thumb|Klassieke kruisboog met laadelement thumb|replica in het museum Emhisarc van een 14e-eeuwse kruisboog zoals die tijdens de slag bij Crécy zou zijn gebruikt Een kruisboog (of armborst, arbalest, voetboog) is een wapen waarmee korte pijlen kunnen worden afgeschoten. Het wapen bestaat uit een boogstaaf (lijkend op een korte handboog), gemonteerd op een zuil, vaak met een kolf die lijkt op een geweerkolf en voorzien van een mechanisme om de pees vast te houden en een trekkermechanisme om deze te lossen waardoor de pijl wordt weggeschoten.
Soms is er een opwindmechanisme of lier aanwezig, of een spanhaak of stijgbeugel als de kracht die nodig is om de boog te spannen te groot is om dit met de hand te doen (dit is meestal het geval).
Geschiedenis thumb|left|Ontwerp door Heron van Alexandrië van een Griekse gastraphetes De kruisboog heeft een lange en uitgebreide geschiedenis. In China was de kruisboog in 200 v.Chr al goed ontwikkeld, zoals blijkt uit vondsten van geavanceerde bronzen trekkermechanismen. Het terracottaleger van keizer Qin Shi Huangdi bevat ook kruisboogschutters. Uit schriftelijke bronnen blijkt dat de bogen al minstens honderd jaar eerder werden gebruikt. De Grieken kenden de gastraphetes (γαστραφέτης, "buikwerper" die gespannen werd tegen de buik). Romeinse kruisbogen waren versierd en goed ontworpen, maar West-Europese bogen van 600 jaar later waren nog vrij ruw afgewerkte stukken hout of bot. Kruisbogen werden veel gebruikt tussen 800 en 1500.
In 1097 verbood Paus Urbanus II het gebruik van de kruisboog tussen christenen onderling, omdat hij het een afgrijselijk en godsvijandig wapen vond. Ruim veertig jaar later verbood ook Paus Innocentius III in 1139 de inzet van de arbalest (een grote en zware metalen variant van de kruisboog) en ander slingertuig op het tweede Lateraans Concilie tegen medechristenen, dit op straffe van excommunicatie.De bronnen zijn verzameld in , Histoire des conciles d'apres les documents originaux, in het Engels vertaald en voortgezet door 1907–52., 5/1, 721–722; maar zie ook, Bernhardi Jahrbuecher der deutschen Geschichte, I Leipzig 1883, 154–160: Tenth Ecumenical Council: Lateran II 1139, 1 november 1996, Internet Medieval Source Book De authenticiteit, interpretatie en vertaling van deze bron wordt door sommigen echter betwist. (2004), The Not So Diabolical Crossbow: A Re-Examination of Innocent II’s Supposed Ban Of The Crossbow at the Second Lateran Council, zelf-gepubliceerde these. De Kerk zag er, hoe dan ook, geen probleem in om de kruisboog tegen 'ongelovigen' in te zetten.
Omstreeks 1400 veranderde het ontwerp, en werd de kolf tegen de schouder geplaatst om nauwkeuriger te kunnen richten. Tegen 1650 had de kruisboog een kolf in de moderne geweervorm, en werd op vergelijkbare wijze gebruikt. Kruisboogmakers (arbalestmeesters) maakten tegen 1600 prachtige kruisboogkolven. Sommige Belgische ontwerpen waren zo volmaakt als moderne scherpschuttersgeweren. Vanaf deze tijd, tot ver in de twintigste eeuw is de kruisboog qua materiaal, technieken en mechanismes in grote lijnen hetzelfde gebleven. Pas na de Tweede Wereldoorlog onderging het ontwerp van met name de jachtkruisboog grote veranderingen door het gebruik van lichte metalen en polycarbonaten en andere kunststoffen en composietmaterialen.
Constructie thumb|Een bronzen spanner van de Han-dynastie. De boogstaaf van de kruisboog werd vervaardigd van hout of composietmaterialen tot in het midden van de 15e eeuw. Het voordeel van een houten boogstaaf is dat de boog als geheel lichter blijft. Composietbogen werden gemaakt van hoorn, pees en hout, waarmee veel grotere spankrachten mogelijk werden. Hoorn werd voor de binnenkant van de boogstaaf gebruikt, en dierlijke pezen voor de buitenkant. Omdat boogstaven van composietmaterialen werden vervaardigd door het samenlijmen van de onderdelen was een stevige lijmverbinding essentieel. De sterkste lijmen hadden ook de meeste tijd nodig om te drogen. Het was niet ongewoon om 6 maanden tot een jaar uit te moeten trekken voor de droogtijd van een boog. In de late 15e eeuw maakte de staalfabricage grote vorderingen en werd dit materiaal steeds vaker gebruikt voor de boogstaven. Een kruisboogstaaf is tenslotte niet anders dan een speciaal gevormde veer. Stalen boogstaven kwamen tegen het begin van de 16e eeuw steeds meer voor, aangezien ze een consistenter schietgedrag hadden, behalve bij heel koud weer.
Een kruisboog heeft een pees die op zijn plaats wordt gehouden door een noot (ook wel rol of tuimelaar genoemd) als de boog is gespannen en de pijl wordt geplaatst. De noot ligt meestal aan het uiteinde van het pijlplatform, de lade. Hij bestaat uit een cilindrisch stukje hoorn, metaal of kunststof dat om een horizontale as dwars op de schietrichting draait, en waarin een keep is gemaakt waarin de pees kan rusten, terwijl aan de onderkant dan een richel is waar een staaf tegen aan drukt, die voorkomt dat de noot wegdraait en de pees lost. Deze blokkeerstaaf wordt door een veer op zijn plaats gehouden en door de trekker over te halen vrijgemaakt. De veer zorgt dat bij het weer naar achter halen van de pees de noot weer vanzelf blokkeert. De noot heeft vaak een groef in het midden waar de achterkant van de pijl in past, zodat het contact van de pees en de pijl bij het afschieten zo gelijkmatig mogelijk ontstaat. De pijl rust ook in een ondiepe gleuf op de lade om hem zo consistent mogelijk te presenteren aan de pees. De gleuf speelt zelf eigenlijk geen rol bij het geleiden van de pijl.
Bij een eenvoudiger trekkermechanisme rust de pees in een uitsparing op de lade, en wordt door een pen die door de kolf heen loopt omhooggewipt als daar van onder op wordt gedrukt. Hierbij is de beweging van de pees minder goed voorspelbaar en slaat de pees nogal hard tegen het uiteinde van de pijl, wat de nauwkeurigheid schaadt.
De boogstaaf (of 'boogarmen') en de kolf van een kruisboog werden vaak van een goede kwaliteit hardhout gemaakt, zoals eikenhout of hard esdoornhout. De Centraal-Europese bogen waren vaak versierd en ingelegd met andere materialen zoals ivoor en speciale houtsoorten. De boogstaaf wordt aan de kolf bevestigd met henneptouw, linnen, of ander sterk bindmateriaal. De lade van de kruisboog is een plat gedeelte met een rechte groef waar de pijl op ligt en langs glijdt bij het afvuren.
De pees van een kruisboog wordt gemaakt van sterke vezels die weinig neiging tot rafelen hebben. Linnen, hennep en dierlijke pezen werden gebruikt. Zelfs met katoen werd met enig succes geëxperimenteerd. De dierlijke pezen bestaan uit bindweefsel afkomstig van de nekwervelkolom van grotere dieren. Het bevredigend vastmaken van de elastisch vervormende boogstaaf aan de niet-vervormende zuil is ook een vrij lastig technisch probleem dat vaak werd opgelost door gebruik te maken van enigszins elastisch materiaal zoals dierlijke pezen en tussenliggende stukjes vervormbaar materiaal zoals leer.
De kruisboog heeft verder een trekker, zoals die later ook werd ingebouwd in geweren, musketten en andere vuurwapens. Trekkers zijn in Europa al bekend van kruisbogen uit de vroege 15e eeuw. Leonardo da Vinci ontwierp vele complexe trekkermechanismen voor kruisbogen, en kwam uiteindelijk uit op een gevoelige trekker die met zeer weinig kracht kon worden gelost.
Moderne kruisbogen (en handbogen) gebruiken soms ook een langere pees die aan beide uiteinden van de boogstaaf over een al dan niet excentrische katrol loopt, om een geringe beweging van de boogstaaf in een veel groter verplaatsingstraject van de pees om te kunnen zetten. Het type (kruis)bogen met katrollen wordt ook wel compound-boog genoemd. Een dergelijke boog werkt efficiënter omdat het katrolmechanisme hier als een soort hevel op de stuggere en hardere boogarmen werkt, waardoor meer energie op de pijl overgedragen wordt, waarbij de zware boogarm zelf minder bewegingsenergie verkrijgt. Voor de jacht zijn compound-bogen minder gunstig, omdat ze -vanwege het katrolmechanisme- iets meer lawaai maken.
Niettemin zijn moderne kruisbogen meestal veel lichter dan de loodzware grote kruisbogen uit de Middeleeuwen, met een veel geringere spankracht. Een moderne kruisboog heeft een pijlsnelheid die vergelijkbaar is met die van een moderne composiet-handboog.
Pijlen thumb|Een moderne kruisboogbout De pijlen worden soms bouten of schichten genoemd. Vroeger verschilden ze sterk van gewone pijlen, waren korter en hadden andere aerodynamische eigenschappen dan handboogpijlen. Het is voor de reproduceerbaarheid van de prestaties op een bepaalde boog belangrijk dat de gebruikte kruisboogpijlen even zwaar zijn. Dan wordt het consistente prestatieniveau mogelijk waardoor de kruisboog zich een plaats heeft verworven in het middeleeuwse oorlogsarsenaal.
Kruisboogpijlen zijn lichter dan handboogpijlen en moeten worden gelakt om opname van vocht te verhinderen wat hun eigenschappen zou veranderen. Ze hebben meestal ook maar 2 of zelfs geen veren per pijl in plaats van de drie van handboogpijlen. Hierdoor zitten ze het mechaniek van de boog niet in de weg bij het afvuren en hebben ze minder luchtweerstand. Pijlen van moderne jachtkruisbogen lijken weer veel meer op de pijlen van handboogschutters, al blijven ze iets korter.
Kruisboog versus handboog thumb|De kruisboogschutter moest herspannen achter een schild Kruisbogen waren vanouds krachtiger en nauwkeuriger dan handbogen, sommige varianten konden een pijl door een harnas heen schieten. Omdat de schutter de boog niet zelf onder spanning hoeft te houden bij het richten kan dit meer ontspannen gebeuren. Het spannen is echter langzamer omdat de kruisboog op de grond moet worden gezet. Dit leidt weer tot een geringer aantal schoten per minuut dan bij de handboog. In een test werden met een (snel en met handkracht te spannen) kruisboog zes pijlen afgeschoten in de tijd die een handboogschutter nodig had voor tien pijlen.zie videoclip. Gearchiveerd op 29 april 2023. Door meerdere pijlen, al in de hand te hebben, kunnen handboogschutters soms wel tien pijlen in minder dan 20 seconden afschieten. (Zelfs te paard) Aan de andere kant is voor het spannen of afvuren van een kruisboog geen speciale training of kracht vereist (zeker niet als het spannen met een hefboom gebeurt). Daardoor kan iedereen in principe een kruisboog hanteren, terwijl een boog alleen een geschikt wapen is in de handen van iemand die er in getraind is.
De kruisboog was daarom in de middeleeuwen meer een verdedigings- dan een aanvalswapen. De schutter heeft wat dekking nodig voor het herladen.
In de slag bij Azincourt legden de Franse ridders het totaal af tegen de superieure Engelse handboogschutters als gevolg van bijvoorbeeld schietsnelheid en het gebrek aan mobiliteit van hun tegenstanders door het drassige terrein.
Het spannen van de kruisboog thumb|Middeleeuwse Zwitserse kruisboog De spankracht is de kracht waarmee men de pees naar achter moet trekken als de boog tot de schietspanning wordt gerekt. Aangezien deze bij een kruisboog veel groter kan zijn dan de schutter kan opbrengen hebben zulke kruisbogen meestal een hulpmiddel om ze te spannen. De foto van de replica-kruisboog uit de 14e eeuw toont dat de riem die de schutter gebruikte voorzien was van een verlengstuk met een dubbele haak (er is op de foto slechts één haak te zien) waarmee de schutter de boogpees oprekte tot hij ze achter de noot kon bevestigen. Eerst had hij zijn voet in de beugel op de kop van de boog geplaatst en gebruikte zijn bovenlichaam als hefboom om de pees via de haak aan zijn de riem te spannen. Het hefboomeffect kon ook via een katrol of tandradmechanisme worden bekomen. Deze versies werden in de 15e eeuw en later ontwikkeld. Het is deze grote spankracht van de kruisboog die hem zo'n formidabel wapen maakte in de strijd tegen geharnaste tegenstanders.