Economie van de Verenigde Staten miniatuur|centerMunteenheid1 Dollar (US$) = 100 cent (c)Fiscaal jaar1 oktober – 30 septemberHandelsorganisatiesNAFTA, WTO en OESOStatistiekenBBP (2023 raming)US$ 27,72 biljoen BBP koopkrachtpariteit (2023 raming)US$ 24,98 biljoenRang: 13eEconomische groei (BBP) (2023) 2,9%BBP per hoofd van de bevolking (2023 raming)US$ 74.700Rang: 13eBBP per sector (2021 raming)landbouw (0,9%), industrie (17,6%), diensten (76,4%)inflatiepercentage (2024)2,9%Bevolking onder de armoedegrens (2004)12%Beroepsbevolking (2024 raming)172,4 miljoenBeroepsbevolking per sector (2007)diensten (76,8%), industrie (22,6%), landbouw (0,6%)werkloosheidspercentage (2024 raming)4,1%Belangrijke industrieënaardolie, staal, motorvoertuigen, ruimte- en luchtvaart, telecommunicatie, chemicaliën, elektronica, voedingsmiddelen, consumptiegoederen, hout- en mijnbouw, defensie-industrieHandelspartnersExport (2023 raming)US$ 3,07 biljoenBelangrijkste partners (2023)Canada 14%, Mexico 13%, China 8%, Duitsland 5% en Japan 4%.Import (2023 raming)US$ 3,86 biljoenBelangrijkste partners (2023)Mexico 15%, China 15%, Canada 14%, Duitsland 5% en Japan 5%. Openbare financiënStaatsschuld (2024)US$ 35,5 biljoenExterne schuld (30 juni 2007)US$ 12,25 biljoenOpbrengsten (2024)US$ 8,046 biljoenUitgaven (2024)US$ 10,260 biljoenDonor van economische hulp (2006)ODA met US$ 23,53 miljardInformatiebron: CIA World Factbook: United States Economy, geraadpleegd op 19 mei 2025.Alle bedragen zijn in Europese eenheden. miniatuur|Staten van de VS vergeleken met andere landen naar bruto binnenlands product in 2012. De economie van de Verenigde Staten is de grootste nationale economie ter wereld.
Algemene informatie Vanwege de grote grondoppervlakte en het gunstige klimaat is landbouw altijd erg belangrijk geweest voor de Verenigde Staten (VS). Het land is marktleider in de productie van kaas, graan en sojabonen. Andere belangrijke landbouwproducten zijn rundvee, varkens, koemelk, boter, katoen, haver, tarwe, gerst, tabak en suiker; het is de belangrijkste exporteur ter wereld van tarwe en graan en de derde ter wereld in de rijstuitvoer. Tegenwoordig werkt nog maar 1% van de beroepsbevolking in de landbouw. Dankzij het vlakke terrein in de Mississippivlakte en de Great Plains, bij elkaar ongeveer de helft van het Amerikaanse grondgebied, en het hoge technologische ontwikkelingsniveau is de landbouw vergaand gemechaniseerd en is de productiviteit hoog. Ook uit de bosbouw worden veel producten geëxporteerd.
Op het gebied van de visserij was de VS in 1995 goed voor een vijfde van de wereldproductie; in de laatste decennia is de productie van (met name kweek-)vis in Azië sterk toegenomen, waardoor de Verenigde Staten nog slechts een 6e à 7e plaats innemen in de productie van vis.
De VS zijn rijk aan delfstoffen. De VS bezitten halverwege het derde decennium van de 21e eeuw ongeveer 20% van de kolen, 13% van de aardolie, en 24% van de aardgasreserves in de wereld. De olie wordt voornamelijk gewonnen aan de Golf van Mexico, en in de staten Alaska en Texas.
Hoewel het land in het verleden vrijwel zelfvoorzienend was, blijft de stijgende consumptie, vooral van energie, het van bepaalde invoer afhankelijk maken. De energieconsumptie per hoofd van de bevolking is ongeveer 7,8 ton olie-equivalent per jaar, na Canada de op acht na hoogste ter wereld. Het overtreft alle naties in de productie van vloeibaar aardgas, aluminium, zwavel, fosfaten en zout. Het is ook een belangrijke producent van koper, goud, steenkool, olie, stikstof, ijzererts, zilver, uranium, lood, zink, mica, molybdeen en magnesium. Hoewel de output is gedaald, zijn de Verenigde Staten wereldleider in de productie van ruwijzer en ijzerlegeringen, staal, motorvoertuigen en synthetisch rubber.
De belangrijkste exportproducten van de VS zijn motorvoertuigen, vliegtuigen, voedsel, ijzer- en staalproducten, elektronische apparatuur, machines, chemische producten en consumptiegoederen. Belangrijke invoerproducten zijn onder andere ertsen en metaalschroot, aardolie en aardolieproducten, machines, vervoersapparatuur (vooral auto's) en kantoorproducten. De belangrijkste handelspartners zijn Canada (met elkaar vormen ze de grootste tweezijdige handelsverhouding van de wereld), Mexico, de Volksrepubliek China,Japan en Duitsland. Het volume van de handel is gestaag gestegen.
De ontwikkeling van de economie is aangespoord door de groei van een complex communicatienetwerk. Dit bestaat niet alleen uit spoorwegen, wegen, binnenwateren en luchtvaart, maar ook telefoon, radio, televisie en computer (waaronder internet). Deze infrastructuur heeft niet alleen de landbouw bevorderd en de productiegroei verhoogd, maar ook bijgedragen aan de toerisme-inkomsten en de verschuiving naar een op diensten gebaseerde economie. In 1996 werkte ongeveer 74% van Amerikanen in de dienstensector, in 2023 was dit al 79%. Onder landen met een ontwikkelde economie is dit bijna het hoogste percentage: alleen Canada heeft procentueel een grotere dienstensector.
Er is een groot verschil in de economische status van de verschillende bevolkingsgroepen. Blanke (exclusief Hispanics) en Aziatische gezinnen verdienen gemiddeld zo'n anderhalf tot twee keer zo veel als zwarte of Hispanics-gezinnen.Census 2005 De kloof tussen arm en rijk lijkt groter te worden: bij de 25% armen daalde het inkomen tussen 1979 en 1995 met 9%, terwijl dat van de rijkste 25% met 26% steeg.
De VS hebben de grootste absolute staatsschuld ter wereld.
Geschiedenis De economische geschiedenis van de Verenigde Staten begon toen de Europeanen zich in de 16de en 17de eeuw in de VS vestigden. De Amerikaanse kolonies vormden in het begin een kleine, onafhankelijke landbouweconomie, in 1776 werden die koloniën de Verenigde Staten van Amerika. Na 230 jaar was de Verenigde Staten uitgegroeid tot een grote, geïndustrialiseerde economie die goed was voor meer dan een kwart van de wereldeconomie. De belangrijkste oorzaken waren een grote eengemaakte markt, een ondersteunend politiek-juridisch systeem, uitgestrekte gebieden van zeer productieve landbouwgebieden, enorme natuurlijke rijkdommen (met name hout, kolen en olie), en een ondernemende geest en betrokkenheid bij het investeren in materieel en menselijk kapitaal.
Na de Grote Depressie In de tijden na de Grote Depressie in de jaren dertig van de 20e eeuw waren hoge werkloosheid, recessieperioden en tijden van een zich langzaam herstellende economie het grootste economische probleem. Maar wanneer de problemen het grootst waren probeerde de Amerikaanse overheid de economie te verstevigen door of heel veel geld uit te geven of juist de belastingen heel erg te verlagen, zodat de consumenten meer geld uit gingen geven, en door het bevorderen van de snelle groei van de geldhoeveelheid, waardoor zowel consumenten als bedrijven aangemoedigd werden om meer geld uit te geven.
De gouden eeuw Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden in de Verenigde Staten een ongekende economische boom en massaproductie, de "gouden eeuw van het Amerikaans kapitalisme", waarmee vooral de jaren vijftig bedoeld wordt.Bryson, Bill (2006): The Life and Times of the Thunderbolt Kid. New York: Broadway Books Al in 1951 beschikte meer dan driekwart van de Amerikanen over een koelkast, een wasmachine, een telefoon, een stofzuiger en een gas- of elektrisch fornuis. De inwoners van de Verenigde Staten bezaten 80 procent van alle elektrische apparaten ter wereld; ten opzichte van de mondiale aantallen hadden ze twee derde van de productiecapaciteit en leverden meer dan 40 procent van alle elektriciteit, 60 procent van alle olie en 66 procent van de mondiale staalproductie.
Deze 5 procent van de toenmalige wereldbevolking had meer bezittingen dan de overige 95 procent bij elkaar. De economie groeide er in de jaren vijftig met 37 procent en de werkloosheid bleef het hele decennium beneden de 4,5 procent, al was de welvaart ook binnen de Verenigde Staten zeer ongelijk verdeeld. Het bruto nationaal inkomen steeg van 200 miljard dollar in 1945 naar 500 miljard in 1960.
De gemiddelde Amerikaan at in 1950 50 procent meer dan de gemiddelde Europeaan. Iconisch is de foto, uit het Life Magazine van 19 november 1951, van het doorsnee arbeidersgezin (Steve en Stephanie met hun twee kinderen Stephen en Henry) van de DuPont-magazijnmedewerker Czekalinski uit Cleveland (Ohio) met de 2½ ton voedsel die ze samen voor 1 300 dollar, hetzij ongeveer 50 cent per kilogram, in een jaar consumeerden: Hij had 25 dollar per week aan voedsel te besteden bij een uurloon van 1,96 dollar en kocht daarvan per jaar onder andere: 660 liter melk, 540 kilo groenten, 313 kilo aardappelen, 204 kilo meel, 200 kilo vers fruit, 159 kilo suiker, 135 kilo rundvlees, 125 kilo ham en ander varkensvlees, 33 kilo bakvet, 25 kilo boter, 20,5 kilo lams- en kalfsvlees, 20 kilo karper en zalm, 18 kilo koffie, 9 kilo kaas, 5,5 kilo thee, 1572 eieren, 180 broden, 31 kippen, 32 liter ijs - en 2 kalkoenen.
De jaren zeventig In de jaren zeventig stond de Amerikaanse economie zwaar onder druk door de Vietnamoorlog en een hoge inflatie. Het gevolg daarvan was dat de regeringsleiders samen besloten tot een betere beheersing van de inflatie, het beperken van de uitgaven. Ook werd de belasting niet verlaagd en werd een maximum op het te creëren bedrag aan geld gesteld.
De dollar
De (Amerikaanse) dollar is het officiële betaalmiddel in de VS. Tevens is het de meest gebruikte munteenheid in de internationale handel en de belangrijkste reservemunt. Bovendien worden veel prijzen van grondstoffen, waaronder olie en goud, in dollars uitgedrukt.
Overheidsfinanciën en staatsschuld De Amerikaanse overheid heeft een lange traditie van het niet hebben van een sluitende begroting. Vanaf 1960 is bijna elk begrotingsjaar afgesloten met een tekort, kortom er wordt meer geld uitgegeven dan er binnenkomt. In 2024 was bijna de helft van de uitgaven gerelateerd aan sociale programma's, zoals uitkeringen met betrekking tot ziektekosten. Verder zijn de rentebetalingen op de staatsschuld fors opgelopen tot US$ 1365 miljard in 2024, dat is bijna 14% van alle uitgaven in dat jaar.
Jaar TotaalInkomstenTotaalUitgavenSaldo(× US$ miljard)1960136149 −131970291341 −511980809936 −127199017292055−32620003174314232200537104303−593201039535834−1882201553116161−850202059969191−3195202169389737−2799202279468895−949202376279733−21062024804610.260−2214
De VS hebben de grootste absolute staatsschuld ter wereld. Op 30 september 2024 was de schuld opgelopen tot US$ 35.000 miljard. In 2023 was de staatsschuld 115% van het bruto binnenlands product (nummer 13 op wereldranglijst). CIA World Factbook: United States Economy, geraadpleegd op 19 mei 2025 De staatsschuld is vanaf 2000 ieder jaar opgelopen vooral als een gevolg van het begrotingstekort. De Verenigde Staten financieren het begrotingstekort door obligaties uit te geven die door de Amerikanen en ook buitenlanders, zoals Japan en de Volksrepubliek China, worden gekocht.
Tussen januari 2009 en januari 2017, de regeerperiode van Barack Obama, is de staatsschuld verdubbeld. Onder zijn leiding is er meer aan de staatsschuld toegevoegd dan door alle voorgaande presidenten gezamenlijk. Deze stijging was ook het gevolg van de kredietcrisis, ontstaan tijdens de regeerperiode van zijn voorganger George W. Bush, die tot hoge overheidsuitgaven hebben geleid in de jaren erna. In de tabel hieronder staat de staatsschuld per 30 september van het betreffende jaar, tot deze datum loopt een Amerikaans begrotingsjaar.
Jaar US Treasury Historical Debt Outstanding, geraadpleegd op 23 augustus 2026 Staatsschuld(x US$ miljard) 2000 5674 2001 5807 2002 6228 2003 6783 2004 7379 2005 7933 2006 8507 2007 9008 2008 10.025 2009 11.910 Jaar Staatsschuld(x US$ miljard) 2010 13.562 2011 14.790 2012 16.066 2013 16.738 2014 17.824 2015 18.151 2016 19.573 2017 20.245 2018 21.516 2019 22.719