De Volkscongressen in de provincie Groningen waren grote manifestaties of protestbijeenkomsten, waarbij sinds 1972 aandacht werd gevraagd voor de achtergestelde sociaaleconomische positie van de provincie Groningen. De centrale leus was Groningen geen wingewest! Tot 1980 is er viermaal zo'n volkscongres gehouden.
Het initiatief voor de volkscongressen lag bij de Communistische Partij van Nederland (CPN, maar de organisatie werd gedragen door een platform van actiecomités. Boegbeeld van de beweging was de Groningse CPN-activist Fré Meis (1921-1992), leider van de strokartonstaking in Oude-Pekela in 1969., Fré Meis. Handelsreizger in revoluties, Zutpen: Walburg Pers, 2002. De deelname was niet beperkt tot aanhangers van zijn partij. Veel studenten en medewerkers van de Rijksuniversiteit Groningen bezochten de manifestaties en traden op als spreker. De manifestaties werden voorafgegaan door demonstraties en verlevendigd met culturele optredens.
De volkscongressen waren een belangrijke uiting van het oplevende regionalisme, dat sinds de jaren zeventig de politiek in Noord-Nederland heeft gekleurd.
Achtergrond miniatuur|Toespraak van Kamerlid Fré Meis tijdens het eerste Volkscongres te Groningen, 15 april 1972. Eind jaren zestig werd de provincie Groningen – met name Oost-Groningen – zwaar getroffen door de achteruitgang van de strokartonindustrie en de confectie, en de uitstoot van arbeidskrachten in de landbouw. De loonstijging in het Noorden liep achter bij die in de rest van het land, terwijl de werkloosheidscijfers er veel hoger waren en er relatief veel armoede heerste. De gevonden aardgasvoorraden (het aardgasveld van Slochteren) kwamen bovendien nauwelijks ten goede aan de eigen provincie. Ook voorstellen voor het aanleggen van militaire oefenterreinen en – later – dumping van radioactief afval in de provincie vielen niet in goede aarde. De gematigde koers van de PvdA, die zich vooral op opbouw van de verzorgingsstaat richtte, riep weerstand op, hetgeen tot groeiende aanhang voor de linkse partijen CPN en PSP leidde. Een belangrijk thema was de dreigende militarisering van het Noorden, die volgens kritische auteurs een gevolg zou zijn van een bewust gekozen NAVO-strategie., Groningerland – een Nederlands probleem, Amsterdam 1971. , Tegen lozing atoomafval en West-Duits atoomgevaar: Groningen geen wingewest! (Voorbereidingsboekje Volkskongres, gehouden 5 maart 1977, Winschoten), Groningen 1976. Uit PSP-perspectief: , Noord Nederland – een kolonie?, Amsterdam 1973. Oud-studentactivist Zanen was sinds 1971 Statenlid voor de PSP en maakte in 1974 de overstap naar de PvdA, later naar de Partij voor het Noorden. Vooral het plan van staatssecretaris Henk Kikkert voor aanleg van een militair oefenterrein in Westerwolde riep grote verontwaardiging op.
De CPN had begin jaren zeventig veel succes met haar acties op sociaaleconomisch gebied, met name tijdens de strokartonstaking van 1969. Dit leidde tot een klinkende verkiezingsoverwinning in 1971. Deels als reactie op de groeiende sociale onrust gingen ook PvdA en vakbonden zich actiever met de sociaaleconomische achterstelling van Groningen bezighouden., 'De tweede jeugd van het communisme in Groningen, in: (red.), Tussen Finsterwolde en Moskou. Over de geschiedenis van het communisme in Oost-Groningen, Scheemda 1993, p. 103-126, hier 108-109. Vgl. de enigszins gekleurde weergave van , 'Tegen de achterstelling van het Noorden (1965-1985)', in: (red.), Honderd jaar arbeidersbeweging en socialisme in Groningen, Groningen 1986, p. 227-250. Tussen beide takken van de arbeidersbeweging bestond een stevige concurrentiestrijd. De vakbonden vreesden een terugkeer naar de tijd van de Rode Vakbewegingsoppositie, waarbij wilde acties de loononderhandelingen frustreerden.
In een poging de verkiezingsoverwinning te consolideren, en uit protest tegen het vermeende afglijden van de provincie naar een wingewest, nam de CPN daarop het initiatief tot een volkscongres. Dit om de bevolking van de provincie Groningen in beweging te krijgen. De vier volkscongressen werden georganiseerd door de 'gezamenlijke actiecomités', een honderdtal locale groepen die door critici soms werden afgeschilderd als communistische mantelorganisaties. Hoewel de CPN achter de schermen een grote rol speelde, deed de partij haar best daarvan naar buiten toe niet al te veel te laten merken. Zo wilde men vermijden dat anderen zich zouden laten afschrikken. In lijn met het vooroorlogse leerstuk van het eenheidsfront en geïnspireerd door de Italiaanse zusterpartij werd het beeld geschetst van een brede coalitie die boven de partijen stond:een belangrijke samenbundeling … tussen verschillende Groningse bevolkingsgroepen: arbeiders, boeren, vissers, studenten, middenstanders, welzijnswerkers en kunstenaars. Daarbij werd eensgezind geëist: behoud en uitbreiding van de werkgelegenheid en verdere ontwikkeling van het noorden van het land.De congressen bleken onverwacht breed gedragen en werden een succes. Vooral de opvallende deelname van studenten, gemobiliseerd door de Groninger Studentenbond (GSb) was opvallend.Vgl. Harrie Teunissen, 'Het Groninger Volkskongres: voorbeeld van een koalitiepolitiek', in: Te Elfder Ure 19 (1972), p. 443-456. De PvdA weigerde echter samenwerking en ook de vakbonden, die soms harde kritiek te verduren kregen, hielden zich afzijdig. Men stoorde zich eraan dat de CPN achter de schermen de leiding wilde houden en andere deelnemers telkens voor voldongen feiten stelde.De organisatie functioneerde grotendeels volgens de principes van het democratisch centralisme, verwoord door Lenin met de leus "vrijheid in discussie, eenheid in actie". Door discussies in een vroeg stadium te beslechten, kon worden voorkomen dat andere partijen grip op het verloop van de acties kregen. Op persoonlijke titel waren individuele PvdA-leden als Lolle Nauta en Pim Fortuyn wel van de partij., 'Het blazoen van de gestaalde kaders. Recensie van Fré Meis: Handelsreiziger in revoluties', in: Socialisme & Democratie 60/4, (mei 2003), p. 58-61 ("Als voorzitter van de stad-Groningse PvdA betrad ik daarmee het terrein waar de CPN het alleenrecht dacht te bezitten. Meis wilde wel samenwerken met de sociaal-democraten, 'want die vertegenwoordigen een groot deel van de massa', maar van gezamenlijke acties kon alleen sprake zijn als de CPN, dus hijzelf, de lakens kon blijven uitdelen.") Andere linkse partijen betoogden steun, maar werden niet betrokken bij de organisatie. Sprekers die zich kritisch uitlieten, werden geweerd. Politieke symbolen – ook die van CPN zelf – waren evenmin toegestaan. Dat alles leidde tot groeiende irritatie, waardoor de PPR zich in 1980 uitdrukkelijk tegen deelname uitsprak. Ook de GSb stelde zich in 1980 – mede geïnspireerd door het Eurocommunisme – kritisch op. GSb-voorzitter Peer Coenen verwoordde dit in zijn toespraal. Na afloop van het manifestatie verscheen een kritisch pamflet onder de titel 'Een volgend Volksconges kan beter', ondertekend door de GSb en andere linkse organisaties. Gesteld werd dat 'CPN-dominantie' de 'politieke breedheid' van de beweging in de weg zou staan., 'De tweede jeugd van het communisme, p. 115.
Voorzitter van het volkscongres (en adviseur van de actiecomités) was de charismatische CPN-politicus Fré Meis, daarin bijgestaan door CPN-districtssecretaris en Statenlid Geert Lameris. Het zwaartepunt van de beweging verlegde zich van de stad Groningen naar het oosten van de provincie, waar de manifestaties in 1977 en 1980 te Winschoten plaats vonden. Hoewel daarna nog wel werd gesproken van een vijfde Volkscongres, kwam het er nooit meer van. Het bestuur van het volkscongres en de gezamenlijke actiecomités hielden nog twee kleinere bijeenkomsten, namelijk 26 oktober 1980 te Oude-Pekela en 7 maart 1981 te Veendam, waarbij de plannen voor een NAVO-depot en de "dreigende militarisering van Oost-Groningen" centraal stonden. De organisatie legde zich ten slotte toe op verzet tegen aanleg van een militair oefenterrein in het Lauwersmeergebied, waarvoor men ging samenwerken met de Waddenvereniging. Een protestactie op 18 en 19 juni 1983 werd door een meerderheid van linkse partijen in Provinciale Staten ondersteund. Deelname Aan de volkscongressen namen enkele duizenden mensen deel. Het eerste volkscongres in 1972 telde volgens de media 1300 (volgens eigen opgaven 2000) deelnemers, het tweede had er 1300, het derde 2400 en het vierde volkscongres had 1700 deelnemers. In een demonstratie voorafgaand aan het volkscongres te Winschoten in 1977 liepen 4000 mensen mee. Tachtig organisaties en bedrijven steunden het initiatief of namen zelf daaraan deel. Hieronder waren behalve de CPN en ook daaraan gelieerde Groninger Studentenbond (GSb) en de Themagroep Noord-Nederland van de Rijksuniversiteit onder leiding van Ton Regtien. Ook het Studentenpastoraat, de Stichting Studentenhuisvesting en in 1980 de Raad van Kerken in de provincie Groningen steunden het initiatief. Effect De volkscongressen hadden als direct resultaat dat meer maatschappelijke organisaties zich bewust werden van de achterstandspositie van de provincie Groningen en – in mindere mate – heel Noord-Nederland, met inbegrip van de provincies Friesland en Drenthe. Met name de PvdA, die zijn positie in Provinciale Staten en gemeenteraden versterkte, liet een radicaler geluid horen en ontwikkelde zich tot 'actiepartij'. Dat gold ook voor de vakbonden.
PvdA-wethouder Ger Kuipers van Scheemda pleitte in 1979 voor een eigen volkscongres en stelde voor om van de provincie Groningen een onafhankelijke republiek te maken. Zie de literaire weerslag in: Philip Dröge, De Republiek Groningen, Hilversum 2000 (Literaire Juweeltjes). Vooral het FNV-district Noord nam het voortouw om de kwetsbare positie van Oost-Groningen en de achterstelling van Noord-Nederland aan de orde te stellen. Een vakbondsdemonstratie op 8 februari 1980 tegen de sluiting van de OKTO-kartonfabriek in Winschoten en de oplopende werkloosheid – onder het motto OKTO-open, gaskraan dicht! – werd door circa 3.000 mensen bijgewoond. FNV-voorzitter Wim Kok noemde Oost-Groningen bij die gelegenheid een 'rampgebied'. Inzet van de actie was het handhaven van Rijkssteun voor het Noorden. Naar aanleiding van de onrust wisten de noordelijke provincies enkele beperkte steunmaatregelen binnen te slepen, maar de economische crisis van de jaren tachtig maakte een einde aan het politieke elan.
Pas in 1992 namen Provinciale Staten van de drie noordelijke provincies verdere stappen tot onderlinge samenwerking, wat leidde tot de oprichting van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland.
De achterstelling van Noord-Nederland werd vanaf 2002 het belangrijkste thema van de Partij voor het Noorden, onder leiding van oud-vakbondsman Teun Jan Zanen, die eerder actief was in PSP en PvdA. Plaatsen In de volgende plaatsen werden de volkscongressen gehouden: 15 april 1972: Groningen 19 april 1975: Groningen 5 maart 1977: Winschoten 26 april 1980: Winschoten
Trivia Pim Fortuijn, toen nog lid van de PvdA, trad op als voorzitter van het tweede volkscongres in 1975.
Zie ook
Oost-Groningen Noord-Nederland Wingewest Regionalisme Groninger Studentenbond
Externe link Affiches van de volkscongressen bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen
Categorie:1970-1979 Categorie:1980-1989 Categorie:Geschiedenis van Groningen (provincie)