De Kuria Muria-eilanden (Arabisch: جزر خوريا موريا; DIN 31635 (Duits): Ǧuzur Ḫūriyā Mūriyā; Engelse romanisering: Juzur Khurīyā Murīyā of Khūryān Mūryān), ook getranslitereerd als Khuriya Muriya-eilanden of Churiya Muriya-eilanden, zijn een groep van vijf eilanden in de Arabische Zee. De archipel ligt in de Kuria Muriabaai op ongeveer 40 kilometer uit de zuidoostkust van Oman en strekt zich in west-oostelijke richting uit over ongeveer 73 kilometer. De eilanden hebben een totale oppervlakte van ongeveer 76,2 km² en vormen onderdeel van Oman, waarbinnen ze onderdeel vormen van de wilaya Sjalim en Hallaniyateilanden van het gouvernement Dhofar.

Geografie Van west naar oost heten de eilanden al-Hasikiyah, al-Sawda, al-Hallaniyah, Qarzawit en al-Qibliyah.De schrijfwijze is niet eenduidig, daar verschillende schrijvers de mondeling overgeleverde namel fonetisch onderscheidbaar in hun moedertaal hebben weergegeven. Zo noemen bijvoorbeeld verschillende bronnen al-Qibliyah ook Al-Gibiliyya, Jabaliyya, Jebeliya, al-Qibiliyyah, Al-Qibiliyah en Jubaylah, en wordt Qarzawit evenzo ook als Dscharzaʿut, Ghazawt, Karzawt, Gharzaut of Ghardhawat geschreven.

De eilanden vormen de toppen van een oceanische bergrug en bestaan overwegend uit graniet en muschelkalk. De eilanden steken uit tot ongeveer 500 meter boven de zee, maar kennen ook laaglandgebieden. De lichte rotseilanden zijn slechts spaarzaam bedekt met enkele struiken. De eilanden al-Qibliyah en al-Hasikiyah zijn licht met guano bedekt, die echter niet rendabel is voor exploitatie. De eilanden worden door hun afgelegenheid en ontoegankelijkheid en met name vanwege de chareef (de Zuid-Omaanse moesson) slechts zelden door toeristen bezocht.

De eilandengroep is een belangrijke broedplaats voor zeevogels, met name voor sommige gierzwaluwachtigen uit de zuidelijke oceanen. De belangrijkste bedreiging voor deze vogelsoorten op de eilanden bestaan uit uitheemse huisdieren (met name verwilderde geiten (op al-Hallaniyah), katten (op al-Hallaniya en al-Sawda) en ratten (bruine ratten op al-Hasikiyah en zwarte ratten op al-Hallaniyah). Van staatswege wordt hiertegen tot op heden niets ondernomen. Er zijn echter wel plannen om op de vier grotere eilanden vogelbeschermingsgebieden in te stellen (zie de onderstaande tabel).

Deze oppervlaktes zijn allen groter dan de landoppervlaktes van de eilanden en omvatten ook het omringende zeegebied. De toekomstige reservaten omvatten alle belangrijke nestelplaatsen.Vgl. BirdLife International 2008 BirdLife's online World Bird Database: the site for bird conservation. Version 2.1. Cambridge, UK: BirdLife International. Available: https://web.archive.org/web/20211105005312/https://www.birdlife.org/ (Zugriff am 1. Juni 2008).

Eiland Arabisch Transliteratie km² Hoogte (m) Coördinaten Grootte van het geplandevogelbeschermingsgebiedhectare al-Hasikiyah جزيرة الحاسكية Ǧazīrat al-Ḥāsikiyya 2 155 400 al-Sawdaالجزيرة السوداء al-Ǧazīra al-sawdāʾ 11 399 2.000 al-Hallaniyyaجزيرة الحلانية Ǧazīrat al-Ḥallāniyya 56 501 7.000 QarzawitجرزعوتǦazīrat Ǧarzaʿūt 0,3 70 0 al-Qibliyahالجزيرة القبلية al-Ǧazīra al-qibliyya 3 168 800 Kuria Muria-eilandenجزر خوريا موريا Ǧuzur Ḫūriyā Mūriyā 73 501 10.200

Geschiedenis In de oudheid werd de eilandengroep aangeduid als de Eilanden van Zenobios (Latijn Zenobii Insulae, Grieks: Ζηνοβίου νησία; Zenobiou nesia) of Doliche (Grieks: Δολίχη). De baai van Kuria Muria werd destijds in het Latijn Sinus Sachalites en in het Grieks Σαχαλίτης κόλπος; Sachalites kolpos genoemd en de eilandengroep markeerde toen de grens tussen het rijk van de Parthen en het oud-Zuidarabische Hadramaut–koninkrijk, waarbij de binnenzijde van de baai de grens vormde van het Parthische Rijk.Vgl. Grohmann, Adolf: Ḵh̲ūryān-mūryān, in: Bearman, P./Bianquis , Th./ Bosworth , C.E./Donzel, E. van/Heinrichs, W.P. (heruitg.): Encyclopaedia of Islam, dl. 5 (Khe–Mahi), Leiden: Brill, 1986, S. 70, Sp. 1.

PtolemaeusVgl. Ptolemäus: Geographike Hyphegesis, VI, 7, § 47; Arrian: Periplus Maxis Erythroei, S. 19. beschreef ze als zeven kleine eilanden (de beide rotsen voor het eiland al-Qibliyya werden waarschijnlijk meegeteld) die in de 'Sinus Sachalites' in de richting van Indië aan de ingang van de "Perzische Golf" lagen.Daarmee werd waarschijnlijk de Golf van Aden bedoeld.

De onherbergzaamheid van de natuurlijke omgeving heeft ertoe geleid dat de eilandbewoners zich overwegend bezig gingen houden met de visserij. In de 12e eeuw schreef al-Idrisi dat de eilanden behoorden tot de invloedssfeer van de kuststad el-Schiḥr behoorden. In de winter waren de inwoners zeer arm en alleen in het vaarseizoen lukte het hen om enigszins te kunnen rondkomen. Hun zeereizen brachten hen naar Oman, Aden en Jemen. De belangrijkste handelsgoederen waren schildpad en soms ook barnsteen. Al-Idrisi noemde de Kuria Muria-baai in in zijn berichten Ǧawn al-Ḥašīš (Baai van de Kruiden).Vgl. al-Idrisi: Nuzhat al-musštāq fi 'atirāq al-āfāq, Indian and the neighbouring territories in the Kitāb Nuzhat al-mu_s_htāq fi '_hḥtirāq al-āfāq of al-Sharīf al-Idrīsī, a transl. with comm.n of the passages relating to India, Pakistan, Ceylon, part of Afghanistan, and the Andaman, Nicovar. and Maldive islands, etc. by S. Maqbūl Ahmad with a foreword by Vladimir Fedorovič Minorsky [Minorskij], Leiden: Brill, 1960, Section I, S. 54 and Section II, S. 49. De eilandengroep werd op haar beurt bezocht door Arabische stammen uit de Hadramautische steden el-Schiḥr en Mukallā en de Jemenitische stam Ḥudaida, die de rijke voorkomens van guano op de eilanden al-Hasikiyya en al-Qibliyya exploiteerden. De uitwerpselen van de ontelbare zeevogels diende als mest, met name voor de verbouw van tabak.

De Kuria Muria-eilanden kwamen pas in de Vroegmoderne Tijd weer in het bewustzijn van de Europeanen, toen ze door Afonso d'Albuquerque op zijn weg naar Indië in het jaar 1503 herontdekt werden. De Portugezen gaven de eilanden de ook nu nog in Europa gebruikelijke naam.Portugese bronnen spreken van al-Hasikiyah als 'Asquié', al-Sawda' als 'Sodié' en Qarzawit als 'Rodondo'. Hoewel de oorspronkelijke betekenis van de namn onbekend is, verwijst de naam „Curia Muria“ naar de Portugese versie van de „Churian Murian“ van de middeleeuwse Arabische geografie.Vgl. Beckingham, C. F.: The Kuria Muria Islands, in: The Geographical Journal, Vol. 110, No. 1/3, (Jul. - Sep., 1947), S. 144. De eilanden werden ook door andere Portugese historici beschreven: Almeida tekent in een vrij onbekende beschrijving de reis van twee jezuïeten naar de eilanden. In januari 1589 zouden Antonio De Montserrat en de veel bekendere Pedro Páez zes of zeven dagen op de eilanden hebben doorgebracht.Vgl. de Almeida, Manuel: Historia general de Ethiopia a alta, por Balthasar Tellez, Coimbra, 1660, libr. iii., ch. 2, iv., ch. 24. Volgens Almeida lagen de eilanden 10 mijlenoude lengtemaat van zeer uiteenlopende grootte verwijderd van het vasteland. De jezuïeten gingen aan land op een van de eilanden, die ze „Suadie“ (waarschijnlijk as-Sauda') noemden en die in de nabijheid van een eiland genaamd „Hazquie“ (waarschijnlijk al-Hasikiya) lag. De missionarissen beschreven beide eilanden als zeer klein en de inwoners als zeer arm. De bewoners zouden hun huizen met aan land gespoeld zeegras hebben bedekt en uitsluitend van de visvangst hebben geleefd. Daar ze geen hout hadden om op te koken, droogden ze de vissen eerst in de zon waarna ze werden gegeten. De zee scheen veel barnsteen aan land te spoelen, die ze vervolgens de paters in grote hoeveelheden voor weinig geld aanboden.Vgl. de Beschreiving van Almeida, die ingang vonden in het werk van Beccaris: Beccari , Camillo: Rerum aethiopicarum Scriptores occidentales inediti a saeculo XVI ad XIX curante C[amillo] Beccari, Romae: Casa Editrice Italiana (12 excud. C. de Luigi), 1903–17, vol. 6, S. 8.

In het jaar 1818 overvielen de Qawasim de eilanden vanuit het emiraat Ras al-Chaima, met het voorwendsel ze als steunpunt voor overvallen op handelsschepen te gebruiken (piraterij). Alle inwoners werden verdreven en de eilanden waren aldus enige jaren onbewoond. Enige tijd later, waarschijnlijk enige tijd na de overvalDe bronnen zijn hier onduidelijk over., kwamen de eilanden in handen van de Ibn Chalfān, een ondergroep van de stam Māḥrā (Mehri), die in de omgeving van Mirbat woonden. Van deze clan is de Zuid-Arabische naam voor de eilanden („Dsjazāʾir bin Chalfān“) afgeleid.Vgl. Grohmann, Adolf: "Ḵh̲ūryān-mūryān.", in: Bearman, P./Bianquis , Th./ Bosworth , C.E./Donzel, E. van/Heinrichs, W. P. (Hrsg.): Encyclopaedia of Islam, Bd. 5 (Khe–Mahi), Leiden: Brill, 1986, S. 70, Sp. 1.

In het midden van de 19e eeuw werden de eilanden deel van het Sultanaat van Masqat (Said-dynastie van Oman). In die tijd kwamen er van tijd tot tijd Franse plantagebezitters vanaf het eiland Réunion om er guano in te slaan.

Het was deze waardevolle natuurlijke grondverbeteraar die de Britse regering er in 1854 toe aanzette om er bij Sultan Said ibn Sultan op aan te dringen om de eilanden aan het Britse Rijk over te laten. Deze overdracht vond officieel plaats middels een erkenningsverdrag op 14 juli 1854. Van 1855 tot 1860 voeren tot 50 schepen gelijktijdig naar de archipel en haalden zo in totaal ongeveer 200.000 ton guano van de eilanden al-Hasikiya en al-Qibliya.Vgl. Clements, Frank A.: The Islands of Kuria Muria: A Civil Aid Project in the Sultanate of Oman Administered from Salalah, Regional Capital of Dhofar, in: Bulletin (British Society for Middle Eastern Studies), Vol. 4, No. 1, (1977), S. 37-39; hier S. 37. In het jaar 1861 werd op al-Hallaniya een communicatiestation gebouwd voor een zeekabel van de Britse Red Sea and Karachi Telegraph Company. Het idee om het eiland als een tussenstation te gebruiken werd echter reeds het jaar daarop alweer losgelaten, daar de zeekabel niet goed functioneerde.Vgl. Phelps Harris, Christina: The Persian Gulf Submarine Telegraph of 1864, in: The Geographical Journal, Vol. 135, No. 2, (juni 1969), S. 169-190. In 1868 werden de eilanden tot onderdeel van de Britse kroonkolonie Aden gemaakt en onder jurisdictie van de gouverneur aldaar geplaatst. Later werd de kroonkolonie omgevormd tot een protectoraat. In december 1883 ondernam kolonel S. B. Miles van het schip de H.M.S. Dragon een onderzoeksreis langs de zuidelijke kusten van het Arabisch Schiereiland.Miles, Samuel Barrett (1912): The countries and tribes of the Persian Gulf, with a new introduction by J. B. Kelly, 2. Aufl., London: Cass, 1966. Als een van de laatste plekken bezocht hij al-Hallaniya.Vgl. o. V.: Coasting Journey along Southern Arabia, in: Proceedings of the Royal Geographical Society and Monthly Record of Geography, New Monthly Series, Vol. 8, No. 2, (Feb., 1886), S. 100-101. Vanaf 1953 nam de Britse hoogcommissaris van Aden het bestuur over de eilanden over. Na de samenvoeging van die kolonie met de Zuid-Arabische Federatie nam in 1963 de Britse "Chief Political Resident of the Persian Gulf" in Bahrein het bestuur over.

Op 30 november 1967 werden de eilanden onder protest van de Democratische Volksrepubliek Jemen teruggegeven aan het sultanaat Oman, dat op dat moment (tot 1971) zelf echter nog een Brits protectoraat vormde.Vgl. "Treaty of Cession relating to the Kuria Muria Islands", UNITED KINGDOM OF GREAT BRITAIN AND NORTHERN IRELAND & MUSCAT AND OMAN, 15 november 1967 Deze overdracht leidde ook in recentere jaren nog tot spanningen tussen Jemen en Oman, daar de eilanden zich uitstrekken tot buiten de Exclusieve Economische Zone van Oman. Vermoed wordt verder dat zich olie- en gasvoorraden in het gebied van de eilanden bevinden. In 1995 werd het meningsverschil over het grensverloop bijgelegd tussen beide landen met een grensverdrag.

De eenzame eilanden De onderstaande teksten zijn gebaseerd op de beschrijvingen in Hay, Rupert, Kuria Muria, 1947, S. 280 en NATIONAL IMAGERY AND MAPPING AGENCY: SAILING DIRECTIONS (ENROUTE), RED SEA AND THE PERSIAN GULF, NINTH EDITION, Bethesda (Maryland), 2001.