thumb|Orkaan Elena, Golf van Mexico, 1 september 1985 (foto: NASA)
Een tropische cycloon, ook wel orkaan, cycloon, tyfoon of taifoen, is een tropische storm waarvan de windsnelheden de orkaandrempel, windkracht 12, overschrijden. Dat houdt in dat er windsnelheden voorkomen van meer dan 63 knopen, ongeveer 117 kilometer per uur. Een storm zonder tropische kenmerken, die de orkaandrempel overschrijdt, heet een (extra-tropische) storm met orkaankracht.
Tropische cyclonen kunnen ontstaan in de tropen en subtropen tot ongeveer de 35e breedtegraad, vooral in de intertropische convergentiezone. Ze ontstaan niet te dicht aan de evenaar, doordat daar het corioliseffect te zwak is. Alle tropische depressies, dus ook tropische cyclonen, voldoen aan drie kenmerken: voldoende atmosferische convectie, een gesloten circulatie (dat wil zeggen: volledig rond en niet onderbroken door een front) en een warme kern: de warmste lucht bevindt zich in het oog van de depressie.
De term cycloon heeft betrekking op de cyclonale circulatie, de luchtstroming in dezelfde richting als de draairichting van de aarde. Dit is het geval bij lagedrukgebieden die dan ook wel cyclonen worden genoemd.
Verschillende namen Welke naam een tropische depressie met windsnelheden van 12 beaufort krijgt, is afhankelijk van de plaats waar zij de orkaandrempel overschrijdt. In het Nederlands spreekt men van orkaan of tropische cycloon. Voor een orkaan in het Middellandse Zeegebied wordt soms de naam medikaan (samentrekking van ‘mediterraans’ en ‘orkaan’) gebruikt. In de Atlantische Oceaan en het oostelijke deel van de noordelijke Grote Oceaan worden ze hurricane genoemd. Het woord is afkomstig van Huracan, de naam van de god van de wind en vernietiging bij de Maya's in Mexico en Centraal-Amerika. Andere taalvarianten zijn ouragan in het Frans, huracán in het Spaans en ook het Nederlandse orkaan. In het westelijke deel van de noordelijke Grote Oceaan heten deze tropische stormen taifoen, in het Engels typhoon, in het Nederlands geschreven als tyfoon. Er komen daar ook tropische cyclonen voor met windsnelheden boven de 130 knopen (240 kilometer per uur), supertyfoons genaamd. De naam tyfoon heeft zijn mogelijke oorsprong in onder andere het Grieks, Portugees, Hindi en Perzisch. In het Kantonees betekent het grote wind.Etymologische uitleg Het woord tyfoon kan zowel als taifoen als tiefoon uitgesproken worden, het laatste is spellinguitspraak, wellicht onder invloed van woorden als telefoon.Taaldatabank VRT Ook in andere talen komt deze spellinguitspraak voor: Spaans tifón, Frans typhon, tegen Duits Taifun. In Australië werd aan de westkust wel van willy-willies gesproken en aan de oostkust van queenies, maar tegenwoordig wordt hier veelal typhoon gebruikt. Een willy-willy is in de taal van de Aboriginals geen tropische cycloon maar een wind- of stofhoos (dust devil). In de Indische Oceaan en in de Golf van Bengalen hebben ze de algemene naam van tropische cycloon.
Kenmerken thumb|De structuur van een tropische cycloon op het noordelijk halfrond Het opvallendste kenmerk van een tropische cycloon is het oog met de laagste luchtdruk en de grote windsnelheden rond dit centrum, terwijl de windsnelheid en bewolking in het oog gering zijn of niet aanwezig. Daarnaast is er zware regenval en kunnen stormvloeden in kustgebieden zware overstromingen veroorzaken. In tegenstelling tot stormen op gematigde breedte hebben tropische cyclonen geen front. De cycloon heeft een gesloten, concentrische circulatie. Deze geeft op satellietfoto's een spiraal- of schijfvormig beeld. Deze concentrische circulatie is in alle lagen van de aardatmosfeer aanwezig. Bij lagedrukgebieden van de gematigde zone kan de continuïteit van de circulatie worden onderbroken door fronten en is dan niet meer echt concentrisch. Hieruit volgt dat als een systeem gekenmerkt wordt door fronten, er geen sprake kan zijn van een tropische cycloon.
Een tropische cycloon heeft rond het centrum een hoge en brede wolkenmuur (Engels: eyewall) van cumulonimbiwolken met aan de bovenzijde naar buiten uitwaaierende wolkenbanden en hoge cirrusschermen. Deze muur ontstaat door convectie. Dit is een zichzelf stimulerend fenomeen van het verdampen en condenseren van relatief warm zeewater.American Oceanographic & Meteorological Laboratory Zeewater verdampt en stijgt op. Deze damp condenseert (het gaat regenen) en daarbij komt energie vrij. Deze energie doet de lucht opstijgen, waardoor de luchtdruk daalt, de nog aanwezige waterdamp afkoelt en condenseert. Door de dalende luchtdruk wordt vochtige lucht uit de omgeving aangezogen. Deze condenseert (het gaat harder regenen) en er komt energie vrij, waardoor de luchtdruk verder daalt (het gaat harder waaien).
Schaal van Saffir en Simpson en nomenclatuur
thumb|Orkaan Celia vanuit de ruimte gezien De meteorologie hanteert de schaal van Saffir en Simpson om orkanen naar hun kracht in te delen. Alle tropische cyclonen zijn gevaarlijk, maar sommige zijn gevaarlijker dan andere. Daarom is er een classificatie ontwikkeld om onderscheid te kunnen maken tussen bijvoorbeeld krachtige en verwoestende orkanen en om zich beter op de te verwachten schade te kunnen voorbereiden. De schaal werd opgesteld in 1968 door consultant Herbert Saffir, gespecialiseerd in stormschade aan gebouwen, en Bob Simpson, directeur van het National Hurricane Centre.
Echter niet overal wordt de schaal van Saffir en Simpson gebruikt; in Australië is een vijfpuntige schaal in gebruik, die cyclonen classificeert op basis van windstoten in plaats van de doorstaande wind en kracht.
Hier een overzicht van de schaal van Saffir en Simpson: Klasse Windsnelheden (km/h) Benaming Schade TD < 62 Depressie - TS 63 – 118 Storm - S-1 119 – 154 Orkaan Licht S-2 155 – 178 Orkaan Matig S-3 179 – 210 Orkaan Uitgebreid S-4 211 – 250 Orkaan Extreem S-5 > 250 Orkaan Catastrofaal
Stormvloeden Klasse Hoogte boven normaal (m) Schade 1 1,2 – 1,6 Licht 2 1,7 – 2,5 Dak- en vensterschade en belangrijke schade aan bomen en gewassen 3 2,6 – 3,7 Grote vernielingen aan gebouwen 4 3,8 – 5,4 Daken weggeblazen, veel waterschade op de begane grond van gebouwen aan de kust 5 > 5,4 Catastrofaal. Grote schade aan gebouwen. Vrijwel alle daken weggeblazen, evenals kleinere lichtere bouwsels
Orkaanseizoen Op het noordelijk halfrond komen de meeste tropische cyclonen op in de maanden augustus, september en oktober. Het officiële Atlantisch orkaanseizoen loopt van 1 juni tot 30 november. Het seizoen wordt ten eerste ingeperkt door het voorhanden zijn van warm zeewater, een zeewatertemperatuur van ten minste 27 graden Celsius is een goede voedingsbodem voor tropische cyclonen.AOML, Hurricane Research Division Maar deze eis bleek in 2005 niet zo hard te zijn als wel werd gedacht; Vince, Delta, Epsilon en Zeta ontwikkelden zich bij zeewater van 21 tot 23 graden. Vince en Epsilon groeiden zelfs uit tot een orkaan en ook Delta en Zeta waren geen minimale tropische stormen. Ten tweede wordt het seizoen beperkt door de aanwezigheid van windstilte ten noorden van de evenaar. Waar het wateroppervlak het warmst is, ontstaat een doldrum. Aan het eind van de zomer vormen zich vaak doldrums in de Caribische Zee, ten westen van Mexico, en in de buurt van de Filipijnen. De passaatwinden ontmoeten elkaar bij een doldrum, doordat het een gordel is van lage druk, vanwaar de aangezogen lucht opstijgt. Als er een doldrum ten noorden van de evenaar ontstaat, ontmoet de zuidoost passaat de noordoostpassaat niet op de evenaar. De zuidoostpassaat klapt dan als hij de evenaar overschrijdt om in een zuidwestpassaat. Als zij elkaar ontmoeten, kan dit het corioliseffect doen beginnen, doordat beide passaatwinden een hoek van 180 graden maken in plaats van 90 graden, wanneer zij elkaar op de evenaar zouden ontmoeten. Een derde oorzaak waardoor tropische cyclonen in de winter veel zeldzamer zijn is de straalstroom en andere stromingen in de atmosfeer, deze ruïneren de delicate structuur van een tropische cycloon. Ook voor delen van de Stille Oceaan en voor het noorden van de Indische Oceaan geldt dit orkaanseizoen, maar er zijn ook gebieden waar cyclonen het hele jaar door kunnen voorkomen en ontstaan.
Schade door orkanen De meeste schade wordt veroorzaakt op het moment dat de subtropische cyclonen de kust bereiken. De slachtoffers vallen vooral door vloedgolven, die tot zes meter hoog kunnen worden. Inhammen kunnen het vloedgolfeffect nog versterken: de Bathurst Bay Hurricane veroorzaakte in 1899 in de gelijknamige baai in Australië een opzet van 13 m.
Als record voor het aantal slachtoffers gold lange tijd de cycloon van 7 oktober 1737 in de Golf van Bengalen, waarbij meer dan een kwart miljoen slachtoffers te betreuren waren. Inmiddels is men van mening dat de Cycloon Bhola in Bangladesh uit 1970 daar niet voor onderdeed; sommige bronnen schatten het aantal doden bij die catastrofe zelfs op 300.000.
Ook als de schade in het kustgebied gering is, kan overvloedige neerslag meer landinwaarts plotseling opkomende overstromingen teweegbrengen. Soms komen neerslaghoeveelheden voor van 750 mm, dat is evenveel als er in Nederland in een heel jaar valt. De neerslag vormt bij alle tropische stormen die het land optrekken, een even grote bedreiging. Boven zee treden extreem hoge golven op, bijvoorbeeld 30 m bij de orkaan Luis uit 1995. Behalve dat er door de wind hoge golven ontstaan, wordt het zeewater door de zeer lage atmosferische drukken in het centrum van een orkaan ook nog eens wat omhoog gezogen ten opzichte van het normale evenwichtsniveau.
In de laatste decennia (tot 2003) eisen de tropische cyclonen vooral een hoge tol in bijvoorbeeld Bangladesh, waar vloedgolven makkelijk ver het land kunnen binnendringen en de infrastructuur ontbreekt om de bevolking te beschermen, te evacueren of tijdig te waarschuwen. In de Verenigde Staten viel het aantal slachtoffers de laatste decennia mee. Deels komt dit door tijdiger signalering dankzij weersatellieten, nauwkeuriger verwachtingen, effectievere berichtgeving, tijdiger evacuaties, een beter voorbereid publiek en een professioneler calamiteitenmanagement door de Amerikaanse overheid. Daarnaast is er sprake van toeval of, zo men wil, geluk: naar verhouding weinig belangrijke orkanen trokken in dichtbevolkte streken het land op. Door de sterke groei van de bevolking langs de Amerikaanse oostkust en de complexiteit van een evacuatie, is ook in de Verenigde Staten een ramp in de toekomst toch niet uit te sluiten.
Op 20 oktober 2004 werd Japan geraakt door een van de zwaarste taifoens uit de laatste decennia.
Op 29 augustus 2005 richtte de orkaan Katrina zeer veel schade aan in de Amerikaanse staten Louisiana, Alabama en Mississippi. Vooral zwaar getroffen waren de steden Biloxi, New Orleans en Mobile. Meer dan een miljoen mensen zaten zonder stroom en in Biloxi alleen maakten de eerste berichten gewag van meer dan 80 doden. Een week na de ramp was de toestand in het gebied nog steeds totaal ontregeld met een groot stuk van de stad New Orleans dat nog steeds onder water stond. Het totaal aantal doden door deze orkaan beliep enkele honderden tot ca. 1000.
Verloop Ontstaan Het ontstaan van een orkaan of tropische storm is een proces dat nog niet helemaal duidelijk is. Convectie boven warm oceaanwater is de belangrijkste energiebron van een tropische depressie. Eenmaal boven land wordt de kracht snel minder. Stijgt de windsnelheid waarmee een tropische depressie gepaard gaat boven windkracht 8, dan spreekt men van een tropische storm en krijgt deze een naam. Als een tropische storm 64 knopen (windkracht 12) bereikt, dan verandert de naam van deze entiteit, afhankelijk van de locatie op aarde.
Gerekend over de gehele aardbol zijn er elk jaar 80-90 tropische stormen; ongeveer 2 op de 3 stormen ontwikkelen zich tot een orkaan. Op de Noord-Atlantische Oceaan loopt het aantal tropische stormen per jaar uiteen van 4 (1982) tot 21 (1936); gemiddeld zijn het er ongeveer 10.