thumb|Anna Maria van Schurman, zelfportret (1633). In het bijgaande Latijnse gedicht "Non animi fastus.." verontschuldigt ze zich voor haar onderwerpskeuze:(vertaling) Niet ijdelheid (trots) of schoonheid bracht me ertoe / Mijn gelaatstrekken te graveren in eeuwig koper: / Maar als mijn zeer ongeoefende stift beter werk nog niet aankan / Laat ik de eerste keer niet iets belangrijkers proberen. thumb|Handschrift van Van Schurman in het Album amicorum van Jacob Heyblocq. Een Arabische en een Griekse tekst met handtekening. thumb|Van Schurman door Pierre Puyenbroeck in de Statenpassage, 1841. thumb|Anna Maria a Schurman: Dissertatio de Ingenii Muliebris ad Doctrinam, & meliores Litteras aptitudine. Accedunt quaedam epistolae, ejusdem Argumenti. (Verhandeling over de aanleg van de vrouw voor studie en geschiktheid voor de betere letteren, met brieven over hetzelfde onderwerp), Leiden, Elsevier, 1641 thumb|Anne Marie de Schurman: Question celebre. S'il est nécessaire, ou non, que les filles soient sçavantes, Paris, 1646. Franse vertaling.

Anna Maria van Schurman (Keulen, 5 november 1607 – Wieuwerd, 4, 5, of 14 mei 1678) was een humaniste, taalkundige, theologe, dichteres en kunstenares. Ze werd in 1636 als eerste vrouwelijke studente in Nederland aan de universiteit toegelaten (Utrecht).http://www.geschiedenisbeleven.nl Ze correspondeerde met belangrijke geleerden van die tijd. Haar eruditie werd geroemd en er hingen portretten van haar in de Accademia dei Lincei in Rome en het koninklijke paleis in Stockholm.

Biografie Jeugd en studie Anna Maria van Schurman werd geboren als dochter van Frederik van Schurman en Eva von Harff de Dreiborn. Toen ze drie jaar oud was kon Van Schurman al lezen en op haar zesde maakte zij al heel fijne papierknipkunst. Het gezin verhuisde in 1613 naar Utrecht en daarna naar Friesland. Haar vader onderwees haar net als haar broers, vanaf haar elfde in het Latijn en later in het Grieks. Ze kon niet alleen goed leren, maar blonk ook uit in kunst. Ze leerde gravure-techniek bij Magdalena van de Passe, beheerste papierknipkunst, was waskunstenares en schilderde als eerste in Nederland pastelportretten. Ze werd erelid van het Sint-Lucasgilde van schilders in 1643.

Ze werd jong beroemd door haar eruditie en zelfstudie. Revius noemde haar in een gedicht in 1624. Ze was toen 17 en schreef een gedicht terug. Ze correspondeerde vervolgens met Heinsius (vanaf 1624) en Cats. Volgens stadsgenoot Buchelius stond Anna Maria van Schurman in 1633 bekend in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden als de 'virginum eruditarum decus' (het juweel van de geleerde vrouwen).

In Utrecht werd ze in 1636 als eerste vrouw aan de universiteit toegelaten. Omdat vrouwen in die tijd niet aan een universiteit mochten studeren, volgde ze de colleges vanachter een gordijn, zodat de mannelijke studenten haar niet konden zien. Haar toelating was een initiatief van de Utrechtse hoogleraar Voetius naar aanleiding van een door haar geschreven betoog in Latijn over de geschiktheid van de vrouwelijke geest voor de wetenschap en letteren. Bovendien werd zij als beste latiniste van de stad uitgenodigd om een gedicht te schrijven voor de net opgerichte universiteit ('Op het Sermoen').https://www.uu.nl/organisatie/alumni/anna-maria-van-schurman. Gearchiveerd op 15 november 2021.

Taalkundige en theologe Ze had interesse voor literatuur, medicijnen en allerlei wetenschappen, waaronder vooral theologie. Ze was humaniste. Ze schreef een aantal verhandelingen over theologie in het Latijn, die uitgegeven en heruitgegeven werden in Nederland, Duitsland en Frankrijk. Ook spande ze zich in voor onderwijs aan vrouwen. In 1638 had zij een verhandeling geschreven over het recht van vrouwen om een wetenschappelijke opleiding te volgen. Die verhandeling verscheen in 1641 in druk en had reacties uit heel Europa tot gevolg.

Ze correspondeerde met en kreeg bezoek van Jacob Cats, Anna Roemers Visscher, Gisbertus Voetius, Daniël Heinsius, Caspar Barlaeus, Constantijn Huygens, Utricia Ogle, Elisabeth van de Palts, René Descartes, Christina van Zweden, Claude Saumaise, Marie du Moulin, Johannes Smetius, Meletios Pantogalus (bisschop van Efeze) en Bathsua Makin.http://www.dbnl.org Pieta van Beek: Klein werk: de Opuscula Hebraea Graeca Latina et Gallica, prosaica et metrica van Anna Maria van Schurman (1607-1678). Stellenbosch, 1997. Met name deel 2: Grondteksten/brieven. Gearchiveerd op 22 december 2021.dspace.library.uu.nl P. van Beek: The First Female University Student: Anna Maria van Schurman (1636). Utrecht, 2010. (via de index)]. Gearchiveerd op 19 oktober 2021.

Verder blonk zij uit in de studie van vreemde talen; zij beheerste Frans, Duits, Engels en bovendien Latijn, Grieks, Hebreeuws, Aramees, Ethiopisch, Arabisch, Perzisch en Syrisch.http://www.dbnl.org Pieta van Beek: Klein werk: de Opuscula Hebraea Graeca Latina et Gallica, prosaica et metrica van Anna Maria van Schurman (1607-1678). Stellenbosch, 1997. Gearchiveerd op 22 december 2021. Met recht kan men haar een polyglot noemen. Ze kreeg ook teksten in het Chinees en Japans opgestuurd om te kopieren, hoewel zij die talen niet beheerste.

Insectenkundige Van Schurman had ook een belangstelling voor insecten. Een deel van haar verzameling is te zien in het Museum Martena te Franeker, de stad waar zij woonde van 1623 tot 1626.

Labadiste Van Schurman sloot zich in 1669 aan bij de door Jean de Labadie (1610-1674) gestichte mystieke sekte van labadisten en vertrok naar Amsterdam. Omdat deze sekte daar niet welkom was, vertrok de groep en kwam na omzwervingen in Altona (destijds Denemarken, thans Duitsland) terecht, waar Jean de Labadie in 1674 stierf. Hierna trokken de labadisten naar het Sticht Herford, waar Elisabeth van de Palts abdis was en naar Wieuwerd in Friesland. De labadisten betrokken een stins, Walta State, in het bezit van drie ongetrouwde dochters van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck, de gouverneur van Suriname, Anna, Maria en Lucia. Onder de labadisten was een aantal zeer getalenteerde mensen, zoals Maria Sibylla Merian en Hendrik van Deventer. De quaker William Penn bezocht de labadisten, evenals de Engelse filosoof John Locke. Van Schurman overleed hier op 70-jarige leeftijd.

Publicatie en kunstwerken Publicaties 1638: Amica Dissertatio inter Annam Mariam Schurmanniam et Andr. Rivetum de capacitate ingenii muliebris ad scientias., Paris, s.n., 1638. 1646 vertaling in het Frans: Question celèbre, s’il est necessaire ou non que les Filles soiens Sçavantes. Le tout mis en François par le Sr. Colletet, Paris: Rolet le Duc, 1646. 1639: De Vitae Termino, in: J. van Beverwijck, Epistolica quaestio de vitae termino, fatali an mobili? Cum doctorum responsis. Pars tertia, et ultima, nunc prima edita. Seorsim accedit [...] Annae Mariae a Schurman de eodem argumento epistola, totius disputationis terminus […]. Lugdunuo Batavorum: Johannes le Maire, uitgegeven te Leiden, 1639. Heruitgaven 1644 Rotterdam, 1664 Dordrecht. Vertaald in het Nederlands als "Paelsteen van den tijt onses levens," uitgegeven in Dordrecht, 1639, Amsterdam, 1639, Amsterdam 1647, Dordrecht 1651. Vertaald in het Duits, Der Marckstein vom Ziel und Zeit unseres Lebens (vertaald door S.W.Z.B). s.l., 1678. Vertaald in het Frans, Paris: Rebuffé, 1730 1639: Pael-steen van den tyt onses levens. Dat is, Vvt-spraeck over het geschil, Of de palen van 't leven vast staen, ofte by ons verset konnen werden. In Latijn aen d'heere Johan van Beverwyck geschreven door de edele deught-en-konst-rijcke joffrouvv, Joffr. Anna Maria van Schvrman, En nu in de Nederlantsche tale overgeset (Digitale versie) 1639: Bedenckingen aengaende de toekomste van Christi coninckrijk (Digitale versie) 1640: Epistola theologica a Virgine Nobiliss. Anna Schurmanna ad Jac. Lydium ; ook in: Dissertatio De Ingenii Muliebris ad Doctrinam et meliores Litteras aptitudine. Accedunt Quaedam Epistolae eiusdem Argumenti. Lugdunum Batavorum: Elzeviriana, 1641: 91 101. (Zie gedeeltelijk ook in dele Opuscula (e.g. Van Schurman 1652: 95-101)); deels vertaald in: J. Lydius, Vrolycke uren des doods. Dordrecht, 1640. 1641: Nobiliss. virginis Annae Mariae a Schurman Dissertatio de ingenii muliebris ad doctrinam et meliores litteras aptitudine. Accedunt quaedam epistolae, eiusdem argumenti (Digitale versie) 1642: Vraeghbrief, waerom de Heere Christus, daer hy ongeneselijcke Sieckten, soo met een Woordt, so met Aenraken genas, des Blindens oogen met Slick, en Speecksel gestreken heeft? in: J. van Beverwijck, Schat der ongesontheit. Aenhangsel van Brieven. Amsterdam: J. Schipper, 1642: 121-124. Part III. Aenhangsel van Brieven. Amsterdam: J. Schipper, 1680. Vertaald in het Frans, Paris: Rebuffé, 1730 1648: Opuscula, Elzevir, Leiden, 1648 (bevat werken van Van Schurman en correspondentie en gedichten van bevriende geleerden). Herdrukt in 1650, 1652 en 1749 en in Leipzig: Mich.Carol. Frid. Mvlleri, 1749. 1648: Nobiliss. virginis Annae Maria à Schurman Opuscula Hebraea, Graeca, Latina, Gallica: prosaica et metrica (Digitale versie) 1652: Dissertatio de ingenii muliebris ad doctrinam et meliores litteras aptitudine, Utrecht, 1652 (betoog over recht van vrouw op studie). Tekstuitgave met Duitse vertaling: Dissertation....Abhandlung über d. Befähigung d. Geistes von Frauen f.d. Gelehrsamkeit u.d. höheren Wissenschaften. Zweisprachige Textausg. Hrsg., eingel., übers. u. komm. von Michael Spang. Würzburg 2009 1659: The Learned Maid, or Whether a Maid may be a Scholar. A Logick Exercise, London: John Redmayne 1659 1652: Opuscula Hebraea, Graeca, Latina, Gallica, prosaica et metrica, Anna Maria van Schuurman, Utrecht 1652 1675: Bedenckingen over de toekomste van Christi Koninkrijck. s.a. s.l. (Universiteit van Amsterdam). Ook in: Heylige Lof-sangen ter Eeren Gods, tot Heerlijkheid van Jesus Christus, en tot Vertroostinge en vreugde van syn Kerk. Uit het Frans Vertaalt door Anna Maria van Schurman. Amsterdam: Jacob van Velzen, 1675: 326-331. (Universiteit Utrecht). Ook in in: J. de Labadie, Heylige gesangen. Zijn achter bygevoegt de Bedenckingen van A.M. van Schurman over de Toekomste van Christi Coninkrijk. Amsterdam: Jacob van de Velde, 1683: 394-400. Heruitgegeven in: Mnemosyne xvi, Dordrecht: 1826, 3-13. Vertaald in het Duits, Wesel-Duisburg und Franckfurt: Andreas Luppius, 1699. Vertaald in het Frans, Amsterdam: 1669 1673: Eucleria, seu melioris partis electio, Tractatus brevem vitae ejus Delineationem exhibens. Altonae ad Albim: Cornelis van der Meulen, 1673 (Digitale versie) 1684 vertaald in het Nederlands: Eucleria, of uitkiezing van het beste deel, waar in vertoont wert een kort begrip van haar leven, als mede veel hooftstukken van den godsdienst grondig werden verklaart, Amsterdam: Jacob van Velde, 1684 (Digitale versie) 1683: Heylige gesangen uyt het Frans vertaelt; zyn achter bygevoegt de Bedenckingen van A.M. van Schurman over de toekomste van Christi Koninckryk (Digitale versie) Alleen voor Nederlandse IP-adressen 1685: Eukleria seu Melioris Partis Electio. Pars secunda, historiam vitae ejus usque ad mortem persequem., Amstelodami: Jacob van de Velde, 1685 1728: Geleerde brieven van de edele deugt- en konst-ryke juffrouw, Anna Maria van Schurman : gewisselt met de geleerde en beroemde heeren Samuel Rachelius, professor in de rechten te Kiel en Johan van Beverwyk, med. doct. tot Dordrecht; voor het meerendeel nu uit de Latynsche in de Nederlantsche taale overgezet, en noit voorheen gedrukt : ook zyn hier nog by gevoegt, verscheidene lof-vaarssen, op dezelve juffr. Schurman door eenige geleerde mannen, in het Latyn opgestelt, en nu meede voor het eerst vertaalt (Digitale versie) 1732: Uitbreiding over de drie eerste capittels van Genesis. Beneffens een vertoog van het geestelyk huwelyk van Christus met de gelovigen (Digitale versie) 1754: Continuatie van de Eucleria, Amsterdam, s.n., 1754