thumb|Joseph Fouché Joseph Fouché, als duc de l'Empire 1e hertog van Otranto (Le Pellerin, 21 mei 1759 – Triëst, 26 december 1820), was een Frans staatsman tijdens de Franse Revolutie en het napoleontische tijdperk.
Fouché verraadde figuren als Maximilien Robespierre, Paul Barras, Collot d'Herbois, Charles-Maurice de Talleyrand en Napoleon Bonaparte, mannen aan wie hij ooit trouw had gezworen. Als een kameleon werd hij door Honoré de Balzac gezien als een genie, die zijn leven dicht bij de macht doorbracht – totdat hij er van verwijderd was en in bijna totale vergetelheid stierf.
In 1793 was Fouché de leider van de Terreur in Lyon en de initiator van een atheïstische beweging. Hier speelde hij een belangrijke rol in de déchristianisation (ontkerstening) van Frankrijk om een antigodsdienst, de agnostische Culte de la Raison (Cultus van de Rede), te vestigen.
Als gevreesde minister van politie hielp en hield hij Napoleon in het zadel, maar heeft ook een belangrijk aandeel gehad in zijn val. De slimme en koudbloedige revolutionair ontwikkelde zich tot een gewiekste intrigant die een enorm netwerk van spionnen onderhield en constant verschillende partijen tegen elkaar uitspeelde.
Levensloop Jeugd en Franse Revolutie Fouché was de zoon van een scheepskapitein op de koopvaardij. Hij was als kind zwak en ziekelijk. Hij volgde een opleiding tot priester bij de oratorianen in Nantes, die zich gespecialiseerd hadden in onderwijs, nadat de jezuïeten hun belangrijke rol hadden verloren. Hij werkte als wis- en natuurkundeleraar in Niort, Saumur, Vendôme, Juilly en Arras. Daar leerde hij Lazare Carnot, Maximilien de Robespierre en diens zuster Charlotte de Robespierre kennen in een literair genootschap.
Toen de Franse Revolutie in 1789 uitbrak, voegde hij zich bij de revolutionairen. De oratorianen stuurden hem in 1790 terug naar Nantes. maar Fouché trad uit. Hij werd lid van de Nationale Vergadering en sloot zich eerst aan bij de Girondijnen , die de meerderheid vormden. Toen de Girondistische partij haar hegemonie begon te verliezen, voornamelijk na de toetreding van Robespierre tot de conventie, verlegde Fouché zijn voorkeuren naar de meer radicale Jacobijnen en ging zo van gematigd monarchist naar de meest radicale Jacobijnen, en werd hij lid van de Comité voor Openbare Veiligheid.
In augustus 1792 werd hij verkozen als lid van de Nationale Conventie voor het departement Loire-Atlantique.
Op 17 januari 1793 stemde Fouché voor de executie van Lodewijk XVI(1754-1793). Omdat hij als spreker niet bijzonder prominent was, werd hij het liefst gekozen in commissies, waar men inzicht kon krijgen in de omstandigheden en invloed hebben op wat er in de Franse politiek gebeurde.
Fouché had contact met Nicolas de Condorcet over onderwijsvernieuwing en zou aanvankelijk tot de girondijnen behoord hebben. Hij werd pas montagnard tijdens de stemming over de executie van koning Lodewijk XVI. Pas op het laatste moment sloot de calculerende Fouché zich aan bij de winnende partij.Zweig, S. (1929) Joseph Fouché. Bildnis eines politischen Menschen, p. 20. Vervolgens richtte hij zich op de staatsfinanciën en publiceerde zijn Instruction, een communistisch manifest avant la lettre, waarin hij zijn visie kenbaar maakt op de "rijken", die weigerden zich te scharen onder het republikeinse bewind.
Terreur Toen in het voorjaar van 1793 in diverse departementen royalistische opstanden uitbraken, kreeg hij de opdracht om in het kader van de Levée en masse manschappen te organiseren om de opstand in de Vendée de kop in te drukken. In juni reisde hij af naar het midden van het land. Op 22 september werd in Nevers plechtig de eerste 'Tempel van de Mensheid' geopend.Elchardus, M. (1989) De Republikeinse kalender... 'niets minder dan een verandering van religie', p. 117. In: De opstand van de intellectuelen. De Franse revolutie als avant-première van de moderne cultuur. Op 23 of 26 september verkondigde hij in Moulins (Allier) met zes artikelen zijn antikatholieke instelling. Fouché verbood elke godsdienstige ceremonie buiten het kerkgebouw, religieuze kenmerken en ceremoniële gewaden. Hij seculariseerde begrafenissen en begraafplaatsen. Het kerkhof werd verbannen naar buiten de stad. Bij de ingang verordonneerde hij de tekst la mort est un sommeil éternel ("de dood is een eeuwige slaap") te bevestigen.Sérieys, A. (1820) Het ambtelooze, staatkundige en zedelijke leven van Fouché (van Nantes), p. 12-13.Soboul, A. (1979) De Franse Revolutie II, p. 293-294. Omdat de Franse schatkist leeg was, werd besloten tot roof, niet alleen in het binnenland, maar ook in het buitenland. Fouché liet Franse kerken plunderen. Minstens zeventien kisten met kerkschatten werden naar Parijs afgevoerd. Stola's en gewaden waren goed voor soldatenbroeken, kerkklokken en beslag van misboeken kwamen in de smeltkroes terecht. De drie miljard aan edele metalen en edelstenen waren nodig ter dekking van het assignaat.Soboul, A. (1979) De Franse Revolutie II, p. 292.Volgens Louis Madelin in De Fransche Revolutie, p. 160-161 zijn de assignaten voor het eerst ingezet als compensatie voor de geroofde kerkschatten. Het celibaat werd afgeschaft. Priesters werden gedwongen binnen een maand te trouwen of een kind te adopteren.https://www.historicum.net/themen/franzoesische-revolution/biographien/art/Fouche_J/html/artikel/525/ca/6ebb3705a2/. Gearchiveerd op 22 augustus 2016.
Sinds begin juni verzetten girondijnen in Lyon zich tegen het centralistische Parijs en bepleitten een federalistische benadering. Ze weigerden de Nationale Conventie te erkennen en haar besluiten aangaande de Franse Grondwet van 1793 bekend te maken. Hoewel de bevolking de grondwet had goedgekeurd, weigerde de gemeenteraad de uitslag te aanvaarden.Hanson, P.R. (2003), The Jacobin Republic Under Fire. The Federalist Revolt in the French Revolution, p. 203. In meerdere Franse steden was een graantekort en dreigde een hongersnood of misschien zelfs opstand. Vanaf half augustus werd de stad Lyon belegerd en was door honger gedwongen zich op 9 oktober over te geven. Op 12 oktober besloot de Nationale Conventie dat alle contrarevolutionairen in Lyon moesten worden ontwapend en de stad moest grotendeels worden verwoest.Janssen Perio, E.M. (1989), Vrijheid, gelijkheid en de broederschap van Kaïn en Abel, p. 198-200. Fouché kreeg bijna-dictatoriale bevoegdheden van de Conventie.
thumb|360px|Fouché in Lyon (tekening uit 1834)
Begin november 1793 arriveerde Fouché met Jean-Marie Collot d'Herbois in het opstandige Lyon, waar zij Georges Couthon vervingen, die de bevolking had gespaard en enkel de huizen van de rijken had verwoest. Er is eerst een mis opgevoerd waarin een ezel bedekt met een toga en een mijter op het hoofd en een bijbel aan zijn staart een belangrijke rol speelde. Eind november werden 2.000 extra man vanuit Parijs naar Lyon gestuurd. 's Nachts werden huiszoekingen gedaan en Collot en Fouché begonnen massa-executies uit te voeren. Op 14 Frimaire (4 december) werden 60 mannen aan elkaar vastgeketend en neergeschoten door kanonnen, een dag later gevolgd door nog eens 211 mannen die met behulp van schroot schijnen te zijn geveld.Hanson, P.R. (2003), The Jacobin Republic Under Fire. The Federalist Revolt in the French Revolution, p. 193. De lijken werden in de Rhône geworpen. In de dagen daarop volgden nog eens 140 executies. Deze extreem bloedige acties leverden Fouché de bijnaam mitrailleur de Lyon ("beul van Lyon") op. In totaal werden tussen 1667 en 1905 executies uitgevoerd. Collot haastte zich naar Parijs omdat de bevolking protesteerde tegen al het bloed of hij vertrok naar de havenstad Toulon, waar de royalisten steun van de Engelsen hadden verkregen. De stad werd twaalf uur gebombardeerd en 213 rebellen werden gefusilleerd.Janssen Perio, E.M. (1989), Vrijheid, gelijkheid en de broederschap van Kaïn en Abel, p. 218.
Ondertussen was de Terreur in Parijs op zijn hoogtepunt gekomen. Robespierre had de meeste hébertisten, voorstanders van de Culte de la Raison, en Georges Danton naar de guillotine gestuurd. Op 8 april 1794 werd Fouché aangeklaagd voor de gepleegde wreedheden in Lyon.Flake, O. (1968), De Franse Revolutie, 1789-1799, p. 169. Hij moest zich verantwoorden in de verontwaardigde Conventie, maar 's avonds had Fouché een ontmoeting met Robespierre, die hem of ter verantwoording riep of over zijn domheid of over zijn laksheid. Over het besprokene is weinig bekend. Mogelijk schoof Fouché de schuld op Collot en wist zich vrij te pleiten.
Op 6 mei hield Robespierre een beroemde rede waarin hij met veel bijval het bestaan van een hogere macht en de onsterfelijkheid aan de Conventie presenteerde. Hij organiseerde op 8 juni 1794 een Fête de l'Être Suprème ("feest van het Opperwezen"), een viering van zijn nieuwe theïstische cultus. Fouché bespotte deze nieuwe cultus, waarop het conflict tussen de twee escaleerde. Robespierre probeerde Fouché, die begin juni (18 Prairial) als voorzitter was benoemd, op 11 juli uit de jakobijnse vereniging te laten verwijderen. Die benoeming had plaatsgevonden in de weken dat Robespierre zich nauwelijks in Parijs liet zien, uit het Comité van algemeen welzijn was getreden en lange wandelingen met zijn Newfoundlander maakte. Fouché, bang binnenkort zelf slachtoffer te worden van de "Onomkoopbare", een pistool dragend en niet meer thuis slapend, vond veel medestanders in een snel groeiend verzet tegen Robespierre en de Terreur.Janssen Perio, E.M. (1989), Vrijheid, gelijkheid en de broederschap van Kaïn en Abel, p. 248. Het Comité de salut public, de feitelijke regering van de republiek, liet Robespierre arresteren en stuurde hem op 28 juli naar de guillotine.
Thermidor en Directoire In de antiradicale reactie die volgde op het einde van de Terreur en die gewoonlijk met de Thermidor wordt aangeduid, werd Fouché in augustus 1794 gearresteerd, maar hij wist aan de guillotine te ontsnappen door uitstel te vragen om zijn verdediging te organiseren.Flake, O. (1968), De Franse Revolutie, 1789-1799, p. 183. Fouché werd de raadgever van de anarchist Gracchus Babeuf die 60.000 pamfletten liet drukken om de revolutie voort te zetten. In april 1795 werd hij aangeklaagd vanwege de roof van kerkschatten uit Nièvre en Allier. Op 8 augustus werd tegen hem en vijf andere montagnards een arrestatiebevel uitgevaardigd.Soboul, A. (1979), De Franse Revolutie II, p. 399. Op 13 augustus werd hij uit de Conventie gejaagd. Hij werd weer toegelaten tijdens een generaal pardon op 26 oktober, net als Jacques-Louis David.
Tijdens de regering van het Directoire schijnt Fouché zich gedeisd te hebben gehouden in Montmorency (Val-d'Oise) en teerde op zijn buitgemaakte geld.Flake, O. (1968), De Franse Revolutie, 1789-1799, p. 205. Hij wist de steun van Paul Barras te krijgen, die hem in 1798 tot ambassadeur naar de Cisalpijnse Republiek benoemde. Begin 1799 keerde hij terug naar Parijs en werd, na een kort verblijf als ambassadeur in de Bataafse Republiek op 20 juli 1799 benoemd tot minister van politie.
Fouché bleek zeer effectief in het uit de weg ruimen van de tegenstanders van het Directoire. Op verzoek van Sieyès liet hij alle burgergenootschappen, waaronder de jakobijnse club sluiten. Daarmee kwam een einde aan de Franse Revolutie. Elf dagbladen werden verboden en de drukpersen in beslag genomen. Hij arresteerde critici van het regime aan zowel royalistische als jakobijnse kant, zodat de rust in het land terug kon keren. Zo ontwikkelde hij zich tot een van de machtigste mannen van Frankrijk.
Consulaat