ambtenaren.

Het rechtsgebied van de audiencia omvatte de Filipijnse archipel en strekte zich volgens het oprichtingsbesluit formeel ook uit tot de gebieden op het Aziatische vasteland die onder Spaans gezag stonden of in de toekomst zouden komen te staan. Zij fungeerde als hoogste rechterlijke instantie voor de kolonie en behandelde beroepen tegen uitspraken van lagere rechters en provinciale bestuurders. Daarnaast kreeg de audiencia vanaf haar oprichting ook belangrijke bestuurlijke en adviserende bevoegdheden, waardoor zij uitgroeide tot een van de belangrijkste instellingen van het Spaanse koloniale bestuur in de Filipijnen.

De audiencia begon haar werkzaamheden in mei 1584, kort na de aankomst van de eerste oidores in Manilla. Gouverneur-generaal Santiago de Vera trad daarbij op als eerste president van de audiencia.

Opheffing en heroprichting (1590–1596) De verhouding tussen de gouverneur-generaal en de leden van de audiencia leidde al kort na de oprichting tot spanningen. Gouverneur-generaal Gómez Pérez Dasmariñas was van mening dat de audiencia zich te veel met het dagelijks bestuur van de kolonie bemoeide en daardoor een doelmatig bestuur belemmerde.

Op verzoek van Dasmariñas besloot de Spaanse Kroon daarop in 1590 de audiencia op te heffen. De rechtsprekende taken werden grotendeels overgedragen aan de gouverneur-generaal en andere koloniale functionarissen, terwijl hoger beroep opnieuw mogelijk werd bij de Audiencia van Mexico.

De opheffing bleek echter geen blijvende oplossing. Het ontbreken van een hoogste gerechtshof ter plekke bemoeilijkte zowel de rechtspraak als het bestuur van de archipel. De Spaanse Kroon besloot daarom de audiencia bij koninklijk besluit van 26 november 1595 opnieuw op te richten. Bij de heroprichting werd het aantal oidores uitgebreid van drie naar vier. De instelling hervatte haar werkzaamheden in 1596 en bleef daarna tot het einde van het Spaanse koloniale bewind bestaan.

Verdere ontwikkeling in de 17e, 18e en 19e eeuw Na de heroprichting in 1596 ontwikkelde de audiencia zich tot een vaste pijler van het Spaanse koloniale bestuur in de Filipijnen. Als hoogste gerechtshof van de kolonie bleef zij belast met de behandeling van hoger beroep, terwijl zij daarnaast een belangrijke bestuurlijke en adviserende rol vervulde. De combinatie van rechterlijke en bestuurlijke bevoegdheden leidde in de zeventiende eeuw regelmatig tot conflicten over de afbakening van de bevoegdheden van de gouverneur-generaal en de audiencia. Zo bepleitte gouverneur-generaal Pedro Bravo de Acuña in 1604 zelfs de afschaffing van de audiencia, omdat deze volgens hem het bestuur belemmerde en zich te veel met bestuurlijke en commerciële aangelegenheden bemoeide.Blair & Robertson (1905), vol. XIII, p. 231–243. Ook onder Juan Niño de Tabora en Sebastián Hurtado de Corcuera ontstonden herhaaldelijk conflicten, waarbij naast de gouverneur-generaal en de audiencia ook de aartsbisschop van Manilla, het kathedraalkapittel en verschillende religieuze orden betrokken waren.

thumb|Portret van oidor Simón de Anda Tijdens de Britse bezetting van Manilla (1762–1764) speelde oidor Simón de Anda een belangrijke rol bij het behoud van het Spaanse koloniale gezag in de Filipijnen. Als hoogste nog vrije vertegenwoordiger van de audiencia van Manilla stelde hij zich op het standpunt dat de overgave van Manilla de Spaanse soevereiniteit niet had beëindigd. Vanuit Bacolor organiseerde hij het verzet tegen de Britse bezetting en zette hij het koloniale bestuur buiten de bezette hoofdstad voort. (2022), British occupation of Manila in 1762: resistance and different types of captives, Gladius, 42, p. 193–203, online via deze link

In de negentiende eeuw werd de organisatie van de audiencia ingrijpend hervormd. Bij koninklijk besluit van 4 juli 1861 verloor het gerecht zijn bestuurlijke en uitvoerende taken en werd het een uitsluitend rechterlijke instelling. De audiencia werd bovendien gereorganiseerd en verdeeld in een civiele en een strafkamer (Sala de lo Civil en Sala de lo Criminal), onder leiding van een opperrechter. (2018), The Spanish Roots of Philippine Law, Estudios de Deusto, 66(1), online via deze link.

Na de oprichting van de Audiencia de Cebu in 1886 werd de rechterlijke organisatie in de Filipijnen verder uitgebouwd. Bij koninklijk besluit van 5 januari 1891 werden de audiencias van Manilla en Cebu officieel als territoriale audiencias georganiseerd. Hoewel beide rechtbanken formeel dezelfde status hadden, bleef de Audiencia Territorial de Manila met twee kamers, acht magistraten en een aanzienlijk groter rechtsgebied de belangrijkste rechterlijke instantie van de archipel.Real decreto reorganizando las Audiencias de Filipinas (5 januari 1891), art. 20–22, Gaceta de Madrid, nr. 12 (12 januari 1891), p. 113–119, online via deze link. Tegen uitspraken van beide territoriale audiencias stond beroep open bij het Hooggerechtshof van Spanje (Tribunal Supremo) in Madrid. (2001), The Philippine Judicial System, Institute of Developing Economies (IDE Asian Law Series No. 5), p. 3–4, online via deze link. Ondanks deze hervormingen bleef de audiencia tot het einde van het Spaanse koloniale bewind in 1898 de hoogste rechterlijke instantie van de Filipijnen.

Einde van de audiencia (1898–1901) thumb|Het Archivo General de Indias in Sevilla bewaart het grootste deel van de archieven van het Spaanse koloniale bestuur, waaronder de documenten van de Audiencia van Manilla. Na de Amerikaanse verovering van Manilla op 13 augustus 1898 tijdens de Spaans-Amerikaanse Oorlog verloor de audiencia geleidelijk haar functie als hoogste gerechtshof van de Spaanse kolonie. De strafrechtelijke bevoegdheid werd direct opgeschort, terwijl de civiele rechtspraak nog tot 30 januari 1899 bleef bestaan.Harvey, George R., "The Administration of Justice in the Philippine Islands", Philippine Law Journal, vol. 1, p. 336, aangehaald in: Benitez, Philippine Law Journal, online via deze link.Vol. VIII – Journal No. 117, Supreme Court E-Library, online via deze link.

Het Amerikaanse militaire bestuur koos er aanvankelijk voor het bestaande Spaanse rechtssysteem grotendeels te handhaven. Met General Order No. 20 van 29 mei 1899 werd de Audiencia Territorial de Manila opnieuw ingesteld. De rechtbank bleef voorlopig het Spaanse recht toepassen, voor zover dit niet in strijd was met het Amerikaanse militaire bestuur.General Order No. 20 (29 mei 1899), online via deze link.General Orders No. 20 (29 mei 1899), online naar de Order zelf via deze link.The Judicial System During the American Occupation, Supreme Court of the Philippines, online via deze link.

Met de inwerkingtreding van Act No. 136 op 16 juni 1901 werd de audiencia definitief opgeheven. De hoogste rechterlijke bevoegdheid ging over op het nieuw opgerichte Supreme Court of the Philippine Islands, dat de institutionele voorloper vormt van het huidige Hooggerechtshof van de Filipijnen. Daarmee kwam een einde aan ruim drie eeuwen rechtspraak door de Audiencia van Manilla als hoogste gerechtshof van de Filipijnen.Act No. 136 (11 juni 1901), online via deze link.

Taken thumb|Titelpagina van de Recopilación de Leyes de los Reynos de las Indias (1681), waarin de Spaanse koloniale wetgeving, waaronder de organisatie van de audiencias, werd samengebracht. De bevoegdheden van de audiencia van Manilla waren vastgelegd in de Spaanse koloniale wetgeving en werden later opgenomen in de Recopilación de las Leyes de Indias. Door de grote afstand tot Spanje en de langdurige communicatielijnen met Europa moesten veel bestuurlijke en juridische kwesties in de Filipijnen echter ter plaatse worden opgelost. Hierdoor kregen de gouverneur-generaal en de audiencia in de praktijk een grotere mate van zelfstandigheid dan in de Spaanse wetgeving was voorzien. (1949), The Philippines Since Pre-Spanish Times, Manila: R.P. Garcia Publishing Co., p. 196.

De grenzen tussen de rechterlijke, bestuurlijke en adviserende taken bleken daardoor niet altijd scherp afgebakend. De audiencia ontwikkelde zich tot een van de invloedrijkste instellingen van het Spaanse koloniale bestuur en raakte regelmatig betrokken bij conflicten over de afbakening van bevoegdheden tussen de gouverneur-generaal, kerkelijke autoriteiten en andere koloniale instellingen.

Rechtsprekende taak De audiencia van Manilla was de hoogste rechterlijke instantie van de Filipijnen en behandelde in hoger beroep zowel civiele als strafzaken. Daarnaast sprak het hof in bepaalde zaken ook in eerste aanleg recht, hield het toezicht op de lagere rechtbanken en zag het toe op een uniforme toepassing van het koloniale recht.