Tibetaanse cultuurregio 265px 15px15px  Tibetaanse Autonome Regio in de Volksrepubliek China 15px15px15px  Historisch Tibet als geclaimd door Tibetaanse ballingen 15px15px15px15px  Tibetaanse gebieden volgens de Volksrepubliek China 15px  Controle China, geclaimd door India (Aksai Chin) 15px  Controle India, geclaimd door China (Zuid-Tibet) 15px  Andere gebieden binnen historisch Tibetaanse cultuur De Opstand in Tibet begon op 10 maart 1959 in de Tibetaanse hoofdstad Lhasa. Het was een krachtige opstand van iets minder dan twee weken, gericht tegen de Chinese overheersing en communistische hervormingen in Tibet.

Tijdens deze opstand lieten duizenden Tibetanen het leven. De opstand had tot gevolg dat de 23-jarige leider, de veertiende dalai lama Tenzin Gyatso, op 17 maart 1959 de grens over vluchtte naar India.

Voorafgaand, in 1950-1951, had de invasie van Tibet plaatsgevonden waardoor het sindsdien viel onder het bewind van de Volksrepubliek China. Na de opstand, en in het bijzonder de vlucht van de dalai lama naar het buitenland, verloor Tibet zijn traditionele leider en werd het in ideologische zin omgevormd van een boeddhistische theocratie naar een maoïstisch communistisch regime. Dit leidde tot verzet onder de bevolking en rond 1957 waren in oostelijke Tibetaanse gebieden gewapende campagnes van Tibetaanse opstandelingen tegen het Chinese leger begonnen. Hier, in de streken Kham en Amdo, waren de communistische hervormingen inmiddels in volle gang. De guerrilla-acties breidden zich later uit over Centraal-Tibet, maar een maand na het begin van de opstand was hij in hevigheid afgenomen; hij doofde geheel uit toen de CIA in 1972 de levering van wapens en het trainen van rebellen stopzette.

Deze opstand wordt jaarlijks door veel Tibetaanse onafhankelijkheidsgroepen 10 maart herdacht als de Dag van de Tibetaanse Opstand. De datum wordt op verschillende plaatsen ter wereld aangegrepen voor protestacties en bij de opstanden van 1987 tot 1993 en die van 2008 vielen er in Tibet zelf tientallen doden.Roberts II, John B. & Roberts, Elizabeth A. (2009) Freeing Tibet - 50 Years of Struggle, Resilience, and Hope, Amacom, American Management Association, , pag. 26-28, 34-35, 44, 49-51, 186-188Smith jr, Warren W. (2010) Tibet's Last Stand? The Tibetan Uprising of 2008 and China's Response, Rowman & Littlefield Publishers, Het Nationaal Volkscongres (het parlement van de Volksrepubliek China) stelde in 2009 als tegenhanger een soortgelijke dag in, de Dag van de Tibetaanse Slavenemancipatie.De Morgen (11 januari 2009) China herdenkt neerslaan Tibetaanse opstand

Aanloop thumb|300px|Centraal-Tibet (Ngari, U en Tsang), Amdo en Kham. Tibet, in 1950 voornamelijk nog Centraal-Tibet, had zich in de eerste helft van de 20e eeuw onafhankelijk gevoeld. De situatie veranderde echter toen het Chinese Volksbevrijdingsleger van 1950 tot 1951 de macht over alle Tibetaanse gebieden volledig had overgenomen. De oostelijke regio's Amdo en Kham waren slechts ten dele bestuurd geweest vanuit Lhasa; voor een deel was dat ook slechts symbolisch het geval geweest. Deze regio's hadden in de voorafgaande decennia daarmee een politieke lappendeken gevormd; ook etnisch waren ze divers. Lhasa bestuurde delen feitelijk en voor een deel slechts in theorie. In 1950 maakten deze oostelijke gebieden inmiddels deel uit van de nieuw gevormde communistische Volksrepubliek China.Blondeau, Anne-Marie (2008) in: Blondeau, Anne-Marie & Katia Buffetrille, Authenticating Tibet: Answers to China's 100 Questions, University of California Press, , pag. 62-63, 123-128

Communistische hervormingen In de Amdo en Kham waren de Chinese autoriteiten al in een vroeg stadium, sinds 1953, begonnen met communistische hervormingen. In Centraal-Tibet bevonden zich rond 10.000 militairen. Ook die aanwezigheid was voor de bevolking voelbaar, en uitte zich in inflatie en voedseltekorten.Panglung, Jampa (2008) Q17 - What caused the 1959 rebellion in Tibet, in: Blondeau, Anne-Marie (2008) Authenticating Tibet, , pag. 75-78

Verder had de bevolking van Amdo en Kham haar traditionele stamhoofden verloren; de leiding werd hun ontnomen en zij werden vervangen door communistische bestuurders. Dit ging gepaard met veel propagandaretoriek, waarbij de hoofden werden uitgemaakt voor bijvoorbeeld corrupte volksvijanden.

De grote toename van betaalmiddelen leidde tussen 1950 en 1959 tot een hoge inflatie, die gemiddeld rond de 300 procent op jaarbasis bedroeg. Tibetaans geld bleef in omloop tot 1959 en Chinees geld werd in die tijd nog niet als betaalmiddel geaccepteerd. Het proviand voor de militairen werd lokaal ingekocht en de betaling geschiedde in dayens (zilveren daalders), die in groten getale werden ingevoerd. Ook Tibetaanse arbeiders werden met deze dayens betaald, en hun loon was vaak zeer hoog. Zo kostte een Tibetaanse maateenheid aan gerst in 1950 rond de 12 srang, en was dat bedrag in 1959 gestegen tot 350 srang. Vergelijkbare prijsstijgingen golden voor ander voedsel en andere goederen. Al met al had de overname van het bestuur van Tibet grote voedseltekorten tot gevolg.

Verzetsstrijd van de Khampa's De introductie van het communisme ging gepaard met intimidatie en bracht steeds meer verzet teweeg. In de oostelijke Tibetaanse gebieden kwamen Khampa-strijders in steeds grotere aantallen tegen de hervormingen in opstand. De Khampa's voerden de naam Chushi Gangdruk, wat vier rivieren, zes bergketens betekent.Powers, John (2004) History as Propaganda: Tibetan Exiles versus the People's Republic of China, Oxford University Press, , p.p. 120-127

De communisten streden met propagandaslogans als religie is opium van het volk en religie is bijgeloof; de monniken werden gele rovers genoemd of rode dieven, waarmee op de kleur van hun habijt werd geduid. De bezetters bouwden militaire bases in het zicht en op gehoorafstand van de Tibetaanse kloosters. Verzet beantwoordde het Chinese leger met vergeldingsacties tegen kloosters en dorpen. Zo werd het klooster Thupten Jampaling bij Litang in 1956 na een belegering van een maand door een vliegtuig platgebombardeerd; als eerste van meerdere kloosters die daarna volgden.

Steeds meer Tibetanen sloten zich aan bij de vrijheidsstrijders. Onder hen bevonden zich ook aanhangers van de tiende pänchen lama, die traditioneel meer op China georiënteerd waren dan de volgelingen van de dalai lama. Er werden in heel Tibet anti-Chinese campagnes gevoerd. In 1957 begonnen de Verenigde Staten met de logistieke en militaire ondersteuning van de rebellen; toen werd de National Volunteer Defense Army (NVDA) gevormdConboy, Kenneth & James Morrison (2002) The CIA's Secret War in Tibet, University Press of Kansas, Lawrence, , pag. 89-91 De Chinese militairen deelden op hun beurt wapens uit aan Chinese civiele functionarissen. In 1958 hadden de verzetsgroepen de controle gekregen over bijna alle afgelegen regio's en zowel de Chinese autoriteiten als de regering van Tibet raakte de greep op de regio steeds meer kwijt.

Om het verzet van de Khampa's te breken, werden er steeds meer Chinese troepen ingezet in Amdo en Kham. Ze zetten massale tegenaanvallen in, de Khampa's sloegen op de vlucht en begin 1959 hadden de meesten de wijk genomen naar de bergen of naar Centraal-Tibet. Voor Lhasa had dit tot gevolg dat de druk op de voedselvoorraden nog toenam.

Oprichting Tibetaanse Autonome Regio Parallel werd in 1956 het Voorbereidingscomité van de Tibetaanse Autonome Regio (TAR) opgericht. De dalai lama ging geen confrontatie aan met de Chinese militairen en werkte net als de Tibetaanse regering mee aan de voorbereidingsactiviteiten als voorzitter. De oprichting van de TAR leidde tot machtsverlies voor de geestelijkheid. In de boeddhistische gemeenschap van Tibet werd dit echter beleefd als een neergang van de boeddhistische leer. Voor gelovige Tibetanen werden Chinezen hierdoor niet alleen politieke vijanden, maar ook vijanden van het boeddhisme. Volgens Thubten Jigme Norbu, een geacht tulku en de broer van de veertiende dalai lama, werd de verzetstrijdersbeweging van de Khampa's daarom in eerste instantie ook het Vrijwilligersleger ter Verdediging van het Boeddhisme genoemd.Kollmar-Paulenz, Karénina (2006) Kleine Geschichte Tibets, Verlag C.H. Beck, , pag. 165-166

Verdeelde regering Hofmaarschalk Thubten Woyden Phala vertelde dat er in deze jaren 50 een grote mate aan wantrouwen bestond tussen de regeringsfunctionarissen onderling. De regering was verdeeld terwijl er een sfeer hing waarin ieder bang was zijn mening uit te spreken. De Kashag en enkele hoge functionarissen bepleitten behoedzaamheid, een politieke keuze waarin veel van de jongere functionarissen zich niet vertegenwoordigd voelden.Shakya, Tsering (2000) The Dragon in the Land of Snows - A history of modern Tibet since 1947, Penguin Compass, oorspronkelijk Columbia University Press, , pag. 185-194 Tsepon Wangchug Deden Shakabpa schreef in 1967 dat de Chinese autoriteiten de dalai lama te verstaan hadden gegeven hun beleid te volgen, indien hij niet hetzelfde lot wilde als de lama van Gunthang en Shar Kalden Gyatso; zij waren twee bekende lama's uit Amdo die gevangen waren gezet, omdat ze herhaaldelijk oppositie hadden gevoerd tegen de Chinese overheid.Shakabpa, Tsepon Wangchuk Deden (1967, 4e druk 1988) Tibet: A Political History, Potala Publications, New York, , pag. 316-319

Dit leidde tot een passieve houding, die onder meer duidelijk werd toen in 1958 een belangrijk rebellenleider in het oosten van Tibet – Gönpo Tashi Andrugtsang – Phala tevergeefs benaderde voor hulp. Phala deelde hem mee dat rebellie nutteloos zou zijn. Hij vertelde hem dat de helft van het Tibetaanse kabinet de voorkeur had om samen te werken met de Chinezen. Ook vond Phala dat de dalai lama geen morele steun kon schenken aan een beweging die zich toelegde op geweld.Sautman, Barry & June Teufel Dreyer (2006) Contemporary Tibet: politics, development, and society in a disputed region, M.E. Sharpe, , pag. 328 Er zijn echter ook CIA-bronnen die spreken van een intensief contact tussen Tashi en Phala, waarin ze samen strategieën afstemden. De Tibetaanse regering wilde daarbij de Khampa-strijd niet steunen, uit angst dat dit zijn weerslag zou hebben in de vorm van zware maatregelen voor Centraal-Tibet.

Terwijl er bij delen van de Tibetaanse bevolking sprake was van een toenemend anti-Chinees sentiment, bleef een groot aantal Tibetaanse functionarissen trouw de vergaderingen van het Voorbereidingscomité van de TAR bijwonen en gretig studies volgen die werden georganiseerd door de Communistische Partij van China.

thumb|300px|Het 17 puntenakkoord (Chinees).

Ministers die loyaal waren aan Peking Bij Tibetanen die een aversie hadden tegen de communistische hervormingen, ontstond er in toenemende mate haat tegen politici die meewerkten aan de hervormingen van Tibet naar maoïstisch model.