Jan Foudraine (Amsterdam, 25 februari 1929 – 27 februari 2016) was een Nederlandse psychiater, psychotherapeut en publicist, die ook bekend was onder de naam Swami Deva Amrito.

Foudraine verwierf bekendheid bij het grote publiek met Wie is van hout... Een gang door de psychiatrie uit 1971, waarin hij pleit voor een herwaardering van het begrip schizofrenie. Van het boek werden in Nederland en Vlaanderen meer dan 200.000 exemplaren verkocht. Na het succes ervan verbleef hij geruime tijd bij Bhagwan Sri Rajneesh (ook geschreven als Shree Rajneesh) in Poona, India, van wie hij de naam Amrito ontving. Dat verblijf kan enerzijds worden gezien als een reactie op de ruime publieke belangstelling die in de jaren zeventig voor zijn werk en persoon ontstond. Anderzijds vormde zijn vertrek het begin van een heroriëntatie op psychiatrie en psychotherapie, die hij sindsdien niet langer vanuit medisch-ziektekundige maar vanuit mystiek-filosofische invalshoek benaderde, gericht op bewustzijnspsychologie.

Leven Foudraine begon in 1946, op zeventienjarige leeftijd, aan een studie geneeskunde in Leiden, waar hij daarnaast actief was in het studententoneel. Na zijn afstuderen specialiseerde hij zich tot zenuwarts. Tijdens zijn coschappen maakte hij kennis met de psychiatrische praktijk in Endegeest, dat destijds sterk biologisch was georiënteerd; in de Jelgersmakliniek kon hij zich vervolgens op psychotherapeutische behandeling richten. Hij ontwikkelde daar het standpunt dat hij geen elektroshocks wilde toepassen en spaarzaam met medicatie wilde omgaan, en pleitte in plaats daarvan voor langdurige, intensieve psychotherapie.Atsma 2022.

In 1961 vertrok Foudraine naar de Verenigde Staten, waar hij ging werken in de psychiatrische kliniek in Rockville (Maryland). Anders dan in de Nederlandse instellingen stond daar tegenover elke patiënt ongeveer één personeelslid, wat ruimte bood voor psychotherapie gericht op herstel en reïntegratie in plaats van symptoombestrijding. In 1965 keerde hij terug naar Nederland, waar de praktijk nauwelijks veranderd bleek.Simissen 2022.

Zijn poging de menselijker benadering toe te passen in de kliniek Veluweland liep vast; hij vertrok er al snel, begon een eigen praktijk en schreef Wie is van hout. Van het boek werden in Nederland en Vlaanderen ruim 200.000 exemplaren verkocht, waarvan 100.000 in het eerste jaar. Foudraine gold sindsdien in Nederland en Vlaanderen als boegbeeld van de antipsychiatrie — een term die hij zelf afwees. Hij sprak consequent van kritische psychiatrie: de psychiatrie moest volgens hem niet worden afgeschaft, maar ingrijpend hervormd.S. Rutten 2022; Simissen 2022.

Het succes van het boek viel hem zwaar; hij vreesde de gevangene van zijn publicatie te worden. Aanstellingen aan de pas opgerichte universiteit van Maastricht en in de kliniek Vogelenzang in Bennebroek strandden binnen een jaar. In 1978 vertrok hij naar de ashram van Bhagwan Sri Rajneesh in Poona, waarna hij zich naast zijn praktijk wijdde aan het uitdragen van diens leer.S. Rutten 2022. In januari 1998 liet hij zijn BIG-registratie verlopen, uit protest tegen wat hij zag als een toenemend biologische benadering van psychische problematiek.Van Batenburg-Resoort z.j.

Foudraine overleed op 27 februari 2016 op 87-jarige leeftijd.

Werk

Wie is van hout Wie is van hout... Een gang door de psychiatrie verscheen in mei 1971; in maart 1972 verscheen de veertiende druk. Foudraine betoogt daarin dat de psychiatrie die hij in zijn opleiding had leren kennen de schizofrene mens ten onrechte uitsluitend als patiënt beschouwde: iemand met een ziekte van de psyche, te behandelen in een ziekenhuis of verpleeghuis, verzorgd door inwisselbaar verplegend personeel en object van onderzoek voor de behandelend arts. Behandelingen bestonden uit fysieke ingrepen in het lichaam, zoals het toedienen van medicijnen, elektroshocks of lobotomie.

Hij verwerpt de kwalitatieve scheiding die daarmee wordt aangebracht tussen "zieken" en "gezonden". Mensen met schizofrenie verschillen volgens hem slechts kwantitatief van anderen: het zijn mensen met problemen zoals iedereen, zij het dat de lijdensdruk zich nadrukkelijker toont. Hij ontleent die gedachte onder meer aan de Amerikaanse psychiater Harry Stack Sullivan, volgens wie mensen in de eerste plaats eenvoudigweg mens zijn, ongeacht of zij gelukkig en succesvol dan wel ongelukkig of psychisch ontregeld zijn. Andere auteurs op wie hij zich beroept zijn en Thomas Szasz.

Deze ziens- en behandelwijze werkt volgens Foudraine contraproductief. Personeel en patiënt worden niet geacht normale menselijke relaties op te bouwen; dat geldt als onprofessioneel. De persoon in kwestie wordt behandeld als een onmondig en wilsonbekwaam ding — "van hout" — en gaat zich daarnaar gedragen (hospitalisering). Foudraine stelt daartegenover dat de problemen van veel als schizofreen aangeduide mensen juist voortkomen uit het ontbreken van normale menselijke relaties in hun jeugd, en dat herstel betekent dat zij die alsnog moeten leren aangaan.

Hij beschrijft een experiment in een psychiatrische instelling waarin de patiënten zelf verantwoordelijkheden krijgen en elkaar helpen, en waarin zowel zij als het personeel de ziekenhuiskleding afleggen. Van zijn medewerkers eiste hij dat zij als mens tot mens met de patiënten omgingen. Na aanvankelijke weerstand meldt hij ingrijpende verbeteringen. Zijn afdeling noemt hij demonstratief geen instelling voor zieken, maar een school om te leren leven.

Metanoia De kennis en ervaring die Foudraine vanaf zijn vertrek naar India opdeed over boeddhistische en hindoeïstische mystiek kwamen vooral tot uitdrukking in Metanoia uit 2004. De titel verwijst naar het Griekse metanoia, letterlijk "verandering van gedachte", en bij uitbreiding inkeer of het verkrijgen van beter inzicht.

Psychisch lijden ontstaat volgens dit boek uit een idee van afgescheidenheid. Foudraine bespreekt de mogelijkheid het ego-begrip — dat hij in verband brengt met Freuds Ich — los te laten en non-dualisme of advaita (letterlijk: niet-tweeheid) te ontdekken. Non-dualiteit impliceert dat het onderscheid tussen het Ik en de Ander of het Andere kunstmatig in stand wordt gehouden. Het doorzien daarvan beschrijft hij als een ingrijpende verandering in het bewustzijn, die gepaard kan gaan met angst, omdat de persoonlijkheid van jongs af aan is geconditioneerd en het individu zich daarmee sterk identificeert. Psychotherapie en meditatie kunnen bij die ontwikkeling een ondersteunende rol spelen, maar zijn volgens hem geen voorwaarde.

Foudraine verwijst daarbij onder anderen naar de mystici Jiddu Krishnamurti en Tony Parsons. Eerder schreef hij in De man die uit zijn hersenen zakte: vingerwijzingen van een mysticus (1998) over zijn reizen naar Poona en zijn ontmoetingen met Bhagwan Sri Rajneesh, die hem de naam Swami Deva Amrito gaf; ook ging hij daarin in op de kritiek die hem trof toen hij zich als bekendmaakte. Verder bezocht hij de satsangs van de advaita-leraar Alexander Smit in Baarn.

Foudraine trad geregeld in de media op; bekend werden zijn gesprekken met Willem Oltmans voor Kleurnet televisie.

Bibliografie

1971 —

1977 — (vertaald door Jan Foudraine)

1979 —

1980 —

1981 —

1982 —

1983 —

1984 —

1985 —

1988 —

1990 —

1997 —

1998 —

2004 —

Zie ook Antipsychiatrie

Noten

Bronnen

Externe links

Categorie:Nederlands psychiater Categorie:Psychotherapeut Categorie:Nederlands non-fictieschrijver