Johann Nepomuk Hummel (Presburg (Bratislava), 14 november 1778 – Weimar, 17 oktober 1837) was een Oostenrijkse componist, muziekpedagoog, dirigent en pianist. Zijn muziek is kenmerkend voor de overgang van classicistische naar de romantische muziekstijl. Hummel was de laatste vertegenwoordiger van de Weense klassieken en de bekendste pianist van zijn tijd. Hoewel hij tot zijn dood als ouderwets werd gezien, had hij, vooral door zijn pianotechniek, invloed op jongere componisten van de romantische stijl.

In zijn geboortestad Presburg werd hij met een standbeeld vóór het stadstheater geëerd. In 1904 werd dat verwijderd en vervangen door een beeld van Sándor Petőfi, een nationaal Hongaars dichter. Presburg was onder de naam Poszony namelijk de historische hoofdstad van Hongarije. Dit symbool van het Hongaarse nationalisme werd op zijn beurt weer verwijderd toen de stad onder de naam Bratislava in 1919 de hoofdstad van Slowakije werd.

Levensloop Jeugd en opleiding Hummels vader, Josef Hummel, was directeur van de Keizerlijke School voor Militaire Muziek en de dirigent van het theaterorkest. Hummel kreeg van zijn zevende tot zijn negende les van Wolfgang Amadeus Mozart. Hij gaf zijn eerste orkestuitvoering toen hij negen was.

Reizend virtuoos thumb|Het graf van Hummel in Weimar Hummel gold als wonderkind en ging al op twaalfjarige leeftijd op concerttoer door Europa. In Londen zei men in 1792 dat men sinds het optreden van Mozart niets meer gehoord had dat daarmee te vergelijken was. Ondanks dergelijke successen was hij altijd bedacht op zekerheid en was het voor hem belangrijker een vaste aanstelling te hebben. In Londen kreeg hij gedurende vier jaar onderricht van Muzio Clementi. Na zijn terugkeer in Wenen kreeg hij lessen van Johann Albrechtsberger, Joseph Haydn en Antonio Salieri.

In 1804 volgde hij Haydn op als kapelmeester aan het hof van vorst Esterházy. Na zeven jaar werd hij echter ontslagen. In 1813 huwde hij met de zangeres Elisabeth Röckel, aan wie Beethoven in 1810 misschien zijn bagatelle Für Elise had opgedragen. Zij was het die hem - blijkbaar getalenteerd met een onmiskenbaar gevoel voor het juiste tijdstip - het advies gaf, het jaar daarop weer concerten te geven. Zijn optreden als pianist tijdens het Congres van Wenen was een sensatie: zijn pianospel werd spoedig tot een model van de virtuoze stijl. Tussen 1819 en 1834 reisde Hummel door heel Europa en pas in de laatste jaren begon het enthousiasme bij het publiek te tanen.

Kapelmeester te Weimar Na een kort engagement in Stuttgart werd Hummel in 1819 hofkapelmeester in Weimar. Hij was bij al zijn betrekkingen erop bedacht, dat hij vrije tijd over hield om concertreizen te maken. Negen maanden van het jaar was hij in Weimar, waar hij zich met zijn familie, zoals tijdgenoten hebben bericht, burgerlijk had gevestigd. Zoals Johann Wolfgang von Goethe werd hij tot een toeristenattractie: wie in Weimar was, moest Goethe gezien en Hummel gehoord hebben. Een belangrijke taak in Weimar was het dirigeren van de uitvoeringen in het hoftheater, waar hij regelmatig ook nieuwe werken van Gioacchino Rossini, Vincenzo Bellini, Giacomo Meyerbeer, Jacques Fromental Halévy en Louis Spohr programmeerde.

Laatste vertegenwoordiger van de klassieke stijl thumb|Hummel-borstbeeld achter het Deutsches Nationaltheater in Weimar; beeldhouwer Franz Pönninger, 1895 De werken van Hummel worden gekenmerkt door zangerige, meestal lang uitgewerkte melodieën, die in vele gevallen doen denken aan Chopin e.d. De tragiek van Hummel was enigszins dat hij tussen wal (Mozart, Beethoven) en schip (Schumann, Chopin) viel. Niettemin is Hummel een componist die volstrekt op eigen benen kan staan. Verschillende van zijn rijpe werken kregen qua harmonie en klankkleur veel navolging in de romantische muziek. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Sonate in fis klein, voor piano, op. 81 (1819), het Larghetto uit het Concert in b klein, voor piano en orkest, op. 89 (1819) of Oberons Zauberhorn, fantasie voor piano en orkest, op. 116 (1829). Nog altijd geldt zijn trompetconcert als een toetssteen voor de ware trompettist. Overigens gelden dit soort kenmerken ook voor de muziek van onder anderen Ferdinand Ries, Jan Václav Hugo Voříšek, John Field en zelfs in zeer hoge mate voor Franz Schubert.

Pedagoog Hummel was in de jaren 1820 de meest gevraagde (en duurste) pianoleraar in Europa. Tot zijn belangrijkste studenten behoorden Friedrich Silcher, Ferdinand Hiller, Sigismond Thalberg, Louise Farrenc en Adolf von Henselt. Ook Felix Mendelssohn had enige tijd les van hem. Zijn methode Ausführlich theoretisch-practische Anweisung zum Piano-Forte Spiel uit 1828 gold lange tijd als gezaghebbend leerboek en verdrong voor het eerst de Etudes van Carl Czerny van de eerste plaats. Hummels principes waren conservatief. Zoals in zijn werken de bovenstem altijd de leiding had, moest bij het pianospelen altijd op het zangrijke spel van de rechterhand worden gelet. Ook de polyfone traditie, vooral de composities van Johann Sebastian Bach, waardeerde hij bijzonder. In verschillende van zijn composities vindt men nog een basso continuo. Klaarheid in de structuur en transparantie waren altijd de basis voor zijn pianospel. Maar het is ook begrijpelijk, dat rond 1830, toen Frédéric Chopin en de jonge Robert Schumann bekend werden, veel van de principes van Hummel als ouderwets werden gezien.

Hummel gaf les aan onder anderen Carl Czerny, die op zijn beurt Franz Liszt onderrichtte.

Composities Werken voor orkest 1798: Marsch, voor orkest, 1803: Variaties over het lied »O du lieber Augustin« in C-majeur, voor orkest, WoO 2 1804: Sechs Deutsche Tänze, voor orkest, op. 16 1806: Sieben Ungarische Tänze, voor orkest, op. 23 1806: Zwölf Menuette, voor orkest, op. 24 1808: Tänze für den Apollosaal Nr. 1, voor orkest, op. 27 1808: Tänze für den Apollosaal Nr. 2, voor orkest, op. 28 1808: Zwölf Deutsche Tänze für den Redoutensaal, voor orkest, op. 29 1809: Tänze für den Apollosaal Nr. 3, voor orkest, op. 31 1811: Tänze für den Apollosaal Nr. 4, voor orkest, op. 39 1811: Zwölf Deutsche Tänze für den Kaiser, voor orkest, op. 40 1811: Jovan von Finnland, ouverture in d-mineur voor orkest, op. 43 1811: Zwölf Deutsche Tänze für den Redoutensaal, voor orkest, op. 44 1811: Tänze für den Apollosaal Nr. 5, voor orkest, op. 45 Marsch sechs Menuette sechs Deutsche Tänze Coda 1815: Freudenfest-Ouvertüre, voor orkest 1820: Tänze für den Apollosaal Nr. 6, voor orkest, op. 91 1824: Ouverture Bes majeur, voor orkest, op. 101 Ouverture tot de opera »Mathilde von Guise«

Concerten voor instrumenten en orkest 1790: Concert in A-majeur, voor piano en orkest, WoO 24 1791: Concert in A-majeur, voor piano en orkest, WoO 24a 1795-1799: Concert in G-majeur, voor viool en orkest 1798: Variaties, voor piano en orkest, op. 6 1799: Concert in G-majeur, voor mandoline en orkest 1804: Concert in E-majeur, voor trompet en orkest, WoO 1 1805: Concert in G-majeur, voor piano, viool en orkest, op. 17 1805: Concert in F-majeur, voor fagot en orkest 1810: Variaties over een thema uit het zangspel "Das Fest der Handwerker" in Bes majeur, voor piano en orkest, op. 115 1811: Concert Nr. 1 in C-majeur, voor piano en orkest, op. 36 1816: Concertino in G-majeur, voor piano en orkest, op. 73 Allegro moderato Andante grazioso Rondo 1816: Concert Nr. 2 in a-mineur, voor piano en orkest, op. 85 Allegro moderato Larghetto Rondo. Allegro moderato 1819: Concert Nr. 3 in b-mineur, voor piano en orkest, op. 89 Allegro moderato Larghetto Finale. Vivace 1820: Potpourri (met fantasie) in g-mineur, voor altviool en orkest, op. 94 1821-1822: Thema en variaties in F-majeur, voor piano en orkest, op. 97 1824: Introductie en rondo brillant op een Russisch thema. voor piano en orkest, op. 98 1824: Introductie, thema en variaties in f-mineur, voor hobo en orkest, op. 102 1825: Concert Nr. 5 in As majeur, voor piano en orkest, op. 113 Allegro moderato Romanze. Larghetto con moto Rondo alla Spagniola. Allegro moderato 1825: Concert in F-majeur, voor piano en orkest, op. posth. 1 1826: Concert Nr. 4 in E-majeur "Les Adieux", voor piano en orkest, op. 110 1829: Oberons Zauberhorn, fantasie voor piano en orkest naar motieven uit de opera Oberon (1825-1826) van Carl Maria von Weber, op. 116 Adagio en rondo alla Polacca in A-majeur, voor viool en orkest Concert in C-majeur, voor piano en orkest, op. 44

Werken voor harmonieorkest 1810: Drie Grote Militaire Marsen, voor harmonieorkest 1824: Rom-Marsch

Missen, oratoria en gewijde muziek 1800-1810: Der Durchzug durchs Rote Meer, oratorium voor solisten, gemengd koor en orkest, W.o.O. 11 1804-1810: Mis Nr. 1 in Bes-majeur, voor gemengd koor en orkest, op. 77 (ter gelegenheid van de naamdag van Prinses Marie Hermenegild Esterházy) 1804: Mis Nr. 2 "Grote mis" in Es-majeur, voor solisten, gemengd koor en orkest, op. 80 1805: Messe in d-mineur, voor solisten, gemengd koor en orkest, W.o.O. 13 1805: Alma Virgo, W.o.O. 21, Offertorium 1806: Missa solemnis in C-majeur, voor solisten, gemengd koor en orkest, W.o.O. 12 1806: Tantum ergo, W.o.O. 15 1806: Te Deum in D-majeur, W.o.O. 16 1809: Salve Regina in Bes-majeur, Offertorium, WoO.18 1827: Quod in orbe, graduale voor vier solisten, gemengd koor en orkest, op. 88 1830: Mis Nr. 3 in D-majeur, voor solisten, gemengd koor en orkest, op. 111 (ter gelegenheid van de naamdag van Prinses Marie Hermenegild Esterházy)

Cantates 1800-1810: Irene, cantate 1806: Das Fest des Dankes und der Freude, cantate 1806: Diana ed Endimione, cantate, WoO 25 1807: Lob der Freundschaft, cantate, WoO 36 1807: Zinzendorf-Kantate, cantate 1810: Hochzeitskantate für Napoleon und Louise (Huwelijks-cantate voor Napoleon Bonaparte en Marie Louise van Oostenrijk) 1812: Euterpens Abschied, cantate, WoO 38 1812: Have!, cantate, WoO 39 1822: Kantate zum Geburtstag von Johann Wolfgang von Goethe "Heute lasst in edlem Kreis", cantate 1823: Geburtstags-Kantate für den Prinzen von Sachsen Weimar- (Cantate voor de geboortedag van Prins Karel Alexander van Saksen-Weimar-Eisenach) 1825-1831: Morgenopfer, cantate, WoO 37 1829: Kantate zur Hochzeit der Prinzessin Augusta von Weimar-Sachsen (Cantate voor het huwelijk van Prinses Augusta van Saksen-Weimar-Eisenach met Prins Wilhelm I van Duitsland), cantate voor solisten, gemengd koor, piano en orkest 1833: The Orphan's Ode to the Patrious, cantate

Muziektheater Opera's Voltooid intitelaktespremièrelibretto 1797 Il viaggiator ridicolo, WoO 30 1799 Dankgefühl einer Geretteten 21 maart 1799 1800 Demagorgon er bestaat uitsluitend een fragment 1800 Don Anchise Campione onvoltooid Giovanni Batista Lorenzi 1804; rev.1806 Le vicende d'amore; rev. versie: Die vereitelten Ränke, WoO 27 2 aktes september 1806, Eisenstadt 1805 Die beyden Genies is verloren gegaan 1805-1810 Die Messenier, WoO 29 3 aktes 1805-1815 Pimmalione, WoO 33 naar Jean-Jacques Rousseau 1810 rev. 1821 Mathilde von Guise, op. 100 3 aktes 26 maart of 27 maart 1810, Wenen, Theater am Kärntnertor; rev. versie: 17 februari 1821 naar Emanuel Mercier-Dupaty 1810 Stadt und Land 1810, Wenen, Theater an der Wien 1812 Dies Haus ist zu verkaufen, WoO 28 1 akte 5 mei 1812, Wenen, Theater in der Leopoldstadt Albrecht Klebe, naar Alexandre Duval 1813 Der Junker in der Mühle 1 akte november 1813 H. Schmidt 1814 Die Eselshaut oder Die blaue Insel 3 aktes 10 maart 1814, Wenen, Theater an der Wien Franz Xaver Carl Gewey 1814 Die Rückfahrt des Kaisers, op. 69 13 juni of 15 juni 1814, Wenen, Theater an der Wien Emanuel Veith

Balletten