thumb|260px|Graf van François Bérenger Saunière in in Rennes-le-Château

François Bérenger Saunière (Montazels, 11 april 1852 – Rennes-le-Château, 22 januari 1917) was een priester in het Franse dorpje Rennes-le-Château, in het departement Aude.

Leven Hij werd priester gewijd in 1879 en in 1885 werd hij aangesteld als pastoor in het dorp Rennes-le-Château. In 1909 wilde de bisschop hem overplaatsen naar een ander dorp, maar dat weigerde hij. Het volgende jaar werd hij door een kerkelijke rechtbank geschorst.Massimo Introvegni, Een ‘Code’ om in de vuilnisbak te gooien, Centro Studi sulle Nuove Religioni (bezocht 4 maart 2026) Ontheven van zijn parochie, werkte hij tot zijn dood in 1917 als 'vrije priester' en hield hij missen in Villa Bethanie. Op zijn grafschrift stond dat hij "Priester van Rennes-le-Château 1885-1917" was.

Saunière voerde een grotere staat dan gebruikelijk voor een priester, meer bepaald door grote bouwwerken in neostijlen op te trekken naast de pastorij (Villa Bethanie, Tour Magdala, belvedere, oranjerie). Dit werd in verband gebracht met opgravingen die hij had uitgevoerd in de crypte van de kerk. Achteraf bleek dat zijn rijkdom afkomstig was van een zwendel met misintenties.Pierre Boglioni, Le Da Vinci code. Le roman, l'histoire, les questions, Médiaspaul, 2006, p. 53 Tussen 1896 en 1915 liet hij zich volgens zijn eigen aantekeningen betalen voor meer dan honderdduizend misintenties, die hij onmogelijk kon vervullen. Zijn huishoudster, erfgename en vermoedelijke minnares, Marie Dénarnaud, verspreidde na zijn dood het gerucht dat hij een schat had gevonden, waarmee ze onbewust de kiem legde voor een populair-esoterische verhalentraditie die voortleeft in de 21e eeuw.

In populaire cultuur In 1946 verkocht Dénarnaud de gebouwen op lijfrente aan Noël Corbu,Gil Galasso, "Rennes-le-Château, entre mystifications et réalités" in: Patrimoines du Sud, 2024, § 23. die na haar dood een hotel-restaurant inrichtte in de Villa Bethanie.Pierre Boglioni, Le Da Vinci code. Le roman, l'histoire, les questions, Médiaspaul, 2006, p. 54 Om klanten of aandacht te trekken vertelde hij het schatverhaal verder. Hij kreeg een journalist van La Dépêche du Midi zo ver dat deze in januari 1956 drie artikelen wijdde aan de "pastoor met de miljarden", die onder het hoofdaltaar op een goudschat van Blanca van Castilië zou zijn gestoten.

Het thema trok de aandacht van de esotericus Pierre Plantard, die er allerlei fantasiemateriaal aan toevoegde: een huwelijk tussen Jezus en Maria Magdalena, koninklijk nageslacht in de dynastie der Merovingen, bescherming van het koninklijk bloed (de ‘Heilige Graal’) door de Priorij van Sion, betrokkenheid van Tempeliers en Katharen ... De mystery-auteur Gérard de Sède smeedde de door Plantard aangebrachte elementen aaneen tot een goedverkopend boek: L'Or de Rennes (1967).Pierre Boglioni, Le Da Vinci code. Le roman, l'histoire, les questions, Médiaspaul, 2006, p. 59 Met goeddeels dezelfde elementen creëerden de BBC-medewerkers Michael Baigent, Richard Leigh en Henry Lincoln het boek The Holy Blood and the Holy Grail (1982). In hetzelfde verhalencomplex stond De Tombe van God van de auteurs Richard Andrews en Paul Schellenberger (1996). De plotlijn en de naam "Saunière" kwamen ook terug in De Da Vinci Code (2003) van Dan Brown.

Literatuur Massimo Introvigne, Gli Illuminati e il Priorato di Sion. La verità sulle due società segrete del Codice da Vinci e di Angeli e demoni, Piemme, 2005 (Frans: Les Illuminés et le Prieuré de Sion, 2006)

Voetnoten

Categorie:Frans rooms-katholiek priester