miniatuur|De supporters van KV Mechelen tijdens de gewonnen bekerfinale in 2019. Yellow Red Koninklijke Voetbalclub Mechelen is een Belgische voetbalclub uit Mechelen-Noord. De club werd opgericht in 1904, kort na stadsgenoot en rivaal Racing Mechelen (1904). Yellow Red KV Mechelen is aangesloten bij de KBVB met stamnummer 25 en werd viermaal landskampioen.

De grootste successen werden eind jaren 80 behaald onder financiële impuls van John Cordier en sportieve leiding van Aad de Mos. Het begon met de Beker van België in het seizoen 1986/87. Daarna werd de Europacup II 1987/88 gewonnen door een 1-0-overwinning op titelverdediger Ajax in Straatsburg dankzij een legendarisch doelpunt van Piet den Boer. Enkele maanden later won KV Mechelen ook de Europese Supercup in twee wedstrijden tegen PSV. Een seizoen later werd het landskampioenschap 1988/89 veroverd. KV Mechelen is de laatste Belgische club die een Europese beker won.

Als gevolg van zware financiële problemen ging de club eind 2002 in vrijwillige vereffening. Dankzij een grootschalige (financiële) reddingsoperatie van supporters en enkele KV-coryfeeën slaagde KVM er in 2003 in om het verlies van het stamnummer (met bijhorend palmares) af te wenden. De club overleefde maar degradeerde wel naar de derde klasse. Sindsdien heet de club officieel Yellow Red Koninklijke Voetbalclub Mechelen. In 2007 promoveerde KV Mechelen opnieuw naar het hoogste niveau. In 2018 degradeerde de club naar eerste klasse B. In het seizoen daarop werd Mechelen kampioen en won het op 1 mei 2019 voor de tweede maal in de clubgeschiedenis de Beker van België. Dankzij deze bekerwinst werd KV Mechelen de tweede voetbalploeg in België die als tweedeklasser de Beker van België wist te winnen.

Geschiedenis Katholieke studentenclub KV Mechelen is ontstaan in 1904 als een collectief van katholieke Mechelse studenten die school liepen aan het (toen nog) Franstalige Mechelse Sint-Romboutscollege, het Sint-Victorinternaat in Alsemberg en de Katholieke Universiteit Leuven. De nieuwe club, plechtig opgericht tijdens een vergadering in de herberg 'Cave de Munich' aan de IJzerenleen in oktober 1904, kreeg als officiële naam Football Club Malinois. De statuten werden opgemaakt op 2 februari 1905 aan de Leuvense universiteit.De Zondagsvriend, 5/1/1939, pagina 28 FC Malinois was het katholieke antwoord op het kort voordien in datzelfde jaar opgerichte Racing Club de Malines, de liberaal-vrijzinnige voetbalploeg van het Mechelse Atheneum. Theo Delvaux, student te Leuven en oprichter en bezieler van de nieuwe club, werd de eerste voorzitter van Malinois. Geel en rood, de kleuren van het wapenschild van de stad Mechelen werden overgenomen als de clubkleuren. De Latijnse spreuk "quo non ascendam", vrij vertaald als "Tot welke hoogte zal ik niet klimmen?" werd gekozen als clubleuze. Het eerste officiële speelveld werd aangelegd op een stuk braakliggend spoorwegterrein aan de intussen verdwenen Pansiusdreef, de huidige Kauwendaal-wijk. Het terrein, gelegen aan seinhuis (bloc 16) werd gehuurd van spoorwegmaatschappij Beheer van de IJzeren weg. Op 28 januari 1906 sloot FC Malinois zich onder het voorzitterschap van kanunnik en toenmalige kapitein van de Belgische nationale ploeg, Francis Dessain officieel aan bij de UBSSA, de overkoepelende Belgische sportbond. Wanneer de Belgische overheid het terrein aan bloc 16 opeist voor de aanleg van de spoorlijn Mechelen-Antwerpen ziet Malinois zich genoodzaakt te verhuizen naar een terrein aan de Zeutestraat (thans Voetbalstraat), een droog te leggen stuk moerasgrond tussen de Leuvense Vaart en de Tervurense Steenweg. Na het seizoen 1906-1907 promoveerde FC Malinois als tweede gerangschikte in de Derde Divisie (provincie Brabant) naar de Tweede Divisie, afdeling Antwerpen. Vanaf 1909 kon de club dan toch aantreden in de Promotion of Bevordering, het huidige tweede nationale.

Achter De Kazerne Financiële problemen en stormschade aan het terrein in de Voetbalstraat zette voorzitter Francis Dessain er in 1911 toe aan om samen met Van Diepenbeek van de brouwerij Chevalier-Marin en Gaston de Meester de Betzenbroeck achter de artilleriekazerne 'Baron Michel' aan de Liersesteenweg een uitgestrekt stuk grond te kopen. Dit terrein van 2,5 ha zou tot vandaag onder de volksnaam Achter de Kazerne de thuishaven worden van KV Mechelen.Achter de Kazerne, achter de goal FC Malinois werkte zich daar al gauw op naar de subtop, maar strandde daar zowel in 1912 als 1913 op een derde plaats, en greep zo telkens naast promotie. In 1921 was het toch raak: FC Malinois eindigde tweede in zijn reeks en promoveerde zo voor het eerst in zijn bestaan naar de Ereafdeling, het hoogste nationale niveau.Cave Malinois 1904-1930, kv mechelen, 2012. Gearchiveerd op 27 oktober 2021.RCM gedenkboek 1904-1929. p. 180. Evenals de bijnaam "Kakkers" werd de naam "Studenten" dus gebruikt door de supporters van de rivaliserende club

Het verblijf in die hoogste klasse zou de rest van de jaren 1920 niet zonder moeilijkheden verlopen. In 1921/22, het eerste seizoen, werd FC Malinois immers afgetekend laatste en degradeerde dus meteen terug naar de Tweede Klasse. Malinois bleef daar bovenin meestrijden, werd twee seizoenen later tweede en verdiende zo weer een promotie. Opnieuw werd het seizoen in de hoogste afdeling geen succes, want na een voorlaatste plaats volgde alweer onmiddellijke degradatie. Het seizoen erna, in 1925-1926, won Malinois zijn reeks en promoveerde meteen weer. Voor de derde keer op rij bleef deze promotie echter beperkt tot één seizoen: weer zakte de club dadelijk een niveau terug. In 1928 pakte Malinois na één seizoen de titel in de Tweede Klasse, en steeg zo voor de vierde keer in acht jaar tijd naar de Ere-afdeling. Nu kon de club zich echter verscheidene seizoenen op het hoogste niveau handhaven. Ondertussen was in 1924 de supportersfederatie "Malinwa" opgericht, op speciaal verzoek van voorzitter Francis Dessain. De federatie moest een overkoepelende organisatie vormen voor de verschillende supportersverenigingen.

In 1929 kreeg de club bij zijn 25-jarig bestaan de titel "Koninklijk" en werd Royal Football Club Malinois. Malinois speelde enkele seizoenen in de middenmoot, maar eindigde in het seizoen 1930-1931 voor de eerste maal bovenaan. De ploeg eindigde op een tweede plaats, op drie punten van landskampioen Antwerp FC. De club kon deze prestatie daarna niet meer evenaren en bleef een gewone middenmoter.

August Hellemans is de eerste speler van FC Malinois die het tot Rode Duivel schopt.

Kampioen tijdens en na de oorlogsjaren In de jaren 1940 werd RFC Malinois echter wel succesvol: In 1942/1943 pakte de club zijn allereerste landstitel. Vedetten die de club toen deden uitblinken waren onder meer rechtsbuiten Victor 'Torke' Lemberechts en aanvaller Bert De Cleyn. De tweede titel volgde enkele jaren later, in 1945/1946. In 1948 volgde zelfs de derde landstitel in zes jaar tijd. De volgende seizoenen kon Malinois echter niet meer meestrijden voor de hoogste prijs en werd de club weer een middenmoter. In 1952 werd de koninklijke titel in de clubnaam vernederlandst naar "Koninklijke"; de club heette nu officieel Koninklijke Football Club Malinois.

Liftploeg Malinois kende nog een sterk seizoen in 1953-1954, waar het strandde op een tweede plaats, op amper één puntje van landskampioen RSC Anderlechtois. Twee seizoenen later, negen jaar na de laatste landstitel, eindigde de ploeg echter op de allerlaatste plaats en moest Malinois opnieuw zakken naar de Tweede Klasse. De club bleef daar enkele jaren hangen en kon pas in 1962 opnieuw promoveren, toen ze daar de titel pakte. De terugkeer in de hoogste klasse verliep opnieuw niet makkelijk, want meteen zakte de club weer naar een laatste plaats. Het seizoen erop steeg Malinois vanaf 1965 toch weer naar de hoogste klasse, waar de club zich ditmaal vier seizoenen kon handhaven. In 1969 viel de club toch weer terug naar de tweede klasse. Ook in de Beker van België kon de club in deze periode geen prijzen pakken. Eén keer haalde de club de finale, in 1967, maar verloor die in de verlengingen met 3-1 van Standard Luik.

De club vervlaamste in 1970 zijn naam helemaal en stond voortaan ook officieel als Koninklijke Voetbalclub Mechelen bekend. Toch bleef de voertaal in de bestuurskamer Frans. Mechelen eindigde tweede in Tweede Klasse en promoveerde weer naar de hoogste afdeling. De komende seizoen bleef de ploeg echter in de middenmoot spelen, en na enkele malen de degradatie net te ontlopen zakte men in 1977 weer. In 1978 werd de club onder impuls van kolonel Herman Candries helemaal vernederlandst. KV Mechelen bleef ook in Tweede Klasse in de middenmoot hangen de komende jaren, tot de club in 1981 opnieuw promoveerde. Mechelen was weliswaar slechts vijfde geworden, maar had aan winst in de eindronde genoeg om de promotie af te dwingen. Net zoals al zovele keren eerder in de clubgeschiedenis draaide dit eerste seizoen weer op niets uit: Mechelen werd laatste en zakte weer. Net als verschillende keren tevoren ook slaagde de club er na een eerste mislukking echter in om het jaar erop meteen opnieuw te promoveren. KV Mechelen won in 1983 de titel in Tweede Klasse en steeg weer. Ditmaal zou de club opnieuw enkele succesvolle seizoenen beleven.

Gouden jaren left|thumb|De Nederlanders van KV Mechelen: Graeme Rutjes, Erwin Koeman, Aad de Mos, Piet den Boer en Wim Hofkens (1988). Halverwege de jaren 80 werd KV Mechelen in korte tijd een Belgische topclub. Architecten van het sportieve succesverhaal waren de West-Vlaamse industrieel John Cordier, sportief manager Paul Courant, de Haagse, flamboyante van Ajax overgekomen kampioenentrainer Aad De Mos en diens favoriete spelersmakelaar Ger Lagendijk. Een eerste succesjaar kwam er in 1987: Mechelen werd tweede in de nationale competitie op amper twee punten van RSC Anderlecht en pakte ook voor de eerste maal de Beker van België. KV won de finale met 1-0 van RFC Liégeois. In 1987-1988 deed de club een nieuwe gooi naar de titel, maar werd opnieuw tweede, ditmaal na Club Brugge. Op het Europees toneel boekte de club echter grote successen. Dankzij de bekerwinst het jaar voordien speelde KV Mechelen voor het eerst Europees, in de Beker voor Bekerwinnaars, en stootte als debutant ineens door tot in de finale. In het Stade de la Meinau van Straatsburg versloeg KV Mechelen daar AFC Ajax met 1-0. Ook de daaropvolgende Europese Supercup haalden de Mechelaars binnen, door een andere Nederlandse topclub, PSV Eindhoven te verslaan. De eerste wedstrijd werd thuis met 3-0 gewonnen door doelpunten van John Bosman (2×) en Pascal de Wilde. De tweede wedstrijd werd verloren met 0-1. In 1988-1989 was het dan eindelijk weer raak in de Belgische competitie: na 40 jaar pakte KV Mechelen opnieuw de landstitel. In Europa mocht de club zijn Europese beker verdedigen in de Beker voor Bekerwinnaars. Opnieuw stootte Mechelen ver door, maar strandde ditmaal in de halve finale op Sampdoria. Mechelen bleef een Belgische topper en werd in 1989-1990 derde in de nationale competitie. De Europese campagne in de Europabeker voor Landskampioenen eindigde in de kwartfinale tegen AC Milan. In 1990-1991 eindigde KV Mechelen opnieuw tweede in de competitie. Ook in de Belgische Beker speelde KV de finale, maar ook daar kon men de hoofdprijs niet mee naar huis nemen. Het Europees seizoen in de UEFA Cup eindigde dat seizoen al na één ronde. Mechelen zou nog enkele seizoenen meespelen in de Belgische top, met een vierde plaats in 1992 en een derde in 1993. In de Beker van België speelde KV nog één keer de finale (1992), maar verloor na strafschoppen van Antwerp FC. Nog drie jaar speelde de club ook Europees, maar raakte telkens slechts enkele rondes ver. KV Mechelen had zich halverwege de jaren 80 in korte tijd tot de nationale en zelfs Europese top opgewerkt, maar verdween na het wegvallen van de financiële input van John Cordier halverwege de jaren 90 in even korte tijd weer uit de top.