De methode Raad is een manier om van een boom de waarde te berekenen, om zo eventuele schade bij een veroorzaker te kunnen claimen.
De methode werd in 1972 geïntroduceerd door ir. A. Raad. De berekening is gebaseerd op de stamdiameter (volume/dikte) van de boom, vermenigvuldigd met een eenheidsprijs afgeleid van plant- en beheerkosten. Deze basiswaarde wordt gecorrigeerd met factoren als conditie, standplaats en plantwijze, zodat ook de maatschappelijke en landschappelijke waarde meeweegt. Zo zal een boom die in een laan of bomenrij staat een hogere waarde krijgen dan een vergelijkbare boom in een beplanting of bos.
Tekortkomingen
In de praktijk bleek de methode Raad een aantal structurele tekortkomingen te vertonen. Doordat de berekening was gebaseerd op het oppervlak van de stamdoorsnede, dat exponentieel toeneemt bij een grotere stamdiameter, leidde de methode bij dikke bomen tot onevenredig hoge waarden. Daarnaast was de methode op veel punten te abstract en waren de uitkomsten niet of moeilijk te herleiden. Er waren voortdurend correcties nodig om tot aanvaardbare resultaten te komen.Nieuwe rekenmethode voor boomtaxatie (interview Adri van der Waart). Expertise Almanak, augustus 2005, p. 125.
Vervanging in 2005
De methode Raad en de verbeterde methode Raad uit 1985 waren tot 2005 de basis van de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB). In 2005 is de methode verlaten vanwege de geconstateerde tekortkomingen en ontwikkelingen in de jurisprudentie. Een commissie onder leiding van toenmalig NVTB-voorzitter ing. Adri van der Waart ontwikkelde in twee jaar tijd een nieuwe methode, die in april 2005 officieel werd ingevoerd. De nieuwe richtlijnen zijn gebaseerd op de Duitse methode Koch, die uitgaat van de kosten om een vergelijkbare boom op dezelfde locatie opnieuw te realiseren (de zogenaamde kostenbenadering), in plaats van de stamdoorsnede als basis voor de waardebepaling. Harold Schoenmakers, Nieuwe rekenmethode, Bomen 2007/2
Categorie:Terminologie Raad