De Spektator was een negentiende-eeuws literair tijdschrift, aanvankelijk vooral aan het toneel gewijd, later breder van opzet. In 1843 werd De Spektator van tooneel, koncerten en tentoonstellingen opgericht door de toneelschrijver Johannes Hilman. Het blad heette van 1844 tot 1847 kortweg De Spektator en stond onder leiding van S.J. van den Bergh en W.J. van Zeggelen. Van 1847 tot het einde in 1850 was de naam De Spektator: kritiesch en historiesch Kunstblad.

De bekendste medewerker van het blad was in die jaren J.A. Alberdingk Thijm, vanaf 1847 ook hoofdredacteur.

Onder zijn aanvankelijke titel bracht het blad veel toneelkritieken, totdat Thijm op straat werd bedreigd door een lid van het “tooneelkanalje”. Daarop stelde hij zijn mederedacteur, S.J. van den Berg, voor het blad meer op schone letteren, beeldende kunst en muziek te richten en tegelijk de titel in te korten. (De spelling met een -k- was bedoeld om op te vallen.) Het blad kwam daarmee op het terrein van De Gids, maar aanvaringen tussen beide bladen zijn niet fel geworden. Wel verdedigde Thijm zijn eigen romantische poëzie-opvatting tegenover het andere blad.

De tweede naamsverandering van De Spektator vond plaats bij de fusie met een ander blad in 1847.

Zie ook Hollandsche Spectator (1730-1735), het tijdschrift van Justus van Effen. De Nederlandsche Spectator (1855-1860), tijdschrift van Mark Prager Lindo.

S Categorie:Document uit de 19e eeuw