Hieronder volgt een lijst van algemeen bekende pokerterminologie:

3-bet: De eerste re-raise na een raise. Elke volgende raise wordt een 4-bet, 5-bet, 6-bet etcetera genoemd. 6-max: Een pokertafel met maximaal zes spelers. Wordt ook wel 6-handed genoemd.

A AA - Een paar azen in de hand, de beste hand in Texas Hold'em. Ook bekend onder: American Airlines, Pocket Rockets, Bullets. Add-on - In sommige pokertoernooien mag men tijdens de pauze naast de eigen stapel chips, een eenmalige extra aanvulling kopen, een zogenaamde add-on. Niet te verwarren met re-buy. Aggressive (of agressief) - Een manier van spelen waarbij de speler zijn handen hard speelt: hij zet in en verhoogt. Dit zegt niets over de sterkte van zijn handen. Tegenovergestelde van passive. Aggressor - De speler die de laatste bet of raise heeft gemaakt. AK - Aas-Koning in de hand. Ook bekend onder: Big Slick, Anna Koernikova. Ante - Verplichte blinde inzet voor alle meedoende spelers voordat zij kaarten ontvangen hebben. Wordt veel gebruikt in de eindstadia van pokertoernooien om de pot te spekken en de stacks onder druk te zetten. Zie ook blind. All-in - Alle chips van een speler gaan in de pot. Een all-in kan een bet, call of een raise zijn.

B Backdoor - Zie runner. Bad beat - Een speler heeft een situatie verloren waarin hij veruit favoriet was om te winnen. Bankroll - Het totale budget dat een speler beschikbaar heeft voor het spelen van poker. Bankroll management - Het beheren van de bankroll, het kiezen van de juiste games en stakes om te voorkomen dat een speler te snel broke gaat. Battle of the blinds - Als iedereen gefold heeft naar de small blind en big blind en deze twee spelers als enigen de hand gaan spelen. BB - Aantal big blinds, maat om aan te geven hoe groot de bet of raise is. Zie big blind. Bellybuster - Een inside straight draw Bet - Inzetten, verhogen. De eerste inzet is een bet, een latere verhoging heet een raise. Bet the pot - Een inzet maken die even groot is als de pot op dat moment. Ook wel pot bet genoemd. Big blind (grote blind, grote blinde inzet) - Blinde inzet ter waarde van 1 minimuminzet, die een speler verplicht moet inzetten voordat hij kaarten ontvangen heeft. Samen met de small blind start dit de biedronde. Zie ook small blind. Big Slick - een Hold'em-hand A-K. Bijkaart - Zie kicker. Blank - Een kaart die jouw hand niet verbetert, of andermans hand niet helpt, een ongevaarlijke kaart. Blind - Verplichte blinde inzet in sommige typen pokerspelen. Zie ook big blind, small blind en ante. Bluffen - Mensen de indruk geven andere kaarten (betere of slechtere) te hebben dan men in werkelijkheid heeft, om de tegenstander(s) te laten folden, met als bedoeling de inzetten te winnen. Board - De openliggende gemeenschapskaarten op tafel. 'Play the board', de speler gebruikt alle gemeenschapskaarten om zijn sterkste hand te maken. Boat - Full house. Bottom pair - Een paar met de laagste kaart op de board. Bijvoorbeeld een 3-6-A op tafel en K-3 in de hand hebben. Bounty - Een geldbonus voor het elimineren van bepaalde spelers in een pokertoernooi. Brick - Blank. Broadway - De hoogste straat mogelijk: A-K-Q-J-10. Zie ook wheel. Broke - Blut gaat, het verliezen van de totale bankroll. Bubble - De laatste onbetaalde plek in een pokertoernooi. Alle hogere plekken vallen in de prijzen. Bubble boy - De persoon die op de bubble het toernooi heeft moeten verlaten, de laatste persoon zonder prijzengeld. Bullets - een Hold'em-hand A-A. Burn(card) - De bovenste kaart van het dichte deck die 'verbrand' (blind weggelegd) wordt voor het draaien elke ronde gemeenschapskaarten. Dit voorkomt dat gemerkte kaarten zichtbaar zijn voordat ze op tafel komen. Busted - Een draw die niet is gevallen omdat er een kaart te weinig kwam. Een busted straight bijvoorbeeld. Button - Zie dealerbutton. Button game - Pokerspel waarbij er geen vaste dealer is, maar een button aangeeft wie de deler is. Buy-in - De hoeveelheid geld die men moet inleggen om aan een toernooi mee te kunnen doen, of de hoeveelheid geld die men aan chips kan kopen in een cash game.

C Call - Meegaan en de gevraagde inzet betalen, evenveel chips in de pot doen als vereist. Calling station - Een zwakke, passieve speler die veel callt maar niet raiset. Cap - Het maximaal aantal raises dat gedaan mag worden. Dit is meestal een regel in limit pokerspellen, niet in No limit. Card room - Plek waar je poker spelen kunt, hetzij in een gebouw, hetzij op een internet card room. Kort: Room. Card protector - Een chip of een kleine mascotte die een speler op zijn kaarten kan leggen om te voorkomen dat ze per ongeluk in de muck belanden. Cashgame - Pokerspel waar de chips een geldwaarde vertegenwoordigen, in tegenstelling tot een pokertoernooi waar dit niet het geval is. Check - Niets doen, je beurt voorbij laten gaan en afwachten wat de spelers achter je doen, alleen mogelijk zonder aanwezige bets. Checkraise - Eerst checken en daarna eventuele bets verhogen. Chips - Poker fiches. Chipleader - De persoon met de meeste chips in een pokertoernooi. In een cash-game heeft men het over de persoon met de grootste stack. Chip rack - Een plastic houder waarin chips kunnen worden bewaard. Chip tricks - Trucjes doen met chips. Coinflip - Pre-flop all-in situatie waarbij twee spelers allebei bijna 50% kans hebben om te winnen. Dit komt meestal voor als een speler een paar heeft en de ander twee hogere kaarten (overcards). Ook race genoemd. Cold call - Een bet en een of meer verhogingen' in een keer callen. Cold deck - Het deck is 'gestoken'. Uitdrukking die een speler maakt als hij een goede hand verliest omdat er precies de verkeerde kaarten vallen, of tegen een speler met een nog betere hand zit. 'I've been cold decked'. Committed - Zie Pot committed Community card (poker) - Zie Gemeenschapskaart poker. Connector - Een Hold'em hand met twee aansluitende kaarten. Men heeft hiermee kans op een straight. Zie ook suited connector. Cooler - Wanneer een sterke hand verliest van een nog sterke hand. Bijvoorbeeld KK vs. AA. Counterfeited - In gemeenschapskaartpoker, als de hand van een speler weinig meer waard is doordat er betere kaarten op tafel vallen. Bijvoorbeeld: hand 7-7, board: Q-Q-J-J. Het paar zevens is nu counterfeited (vervalst). Cowboys - een Hold'em-hand K-K. Cut card - Ondoorzichtige kaart zonder waarde, gebruikt om de onderkant van het deck af te schermen tijdens het delen. Cut-off: de positie rechts van de Dealer Button.

D Dark, in the dark - Een actie doen zonder dat je je eigen blinde kaarten gezien hebt. 'Ik call in de dark'. Dealer - De vaste (betaalde) deler in het casino of elders. In een button game de speler met de dealerbutton Dealerbutton - Rond, meestal wit schijfje dat in een button game aangeeft wie deze hand de deler is. Dealerfout (Dealer error) - De deler maakt bij het delen van de handkaarten of gemeenschapskaarten een fout Deck - Een stok kaarten. Deuce - casinoterm voor 'two' (twee, 2). Dog - Zie underdog. Dominated - Als een hand van een speler weinig kans heeft omdat iemand anders eenzelfde hand heeft met een betere kicker. Double bellybuster - Dubbele inside straight draw Double gutshot - Dubbele inside straight draw Draw - Op een draw zitten, kaarten nodig hebben om de hand te verbeteren. Zie flush draw en straight draw. Drawing dead - Een speler heeft geen kans meer om de hand te winnen, zelfs al zou zijn hand nog verbeteren. Drawing hand - Een hand met een straightdraw en/of flushdraw als mogelijkheden. Dubbele inside straight draw - Een inside straight draw waarbij men met twee kaarten de straight kan maken. Bijvoorbeeld als men 10-8-7-6-4 heeft, brengt elke 9 een straat en elke 5. Men heeft nu evenveel kans als een Open-ended straight draw. Ducks - pocket tweeën, 2/2 om mee te beginnen.

E Edge - Een 'edge' hebben betekent beter zijn dan een andere speler of spelers. Etiquette - Geheel van ongeschreven regels die het pokerspel in goede banen laat lopen, zodat er geen geschillen ontstaan over geldzaken. EV - Expected Value. In poker refereert dit aan de winstgevendheid op lange termijn.

F Family pot (Family flop) - Als alle spelers gecalld hebben en meedoen met de hand. Favorite (favoriet) - Situatie waarin een speler volgens de kansrekening de meeste kans heeft om de hand te winnen. Tegenovergestelde van underdog. Ferket - Een paar vieren, genoemd naar volleybalspeler Martin Ferket met rugnummer 44. Five of a kind - Pokerhand die alleen mogelijk is als gebruik wordt gemaakt van meerdere decks of een joker. De hand bestaat uit 5 kaarten van dezelfde waarde, bijvoorbeeld K♠ K♣Joker. De five of a kind verslaat de Royal Flush. Fish - Slechte speler, verliezende speler. Zie shark. Flatten - Zie call. Flop - De eerste 3 gemeenschapskaarten op tafel in Hold'em. Ook als werkwoord: 'Ik flop een straat' (ik krijg een straat op de flop). Flush - Pokerhand bestaande uit vijf willekeurige kaarten van dezelfde soort, bijvoorbeeld Q♠ J♠ 8♠ 6♠ 3♠: een schoppenflush, vrouw hoog. Flushdraw - Een 'drawing' hand waarbij 1 of meer kaarten nodig zijn voor een flush. Fold (folden) - Passen, je hand weggooien. Men verliest hierbij de kans om de pot te winnen. Four of a kind - Pokerhand bestaande uit vier kaarten met dezelfde waarde. Bijvoorbeeld: 5♣ 5♠ . Ook wel carré of quads genoemd. Free card (gratis kaart) - Als een of meer speler checken er niet betaald hoeft te worden om een volgende kaart te zien. Freeroll - Een pokertoernooi zonder buy-in, meestal als reclame. Freeze-out - Een vorm van pokertoernooi waarbij men zich maar een keer kan inkopen, zonder de kans op een re-buy of add-on. De meest voorkomende vorm van toernooien. Full boat - Full house. Full house - Pokerhand bestaande uit drie kaarten van dezelfde waarde, gecombineerd met twee kaarten van een andere dezelfde waarde. Bijvoorbeeld: 8♣ 8♠ K♠. Ook wel boat of full boat genoemd. Full ring - Een pokertafel met negen of tien spelers.

G Gemeenschapskaart poker - pokerspel waarbij iedereen naast eigen kaarten, ook gebruik kan maken van een of meer openliggende algemene kaarten. Gemerkte kaart - Een kaart die gemerkt is, door een beschadiging, pennestreek of anderszins, zodat men aan de achterkant kan zien welke waarde de kaart vertegenwoordigt. Zie burn. Going South - Je 'gaat naar het zuiden' als je in een cashgame een deel van je chips van de tafel neemt, zodat je deze niet meer kunt verliezen. Dit is verboden aangezien de andere spelers nu hun geld niet de mogelijkheid krijgen deze terug te winnen. Gutshot (straight draw) - Een inside straight draw.

H Heads-up - Als (nog maar) twee pokerspelers aan tafel zitten te spelen. Hero call - Callen met een relatief zwakke hand als de speler vermoedt dat de tegenstander aan het bluffen is. High (card) - Zie hoog. Hit - Als een van de outs van een speler valt en hij zijn hand verbetert. Hold'em - Term voor 'Hold'em' pokerspellen, zoals Texas Hold'em en Omaha Hold'em, hoewel meestal alleen Texas Hold 'em bedoeld wordt. Hole (in the hole): zie pocket cards Hollywood - Een Hollywood doen of uitvoeren betekent het acteren op zo'n manier dat de speler de sterkte of zwakte van zijn hand maskeert. De speler geeft valse tells af. Hoog - Een pokerhand zonder zelfs een paar wordt in sterkte berekend door de hoogste kaart die een speler heeft, in het geval van een koning is dat 'koning hoog'. Een straight, een flush of straight flush worden ook op die manier in sterkte berekend in het geval dat de tegenstander ook eenzelfde hand heeft. 'Ik heb een flush, vrouw hoog'. Ook bekend als high of high card.

I Inside straight draw - Een straight draw waarbij maar een kaartwaarde de straight brengt. Bijvoorbeeld als men 6-7-8-10 heeft, brengt alleen een 9 een straight. Men heeft dan vier negens in het deck om de straight te krijgen. Zie ook Open-ended straight draw en Dubbele inside straight draw.