Henk van Kessel (Mill, 25 juni 1946) is een Nederlandse voormalig motorcoureur, die vooral actief was in de lichtere klassen, 50 en 125 cc. Zijn beste seizoen was dat van 1974, toen hij wereldkampioen werd in de 50cc-klasse en als vijfde eindigde in de 125cc-klasse. In 1976 kreeg hij de hoogste onderscheiding van de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging, de Hans de Beaufort-beker.
Persoonlijk leven Henk van Kessel is de zoon van een rijwiel- en bromfietshandelaar uit Mill. Hij begon zijn sportcarrière als veldrijder. Toen hij veertien jaar was kreeg hij zijn eerste bromfiets, die tot wegracer ombouwde, maar pas in 1967, toen hij negentien was, begon hij serieus te racen bij de Nederlandse Motorsport Bond. Voor hij professioneel coureur werd werkte hij bij de Nederlandse Radiateuren Fabriek in Mill. Hij trouwde met Sjanny en kreeg twee dochters: Wendy en Kim. Zijn hobby's waren aanvankelijk jazzmuziek, biljarten en tafeltennis. In de jaren tachtig deed hij aan volleybal, tennis en dammen. Na zijn actieve carrière nam hij nog vaak deel aan classic races en demo's en hij opende aan huis een klein museum met motorfietsen, prijzen en andere herinneringen.
Racecarrière Toen hij in 1967 begon te racen bij de NMB, deed hij dat op een oude Kreidler die van Jacky Ickx was geweest.Jacky Ickx won op 29 juli 1962 een 50cc-motorrace in Sint-Truiden. De wedstrijd was georganiseerd door vader Jacques, die Belgisch importeur van Suzuki was. Het team van Suzuki werd uitgenodigd om deel te nemen en het stuurde Mitsuo Itoh en Hugh Anderson. De voorwaarde was echter dat Jacky de race zou winnen. Suzuki ging akkoord, onder meer omdat het Anderson in de Grand Prix van de DDR wilde inzetten terwijl hij nog nooit op een 50cc-machine gereden had. Itoh en Anderson lieten Jacky Ickx winnen en Anderson had zijn eerste training met de 50cc-Suzuki RM 62 gehad. Het resulteerde in de derde plaats in de DDR.Frans Geurts: Helden van toen: Hugh Anderson, deel 2, Het Motorrijwiel 2015 nr. 138, interview met Hugh Anderson en Janny Anderson-Oeseburg. Zijn eerste wedstrijd vond plaats in Reusel op 2 april 1967 en Van Kessel finishte als vierde. Hij werd in zijn debuutjaar 50cc-kampioen van de NMB. In 1968 won hij enkele wedstrijden met een door Herman Meijer gebouwde Hemeyla.
MSC Aldendriel Vanaf het begin van zijn carrière kreeg Henk van Kessel steun van zijn supportersclub en de Stichting Motorsport Mill. Uiteindelijk werden deze organisaties samengevoegd tot "MSC Aldendriel", naar het nabijgelegen Kasteel Aldendriel. Deze vereniging zamelde sponsorgeld in via de verkoop van foto's, stickers en T-shirts, loterijen, kienavonden en filmavonden. Leden bouwden een vermogenstestbank. Begin jaren zeventig kon Henk alle kosten bij MSC Aldendriel declareren en ook de bouw van de Condor werd door de club gefinancierd. In 1977 kwam het tot een breuk omdat de vereniging dacht dat Van Kessel zijn materiaal wilde verkopen en beslag liet leggen op zijn bezittingen.Moto 73 1984 nr. 4 pagina 30 Desondanks bleef van Kessel zijn supportersclub altijd dankbaar.
(AGV) Condor
In 1974 kocht Henk van Kessel een motorblok dat door Jos Schurgers was ontwikkeld en dat de naam "Bridgestone" droeg. Monteur Hub van Kessel lepelde het blok in een Yamaha-frame, maar gedurende het seizoen bleek het zo onbetrouwbaar dat een nieuw blok werd ontwikkeld. Het resulteerde in 1975 in de AGV Condor. De naam "Condor" kwam van de supportersclub, AGV van de Amstelveense importeur van de AGV-helmen. Die naam werd door de pers steeds aangehouden, omdat de "AGV"-sticker onder de blanke lak van de tank zat en nooit verwijderd werd, hoewel de sponsoring al snel stopte. Aanvankelijk moest Van Kessel tot de Condor raceklaar was nog een tijdje met zijn Bridgestone-Yamaha rijden, maar uiteindelijk diende de Condor hem tot het seizoen 1980, waarna hij overstapte op de EGA van Jan Eggens.
Nationale titels In het voorjaar van 1969 stapte hij over naar de KNMV, waar hij zijn eerste race in Rockanje met een halve ronde voorsprong won. In 1970 kreeg hij een internationaal startbewijs voor de 50cc-klasse. In 1972 kreeg hij via Hub van Kessel (geen familie) de beschikking over een 125cc-Yamaha, waarmee hij kampioen bij de "nationalen" werd. In 1973 werd hij bij de "internationalen" Nederlands kampioen 50 cc en in 1974 met de Van Veen-Kreidler werd hij opnieuw kampioen 50 cc, maar met de Bridgestone-motor die door Hub van Kessel in het Yamaha-frame was gemonteerd werd hij ook Nederlands 125cc-kampioen. Ook in 1975 en 1976 werd hij kampioen 125 cc en in 1982 lukte dat nog eens met een MBA. Daarna stopte hij met het rijden van nationale wedstrijden, omdat de baten niet opwogen tegen de kosten.
Wereldsnelheidsrecord Op maandag 5 september 1977 verbeterde Henk van Kessel met de door Piet Plompen ontworpen NGK-Kreidler Black Arrow het 50cc-wereldsnelheidsrecord dat het fabrieksteam van Kreidler in 1965 op de Bonneville-zoutvlakte in Utah had opgesteld. Van Kessel deed dat op nog niet in gebruik genomen Rijksweg 50 tussen Apeldoorn en Zwolle. Voor dit record waren twee runs nodig: tegen de wind en met de wind mee. Het gemiddelde werd uitgerekend en het oude record stond op 210 km/uur. Van Kessel reed een testrit met de stroomlijnkuip open waarbij hij ruim 200 km/uur haalde. Hij probeerde het met de kuip dicht tegen de wind in nog eens en haalde 213,4 km/uur. Eigenlijk had men besloten het bij die test te laten en de tv-ploeg van de AVRO ging naar huis. Van Kessel reed toch de tweede rit met de wind mee en haalde 220,8 km/uur. Het gemiddelde was 217 km/uur en daarmee was het record al gebroken. Om de AVRO te plezieren werd op dinsdag 6 september een tweede poging gedaan. Tegen de wind werd nu 214,6 km/uur gehaald, met de wind mee 228,5 km/uur, waardoor een nieuw record van 221,586 km/uur gemiddeld was gehaald. Bovendien was de absolute topsnelheid ook verbeterd: Kreidler 225 km/uur, NGK 228,5 km/uur.
Wereldkampioenschap Van 1971 tot en met 1986 nam Henk van Kessel deel aan het wereldkampioenschap wegrace. Het leverde hem in het seizoen 1974 de 50cc-wereldtitel op.
1971 In het seizoen 1971 gebruikte Henk zijn internationale startbewijs om deel te nemen aan de Zweedse Grand Prix in Anderstorp, maar hij scoorde nog geen punten.
1972 Tijdens de Asser TT van 1972 viel hij al vroeg in de race uit, maar in de Grand Prix van Zweden scoorde hij zijn eerste WK-punt.
1973 In het seizoen 1973 kwam Henk van Kessel zowel in de 50cc- als de 125cc-klasse aan de start. In de 50cc-klasse (Kreidler) stond hij twee maal op het podium, in de 125cc-klasse (Yamaha) scoorde hij slechts drie punten. 50 cc Het seizoen 1973 begon goed met de GP van Duitsland. De grootste kanshebbers Jan de Vries, Bruno Kneubühler en Ulrich Graf vielen met hun Kreidlers uit. Theo Timmer startte met zijn Jamathi slechts om het startgeld te vangen, want hij had in de trainingen al vijf vastlopers gehad en Jan Thiel en Martin Mijwaart waren naar huis om nieuwe cilinders te maken. Het Jamathi-team was gereduceerd tot Theo, zijn verloofde en een monteur. Theo won echter en Henk van Kessel werd 23 seconden later tweede. In Monza, Assen en Spa-Francorchamps werden geen punten gescoord, maar in de Grand Prix van Zweden werd Henk zesde. In de GP van Spanje reed Henk even aan de leiding, maar hij werd uiteindelijk derde achter de Van Veen-Kreidlers van De Vries en Kneubühler. Hij sloot het seizoen af als vijfde in de eindstand. 125 cc Met een Yamaha werd hij in de TT van Assen tiende, in de Belgische GP negende en in de GP van Zweden twaalfde. Hij sloot het seizoen af als 36e in de eindstand.
1974 In het seizoen 1974 kreeg hij de beschikking over de snelle Van Veen-Kreidler van de inmiddels gestopte Jan de Vries, die wel nog technische ondersteuning bood. Voor de 125cc-klasse nam hij een door Jos Schurgers ontwikkelde Bridgestone-motor over die door Hub van Kessel in een Yamaha-frame werd gemonteerd. Na enkele races werd dit motorblok echter al vervangen door een eigen motorblok. Tijdens de Duitse Grand Prix kwam het tot een rijdersstaking na het dodelijke ongeval van Bill Henderson tijdens de trainingen. Van Kessel was solidair en startte ook niet. Zweden en Joegoslavië waren zijn beste GP's: hij stond in beide klassen op het podium. 50 cc In de GP van Frankrijk stond Van Kessel op poleposition. Hij startte slecht, maar reed de snelste ronde en won de race alsnog. Tijdens de GP des Nations in Imola verbeterde Henk het ronderecord en hij won de 50cc-race zonder problemen met ¾ minuut voorsprong op Jan Bruins (Jamathi). Tijdens de TT van Assen miste Van Kessel's Kreidler in de race wat vermogen, waardoor hij tweede werd achter Herbert Rittberger. Tijdens de GP van België was hij in gevecht met Gerhard Thurow. Van Kessel kreeg geen sein dat de laatste ronde was aangebroken en liet Thurow te ver weglopen, waardoor die won. Van Kessel won de Zweedse Grand Prix. Na zijn derde plaats in Zweden won Julien van Zeebroeck de 50cc-race in Finland. Van Zeebroeck startte als snelste, samen met Herbert Rittberger, Ulrich Graf en Hans-Jürgen Hummel. Henk van Kessel had intussen de nodige tegenwerking van de officials gehad. Eerst werd Jan de Vries niet tot het startveld toegelaten om hem te helpen, waardoor monteur Hub van Kessel zowel de machine van Henk als die van Julien van Zeebroeck moest verzorgen. In de bui vlak voor de start werd een verkeerde bougie gemonteerd en tot overmaat van ramp kreeg Henk zijn natte handschoenen niet snel genoeg aan. De starter wenste echter geen seconde te wachten en stuurde het veld weg, met Henk van Kessel helemaal achteraan. Gelukkig voor hem was ook zijn concurrent Gerhard Thurow slecht weg. Van Kessel viel al in de eerste ronde en scoorde geen punten. In de 50cc-race van de GP van Tsjecho-Slowakije leidde Henk van Kessel de race van start tot finish, maar hij riskeerde diskwalificatie door met beide armen in de lucht over de finish te gaan. Niemand protesteerde echter en zo werd hij de nieuwe wereldkampioen in de 50cc-klasse. Van Kessel won ook de GP van Joegoslavië, nadat hij gepasseerd was door teamgenoot Van Zeebroeck, die viel echter en werd slechts negende. Van Kessel won ook de Spaanse GP. 125 cc In de natte GP van Oostenrijk werd Van Kessel weliswaar door Kent Andersson en Ángel Nieto op een ronde gereden, maar hij werd toch nog vierde. In de GP des Nations lag hij op de tweede plaats toen het big-end lager van de Bridgestone stuk ging. In de Zweedse Grand Prix kon niemand thuisrijder Kent Andersson bedreigen. Henk van Kessel werd op de tweede plaats wel even bedreigd door Bruno Kneubühler, maar sloeg de aanval eenvoudig af door iets meer gas te geven. Hij sloot het seizoen af met een derde plaats in de GP van Joegoslavië.
1975 In het seizoen 1975 moest Henk van Kessel weer als privérijder deelnemen. De Van Veen-Kreidlers waren verkocht aan Ángel Nieto en Julien van Zeebroeck. Hij was van plan om in de 125cc-klasse met de nieuwe, zelf ontwikkelde en gebouwde Condor te rijden, maar omdat het lang duurde om de machine raceklaar te maken reed hij het grootste deel van het seizoen nog met de Bridgestone-Yamaha. Af en toe nam hij ook aan GP's deel met de Yamaha TZ 250, maar hij bleef in de 250cc-klasse puntloos. 50 cc Met zijn Kreidler-productieracer werd hij zesde in de GP de Nations en de Finse Grand Prix en tiende in de TT van Assen en de Joegoslavische Grand Prix. Hij werd twaalfde in de eindstand. 125 cc