Albert Omta (Bierum, 7 november 1914 – Sappemeer, 30 augustus 2008) was een Nederlandse politicus.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Omta gemeentesecretaris te Oldekerk en in het geheim actief in de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Vanaf zomer 1944 gaf hij onder de schuilnaam Arnold leiding aan de sectie die persoonsbewijzen vervalste.Het Grote Gebod. Gedenkboek van het verzet in LO en LKP tijdens de Tweede Wereldoorlog, Utrecht 1951, p. 93, 134, 614-623. Zie ook het Register van schuilnamen uit de jaren tachtig. Later schreef hij hierover – samen met romanschrijver J.W. Ooms – een hoofdstuk in het gedenkboek Het Grote Gebod (1951). Over zijn rol in het verzet heeft hij zelden willen spreken.
Omta was van 1946 tot 1965 burgemeester van de gemeente Noordbroek en na de fusie in 1965 van deze gemeente met Zuidbroek, burgemeester van de nieuwgevormde gemeente Oosterbroek (in 1990 opgegaan in Menterwolde, sinds 2018 Midden-Groningen). Hij bleef daar burgemeester van tot zijn pensionering in 1979.
Korte tijd na zijn installatie als burgemeester van Noordbroek lanceerde Omta een saneringsplan voor de arbeidersbuurt De Polder. Hiermee werd de vervanging van particuliere arbeiderswoningen door sociale woningbouw beoogd. Daarnaast vervulde Omta een voortrekkersrol in het ophalen van huisvuil. Hij zorgde ervoor dat een met twee paarden bespannen kar regelmatig het huisvuil in Noordbroek kwam ophalen. Met zijn echtgenote was hij verantwoordelijk voor de totstandkoming van een woningcorporatie die zich richtte op de bouw en verhuur van bejaardenwoningen, de Stichting Avondzon, waarvan hij later het voorzitterschap op zich nam. Verder zette hij zich in voor de boomkwekerijen en de tuinbouw. Verder nam hij het initiatief tot het dempen van het Noordbroeksterdiep, dat in 1953 door de gemeente werd aangekocht. Het kanaal was eerder provincie-eigendom. De feitelijke demping begon in 1961 en werd in 1968 afgesloten. Pas in de jaren tachtig bleek dat het kanaal niet alleen met huisvuil maar ook met chemisch afval en boorspoeling (van de NAM) was gevuld. Omta sprak aanvankelijk over "een oud verhaaltje, waar ik al eens smakelijk om heb gelachen", en verzekerde dat men bij demping uitsluitend schone grond had gebruikt. Ook zijn opvolger probeerde de doofpot gesloten te houden. Dit betrof Omta's opvolger Harm Tees. Het bleek een van de meest vervuilde lokaties van de provincie.Er was sprake van grote hoeveelheden "sterk verontreinigd stortmateriaal" met hoge concentraties barium, chroom, PAK en minerale olie, deels in halfvergane vaten met een geel poeder en "een niet exact gedefinieerde inhoud". Bij het laatste wordt vooral gedacht aan productieafval van bestrijdingsmiddelen. Een groot deel van het aangetroffen materiaal bleek niet te herleiden tot verleende en/of gearchiveerde stortvergunningen. De NAM had een vergunning voor enkele duizenden kuub boorspoeling, maar de werkelijk gestorte hoeveelheid wordt geschat op 37.000 kuub (ongeveer 3.000 tot 4.500 vrachtwagenladingen). Onverklaard bleef de plaatselijk extreem hoge zuurgraad. Vanaf 1967 werd het boorafval van de NAM op zee geloosd. Carla Alma, 'Boorspoeling – zuiveren of dumpen?', in: Noorderbreedte 16 (1989), nr. 3, p. 45-46.De situatie gold in 2020 als stabiel. Omdat de vervuiling grotendeels beperkt blijft tot de vroegere kanaalbedding worden de risico's voor de volksgezindheid klein geacht. Op de gemeentelijke vuilstortplaats zou in die tijd eveneens gif zijn gestort. De lokatie staat op de kaarten van het bodemloket, maar nadere gegevens zijn niet bekend.
Omta verzette zich geregeld tegen provinciale bemoeienis, die hij als betuttelend ervoer. Hij stond bekend als een eigengereid bestuurder. Bij zijn pensionering gaf hij dat volmondig toe:Misschien kwam ik autoritair over. Dat was ook zo, maar het had zijn oorzaak. Als burgemeester van een gemeente als Oosterbroek met 5.000 zielen beschik je niet over wethouders die volledig kunnen meedraaien. … Het betekende dat je als burgemeester de meeste dingen moest regelen. En ze vanzelfsprekend in raadsvergadering ook het best kon verdedigen. Dit bezorgde me het beeld van de ouderwetse burgemeester die ongestoord kon soleren.Omta werd door het Nederlandse Ministerie van Oorlog, de Amerikaanse ambassade en de Allied Expeditionary Force onderscheiden voor zijn rol in het verzet in de Tweede Wereldoorlog. De Omtaweg te Zuidbroek is aangelegd met de opbrengst van een – op zijn initiatief ingestelde – heffing van 25 cent per afgevoerde kuub zand, bedoeld voor herinrichting van de nabijgelegen zandafgraving. Ook de Omtazaal in het Van der Valk-motel is naar hem vernoemd.
Albert Omta was eveneens ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Hij overleed op 93-jarige leeftijd. thumb|left|Albert Omta met echtgenote
Categorie:Burgemeester van Noordbroek Categorie:Burgemeester van Oosterbroek Categorie:Nederlands verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog