De Russisch-Georgische OorlogDe oorlog is ook bekend onder verschillende andere namen, waaronder Vijfdaagse Oorlog, Augustusoorlog en Russische invasie van Georgië. was een vijf dagen durende oorlog tussen Georgië, Rusland en de door Rusland gesteunde zelfverklaarde republieken Zuid-Ossetië en Abchazië, en vond plaats in augustus 2008 in de strategisch belangrijke Zuidelijke Kaukasus. De oorlog brak uit na een periode van verslechterende betrekkingen tussen Rusland en Georgië en escalatie van geweld om de controle over de Georgische afscheidingsrepubliek Zuid-Ossetië. Het conflict wordt beschouwd als de eerste interstatelijke Europese oorlog van de 21e eeuw.
Na aanhoudende schermutselingen in Zuid-Ossetië gedurende 2008, begon de oorlog in augustus 2008. In de late avond van 7 augustus kondigde het Georgische Ministerie van Defensie aan de "constitutionele orde in Zuid-Ossetië te herstellen", nadat Zuid-Osseetse milities gedurende de dag en avond Georgische dorpen onder vuur hadden genomen en niet op een unilateraal Georgisch afgekondigd staakt-het-vuren in waren gegaan. Vlak voor middernacht werden Zuid-Osseetse stellingen aangevallen met artillerie. In de vroege uren van 8 augustus startte het Georgische grondoffensief bij Tschinvali, de hoofdstad van de regio.
Op 8 augustus verplaatste Rusland troepen over de grens en trok met tanks en artillerie naar Tschinvali. Na verovering van het gebied, trokken Russische troepen verder Georgië binnen, ook vanaf Abchazië, naar steden zoals Poti en Gori, en tot dichtbij Tbilisi. Rusland legde Georgië tevens een gedeeltelijke scheepsblokkade op. EU-voorzitter Sarkozy bemiddelde op 12 augustus een bestand tussen Georgië en Rusland. Dit bestand werd op 8 september nader uitgewerkt.
Afgesproken werd dat de Russische troepen zich terug zouden trekken uit de bezette gebieden, maar ook dat Rusland tijdelijk een veiligheidszone mocht aanhouden tot er een internationaal monitoringsmechanisme ingesteld zou zijn. Op diezelfde dag werd het staakt-het-vuren van kracht. Bij de nadere uitwerking van 8 september 2008 werd afgesproken dat vanaf 1 oktober 2008 waarnemers van de Europese Unie in de bufferzone actief zouden worden. Rusland moest zich uiterlijk 10 oktober 2008 uit de veiligheidszones terugtrekken en de troepen verplaatsen naar de "pre-conflict posities". Sindsdien houdt Rusland zich niet aan deze laatste conditie. Na de Russische erkenning van de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië en Abchazië op 26 augustus 2008 stelt Moskou echter dat het geen troepen op Georgisch grondgebied heeft en dat het de afspraken naleeft.
Voorgeschiedenis De Osseten zijn een Iraans volk dat oorspronkelijk bij de rivier de Don leefde. Later vormden zij het koninkrijk Alanië in het huidige Noord-Ossetië. Ze trokken vanaf de 13e eeuw ook zuidwaarts over de Kaukasus naar het Georgische koninkrijk Kartlië, nadat ze uit hun thuisland waren verdreven door de Mongolen en mengden zich met de Georgische bevolking. Het noordelijk gelegen Ossetië en het Georgische koninkrijk Kartli-Kachetië werden in respectievelijk 1774 en 1801 geannexeerd door het Russische Rijk. Na de Eerste Wereldoorlog en de Oktoberrevolutie verklaarde Georgië zich onafhankelijk als de Democratische Republiek Georgië. De voornamelijk bolsjewistische Osseetse gemeenschap verzette zich tegen deze Georgische mensjewistisch georiënteerde staat, riep de hulp van Sovjet-Rusland in en verklaarde zichzelf in 1920 onafhankelijk. Het Georgische leger greep in, wat geleid zou hebben tot duizenden doden.
In 1921 viel het Rode Leger de Georgische republiek binnen. De republiek werd daarop een onderdeel van de Sovjet-Unie. Jozef Stalin, zelf een Georgiër, beloonde de bolsjewistische loyaliteit van de Osseten in Georgië in 1922 met autonomie binnen de Georgische SSR, de Zuid-Osseetse Autonome Oblast. Dit was de eerste aparte staatkundige entiteit van de Osseten ten zuiden van de Grote Kaukasus. Daarnaast kwam er een Noord-Ossetische ASSR in de Russische SFSR. Zo bleven de Osseten ten noorden en zuiden van de Kaukasus staatkundig gescheiden, want ook onder het Russische Rijk vielen de gebieden onder verschillende bestuurlijke eenheden.
1991-2004 Nog vóór de onafhankelijkheid van Georgië van de Sovjet-Unie in 1991 brak er oorlog uit tussen de centrale regering van Georgië en de Zuid-Osseetse regio die aansluiting bij Rusland en Noord-Ossetië eiste. Tijdens deze burgeroorlog in 1991-1992 hielden Zuid-Osseetse leiders op 19 januari 1992 een referendum over afscheiding van Georgië en aansluiting bij Rusland, wat een meerderheid steunde. Rusland en Noord-Ossetië hielden echter de boot af door conflicten met Ingoesjetië over het District Prigorodni. Een vredesoperatie geleid door Rusland, de Joint Peacekeeping Forces (JPKF) bestaande uit Russen, (Noord-)Osseten en Georgiërs werd ingesteld om de in 1992 gesloten vrede te handhaven. In 2007 bestond dit vredeskorps uit 500 Russische, 500 (Noord-)Osseetse en 320 Georgische troepen.
Tussen 1992 en 2004 bleef Zuid-Ossetië feitelijk deel uitmaken van de Georgische economie en het conflict was daarmee meer een politiek geschil dan een giftig etnisch conflict. Georgië had ook feitelijk controle over een flink deel van Zuid-Ossetië, met name waar de Georgische gemeenschap woonde, namelijk het oostelijke district Achalgori, het gebied rond Tschinvali en langs de westelijke administratieve grens.
Crisis 2004 miniatuur|260px|Georgisch gecontroleerde gebieden Zuid-Ossetië tot augustus 2008Aan de betrekkelijke rust en mogelijkheden tot toenadering kwam een eind met de Rozenrevolutie in november 2003 en de verkiezing van Micheil Saakasjvili tot president in januari 2004. Hij beloofde het Georgische gezag te herstellen over Adzjarië, Abchazië en Zuid-Ossetië. In voorjaar 2004 was Adzjarië het eerste doelwit, en na een korte geweldloze crisis werd het gezag van Tbilisi over de autonome deelrepubliek vrij eenvoudig hersteld. Rusland moest toezien hoe een lokale bondgenoot, de Adzjaarse leider Aslan Abasjidze, vrij simpel van het toneel gespeeld werd en zag uit eerste hand dat het de nieuwe Georgische regering ernst was met hun plannen. Door dit succes aangemoedigd richtte de Georgische president al snel de blik op Zuid-Ossetië.
Als eerste werd de markt in Ergneti, een paar kilometer ten zuiden van de Zuid-Osseetse hoofdstad Tschinvali, aangepakt met anti-smokkelacties zoals het ad hoc instellen van wegversperringen en controlepunten. De markt was een vrijhaven van smokkel en corruptie geworden, wat Georgië naar eigen zeggen $130 miljoen per jaar aan douane-inkomsten kostte. De Georgische aanpak leidde ook tot kritiek omdat de markt juist een punt was van interactie tussen verschillende gemeenschappen en het broze vertrouwen in de Georgische intenties zou schaden. De Georgische regering deed aan diverse charmeoffensieven richting de burgers, net zoals in Adzjarië, maar het mocht niet baten en de boosheid en het wantrouwen keerde zich tegen de Georgische overheid in plaats van tegen de Zuid-Osseetse. Begin juni 2004 mengde Rusland zich in de kwestie, en waarschuwde tegen "provocatieve stappen" die tot "extreem negatieve consequenties zouden kunnen leiden", wat een scherpe reactie uit Tbilisi uitlokte: “de kwestie betreft het grondgebied van Georgië en niemand kan voorkomen dat de Georgische autoriteiten orde brengen in het hele land”.
Dit luidde een periode in waarbij de Georgische regering het conflict bracht als een conflict met Rusland in plaats van Zuid-Ossetië. Rusland koos tevens steeds meer partij voor Zuid-Ossetië. Deze laatste verbrak de directe communicatie met Tbilisi, en vroeg Rusland om erkenning van onafhankelijkheid en de aansluiting bij Rusland. Een zomer van oplopende spanningen volgde: Georgië confisqueerde een Russisch wapentransport, Georgische controleposten werden onder vuur genomen en Georgische vredestroepen raakten gewond en tientallen werden gevangen genomen bij een aanval op een Georgisch dorp. Na kleinere incidenten over en weer kwam het in de derde week van augustus tot grotere confrontaties met 20 doden tot gevolg, waarna Georgië besloot de troepen terug te trekken en de poging het gezag over heel Zuid-Ossetië te herstellen afbrak.
Paspoortisatie De meeste inwoners van Zuid-Ossetië verkregen vanaf eind jaren 1990 een Russisch paspoort door actief Russisch beleid. Hiermee maakten de Osseten duidelijk dat ze niet als onderdeel van Georgië beschouwd wensten te worden. Tevens vormde dit met de jaren een steeds groter speerpunt van Russisch beleid om via "paspoortisatie" legitimiteit te kunnen ontlenen aan eventuele interventies. De motivering van de Russische inval in 2008 die door president Dmitri Medvedev gegeven werd was het "beschermen van Russische staatsburgers".
Opmaat naar oorlog (2006-2008) Ondanks pogingen in 2005 van zowel Georgië als Rusland om tot een vergelijk te komen over Russische terugtrekking uit Zuid-Ossetië (en Abchazië) en het akkoord over Russische terugtrekking uit bases in andere delen van Georgië, veranderde de relatie met Rusland uiteindelijk fundamenteel vanaf medio 2006. Dit werd met name gevoed door speerpunten van Georgisch regeringsbeleid die in Moskou niet in goede aarde vielen, zoals de democratische hervormingsgezindheid, de westerse toenadering en NAVO-aspiraties van Georgië, de aanhoudende Georgische oproep aan Rusland de vredestroepen terug te trekken omdat deze een politieke oplossing in de weg zouden staan en de toenemende militaire uitgaven van Georgië. Door deze combinatie stond ook het vertrouwen van de Osseten in de (goede) intenties van de Georgische regering onder druk.
De Georgische steun in 2006 aan een alternatieve leiderschapsverkiezing en referendum van de pro-Georgische oppositie in het door Georgië gecontroleerde deel van Zuid-Ossetië, tegelijkertijd met de presidentsverkiezingen van Zuid-Ossetië, viel bij de Zuid-Osseten in slechte aarde. In het voorjaar van 2007 richtte de Georgische regering daarnaast de Provisionele Territoriale Eenheid Zuid-Ossetië op, die onder het bestuur stond van de Zuid-Osseetse Administratie met aan het hoofd de verkozen alternatieve leider Dmitri Sanakojev. Deze administratie vormde het de jure Georgische gezag over het territorium van het separatistische Zuid-Ossetië.
De oplopende spanningen met het Kremlin, ook nadat Georgië een aantal Russen arresteerde op beschuldiging van spionage, hadden onder meer een luchtvaartboycot, een handelsboycot van diverse populaire Georgische exportproducten zoals wijn en mineraalwater, de sluiting van de enige directe grensovergang bij Stepantsminda, en de deportatie van duizenden Georgiërs uit Rusland gedurende 2006 en 2007 tot gevolg. Parallel daaraan liep de westerse ontvankelijkheid voor de Georgische NAVO-ambities, en de westerse neiging om Kosovo als onafhankelijk van Servië te willen erkennen in lijn met de koers van VN-afgezant Martti Ahtisaari, belast met het vraagstuk rond de status van Kosovo. Rusland herhaalde frequent het standpunt de de facto afscheidingsgebieden Transnistrië, Zuid-Ossetië, Abchazië en Nagorno-Karabach te zullen erkennen zodra de onafhankelijkheid van Kosovo erkend zou worden.