thumb|Audi 100 LS (1971–1973) De Audi 100 was een auto uit de hogere middenklasse van het Duitse merk Audi. Het model werd van 1968 tot 1994 geproduceerd in vier modelseries. De Audi 200 was een luxueuzere en krachtigere uitvoering van de Audi 100-serie, met zaken als airco (met climate control), elektrisch bedienbare ramen en meestal een turbo. Dankzij die turbo waren de 200-C2 en de 200-C3 de snelste massageproduceerde zakensedans van hun tijd.

De Audi 5000 werd van 1978 tot 1989 in Noord-Amerika als naam gebruikt voor de Audi 100, daarna heette de auto er ook gewoon 100 en 200. In Zuid-Afrika en China werd Audi 400 gebruikt als naam voor de Audi 100 en Audi 500 als naam voor de Audi 200.

Kenmerken De serie was verkrijgbaar in twee uitvoeringen, een sedan en een stationwagen (Avant). Van de eerste en tweede modelserie was de sedan ook in tweedeursversie (coach) beschikbaar. Tevens was er van de eerste modelserie een coupé verkrijgbaar. Kenrmerkend waren de vele uitvoeringen met 5 cilinders, al waren er ook 4- en 6-cilinder modellen. Op basis van de Audi 200 werd de Audi V8 ontwikkeld.

Met de Audi 100 C3 bereikte Audi in 1982 een wereldrecord in aerodynamica met een Cw-waarde van 0,30. De Audi 100 C4 werd in 1994 opgevolgd door de Audi A6 en S6. De eerste A6 was nauwelijks meer dan een facelift van de laatste 100.

Eerste generatie (C1)

De Audi 100 C1 is de eerste versie van de Audi 100, die in 1968 werd geïntroduceerd. Het model kwam op de markt als vierdeurs sedan. Vanaf 1969 was er ook een tweedeurs coach leverbaar en in 1970 kwam daar ook nog de Audi 100 Coupé S bij.

Geschiedenis Volkswagen had eind jaren zestig van de twintigste eeuw de Audi-fabriek in Ingolstadt gekocht om de productiecapaciteit voor zijn eigen auto's te vergroten. Daarmee zou er eigenlijk een einde aan het merk Audi zijn gekomen. Er was echter een ingenieur bij Audi die het daar niet mee eens was en in het geheim een nieuw model ontwikkelde. Toen dat af was en het gepresenteerd werd aan de directie van Volkswagen was die wel enthousiast en gaf toestemming voor productie. Men plande 100.000 exemplaren te bouwen en te verkopen. Het werden er uiteindelijk meer dan 825.000. Zo werd het merk Audi gered.

Specificaties De Audi 100 C1 was leverbaar in de volgende uitvoeringen: Audi 100 (1968-1974) Audi 100 L (1974-1976) Audi 100 S (1968-1976) Audi 100 LS (1968-1976) Audi 100 GL (1971-1976) Audi 100 Coupé S (1970-1976)

Vanaf april 1970 was de 100 LS optioneel verkrijgbaar met een drietrapsautomaat. In september 1971 ondergingen de wagens een eerste facelift. Alle sedans kregen een klep over de tankdop, het uitrustingniveau werd aangepast en de motoren kregen een update. De nieuwe basismotor werd een 1,8 liter benzinemotor met 85 pk, 5 pk meer dan de oorspronkelijke basismotor. De premium uitvoering van de 1,8 liter benzinemotor in de 100 S en LS kreeg 100 pk, 10 pk meer dan voorheen. Daarnaast was voortaan ook voor alle modellen de optie stuurbekrachtiging beschikbaar.

Het nieuwe topmodel werd de 100 GL met dezelfde 1,9 liter motor die ook gebruikt werd in de 100 Coupé S. Door een gewijzigde compressieverhouding daalde het vermogen van de 1,9 liter motor echter van 115 pk tot 112 pk. De 100 GL kreeg hetzelfde radiatorrooster met dubbele koplampen dat ook gebruikt werd bij de 100 Coupé S. Net als de Coupé kon ook de GL nu tegen meerprijs uitgerust worden met de optionele drietrapsautomaat.

In september 1973 werden opnieuw een aantal wijzigingen doorgevoerd: de voorkant werd hertekend met een radiatorrooster in kunststof en een motorkap en voorvleugels die hoekiger werden. Achteraan kregen de sedans nieuwe lichtblokken en ook de achterwielophanging werd gewijzigd. Bovendien kregen alle modellen veiligheidsgordels (automatische gordels met hoofdsteunen op de GL en Coupé S) en een intervalschakelaar op de ruitenwissers.

De Audi 100 C1 kreeg in september 1974 een laatste facelift. Alle versies kregen bredere velgen en gewijzigde bumpers met zwarte kunststofkappen aan de uiteinden. De 1,8 liter basismotor werd vervangen door de even krachtige 1,6 liter benzinemotor uit de Audi 80. Deze motor was echter niet leverbaar met stuurbekrachtiging.

In de zomer van 1976 werd de 100 C1 vervangen door de Audi 100 C2. De productie van de 100 C1 voor de Noord-Amerikaanse markt liep nog tot maart 1977.

Motoren Gegevens van de basismodellen:De gegevens zijn van de basismodellen bij marktintroductie, tussentijdse faceliften, wijzigingen of meeruitvoeringen zijn niet inbegrepen

+ Audi 100 C1 benzinemotorenTypeMotorVermogenModellenJaartalInhoudCilindersBrandstofvoorziening 1.6 1.577 cm³ 4-in-lijn carburateur 63 kW/85 pk 100 L 1974-1976 1.8 1.760 cm³ 4-in-lijn carburateur 59 kW/80 pk 100 1968-1971 1.8 1.760 cm³ 4-in-lijn carburateur 66 kW/90 pk 100 S 1968-1971 1.8 1.760 cm³ 4-in-lijn carburateur 66 kW/90 pk 100 S, 100 LS 1968-1971 1.8 1.760 cm³ 4-in-lijn carburateur 63 kW/85 pk 100 1971-1974 1.8 1.760 cm³ 4-in-lijn carburateur 74 kW/100 pk 100 S, 100 LS 1971-1976 1.9 1.871 cm³ 4-in-lijn 2 carburateurs 85 kW/115 pk 100 Coupé S 1970-1971 1.9 1.871 cm³ 4-in-lijn carburateur 82 kW/112 pk 100 GL, 100 Coupé S 1971-1976

Tweede generatie (C2)

De Audi 100 C2 is een versie van de Audi 100, die in 1976 werd geïntroduceerd. In 1979 volgde de Audi 200 C2, een meer luxueuze uitvoering van de Audi 100.

Het model was vanaf het begin leverbaar als 4 deurs sedan en als tweedeurs coach. Vanaf 1977 was er ook een Avant leverbaar die overigens bij de C2- en C3-series een relatief schuine achterkant had, waardoor de laadruimte werd beperkt. De Audi 100 C2 was de eerste auto met een 5 cilinder-benzinelijnmotor. Even daarvoor was het Mercedes-Benz die al een 5 cilinder-dieselmotor had gepresenteerd.

De Audi 100 C2 was leverbaar met de volgende motoren: 1.6 63 kW/85 pk 4-cilinder carburateur (1976-1982) 2.0 85 kW/115 pk 4-cilinder carburateur (1976-1978) 1.9 74 kW/101 pk 4-cilinder carburateur (1980-1982) 2.1 85 kW/115 pk 5-cilinder carburateur (1978-1982) 2.1 100 kW/136 pk 5-cilinder injectie (1976-1982) 2.0 51 kW/70 pk 5-cilinder diesel (1978-1982)

Derde generatie (C3)

De Audi 100 C3 is de derde generatie van de Audi 100, die in 1982 werd geïntroduceerd. Het model kwam op de markt als vierdeurs sedan. In 1983 volgden de vijfdeurs "Avant" stationwagen en de vernieuwde Audi 200.

Tijdens de ontwikkeling van de derde generatie besteedde Audi veel aandacht aan de aerodynamische eigenschappen, waardoor de Audi 100 C3 een luchtweerstandscoëfficiënt (Cw) van slechts 0,30 had en daarmee tot de meest aerodynamische productiewagens van zijn tijd behoorde. Dat leverde de wagen bij zijn lancering in 1982 meteen de titel van 'auto van het jaar' op.Audi 100 (C3) 1982 - 1991, auto55.be, 9 oktober 2016. Gearchiveerd op 11 april 2021. Het Avant-model werd een meer typische stationwagen, het hatchback-concept van het eerste Avant-model uit 1977 werd niet overgenomen in de derde generatie.

De Audi 5000 werd van 1978 tot 1989 in Noord-Amerika als naam gebruikt voor de Audi 100, daarna heette de auto er ook gewoon 100 en 200.

In Zuid-Afrika en China werd Audi 400 gebruikt als naam voor de Audi 100. Audi 500 Als naam voor de Audi 200.

De Audi 100 C3 was leverbaar in de volgende uitvoeringen: Audi 100 (1982–1987) Audi 100 CC (1982–1987) Audi 100 CD (1982–1987) Audi 100 CS (1982–1987) Audi 100 Ascott (?) Audi 100 Diesel (1982–1990) Audi 100 Turbo-Diesel (1982–1990) Audi 100 Turbo (1986–1990) Audi 100 2.0 (1988–1990) Audi 100 2.3 (1988–1990) Audi 100 2.4 D (1988–1991) Audi 100 2.5 TDI (1990)

Vanaf 1984 konden alle modellen desgewenst met de "quattro" permanente vierwielaandrijving geleverd worden. Het quattro-systeem was alleen beschikbaar in combinatie met een handgeschakelde versnellingsbak. Vanaf 1985 kreeg de Audi 100 een volledig verzinkte carrosserie, waardoor roest niet langer een probleem was.

In 1988 kregen de wagens een grote facelift. Het interieur werd volledig vernieuwd en naast het Procon-TenProcon-Ten (Programmed Contraction Tension) is een passief veiligheidssysteem van Audi, waarbij een staalkabel aan de motor bevestigd was en door de auto liep richting de gordels en om het stuurhuis heen. Bij een frontale aanrijding werd het motorblok naar binnen gedrukt, spanden de gordels samen en werd het stuur van de bestuurder weggetrokken. gordelspansysteem was er voortaan ook een bestuurdersairbag beschikbaar. De verschillende uitrustingsniveaus (standaard, CC, CS en CD) werden weggelaten.

De Audi 100 2.5 TDI werd in 1990 gelanceerd en was daarmee de eerste Audi met een TDI-motor. Deze dieselmotor met directe injectie had een vermogen van 120 pk en een maximumkoppel van 265 Nm bij 2250 tpm, gecombineerd met een laag brandstofverbruik. Audi wordt beschouwd als een pionier op het vlak van deze technologie.

In december 1990 werd de 100 C3 vervangen door de Audi 100 C4. De versie met de 2,4 liter dieselmotor bleef in productie tot midden 1991.

Motoren Gegevens van de basismodellen: + Audi 100 C3 benzinemotorenTypeMotorVermogenKoppelJaartalInhoudCilindersBrandstofvoorziening 1.8 1.781 cm³ 4-in-lijn carburateur 55 kW/75 pk 140 Nm 1982-1987 1.8 1.781 cm³ 4-in-lijn carburateur 65 kW/88 pk 146 Nm 1986-1990 1.8 1.781 cm³ 4-in-lijn injectie 66 kW/90 pk 142 Nm 1988-1989 1.8 1.781 cm³ 4-in-lijn carburateur 66 kW/90 pk 145 Nm 1983-1989 1.8 1.781 cm³ 4-in-lijn injectie 66 kW/90 pk 137 Nm 1985-1990 1.9 1.921 cm³ 5-in-lijn carburator 74 kW/100 pk 150 Nm 1982-1984 2.0 1.994 cm³ 5-in-lijn injectie 83 kW/113 pk 165 Nm 1986-1987 2.0 1.994 cm³ 5-in-lijn injectie 85 kW/115 pk 170 Nm 1984-1987 2.0 1.994 cm³ 5-in-lijn injectie 85 kW/115 pk 172 Nm 1988-1990 2.1 2.144 cm³ 5-in-lijn injectie 96 kW/131 pk 171 Nm 1982-1984 2.2 KAT 2.226 cm³ 5-in-lijn injectie 85 kW/115 pk 165 Nm 1984-1986 2.2 E quattro 2.226 cm³ 5-in-lijn injectie 88 kW/120 pk 172 Nm 1988-1990 2.2 (quattro) 2.226 cm³ 5-in-lijn injectie 101 kW/138 pk 188 Nm 1984-1990 2.2 E Turbo 2.226 cm³ 5-in-lijn injectie 121 kW/165 pk 240 Nm 1986-1990 2.3 E 2.309 cm³ 5-in-lijn injectie 100 kW/136 pk 190 Nm 1986-1990 2.3 E 2.309 cm³ 5-in-lijn injectie 98 kW/133 pk 186 Nm 1990

+ Audi 100 C3 dieselmotorenTypeMotorVermogenKoppelJaartalInhoudCilindersTechnologie 2.0 D 1.986 cm³ 5-in-lijn atmosferische diesel 51 kW/69 pk 123 Nm 1982-1988 2.0 TD 1.986 cm³ 5-in-lijn turbo diesel 64 kW/87 pk 172 Nm 1982-1988 2.0 TD 1.986 cm³ 5-in-lijn turbo diesel intercooler 74 kW/100 pk 192 Nm 1988-1990 2.4 D 2.370 cm³ 5-in-lijn atmosferische diesel 60 kW/82 pk 164 Nm 1989-1991 2.5 TDI 2.461 cm³ 5-in-lijn turbo diesel met directe injectie en intercooler 88 kW/120 pk 265 Nm 1990

Vierde generatie (C4)

thumb|Audi S4 Limousine De Audi 100 C4 is de vierde en laatste generatie van de Audi 100, die van 1990 tot midden 1994 verkocht werd. Het model kwam op de markt als vierdeurs sedan. In 1991 volgde de vijfdeurs "Avant" stationwagen en in 1992 de Audi S4, een sportieve uitvoering van de Audi 100.

Net als zijn voorganger kreeg de 100 C4 een volledig verzinkte carrosserie. Bij de vierde generatie besteedde Audi veel aandacht aan de kwaliteit en de afwerking, onder andere door het gebruik van hoogwaardige materialen in het interieur. Het Audi Procon-Ten gordelspansysteem bleef aanwezig, vanaf 1993 werden alle modellen standaard met airbags geleverd.

Een belangrijke nieuwigheid voor de 100 C4 was de introductie van V6-benzinemotoren. Initieel was dat een 174 pk sterke 2,8 liter V6-benzinemotor, twee jaar later kwam daar nog een minder krachtige 2,6 liter bij. Daarnaast waren ook nog steeds motoren uit de vorige generatie beschikbaar, waaronder de vijfcilinder benzinemotor en de 2,5 liter TDI dieselmotor met EGR-systeem. Alle wagens waren optioneel leverbaar met quattro-vierwielaandrijving, ook in combinatie met een ZF automatische versnellingsbak. In de vorige generatie was het quattro-systeem enkel in combinatie met een manuele versnellingsbak mogelijk.