Albert Delahaye (Klimmen, 18 oktober 1915 – Breda, 19 januari 1987) was een Nederlandse archivaris en amateurhistoricus.
Hij is voornamelijk bekend geworden vanwege zijn omstreden geschiedkundige theorieën over de geschiedenis van Nederland en België vanaf de oudheid tot en met het begin van de hoge middeleeuwen. Delahaye was ervan overtuigd dat het merendeel van de uit deze tijd overgeleverde gebeurtenissen zich in werkelijkheid heeft afgespeeld in het huidige noorden van Frankrijk, met name in Frans-Vlaanderen en Oise. Deze opvatting werd binnen de geschiedwetenschap vanaf het begin algemeen afgewezen, maar werd wel overgenomen door een kleine, maar luidruchtige kring van amateurhistorici.
Carrière Delahaye was de negende uit een gezin van vijftien kinderen. Hij groeide in Klimmen (nu onderdeel van Voerendaal) en volgde van 1926 tot 1932 het gymnasium van de paters Montfortanen. Daarna ging hij studeren aan het Grootseminarie van Oirschot.
Hij trouwde met Frieda Koene (1916-2000). In 1945 werd hun eerste zoon geboren, Régis de la Haye, die bekend werd als theoloog, journalist en archivaris.
Delahaye was opgeleid als archivaris. Hij was van 1946 tot 1957 wetenschappelijk archiefambtenaar (adjunct-archivaris) van Nijmegen. In deze tijd zouden bij hem de twijfels omtrent de historische juistheid van de vastgelegde Nijmeegse geschiedenis zijn opgekomen. In 1955 publiceerde hij hierover in De Gelderlander een eerste artikel.
In 1957 verhuisde het gezin Delahaye van Nijmegen naar Zundert,Albert Delahaye waar hij toen een aanstelling kreeg als directeur van het Archivariaat West-Brabant. Dit bleef hij tot zijn pensionering op 65-jarige leeftijd in oktober 1980.
Samen met G.W.G. van Bree en Jelle Vervloet schreef Albert Delahaye in 1972 een standaardwerk over de geschiedenis van Steenbergen, Steenbergen in de Middeleeuwen.Steenbergen in de middeleeuwen, GoogleBooks
Afwijkende opvattingen Veel van de altijd in Nederland gesitueerde toponiemen zouden volgens Delahaye een heel stuk zuidwestelijker gezocht moeten worden, met name in Frans-Vlaanderen. De riviernaam Renus, die terug te vinden is bij Romeinse en vroegmiddeleeuwse schrijvers, moest volgens Delahaye in veel gevallen niet als de huidige Rijn geïdentificeerd worden, maar als de Schelde.Hij zag het als een algemeen woord dat "stroom" betekent. Onder andere in de Franse riviernamen Renon, Rhins en de Renne zou ditzelfde woord besloten zitten. Met het Almere-meer zou ook niet de voorloper van de Zuiderzee zijn bedoeld, maar een verdwenen meer in Noord-Frankrijk. Delahaye meende verder dat er op eenzelfde wijze eeuwenlang fouten waren gemaakt bij de geschiedschrijving van andere regio's.Zo ging hij bijvoorbeeld niet mee in de aanname dat de Friese missionaris en bisschop Liudger onder andere in Hunsingo en Fivelingo gewerkt zou hebben. Delahaye stelde in plaats daarvan dat Hunusga in de oude teksten Hinges zou kunnen zijn (ten noordwesten van Béthune). Fivelga zou volgens hem in werkelijkheid bij Fiefs (ten westen van Béthune) gesitueerd moeten worden.
Het woongebied van de Bataven in de oudheid – waar Julius Caesar het in De bello gallico over heeft (het "Eiland der Bataven") – moest zijns inziens worden gesitueerd bij Béthune. Caesar noemt het "eiland der Bataven" reeds in 49 v. Chr. Op dat moment was de huidige Betuwe echter nog niet door de Romeinen veroverd. Zodoende moest het hier, volgens Delahaye, wel over een ander gebied gaan. (Zie A. Delahaye, De bisschop van Nijmegen, 1982, p. 20.) De Bataven zouden uit zichzelf nooit noordelijker – dus in het huidige Nederland en België – zijn geweest.Julius Caesar: Commentarii de bello Gallico, noviomagus.infoRomeinen, noviomagus.info Caesar zou zelf evenmin ooit in al deze noordelijke gebieden zijn gekomen, idem voor de meeste andere bekende Romeinse keizers en veldheren van wie dit algemeen wordt aangenomen.Was Julius Caesar toch in Nederland?, noviomagus.infoZie Demystificatie van het mysterie van de Keizer Karel-stad, 1963, p. 93
Delahaye situeerde het hele vroegmiddeleeuwse Frisia in Frans-Vlaanderen, inclusief de moord op Bonifatius; in Dokkum en omgeving was het volgens hem destijds te nat voor überhaupt enige permanente menselijke bewoning.Deze versie situeert het gebeuren bij de Bourre (Borre Becque), tussen Kassel en Hazebroek, ten oosten van Sint-Omaars, op zo'n 40 kilometer afstand van Duinkerke. Volgens Delahaye zou in de 13e eeuw de naam van de pagus Dockynchirica (Duinkerke) zijn veranderd in Dockinga, de oude naam voor Dokkum. Tot het begin van de 14e eeuw zou er in Noord-Nederland en Friesland überhaupt geen sprake zijn geweest van de Willibrordcultus, die toen al wél bestond in Vlaanderen en Frans-Vlaanderen.St.Willibrord, apostel der Friezen (van 690 tot 739)., noviomagus.infoA. Delahaye, Het Romeinse en vroegmiddeleeuwse Trajectum te Tournehem-sur-la-Hem, De Franse Nederlanden - 1979, nr 4, pp. 197-218In ditzelfde verband vond Delahaye het onlogisch dat de heilige Willibrord als bisschop in Utrecht zetelde en tegelijkertijd abt was geweest van het klooster te Echternach, vanwege de grote afstand tussen deze plaatsen. De huidige stad Utrecht had volgens hem dan ook geen geschiedenis vanaf het eind van de oudheid tot aan de 11e eeuw, omdat de stad toen nog niet bestaan zou hebben. Het betreffende gebied zou tot die tijd hoofdzakelijk moeras zijn geweest, of helemaal overstroomd.7. Over St.Willibrord, Utrecht en Egmond!, noviomagus.info De plaats die door de Romeinen als Traiectum wordt aangeduid zou in werkelijkheid het Franse Tournehem-sur-la-Hem zijn. De naam Utrecht zou zijn afgeleid van "uit-rek" (in samenhang met het werkwoord "dreggen"), Stellingen uit het onderzoek van Albert Delahaye., noviomagus,info De Romeinse nederzetting op de plek van het latere Utrecht zou Colonia Albiobola Batavorum zijn geweest.Batavorum moest, volgens Delahaye, hier gelezen worden als "de Bataven uit Noord-Frankrijk die in het Romeinse leger dienen"; er werden dus geen inheemse Bataven mee bedoeld, die waren er volgens hem immers nooit geweest. Zie ook Traiectum, noviomagus.info Het in 1867 gepubliceerde Oera Linda-boek, waarvan algemeen wordt aangenomen dat het een vervalsing of mystificatie is, was naar Delahayes stellige overtuiging juist wèl authentiek.
Tussen de Romeinse en de (laat-)middeleeuwse vondsten in de Nederlandse bodem viel volgens Delahaye bijna overal een opvallende lacune. Dit zou tevens gelden voor de opgravingen bij Wijk bij Duurstede. Delahaye trok hieruit de conclusie dat Dorestad onmogelijk op deze plek kon hebben gelegen. De bijzondere vondsten strookten zijn inziens juist niet met andere bekende historische gegevens, zo waren er bijvoorbeeld nergens duidelijke restanten van kerkgebouwen (waarvan Dorestad er volgens de overlevering mogelijk tientallen had) aangetroffen. Onder meer de kroniek van Kamerijk heeft het over een omstreeks 1018 verwoeste nederzetting en roversplek Munna. De archeologische vondsten die zijn gedaan nabij Wijk bij Duurstede, zouden volgens aanhangers van Delahayes gedachtegoed in werkelijkheid overblijfselen van Munna zijn. Zie ook De gevonden nederzetting in Wijk bij Duurstede was het roversnest Munna., noviomagus,infoDorestate - Dorestatum - Dorsteti - Dorestad., noviomagus.info Het echte Dorestad moest, volgens Delahaye, gelokaliseerd worden bij het nu Noord-Franse Ouderwijk (Audruicq). Daar zou zich dus de hele overgeleverde geschiedenis van deze plaats hebben afgespeeld, waaronder ook de aanvallen van de Noormannen. In dezelfde omgeving meende Delahaye alternatieve kandidaten gevonden te hebben voor de rivieren Renus en Lokkia, die in het Cartularium van bisschop Radboud worden genoemd. Onder historici is het de algemene consensus dat de Noormannen uit het huidige Denemarken naar West-Europa kwamen en daar vanaf de 8e eeuw op het vasteland plunderden. Volgens Delahaye was dit weer een andere grote misvatting, als gevolg van een foutieve vertaling van de namen Dania en Danii in kronieken over Normandië. De Noormannen waren naar Delahayes overtuiging überhaupt nooit op Nederlands grondgebied geweest.De Northmanni = de Noor(d)mannen, noviomagus.info
Delahaye heeft vermoedelijk nog de allermeeste opschudding veroorzaakt met zijn afwijkende visie op de geschiedenis van Nijmegen. Hij raakte er in de loop van de jaren 50 van overtuigd dat deze plaats in de 11e of misschien pas 12e eeuw was ontstaan als een Duitse stichting.De ware geschiedenis van Nijmegen., noviomagus.nlHet Bronnenboek van Nijmegen mist meer dan 250 bronnen, noviomagus.info Hij verplaatste het grootste deel van de in kronieken beschreven Romeinse en vroegmiddeleeuwse geschiedenis van Nijmegen vanuit deze plaats naar het Noord-Franse Noyon (in de Romeinse tijd Noviomagus [Veromanduorum] geheten).Romeins Nijmegen, noviomagus.info De Romeinse nederzetting op de plek van het huidige Nijmegen had volgens Delahaye nooit een rol van betekenis gespeeld, noch zou deze plaats van Trajanus Romeinse stadsrechten hebben gekregen. Het Legio X Gemina kwam volgens Delahayes uitleg pas naar de Hunnerberg vanuit NorroyG.B.M. Delahaye vermeldt niet om welk Norroy het gaat, maar gezien de melding dat onder andere Bogaers deze plaats heeft genoemd moet het gaan om Norroy-lès-Pont-à-Mousson. Dit was echter geen vestiging voor een legioen, maar de plaats van een belangrijke steengroeve. Zie J.E.A.T. Bogaers, De Gallo-Romeinse tempels te Elst in de Over-Betuwe ('s Gravenhage: Staatsdrukkerij en -uitgeverij, 1955; proefschrift Katholieke Universiteit Nijmegen), p. 147 [p. 174 van de PDF]. in Noord-Frankrijk nadat het aldaar de Bataafse Opstand had neergeslagen.Gastredactie: Delahaye, noviomagus.nl Bovendien zou het Romeinse legioen de plek al omstreeks 104 definitief hebben verlaten.Trajanus in Nijmegen?, noviomagus.info Gedurende de eerste bijna duizend jaar daarna zou er aan het Valkhof niets van historische betekenis zijn gebeurd.Noyon was het klassieke Noviomagus, noviomagus.info De "Valkhofpalts" moest volgens Delahaye dus ook in Noyon hebben gestaan.Alle historici zijn het erover eens dat het Romeinse Noviomagus dezelfde plek is als het Noviomagus waar Karel de Grote omstreeks 770 een van zijn paltsen liet bouwen. Tevens geldt het als een vaststaand historisch feit dat Noyon de plek is waar Karel de Grote in oktober 768 tot koning der Franken werd gekroond.Een oorkonde van Karel de Grote uit het jaar 777, noviomagus.info De overgeleverde teksten uit de 9e eeuw die handelen over Noviomo en Noviomagus, zoals opgetekende akten en kronieken over de invasies van de Noormannen, konden volgens Delahaye eveneens slechts naar Noyon verwijzen.
Delahaye interpreteerde ook de kronieken over de veldtochten van Karel de Grote tegen de Friezen en Saksen op een andere manier dan gebruikelijk onder historici. Hij situeerde ook deze gebeurtenissen in Noord-Frankrijk. Dit betekende dus, volgens hem, dat deze twee Germaanse volkeren omstreeks 800 ook daar nog hun leefgebied gehad moesten hebben. Pas daarna zouden ze naar noordelijkere gebieden zijn getrokken.
Oorzaken volgens Delahaye