AJS is een Brits merk van motorfietsen en een historisch Brits merk van inbouwmotoren, zijspannen, auto's, autobussen en radio's. Men produceerde onder deze merknaam, maar ook onder de namen Stevens en "Ajax".
De bedrijfsnamen waren: Stevens Motor Manufacturing Company, Wolverhampton, AJS Wireless and Scientific Instruments, Wolverhampton, A.J. Stevens & Co (AJS), Wolverhampton, A.J. Stevens & Co. (1914) Limited (AJS), Wolverhampton, Associated Motor Cycles (AMC), Woolwich, Norton-Villiers, Andover en A.J.S. Motorcycles Ltd, Goodworth Clatford.
Voorgeschiedenis Joseph Stevens sr. werkte vanaf 1874 als zelfstandig smid in Cross Street in Wednesfield (Wolverhampton). Zijn bedrijf heette J. Stevens Co. Zijn oudste zoon Harry kwam in latere jaren in het bedrijf helpen, dat naar Tempest Street (dichter bij het centrum van Wolverhampton) verhuisde. Ook derde zoon Joseph jr. voegde zich bij hen.
Stationaire motoren Joseph kocht een Amerikaans Mitchell-viertaktmotortje om machines in het bedrijf aan te drijven. Dit blok was echter zeer onbetrouwbaar. Harry bouwde in 1897 een eigen 1¾pk-motor waarvan de carburateur was gemaakt uit een mosterdblikje. In 1899 bouwde Harry zo'n motortje in een BSA-fietsframe. Al snel kwam er een eigen productie van motorblokjes, carburateurs en versnellingsbakkenDe hier besproken versnellingsbakken werden niet gebruikt voor voortbeweging, maar om de toerentalen van de stationaire motor aan te passen aan de werksnelheid van de machines in de fabrieken. die aftrek vonden in de industrie van Wolverhampton.
Jaren nul Bedrijf Stevens Motor Mfg. Co. In 1899 richtten de broers Jack, Harry, George en Joe Jr. de "Stevens Motor Mfg. Co." op. William Clarke van de firma Wearwell Cycle Works raakte geïnteresseerd. Hij had in Pountney Street zijn eigen bedrijf opgericht. Voor de Wearwell-fietsen werden door J. Stevens Co. al spaken, bouten en moeren geleverd. Clarke sloot een contract met de gebroeders Stevens voor de levering van een vast aantal inbouwmotoren per week. Zo ontstond het merk Wearwell-Stevens, maar ook Clyno en Sunbeam startten hun gemotoriseerde bestaan met inbouwmotoren van Harry Stevens.
Pelham Street Works In 1904 verhuisde Stevens MMC naar Pelham Street. Er ontstond een grote productie van motorblokken, onder andere van inbouwmotoren voor Wearwell-Stevens. Ook de gebroeders Werner kochten Stevens-inbouwmotoren en monteerden ze onder hun eigen naam. In 1905 liep de verkoop van motorfietsen sterk terug, maar dankzij de productie van bouten en moeren bij de Stevens Screw Co. overleefde het bedrijf. De gebroeders gebruikten deze periode om nieuwe motorblokken te ontwikkelen, maar drie van hen moesten er toch banen bij nemen om de schuldeisers te kunnen betalen. De verkopen bij Wearwell liepen gelukkig nog redelijk met de productie van de Wolf-motorfietsen. Er werden nu ook frames voor Wearwell-Stevens geproduceerd en ook het merk Clyno in Thrapston bestelde Stevens-motorblokken. In 1909 won een Wearwell-motorfiets met Stevens-zijklepmotor een 24 uurs-betrouwbaarheidsrit. Jack Stevens besloot onder de eigen merknaam motorfietsen in te zetten in de Tourist Trophy van 1911 op het eiland Man. Daarom werd een eigen merk opgericht.
Retreat Street Works: AJS Men verhuisde naar Retreat Street en Clyno trok in het oude Stevens-pand. Het pand in Retreat Street lag tegenover Stevens Screw Company Limited. De fabriek aan Pelham Street werd betrokken door Clyno. De initialen van Jack (de enige met twee christelijke voornamen: Albert John) werden voor de naam van de firma gebruikt: A.J.S.. Men ging nu op grotere schaal motorfietsen produceren, mede doordat de grootste klant, Wearwell, na een grote interne fraude gesloten was.In 1911 ging het Wearwell failliet doordat de secretaris, King, al in 1909 veel bedrijfsgeld vergokt had aan de pooltafels. King had geprobeerd zelfmoord te plegen, maar omdat ook een van de Clarke-broers hierbij was betrokken, diende William Clarke geen klacht tegen King in.
Motorfietsen
Eerste motorfietsen In 1903 produceerden de Stevens-broers zelf hun eerste complete motorfiets, die door hun 19-jarige zus Lily door de straten van Wolverhampton werd gereden. Ook verscheen de "Motette" tricycle, die onder het Wearwell-Stevens merk verkocht werd. In 1905 bouwde Harry een motorfiets met voor- en achtervering met een motorblok van John Prestwich uit Tottenham.
Jaren tien
Bedrijf A.J. Stevens & Co (AJS), Wolverhampton Vanaf 14 november 1909 heette het bedrijf officieel A.J. Stevens & Co (AJS). De directeuren waren de vier gebroeders Stevens: Albert John (Jack), George, Joe jr. en Harry. De grote man achter de productie van de AJS motorfietsen was echter Harry Stevens. George was commercieel manager en Joe Jr. leidde de experimentele afdeling. De eerste AJS werd op de Motor Cycle Show in 1910 gepresenteerd. Het was een 293cc-zijklepper met drie versnellingen dat als AJS Model B op de markt zou komen. Daarmee kon men deelnemen aan de Junior TT van 1911. Jack behaalde de 15e plaats, achter een privérijder, J.D. Corke, op een identieke machine. De frames werden nog in Pelham Street gemaakt, maar toen Clyno daar zijn intrek nam verhuisde de hele productie naar Retreat Street. Harry ontwierp de eerste motorfiets voor Sunbeam en gebruikte het geld voor de ontwikkeling van twee AJS-modellen: Model A en AJS Model B. In 1912 volgde het Model D, een 5pk-V-twin. AJS nam in dat jaar niet deel aan de TT, vanwege de grote vraag naar hun motorfietsen, maar in 1913 behaalde men een 10e plaats. In 1914, toen de cilinderinhoud van de Junior TT was vergroot naar maximaal 350 cc, bouwde men de 2¾-pk 349cc-eencilinder met drie versnellingen en kettingaandrijving. Men behaalde de 1e, 2e, 4e en 6e plaats en de machine werd bijzonder populair. Er werd intussen ook een 800cc-6pk-V-twin geproduceerd.
Hayward zijspannen In 1913 kwam het AJS Model D met zijspan uit. Dit zijspan was geproduceerd door Charles William Hayward. Deze produceerde al zijspannen voor onder andere Sunbeam. Ze stonden goed bekend en ook AJS ging deze zijspannen gebruiken. Het Model D met zijspan werd een groot succes. In 1915 volgde de "Sociable", met twee zitplaatsen in het zijspan. De persoon die het dichtst bij de motor zat kon deze vanuit het zijspan besturen. Joe Stevens Jr.'s vrouw Sarah Ann was in 1906 overleden. Later trouwde hij met Haywards moeder, zodat Charles William Hayward zijn stiefzoon werd.
A.J. Stevens & Co. (1914) Limited (AJS) Na successen in de TT van Man in 1914 werden ook sportieve modellen in grote aantallen verkocht en ook de vraag naar AJS-zijspannen was nauwelijks bij te benen. Het beginkapitaal van ₤ 1.000 was in 1914 al gestegen naar ₤ 50.000. Om geld voor nieuwe ontwikkelingen te vergaren was het nu een "Public Company" geworden met de naam "A.J. Stevens & Co. (1914) Limited". De directie werd uitgebreid met beurshandelaar E. E. Lamb en ingenieur E. L. Morcom. AJS begon aan een mooie toekomst. De Eerste Wereldoorlog gooide echter roet in het eten.
Graiseley Hill Works In 1914 had het bedrijf Graiseley Hill House gekocht, een groot landhuis met voldoende grond om een fabriek te bouwen. Die was in 1915 klaar, maar door het uitbreken van de oorlog moest de verhuizing worden uitgesteld. De kantoren en de reparatiewerkplaats verhuisden in 1917. De Stevens Screw Company verhuisde naar Retreat Street. Na de oorlog werden de Graiseley Hill Works flink uitgebreid met drie nieuwe gebouwen. De fabriek was ruim een hectare groot, maar bleef groeien tot 1½ hectare in 1922 en 2,1 hectare in 1924.
Eerste Wereldoorlog Er werd oorlogsproductie gedraaid, maar desondanks werden bestaande modellen verbeterd en nieuwe ontwikkeld. Er was echter schaarste aan materialen waardoor het Model B tot na de oorlog uit productie ging. Ook werd de benzine schaars en dus duur. Op de testbanken draaiden de motoren nu op stadsgas. Op gezag van het Ministry of Munitions moest men vanaf november 1916 munitie produceren. AJS kreeg echter via het Britse War Office een order voor 1100 militaire motorfietsen voor het Russische leger. Ook BSA, Norton en Sunbeam kregen een deel van deze order. Zo werd het Model D tijdens de Eerste Wereldoorlog alsnog gebouwd. Deze order hield AJS bezig tot het verbod op de bouw van civiele motorfietsen in januari 1919 werd opgeheven.
Motorfietsen Modellen A en B De eerste eigen modellen waren de Modellen A en B, die in 1910 op de markt kwamen. Dit waren 300cc-eencilinderzijkleppers met twee (Model A) of drie (Model B) versnellingen. In 1912 werd de cilinderinhoud vergroot tot 315 cc, maar het Model A verdween na dit jaar van de markt. Het Model B bleef, werd in 1913 vergroot tot 350 cc en zou uitgroeien tot het sportmodel, dat als AJS TT Model succesvol zou zijn in de TT van Man. AJS-rijders werden eerste en tweede in de Junior TT van 1914. Dat was de laatste vooroorlogse TT. In 1920 won Cyril Williams ook de eerste naoorlogse Junior TT.
Model D Het Model D legde de basis voor de zware V-twins die AJS tot 1940 zou produceren. Het was te koop als toermotor, maar bedoeld als zijspantrekker. Het kwam in 1912 als 630cc-model op de markt, maar groeide naar 700 cc en later naar 750 cc. Dankzij dit model, dat aan het Russische leger werd verkocht, overleefde AJS als motorfietsproducent de Eerste Wereldoorlog.
Modellenoverzicht jaren tien Eencilinders AJS ModelABABB TouringB SportCilinderinhoud292,5 cc315,6 cc349,0 ccPeriode1910-191119121913-1916CategorieToerSportToerSportToerSportV-twins AJS ModelDDADSociableD De LuxeCilinderinhoud631,1 cc696,7 cc550,8 cc748,3 ccPeriode191219131914-19161914-192019151919-1920CategorieToerZijspancombinatieToer
Jaren twintig Bedrijf