Marcel Quinet (Binche, 6 juli 1915 - Sint-Lambrechts-Woluwe, 16 december 1986) was een Belgisch pianist, componist en muziekpedagoog.

Levensloop Afkomst en studies Quinet was de zoon van een musicus. Zijn vader, die al vlug het talent voor de muziek van zijn zoon inzag, schreef hem op jonge leeftijd in aan de muziekacademie van Binche. Daarna volgde hij nog les aan het Koninklijk Conservatorium van Bergen van Bergen en aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel waar hij eerst in de klas van pianist Marcel Maas terechtkwam. Hij kreeg er les van onder meer Léon Jongen en behaalde er naast de onderscheiding voor piano nog onderscheidingen voor harmonieleer (1936), contrapunt (1937) en fuga (1938) en de virtuositeit piano (1943). Nadien specialiseerde hij zich in de compositie bij Jean Absil.

De lange studies werden in 1945 bekroond met de Belgische Prix de Rome die Quinet kreeg voor zijn cantate La Vague et le Sillon.

Als muziekpedagoog Al op zijn 24ste gaf Quinet muziekles: eerst aan de muziekacademie van Binche, daarna aan deze van Etterbeek. In 1943 werd Quinet benoemd tot docent piano aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Daarbovenop werd hij in 1948 adjunct-docent harmonieleer en in 1959 docent fuga in Brussel.

In 1951 werd Quinet benoemd tot directeur van de muziekacademies van Sint-Joost-ten-Node en Schaarbeek. Aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth werd hij in 1956 benoemd tot buitengewoon leraar en in 1968 tot gewoon leraar compositie.

Als componist In 1957 won Quinet de Tweede Prijs op de Koningin Elisabethwedstrijd voor compositie met Variations pour orchestre. Aan de wedstrijd namen 234 composities deel. Zijn naam als componist was meteen gemaakt. Hij schreef in 1964 het verplicht werk Piano Concerto n° 1 voor dezelfde wedstrijd voor piano die door Eugen Moguilevski werd gewonnen.

Quinet, die vooral sonates, balletten, concertos en symfonieën schreef, zag zijn composities gespeeld worden in Salzburg, Parijs, Lissabon, Londen, Genève en Straatsburg. In de jaren 1980 werd zijn werk eveneens in de Verenigde Staten en in Australië uitgevoerd. In 1985 werd zijn ballet Images in Cuba en in Nicaragua opgevoerd. Quinet schreef ook een opera, Les deux bavards, die in 1966 in première ging.

Werk De composities van Quinet lijken in stijl op die van Paul Hindemith maar onderscheidt zich door zijn helderheid en de afwezigheid van lyrische uitbundigheid. In zijn vroegere werken is de invloed van zijn leermeester Jean Absil duidelijk merkbaar maar vanaf het begin van de jaren 1950 kreeg hij wel een meer individuele stijl.

Zijn compositie Three Orchestral Pieces uit 1951 doet denken aan Franse muziek met een orkestratie die verwant is aan deze van Béla Bartók. Quinet gebruikte vaak bestaande modellen zoals de passacaglia of oude dansvormen. Zijn Variations is opgebouwd als een baroksuite en zijn ballet La nef des fous als een symfonie met een vlug hoofdthema afgewisseld met trage, expressieve passages.

Gaandeweg verwijderde Quinet zich van de tonale muziek.

Oeuvre Le mirliton d'Irène op. 11, 1944, vocaal kwartet a capella Trois esquisses concertantes op. 12, 1946, viool en orkest/viool en piano Croquis op. 13, 1946, piano Sonate op. 13/bis, 1946, piano Trois chants de la potence op. 14, 1947, vocaal kwartet a capella Bourée op. 15, 1947, viool en piano Trio à cordes n°1 op. 16, 1948, viool, altviool, cello Quatre poèmes de Maurice Carême op. 17, 1948, vocaal kwartet a capella Impromptu I-II op. 18, 1948, piano Huit petites pièces op. 19, 1946, fluit, hobo, klarinet, hoorn en fagot Quintette op. 20, 1949, fluit, hobo, klarinet, hoorn en fagot Trois pièces op. 21, 1951, orkest Sonatine op. 22, 1952, viool en piano Quatre Hai Kai, 1953, middenstem en piano Sinfonietta op. 23, 1953, kamerorkest Passacaille op. 25, 1954, piano Quatre bluettes op. 26, 1954, viool, cello en piano Elégie, 1955, orkest Comptines op. 27, 1955, tweestemmig kinderkoor en piano/tweestemmig kinderkoor en orkest Arche de Noé op. 28, 1955, middenstem en piano Concerto n°1 op. 30, 1955, piano en orkest/2 piano's Sérénade op. 31, 1956, strijkorkest Variations op. 32, 1956, orkest Quatuor à clavier op. 33, 1957, viool, altviool, cello en piano Chansons pour rire op. 34, 1957, kinderkoor en orkest/kinderkoor en piano Divertimento op. 35, 1958, kamerorkest Quatuor à cordes op. 36, 1958, 2 violen, alt en cello Improvisations op. 37, 1958, piano Allegro de Concert op. 38, 1958, orkest Concertino, 1959, fluit, strijkers, celesta, harp/fluit en piano/hobo en orkest/hobo en piano Petite suite op. 40, 1959, 4 klarinetten Enfantines op. 40/bis, 1959, piano Concertino op. 41, 1960, houtblazerstrio (hobo, klarinet, fagot) en strijkers/houtblazerstrio en piano Symphonie op. 42, 1960, orkest Ballade op. 43, 1961, klarinet en piano/klarinet en kamerorkest Sonate à trois op. 44, 1961, trompet, hoorn en trombone Chanson de quatre saisons op. 45, 1961, middenstem en piano Toccata op. 46, 1961, piano Ballade op. 47, 1962, viool en blaaskwintet/viool en piano Etude n°6 op. 48, 1962, trommel en piano Hommage à Scarlatti op. 49, 1962, piano Concerto op. 50, 1963, altviool en orkest/altviool en piano Concerto n°2 op. 51, 1964, piano en orkest/2 piano's Quatuor op. 52, 1964, fluit, hobo, klarinet en fagot Cinq miniatures op. 53, 1964, piano vierhandig Monodie op. 53/bis, 1964, fluit Concerto grosso op. 54, 1964, 4 klarinetten en strijkers/4 klarinetten en piano Sonatine op. 55, 1965, viool en altviool Partita op. 56, 1965, piano Sonate op. 57, 1965, 2 violen en piano Les deux bavards op. 58, 1966, soli, blaaskwintet en piano Ballatella op. 59, 1966, trombone en piano/trompet in ut en piano/hoorn en piano Concerto n°3 op. 60, 1966, piano en strijkorkest/2 piano's Pochades op. 61, 1967, saxofoonkwartet Ouverture pour un festival op. 62, 1967, orkest Trio à anches op. 63, 1967, hobo, klarinet en fagot Sonate op. 64, 1968, fluit en piano Les caractères op. 64/bis, 1968, viool en altviool La Nef des fous op. 65, 1969, orkest Trio à cordes n°2 op. 66, 1969, viool, altviool, cello Trois préludes op. 67, 1970, piano Concertino op. 68, 1970, viool en klein strijkorkest Musique op. 69, 1971, strijkers en pauken Polyphonie op. 70, 1971, 8 blaasinstrumenten Lectio "Pro feria sexta" op. 71, 1972, soli, gemengd koor en orkest/vocaal kwartet en piano Esquisses symphoniques op. 72, 1973, orkest Mouvements op. 73, 1973, kamerorkest Novelettes op. 74, 1973, 2 piano's Gorgone op. 75, 1974, orkest Séquence op. 76, 1974, orkest Petites pièces faciles op. 77/1, 1974, piano Pour les enfants op. 77/2, 1974, piano Badineries op. 77/3, 1974, piano Tableautins op. 77/4, 1974, piano Diptyque op. 78, 1975, kamerorkest Dialogues op. 79, 1975, 2 piano's en kamerorkest Sonatine op. 79/bis, 1976, hobo en piano/klarinet in si b en piano Trois arabesques op. 81, 1976, piano Images op. 82, 1977, orkest Sonate en trio op. 83, 1977, fluit, cello en piano Caractères op. 85, 1978, orkest Sept Tanka op. 86, 1978, dubbel of driedubbel vocaal kwartet en piano Métamorphoses op. 87, 1979, orkest Cippe op. 88, 1979, kamerorkest Préludes op. 89, 1979, orkest Chromatismes op. 90, 1980, strijkers Six préludes op. 91, 1981, piano Concerto op. 92, 1981, pauken en orkest Terzetto op. 93, 1981, fluit, viool, klavecimbel Concerto grosso op. 94, 1982, 4 saxofoons en orkest Tercet op. 95, 1982, piano vierhandig Apprenez le solfège avec les grands maîtres, 1983, onderwijs en instrumentale muziek Duetto op. 96, 1983, fluit en klavecimbel Concerto op. 97, 1983, 2 piano's en orkest Alternances op. 98, 1984, klarinettenkwartet Mouvements perpétuels op. 99, 1984, piano Ebauches op. 100, 1984, 4 saxofoons Intermèdes et fuguette op. 101, 1985, piano Hommage à Maurice Ravel op. 102, 1985, vrouwenstem, fluit, cello en piano

Literatuur H. VERHULST, Marcel Quinet, in de New Grove Dictionary of Opera, 1992

Externe link Biografie van Marcel Quinet op www.cebedem.be

Categorie:Belgisch pianist Categorie:Belgisch componist Categorie:Belgisch muziekpedagoog