Gorgosaurus is een geslacht van uitgestorven vleesetende theropode dinosauriërs, behorend tot de groep van de Tyrannosauroidea, dat tijdens het Laat-Krijt, ongeveer 75 miljoen jaar geleden, leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw werden fossielen van Gorgosaurus opgegraven maar die bestonden slechts uit tanden en botfragmenten. In 1913 vond men in Canada een aantal bijna volledige skeletten. In 1914 kreeg het geslacht zijn naam, die 'felle sauriër' betekent, toen de typesoort Gorgosaurus libratus benoemd werd. Later werden nog vier soorten binnen het geslacht benoemd maar daarvan begrijpt men nu dat het om jonge exemplaren van G. libratus gaat of om heel andere dinosauriërs. Gorgosaurus lijkt sterk op de latere Albertosaurus sarcophagus en daarom zien sommige geleerden hem als een soort van Albertosaurus: A.libratus. Van Gorgosaurus is de afgelopen eeuw nog eens een dozijn skeletten gevonden en daardoor kregen de wetenschappers een goed beeld van zijn bouw.

Gorgosaurus was een grote roofsauriër die tot tien meter lang en vier ton zwaar kon worden. De meeste volwassen exemplaren zijn typisch wat kleiner met acht meter lengte en een gewicht van twee ton. Gorgosaurus was een tweevoeter waarvan de horizontale romp in evenwicht gehouden werd door de staart. Zijn voorpoten waren erg klein met twee korte vingers maar zijn achterpoten juist erg lang en zwaar gespierd. Hij was een van de snelste roofsauriërs die ooit geleefd hebben. Gorgosaurus had een langwerpige kop met krachtige onderkaken en uitgerust met lange tanden. Daarmee viel hij vluchtende weerloze Hadrosauridae aan die hij met zijn hoge snelheid goed kon inhalen. Maar hij joeg ook op zwaarbewapende Ceratopia die hij in een gevecht doodde door ze een diepe beet toe te brengen.

Vondst en naamgeving In de zomer van 1913 voerde Charles Hazelius Sternberg in opdracht van de Geological Survey of Canada een paleontologische expeditie uit naar de Red Deer River in Alberta. Zijn zoon Charles Mortram Sternberg vond toen op de zuidelijke oever van die rivier nabij Steveville aan de rand van een insnijding van het prairieplateau door de Berry Creek, het skelet van een grote theropode. De vindplaats werd genummerd als Quarry 36. left|thumb|De lagen van de Dinosaur Park Formation De typesoort Gorgosaurus libratus werd eind 1914 benoemd en beschreven door Lawrence Morris Lambe, kort na een beschrijving van alleen de voorpoot door dezelfde auteur. De geslachtsnaam is afgeleid van het Klassiek Griekse γοργός, gorgos, 'fel'. De soortaanduiding is Latijn voor 'uitgebalanceerd, een verwijzing naar het in evenwicht houden van het lichaam door de staart.

Het holotype, NMC 2120, werd gevonden in lagen van de Dinosaur Park Formation die dateren uit het Laat-Campanien, 76,5 tot 74,8 miljoen jaar oud. Het bestaat uit een vrij compleet skelet met schedel van een volwassen dier.

In 1917 publiceerde Lambe een uitgebreidere monografie over Gorgosaurus. Hierin liet hij tekeningen opnemen door Arthur Miles van hoe hij dacht dat de soort zich in evenwicht hield. Volgens Lambe hield Gorgosaurus de romp horizontaal als een vogel, maar wel liet hij het dier de staart over de grond slepen. Desalniettemin waren zijn ideeën over de houding tamelijk modern in aansluiting met de opvattingen van Henry Fairfield Osborn. In het midden van de twintigste eeuw zouden deze interpretaties weer vergeten worden. Omdat verschillende tanden van het fossiel weinig versleten waren, nam Lambe aan dat Gorgosaurus zich ook met aas voedde. In de jaren zeventig zou hem dat het verwijt opleveren van Robert Thomas Bakker dat hij het dier zag als een slome aaseter maar in feite beschouwde Lambe Gorgosaurus in wezen als een beweeglijke rover. right|thumb|260px|AMNH 5458 in een verouderde opstelling Het holotype is niet het enige fossiel dat van Gorgosaurus bekend is. In feite waren er vermoedelijk al voor 1913 fragmentarische specimina van Gorgosaurus opgegraven. Tanden werden in die tijd toegewezen aan Deinodon en zelfs zijn er waarschijnlijk aparte taxa benoemd op grond van gorgosaurusmateriaal: Laelaps falculus, Dryptosaurus kenabekides, Laelaps hazenianus en Laelaps incrassatus. Zulke namen worden meestal geacht geen prioriteit te hebben omdat het nomina dubia zijn, dat wil zeggen: ze zijn gebaseerd op vondsten die niet met zekerheid te identificeren zijn. thumb|left|AMNH 5664, het holotype van G. sternbergi Veel completere ontdekkingen werden er tegelijk met die van de Sternbergfamilie gedaan door Barnum Brown, de verzamelaar van het American Museum of Natural History, die in 1913 hetzelfde gebied afstroopte op zoek naar fossielen. Deze omvatten onder andere drie skeletten van volwassen exemplaren: AMNH 5428 (later USNM 12814); AMNH 5434 (eerder foutief als AMNH 5336 vermeld) en AMNH 5458. In 1917 werd door C.H. Sternberg nog een exemplaar aan het New Yorkse museum geleverd: AMNH 5664, een skelet van een jong dier. Deze vondsten werden met wat vertraging bestudeerd door William Diller Matthew. In 1922 meende Matthew dat Gorgosaurus bij Deinodon ondergebracht moest worden en hij benoemde zelfs onder voorbehoud een ?Deinodon libratus. In 1923 echter was hij van mening veranderd en benoemde AMNH 5664 tot een tweede soort van Gorgosaurus: Gorgosaurus sternbergi, een naam die hij in 1922 al terloops vermeld had maar toen zonder beschrijving zodat het een nomen nudum bleef. Tegenwoordig wordt deze soort echter identiek geacht aan G. libratus; de verschillen komen slechts voort uit de jonge leeftijd van het exemplaar. Ook Matthew waagde zich aan een reconstructie van het levende dier die hij liet uitvoeren door tekenaar Erwin Christman. Hierin wordt Gorgosaurus opnieuw als een actief dier afgebeeld, met de staart in de lucht in plaats van op de grond hangend, net als volgens de moderne inzichten. Minder modern was dat de romp als 45° opgeheven werd gedacht, dus minder horizontaal als bij Lambe. right|thumb|260px|AMNH 5428 Na deze eerste grote vondsten is er nog een groot aantal fossielen van Gorgosaurus uit de Dinosaur Park Formation opgegraven. Een groot deel daarvan bestaat uit losse botten maar ook in verband liggende skeletten zijn niet bepaald zeldzaam. Deze exemplaren zijn in mindere of meerdere mate compleet. Specimina die zowel een schedel als althans de gedeeltelijke postcrania, de delen achter de schedel, omvatten zijn de volgende: AMNH 5432, CMN 8782, ROM 1247, RTMP 86.144.1, RTMP 91.36.500, RTMP 91.163.1, RTMP 94.12.602, RTMP 95.5.1, RTMP 99.33.1, TCM 2001.89.1 en UA 10. Samen met de vijf oudere vondsten waren er in 2014 zeventien skeletten inclusief schedel bekend. Bij elkaar vertegenwoordigen ze het leeuwendeel van de skeletelementen, waaronder ook het vorkbeen. Het materiaal vormt ook een groeireeks van jonge dieren van zo'n drie meter lang tot volwassen exemplaren. left|thumb|ROM 1247 Na 1923 zouden er nog enkele soorten van Gorgosaurus benoemd worden. In 1946 schiep Charles Whitney Gilmore postuum een Gorgosaurus lancensis op basis van specimen CMN 7541. Later zou dit hernoemd worden tot Nanotyrannus. In 1955 benoemde Evgeni Malejew twee soorten: Gorgosaurus lancinator en Gorgosaurus novojilovi. Tegenwoordig worden deze beschouwd als jonge exemplaren van Tarbosaurus.

In 1970 bracht Dale Russell Gorgosaurus bij Albertosaurus onder, als een Albertosaurus libratus. Tot het midden van de jaren negentig bleef dit gebruikelijk en in populair-wetenschappelijke boeken kan men deze indeling nog vaak vinden. De laatste jaren is het in het onderzoek naar dinosauriërs echter steeds meer de gewoonte geworden ieder geslacht monospecifiek te houden, dat wil zeggen: als bestaande uit één soort. Dat twee soorten samen één geslacht zouden vormen, kan namelijk nooit door wetenschappelijk onderzoek vastgesteld worden: het is een puur subjectieve keuze. De meeste onderzoekers spreken tegenwoordig weer van een Gorgosaurus libratus.

Soortenlijst De wat ingewikkelde naamgevingsgeschiedenis kan worden samengevat in de volgende soortenlijst:

Gorgosaurus libratus Lambe 1914: geldige typesoort van Gorgosaurus, = ?Deinodon libratus (Lambe 1914) Matthew & Brown 1922, = Albertosaurus libratus (Lambe 1914) Russell 1970 Gorgosaurus 'sternbergi' Matthew & Brown 1922: tunc nomen nudum Gorgosaurus sternbergi Matthew & Brown 1923: jonger synoniem van G. libratus, = Deinodon sternbergi (Matthew & Brown 1923) Kuhn 1965, = Albertosaurus sternbergi (Matthew & Brown 1923) Russell 1970 Gorgosaurus lancensis Gilmore 1946: apart geslacht, = Nanotyrannus Bakker, Currie & Williams 1988, = Albertosaurus lancensis (Gilmore 1946) Russell 1970 Gorgosaurus lancinator Maleev 1955: = Tarbosaurus Gorgosaurus novojilovi Maleev 1955: = Tarbosaurus, = Maleevosaurus novojilovi (Maleev 1955) Carpenter 1992

Beschrijving right|thumb|270px|Een acht meter lange gorgosaurus in grootte vergeleken met een mens Algemene bouw, grootte en onderscheidende kenmerken Gorgosaurus is een grote tweevoetige roofsauriër. De meeste volwassen specimina hebben een lengte van ongeveer acht meter. In 2010 schatte Gregory S. Paul het gewicht van zo'n exemplaar op tweeënhalve ton. Specimen RTMP 94.12.602 is echter duidelijk groter en zo'n tien meter lang met een heuphoogte van drie meter; het zou een vier ton hebben gewogen. Vergeleken met de meeste theropoden van acht meter lengte is Gorgosaurus bepaald robuust van bouw met een zwaargebouwde schedel, dikke nek en krachtige achterpoten. Gorgosaurus is echter een verwant van de latere levende Tyrannosaurus rex. In vergelijking met die reus lijkt Gorgosaurus haast elegant van bouw: de kop is smaller, de nek dunner, de romp lager, de voorpoten kleiner en de achterpoten langer. Ondanks zijn in absolute zin niet geringe gewicht was Gorgosaurus zo vermoedelijk tamelijk snel en wendbaar door zijn relatief lange poten, korte romp en korte staart. Hoe snel precies is zeer omstreden: de serieuze schattingen voor de maximumsnelheid variëren van vijfentwintig tot vijfenzeventig kilometer per uur; een vijfenveertig tot vijftig kilometer per uur lijkt de meeste onderzoekers het waarschijnlijkst. De armen waren zeer klein, nog meer gedegenereerd dan bij Tyrannosaurus en dus vermoedelijk niet meer functioneel.

Dat Russell Gorgosaurus en Albertosaurus samenvoegde, is begrijpelijk: beide vormen verschillen maar weinig van elkaar, minder dan de intraspecifieke variatie binnen Tyrannosaurus. In 1970 was er zelfs geen enkel onderscheidend kenmerk vastgesteld. De reden om ze tegenwoordig apart te houden is voornamelijk dat het geen tijdgenoten zijn: Albertosaurus wordt gevonden in de latere Horseshoe Canyon Formation die dateert uit het vroegste Maastrichtien. Gemiddeld is Albertosaurus kleiner en eleganter met meer langgerekte achterpoten; Currie vond dat de grootste individuen juist wat robuuster waren. In 2005 stelde Thomas Carr een lijst van kenmerken op waarin Gorgosaurus zich van zijn verwanten onderscheidt. De pneumatische uitholling in de zijwand van het traanbeen is verticaal langgerekt. In de hersenpan loopt het laterosfenoïde schuin zijwaarts omhoog om contact te maken met het wandbeen. Het tweede kootje van de tweede teen heeft een onderste gewrichtsvlak dat aan beide zijden de voorste rand van de uitholling voor het gewrichtskapsel niet bereikt. Het derde kootje van de tweede teen heeft een bovenste gewrichtsvlak dat van de buitenste zijkant bekeken de voorzijde van het kootje niet bereikt.

Skelet Schedel right|thumb|350px|Paleontoloog Bob Bakker legt het skelet van Gorgosaurus uit, waarbij de schedel in het oog springt