Tarbosaurus is een geslacht van uitgestorven theropode dinosauriërs, behorend tot de groep van de Tyrannosauroidea, dat tijdens het Laat-Krijt leefde in het gebied van het huidige Mongolië.
De eerste fossielen van Tarbosaurus werden ontdekt in 1946. In 1955 werden ze benoemd als een nieuwe soort van Tyrannosaurus: Tyrannosaurus bataar. Later dat jaar kregen andere beenderen de naam Tarbosaurus efremovi. Tarbosaurus betekent 'alarmerende sauriër'. In 1965 werd begrepen dat het om dezelfde soort ging, die aldus de naam Tarbosaurus bataar had. Enkele geleerden blijven echter van een Tyrannosaurus bataar spreken omdat de soort binnen de groep van de Tyrannosaurinae nauw verwant is aan de Tyrannosaurus rex. Er zijn nog vier andere soorten van Tarbosaurus benoemd maar daarvan denkt men nu dat het toch om T. bataar gaat of om heel andere dinosauriërs. Van Tarbosaurus is een groot aantal skeletten gevonden zodat de wetenschappers een goed beeld kregen van de bouw van het dier.
Tarbosaurus was een reusachtig roofdier dat ruim twaalf meter lang kon worden en zes ton zwaar. Hij liep op krachtige achterpoten waarbij de horizontale romp in evenwicht gehouden werd door de staart. De voorpoten waren heel klein. Een gekromde en zwaar gespierde nek droeg een langwerpige schedel, uitgerust met lange tanden. Misschien joeg Tarbosaurus voornamelijk op wat snellere plantenetende Hadrosauroidea. Omdat zijn kop zwaar genoeg gebouwd was om een krachtige beet toe te brengen, kan het zijn dat hij ook gepantserde Ankylosauria doodde. De schedel bleek echter speciaal versterkt om de botsing met heel grote prooidieren te weerstaan, zoals de langnekkige Sauropoda.
Tarbosaurus was warmbloedig en ademde met behulp van luchtzakken. De jongen hadden waarschijnlijk een primitief verenkleed om warm te blijven. Van volwassen exemplaren zijn kleine schubben gevonden. De kleur van Tarbosaurus is nog onbekend.
Vondst en naamgeving In 1946 vond een verkennende Sovjet-Mongoolse expeditie naar de Gobiwoestijn in de provincie Ömnögovĭ een fossiel van een grote theropode. In 1955 werd de vondst beschreven door Evgeni Aleksandrowitsj Malejew en benoemd als een nieuwe soort van Tyrannosaurus: Tyrannosaurus bataar. De soortaanduiding is een verschrijving van het Mongoolse woord voor 'held', баатар/baatar, een verwijzing naar Soeche Bator Damdin waarnaar ook de hoofdstad van Mongolië, Oelan Bator, vernoemd is. Het holotype PIN 551-1 is gevonden in een laag van de Nemegtformatie die dateert uit het vroege Maastrichtien, ongeveer zeventig miljoen jaar oud. Het bestaat uit een gedeeltelijke schedel met een reeks wervels uit de achterste nek en voorste rug. thumb|350px|PIN 551-1 Hetzelfde jaar nog benoemde Malejew in een opvolgend artikel drie nieuwe soorten die ook op materiaal van grote theropoden gebaseerd waren, door Sovjet-Mongoolse expedities in jaren 1948 en 1949 in dezelfde formatie gevonden, zij het op verschillende locaties. De eerste daarvan vertegenwoordigde ook een nieuw geslacht: Tarbosaurus efremovi, gebaseerd op specimen PIN 551-2, een schedel met gedeeltelijk skelet. De geslachtsnaam is afgeleid van het Oudgriekse τάρβος, tarbos, 'iets wat alarmerend is'. De soortaanduiding eerde paleontoloog Iwan Antonowitsj Jefremow, die deel uitmaakte van de expedities. De twee andere soorten werden benoemd als nieuwe soorten van Gorgosaurus: Gorgosaurus lancinator, gebaseerd op specimen PIN 553-1, een schedel met onderkaken en een zeer fragmentarisch skelet; en Gorgosaurus novojilovi, gebaseerd op specimen PIN 552-2, een schedel met skelet. Beide nieuwe soorten van Gorgosaurus waren duidelijk kleiner dan Tyrannosaurus bataar of Tarbosaurus efremovi. De soortaanduiding lancinator betekent 'verscheurder' in het Latijn; novojilovi eert Nestor Iwanowitsj Nowozjilow, de geoloog van de expedities. Midden jaren zestig werden deze twee soorten ook wel ondergebracht bij Deinodon of Aublysodon maar dat werd al snel door een nieuwe analyse achterhaald.
In 1965 besefte Anatoli Konstantinowitsj Rozjdestwenski dat het bepaald onwaarschijnlijk was dat dezelfde formatie vier verschillende maar nauw gelijkende roofsauriërs zou herbergen. Hij trok de voor de hand liggende conclusie dat het om een enkele soort ging, waarvan de zogenaamde gorgosaurussoorten slechts jonge exemplaren vertegenwoordigden. De naamgevingsregels schrijven dan voor dat deze soort de nieuwe geslachtsnaam krijgt, gecombineerd met de eerste nieuwe soortaanduiding wat de nieuwe combinatie en soortnaam Tarbosaurus bataar oplevert. De typesoort van Tarbosaurus blijft echter Tarbosaurus efremovi. Het holotype van Tarbosaurus bataar is PIN 551-1, het genoholotype van Tarbosaurus echter PIN 551-2. left|thumb|300px|Een afgietsel van PIN 553-1, aangevuld met onderdelen van andere exemplaren In 1992 stelde Kenneth Carpenter dat het Mongoolse materiaal grotendeels bij Tyrannosaurus ondergebracht moest worden, als een Tyrannosaurus bataar, in navolging van een eerdere suggestie van Gregory S. Paul uit 1988. Gorgosaurus novojilovi echter zag Carpenter als een aparte soort, waarvoor hij een eigen geslacht vernoemde naar Malejew hetgeen een Maleevosaurus novojilovi opleverde. In 1995 compliceerde George Olshevsky de zaak nog verder door ook voor Tyrannosaurus bataar een apart geslacht te benoemen: Jenghizkhan. Olshevsky erkende ook Maleevosaurus, hoewel hij eerder had gesproken van een Tarbosaurus novojilovi. Tegenwoordig wordt echter al het materiaal weer als behorend tot een enkele soort beschouwd. Soms wordt die Tyrannosaurus bataar genoemd maar vaker Tarbosaurus bataar, zowel ter wille van de duidelijkheid als vanwege onzekerheid of Tyrannosaurus rex en Tarbosaurus bataar zustersoorten zijn.
Het aantal bekende vondsten van Tarbosaurus is later nog vergroot door Pools-Mongoolse expedities tussen 1963 en 1971, Japans-Mongoolse expedities in 1993 en 1998 en tochten van Philip Currie rond de eeuwwisseling. Aangezien de lagen uiterst productief en toegankelijk zijn en door hun uitgestrektheid nog zeer onvoldoende onderzocht, leverde het onderzoek een vloed aan nieuw materiaal op. Behalve losse botten en fragmentarische skeletten omvatten latere exemplaren met zowel een schedel als een vrij volledig skelet de volgende specimina: 970716-18 KmT, IGM 100/60, IGM 107/2, IGM 107/7, PIN 551-3, ZPAL MgD-I/3, ZPAL MgD-I/4, ZPAL MgD-I/5 en ZPAL MgD-I/29. Het merendeel van het skelet is nu bekend en het materiaal omvat ook jonge dieren. Het totaal aan gevonden resten vertegenwoordigt ruim een honderdtal individuen. Tarbosaurus is in 1974 postuum beter beschreven door Malejew; moderne beschrijvingen zijn van de hand van Carpenter en van Jørn Hurum die in 2003 de schedel met die van Tyrannosaurus rex vergeleek.
Behalve de vondsten uit Mongolië is ook materiaal uit de rest van Azië bij Tarbosaurus ondergebracht. In 1977 benoemde Dong Zhiming de soort Shanshanosaurus huoyanshanensis voor een in de jaren zestig in de Subashiformatie van Xinjiang gevonden fossiel, specimen IVPP V4878, van een kleine theropode. Aangezien de lagen uit het Krijt stammen, meende Dong zelf later dat het om een jong van Tarbosaurus zou kunnen gaan. In 1978 benoemde Zhai Renjie een Tyrannosaurus turpanensis; vermoedelijk gaat het hier om materiaal van Tarbosaurus. In 1979 benoemde Dong wat tanden en wervels uit de Quibaformatie van Henan als een Tyrannosaurus luanchuanensis. In 1991 maakte Olshevsky daar een Tarbosaurus luanchuanensis van. Aangezien de lagen contemporain zijn en de tanden sterk gelijkend wordt wel aangenomen dat het om een jonger synoniem van Tarbosaurus bataar kan gaan. Eén keer is het geslacht ook in verband gebracht met een vondst die er met zekerheid niet toe behoort: in 1975 benoemde Yeh Hsiang-k'uei een Tyrannosaurus lanpingensis welke soort in 1991 door Yoichi Azuma hernoemd werd tot een Tarbosaurus lanpingensis. Het gaat om een onbeschreven tand uit het Onder-Krijt die gezien de leeftijd niet van Tarbosaurus kan stammen. In 1995 hernoemde Olshevsky Albertosaurus periculosus Riabinin 1930 tot een Jenghizkhan periculosus, mogelijkerwijs een ?Tarbosaurus periculosus.
Zeer omstreden is het vraagstuk of twee kleine tyrannosauriden uit Mongolië, Alioramus en Raptorex, jongen van Tarbosaurus vertegenwoordigen of geldige aparte geslachten.
Soortenlijst De ingewikkelde naamgevingsgeschiedenis kan worden samengevat in de volgende soortenlijst:
Tarbosaurus bataar (Maleev 1955) Rozhdestvensky 1965: vermoedelijk enige geldige soort van Tarbosaurus; = Tyrannosaurus bataar Maleev 1955; = Jenghizkhan bataar (Maleev 1955) Olshevsky 1995 Tarbosaurus efremovi Maleev 1955: jonger synoniem van Tarbosaurus bataar, typesoort van Tarbosaurus; = Tyrannosaurus efremovi (Maleev 1955) Rozhdestvensky 1977 Gorgosaurus lancinator Maleev 1955: jonger synoniem van Tarbosaurus bataar; = Deinodon lancinator (Maleev 1955) Kuhn 1965; = Aublysodon lancinator (Maleev 1955) Charig 1967 Gorgosaurus novojilovi Maleev 1955: jonger synoniem van Tarbosaurus bataar; = Deinodon novojilovi (Maleev 1955) Maleev 1964; = Tarbosaurus novojilovi (Maleev 1955) Olshevsky 1978; = Albertosaurus novojilovi (Maleev 1955) Mader and Bradley 1989; = Maleevosaurus novojilovi (Maleev 1955) Carpenter 1992; = Tyrannosaurus novojilovi (Maleev 1955) Glut 1997 Shanshanosaurus huoyanshanensis Dong 1977: vermoedelijk jonger synoniem van Tarbosaurus bataar; = Aublysodon huoyanshanensis (Dong 1977) Paul 1988 Tarbosaurus luanchuanensis (Dong 1979) Olshevsky 1991: vermoedelijk jonger synoniem van Tarbosaurus bataar; = Tyrannosaurus luanchuanensis Dong 1979; = Jenghizkhan luanchuanensis (Dong 1979) Olshevsky 1995 Tarbosaurus turpanensis (Zhai, Zhang & Tong 1978) Olshevsky 1991: vermoedelijk jonger synoniem van Tarbosaurus bataar; = Tyrannosaurus turpanensis Zhai, Zhang & Tong 1978 Tarbosaurus lanpingensis (Yeh 1975) Azuma 1991: nomen nudum, non Tarbosaurus; = Tyrannosaurus lanpingensis Yeh 1975 ?Tarbosaurus periculosus (Riabinin 1930) Olshevsky 1995: wellicht Tarbosaurus bataar, = Albertosaurus periculosus Riabinin 1930, = Deinodon periculosus (Riabinin 1930) Kuhn 1965, = Alectrosaurus periculosus (Riabinin 1930) Olshevsky 1991, = Jenghizkhan periculosus (Riabinin 1930) Olshevsky 1995
Beschrijving Algemene bouw, grootte en onderscheidende eigenschappen thumb|260px|Een elf meter lang en een jong exemplaar van Tarbosaurus in grootte vergeleken met een mens Tarbosaurus is een reusachtige tweevoetige roofsauriër. De meeste gevonden exemplaren zijn van jonge of jongvolwassen dieren die tot een kleine tien meter en een gewicht van vier ton zijn uitgegroeid. Het holotype is echter een stuk groter en benadert de grootste complete skeletten van Tyrannosaurus in omvang. Carpenter en Olshevsky schatten de totale lengte zelfs op vijftien meter, een van de redenen voor de laatste om van een apart geslacht Jenghizkhan te spreken. Tegenwoordig wordt dit exemplaar wat kleiner ingeschat op 12,4 meter en een gewicht van vijf ton. left|thumb|260px|Het holotype is aanzienlijk groter dan de meeste exemplaren In algemene bouw komt Tarbosaurus sterk met Tyrannosaurus rex overeen maar is duidelijk minder robuust met vooral een smallere schedel. De staartbasis is wat zwaarder en de romp lager. De zeer korte voorpoten zijn zelfs nog wat kleiner dan bij Tyrannosaurus rex.
In 2005 stelde Thomas Carr enkele eigenschappen vast waarin Tarbosaurus zich zowel van T. rex als Alioramus zou onderscheiden. De achterste tak van de maxilla heeft een zijvlak dat in zijaanzicht boven de volle hoogte van onderrand van de uitholling voor de fenestra antorbitalis uitgroeit. Het holle bovenvlak van bovenste gewricht van het tweede kootje van de tweede teen wordt verstevigd door een verticale richel. De binnenrand van het bovenste gewrichtsvlak van het eerste kootje van de vierde teen is hol.
Skelet Schedel thumb|260px|Tarbosaurus heeft een enorme schedel.