De Slag om de Aleoeten (3 juni 1942 - 15 augustus 1943) was de strijd tussen het Japanse Keizerrijk en de geallieerden om de Aleoeten, een eilandengroep ten westen van Alaska. Deze strijd maakt deel uit van de Tweede Wereldoorlog in Azië, die specifieker ook wel de Pacifische Oorlog genoemd wordt.

Achtergrond Van geallieerde naar asmogendheid Tijdens de Eerste Wereldoorlog had keizerrijk Japan het nog samen met de geallieerden tegen Duitse Keizerrijk opgenomen. Maar tijdens het interbellum veranderden de Japanse relaties met de westerse landen. Toen het Japanse leger in 1931 namelijk Mantsjoerije veroverde en de vazalstaat Mantsjoekwo oprichtte, werd deze actie veroordeeld door de Volkenbond. Bijgevolg stapte Japan in 1933 uit de Volkenbond, waarmee het definitief een imperialistische weg insloeg. Mede door zijn successen in Mantsjoerije had het Japanse leger de macht in Japan naar zich toe getrokken en was het land een militaire dictatuur geworden.

De Japanse expansiedrang leidde in 1937 tot de Tweede Sino-Japanse Oorlog. Door de verschillende incidentenVooral het nieuws van de Japanse gruweldaden bij de verovering van Nanking schokte wereldwijd de publieke opinie. Verder kan ook het Panay-incident aangehaald worden, waarbij Japan de Amerikaanse kanonneerboot Panay aanviel. Volgens Japan ging het om een vergissing. die daarmee gepaard gingen, raakte Japan meer en meer vervreemd van de westerse landen. Bovendien vormde de Japanse aanwezigheid in China een bedreiging voor de westerse landen met economische belangen in China. Het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten steunden dan ook het Chinese verzet. De VS namen verder ook economische maatregelen door in 1939 het handelsverdrag met Japan op te zeggen. Japan weigerde echter toe te geven aan het Westen. Het stationeerde in september 1940 troepen in het noorden van Frans-Indochina, om de invoer van wapens en materiaal in China te blokkeren. Later diezelfde maand ondertekende Japan het Driemogendhedenpact met nazi-Duitsland en Italië en maakte zo duidelijk welke kant het gekozen had.

Tweede Wereldoorlog Voor Japan hield de ondertekening van het pact een oorlog met de VS in. Het komende jaar zou volledig gewijd worden aan het voorbereiden van Japans intrede in het wereldconflict. Door de successen van Hitler in Europa lag Zuidoost-Azië voor het grijpen: met de verovering van deze gebieden zou Japan niet meer afhankelijk zijn van de invoer van grondstoffen uit het buitenland en zou het zich kunnen opstellen als de nieuwe Aziatische grootmacht.

De enige spelbreker voor een dergelijk zuidelijk offensief zouden de VS zijn. Bijgevolg werd een strategie in drie fasen en op twee fronten uitgewerkt. Enerzijds werd er gewerkt aan een grootscheepse aanval op de Westerse gebieden in Zuidoost-Azië. Anderzijds werkte admiraalVoor de militaire rangen zijn hier de Belgische equivalenten gebruikt: admiraal = Admiral, 大将; viceadmiraal = Vice Admiral, 中将; divisieadmiraal = Rear Admiral, 少将. Isoroku Yamamoto (山本 五十六, Yamamoto Isoroku) in het grootste geheim een aanval op Pearl Harbor uit om de Amerikaanse vloot buiten werking te stellen. Na deze eerste offensieve fase zou in een tweede fase het veroverde gebied beveiligd worden door verdere veroveringen van strategische punten. Daarnaast zouden de aanwezige grondstoffen in het veroverde gebied geëxploiteerd worden. In een laatste en derde fase zouden ze, gesteund door Duitsland en Italië, de westerse landen tot vredesbesprekingen dwingen. Tijdens de gedetailleerde uitwerking van de aanvallen zou Japan de schijn ophouden dat het naar een diplomatieke uitweg bleef zoeken.

De VS had als reactie op de Japanse aanwezigheid in noordelijk Indochina (september 1940) al een embargo ingesteld op oud ijzer en staal, maar toen Japan in juli 1941 ook zuidelijk Indochina bezette, werd het Japans kapitaal in Amerika geblokkeerd en volgde er ook een embargo op olie. Dit voorbeeld werd meteen gevolgd door Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Japan sprak over een ABCD-blokkade (ABCD 包囲網, ABCD hōi mō), vanuit het Engels American, British, Chinese, Dutch. Voor Japan was er nu geen weg meer terug en moest er zo snel mogelijk aangevallen worden voordat de grondstofvoorraad op was.

Op 7 december 1941 viel Japan Pearl Harbor aan en het veroverde geheel volgens plan op enkele maanden tijd onder meer Hongkong, de Filipijnen, Malakka, Singapore, Nederlands-Indië en Birma. Het veroverde gebied, dat zich nu van Birma tot de Salomonseilanden uitstrekte, werd door Japan 大東亜共栄圏 (Romanisatie: Dai-tō-a Kyōeiken (Hepburn), Engels: Greater East Asia Coprosperity Sphere) genoemd. De tweede fase, het behoud van het veroverde gebied zou echter een veel zwaardere opgave zijn. Het keerpunt in de Pacifische Oorlog was de Slag bij Midway in juni 1942. In de schaduw van deze slag begon ook de aanval op de Aleoeten.

Japanse aanval Voorbereiding Japanse aanvalsplan Het plan voor de aanval op de Aleoeten werd geconcipieerd door admiraal Yamamoto. De aanval zou gelijktijdig met de slag bij Midway plaatsvinden. Door een aanval op Midway hoopte Yamamoto de resterende Amerikaanse vliegdekschepen, die gestationeerd lagen in Pearl Harbor, in een hinderlaag te lokken en uit te schakelen. De volgende stap zou dan de verovering van Hawaï zijn. De aanval op de Aleoeten zou volgens sommigen een afleidingsmanoeuvre voor de Midway-operatie geweest zijn.Bergamini, Japan’s Imperial Conspiracy, p. 921. Maar in recentere publicaties gaat men ervan uit dat Japan, door het veroveren en installeren van basissen op Midway en de Aleoeten, de controle over het noordelijke en centrale gebied van de Grote Oceaan wilde uitbreiden.De idee van een afleiding zou verkeerd zijn omdat de aanval op Dutch Harbor een dag eerder plaatsvond dan gepland was. Zo zouden ze voortaan luchtaanvallen als de Doolittle Raid op Tokio kunnen voorkomen.Volgens Japanse strategische oefeningen op kaart zou Amerika met de nieuwste bommenwerpers in staat geweest zijn vanaf de Aleoeten aanvallen op Japan uit te voeren. Ten slotte zou dit ook mogelijke militaire samenwerking tussen de VS en de Sovjet-Unie verhinderen.

Japan had van tevoren heel wat informatie verzameld over de Aleoeten, maar die informatie was niet meer actueel. De Japanners gingen ervan uit dat de VS dit gebied ondertussen sterk beveiligd zouden hebben. Zo veronderstelden ze ten onrechte dat er vliegdekschepen aanwezig waren en dat er kleine garnizoenen aanwezig waren op Attu, Adak en Kiska; de meest westelijke grotere eilanden. Het operatieplan voor de aanval op de Aleoeten was het volgende: een vloot, met onder andere 2 vliegdekschepen zou onder leiding van viceadmiraal Boshiro Hosogaya (細萱 戊子郎, Hosogaya Boshirō) uitvaren naar de Aleoeten. Daar zou er eerst een luchtaanval uitgevoerd worden op Dutch Harbor, de Amerikaanse marinebasis op Unalaska, centraal in de Aleoetenarchipel. Daarna zouden er amfibische aanvallen uitgevoerd worden op Attu, Adak en Kiska, en zouden Attu en Kiska bezet worden.

Amerikaanse voorbereidingen De Verenigde Staten hadden echter de geheime code van de Japanse Keizerlijke marine gekraakt en waren rond 21 mei op de hoogte van de geplande aanvallen op Midway en de Aleoeten. Admiraal Chester William Nimitz, die aan het hoofd stond van de Amerikaanse vloot in de Grote Oceaan, zou zelf Yamamoto tegemoet gaan bij Midway, terwijl divisieadmiraal Robert A. Theobald de opdracht kreeg Dutch Harbor te behouden en een Japanse invasie in Alaska tegen te houden. Ze gingen er namelijk van uit dat Japan Dutch Harbor wilde innemen om zo naar het Amerikaanse continent op te trekken. Op 25 mei vertrok Theobald met een kleine vloot uit Pearl Harbor naar Kodiakeiland waar hij zijn schepen paraat zou houden voor de Japanse aanval.

Vertrek van de Japanse vloot De Japanse vloot vertrok in drie eenheden vanuit Ominato (huidig Mutsu), in het noorden van Honshu. De eenheid met de vliegdekschepen, die Dutch Harbor zou aanvallen, vertrok op 25 mei. Op 28 mei en 29 mei volgden de twee andere eenheden, die zich zouden bezighouden met Attu, Adak en Kiska.

Luchtaanval op Dutch Harbor thumb|Brandende gebouwen na de eerste Japanse aanval op Dutch Harbor.De eenheid die Dutch Harbor zou aanvallen bestond uit de twee vliegdekschepen Junyo en Ryujo, en werd begeleid door verschillende kruisers en jagers. In de namiddag van 2 juni werd deze eenheid op ongeveer 1500 km ten zuidwesten van Dutch Harbor opgemerkt tijdens een Amerikaanse patrouillevlucht, en hielden de Amerikanen zich klaar voor de aanval.

Vroeg in de ochtend van 3 juni vertrokken Japanse vliegtuigen voor een eerste aanval op Dutch Harbor. Door het slechte weer bereikte slechts de helft ervan effectief Dutch Harbor. Toen ze echter hun bestemming bereikten, konden ze maar beperkte schade aanrichten omdat ze hevig onder vuur genomen werden. De volgende dag volgde er een tweede aanval, en dit keer met meer succes.Eigenlijk was er geen tweede aanval op Dutch Harbor gepland, maar door het slechte weer werd de landing op Adak afgelast en werd er besloten om een tweede aanval te doen. Bij het begin van de avond bereikten de Japanse vliegtuigen Dutch Harbor en troffen daar onder meer enkele brandstoftanks, het hospitaal en een op het strand getrokken schip. In tegenstelling tot de vorige dag wisten de Amerikanen die dag de Japanse vliegdekschepen wel te lokaliseren, maar ze slaagden er niet in om deze uit te schakelen.

Na afloop van de Japanse aanvallen waren er aan Amerikaanse zijde 43 doden en 64 gewonden gevallen. Verder waren er 11 Amerikaanse vliegtuigen vernietigd, tegenover zo'n 10 aan Japanse zijde. Al bij al was de schade dus vrij beperkt en kon Dutch Harbor operationeel blijven.

Verovering van Attu en Kiska thumb|Japanse troepen hijsen de Japanse oorlogsvlag op Kiska.Ondertussen was de Midway-operatie rampzalig afgelopen voor de Japanse marine. Hosogaya annuleerde de landingen en wilde Yamamoto tegemoetkomen, maar Yamamoto beval Hosogaya om zijn missie toch nog uit te voeren, zodat er alsnog een succes kon worden gemeld aan het thuisfront. Op 6 juni landden ze op Kiska, waar ze een Amerikaans weerstation veroverden. De volgende dag werd ook Attu ingenomen. Er werd weinig weerstand geboden en later werden de Amerikaanse bemanning van het weerstation en de plaatselijke bevolking van Attu overgeplaatst naar kampen in Japan.

Op 10 juni werden de gebeurtenissen in gebruikelijke propagandastijl bekendgemaakt aan het Japanse volk. Men had het over succesvolle bombardementen op Midway en – belangrijker nog – over de voordelen van de bezetting van Attu en Kiska. De mogelijke 'noordelijke aanvalsroute' van de VS zou nu geblokkeerd zijn, en bij het Amerikaanse thuisfront zou het bericht van het verlies van Amerikaans grondgebied zwaar aangekomen zijn. In werkelijkheid werd de Japanse aanwezigheid pas diezelfde dag door de Amerikanen vastgesteld en werd dit niet bekendgemaakt aan het publiek.

Zonder de bezetting van Midway had de Japanse aanwezigheid op de Aleoeten niet veel belang meer. Ze konden immers geen patrouillevluchten uitvoeren tussen de Aleoeten en Midway. Niettemin werd er eind juni toch besloten om de eilanden te behouden en er landingsbanen aan te leggen.

Geallieerde tegenaanval Zodra de Japanse aanwezigheid op Attu en Kiska vastgesteld werd, gingen de Amerikanen in de tegenaanval met bombardementen op Kiska. Ze kregen hier al snel de hulp bij van Canada, waardoor men kan spreken van een geallieerde tegenaanval. De komende maanden rukten ze geleidelijk aan verder op naar het westen. Op 30 augustus landden ze op Adak, op zo’n 400 km van Kiska, om er een basis aan te leggen die tegen 14 september operationeel was. Door de aanhoudende bombardementen op Kiska waren de Japanners er zeker van dat de VS vast van plan waren om de eilanden te heroveren. Tegen november hadden ze hun troepenaantal opgetrokken tot 1000 man op Attu en 4000 op Kiska.