thumb|Octrooibewijs

Een octrooi of patent is een exclusief (uitsluitend) recht tot het industrieel maken of verkopen van een product, of het anderszins exploiteren van een uitvinding. Een octrooi kan door de rechthebbende worden gebruikt als een monopolie op een bepaald stuk techniek.

Wereldwijd zijn er miljoenen octrooirechten van kracht, en elk jaar komen er duizenden nieuwe octrooiaanvragen bij. Octrooibescherming in België en Nederland is in nationale wetgeving geregeld. Daarnaast zijn er internationale verdragen, zoals het Europees Octrooiverdrag, en is er EU-regelgeving op octrooigebied.

Rechten octrooihouder

Een octrooi geeft de octrooihouder het recht om anderen te verbieden de uitvinding bedrijfsmatig toe te passen, bijvoorbeeld te vervaardigen, in te voeren, te gebruiken, in voorraad te hebben. Er is geen overheidsinstantie verantwoordelijk voor de bescherming; de octrooihouder dient zelf praktische en juridische stappen te nemen, als het vermoeden bestaat dat verleende octrooirechten worden aangetast.

Een octrooihouder heeft niet automatisch op basis van het verleende octrooi het recht om de uitvinding toe te passen. In veel gevallen zijn daarvoor nadere vergunningen nodig, in Nederland bijvoorbeeld op grond van de Warenwet of op grond van de milieuwetgeving. Het is ook mogelijk dat octrooirechten van anderen toepassing van de uitvinding in de weg staan.

Informatie over bestaande octrooien kan digitaal gevonden worden op bijvoorbeeld de website Espacenet. Hiervan bestaat ook een Nederlandstalige versie., Nederlandstalige website voor patentenonderzoek, How to Search for Patents, een video met een Engelstalige handleiding Een octrooi of patent geeft over het algemeen een exclusief recht om anderen te verbieden een uitvinding in of voor zijn bedrijf te gebruiken. Als iemand een octrooi heeft, wil dat nog niet zeggen dat diegene de uitvinding ook mag toepassen. Dat kan in strijd zijn met wetgeving of inbreuk maken op andermans rechten. Een octrooi is het recht om anderen te verbieden te doen wat in het octrooibewijs in de conclusies (claims) staat beschreven. Octrooi kan ook door anderen dan de uitvinder worden aangevraagd.

Een octrooihouder krijgt daarmee voor een bepaalde tijd, in de meeste landen maximaal twintig jaar, te rekenen vanaf de indieningsdatum van de octrooiaanvraag, het exclusieve recht op het uitbaten van zijn uitvinding. Voor het geldig blijven van het octrooi dient in de meeste landen jaarlijks octrooibelasting te worden betaald. Wordt dit niet (meer) gedaan of zijn de twintig jaar voorbij, dan is het exclusieve recht niet langer geldig en kan anderen niet langer verboden worden om de uitvinding toe te passen.

Etymologie Het woord octrooi gaat terug op het middelnederlandse octroy met de betekenis 'machtiging door een bevoegde autoriteit'. Het vindt zijn oorsprong in het latijnse auctorare, dat betekent 'een contract aangaan, verbinden, verplichten' (van auctor). Octrooien werden vroeger ook verleend op ontdekkingen in het algemeen, bijvoorbeeld een ontdekking van een land.

De in onder meer Duitsland en Engeland gebruikte term 'patent' is afkomstig van het Franse 'lettres patentes', waarmee een bepaalde authentieke akte wordt aangeduid. De Franse term voor octrooi is 'brevet d'invention'.

Geschiedenis Het eigendomsrecht op uitvindingen, literatuur, muziek en kunst kon in de vroegmoderne periode worden beschermd, door hiervoor octrooi aan te vragen bij de Staten-Generaal. Ontsluiting van de archieven over de periode 1626-1651 levert informatie op over destijds toegekende octrooien in de techniek en de nijverheid, en betrof bijvoorbeeld een windmolen, wapentuig, een zelfspelend orgel, een gloeioven of een kanaalgraafmachine. Een bijzondere categorie was die van abstracte theorieën, zoals een nieuwbedacht geheimschrift of de cirkelkwadratuur. Meestal boog een kleine commissie gedeputeerden zich over de oorspronkelijkheid van de uitvinding, aan de hand van een beschrijving, tekening of demonstratiemodel. Er kon octrooi worden verleend voor een bepaalde periode die op aanvraag kon worden verlengd. Ook toen al vochten uitvinders het eigendomsrecht van anderen aan. Zo vroeg Gerhart Hoeben uit Dordrecht in 1626 met succes, om een aan een ander verleend octrooi op een perpetuum mobile ongeldig te doen verklaren.

Doel Het octrooisysteem is bedoeld om de technische ontwikkeling vooruit te helpen. In ruil voor de openbaarmaking van de uitvinding krijgt de aanmelder octrooi. Voor de aanmelder kan dat interessant zijn om op die manier investeringen in onderzoek en ontwikkeling te beschermen. Het idee is om de ontwikkeling van een uitvinding de moeite waard te maken; zonder octrooibescherming zou een concurrent een product kunnen namaken zonder mee te betalen aan onderzoek en ontwikkeling, waardoor hij de uitvinder uit de markt zou kunnen concurreren — met het gevolg dat niemand meer in onderzoek en ontwikkeling zou investeren. Soms is geheimhouding een alternatief, maar vaak ook niet, bijvoorbeeld als de constructie van een geoctrooieerd apparaat eenvoudig kan worden achterhaald door het uit elkaar te halen. Bij octrooiverlening is de uitvinding, ondanks de openbaarmaking, toch beschermd. Wel kan de openbaarmaking ter informatie dienen voor verder onderzoek. Octrooien kunnen ook gebruikt worden als ondersteuning bij de verkoop van producten en processen.

Een octrooi bemachtigen Een octrooi geldt voor één land. Om uitvinders in staat te stellen in meerdere landen tegelijk een octrooi te verkrijgen, hebben sommige landen een gezamenlijk systeem opgezet. In Europa is een groep landen tot de oprichting van het Europees Octrooibureau (EOB) of European Patent Office (EPO) gekomen, grondslag is het Europees Octrooiverdrag. Deze instantie behandelt octrooiaanvragen centraal voor de staten die aangesloten zijn bij het verdrag. Daar kan men in een van drie talen (Frans, Duits, Engels) octrooi aanvragen voor alle of een deel van de deelnemende staten. Na verlening valt het octrooi uiteen in nationale octrooien. Ze krijgen in het desbetreffende land geldigheid, vanaf het moment dat het verleende octrooi in dat land wordt ingeschreven en er jaarlijkse instandhoudingstaksen worden betaald. Met betrekking tot de voorheen bijna altijd vereiste vertaling in de taal van het land is bij het Londen-protocol (april 2008) bepaald, dat landen die een van de drie talen van het Europees Octrooibureau als officieel erkende taal hebben, geen vertaling meer mogen verlangen. Een aantal andere landen, waaronder Nederland, heeft besloten dat wanneer het octrooi verleend is in een van de drie talen, alleen de octrooiconclusies nog vertaald moeten worden. Nederland heeft gekozen voor het Engels. Wanneer het octrooi in het Duits of het Frans verleend is, moet in Nederland ook de beschrijving in het Nederlands of Engels vertaald worden.

Het EOB is een internationale organisatie en valt niet onder EU-wetgeving; wel kan de Europese Octrooiorganisatie EU-wetgeving overnemen, wat bijvoorbeeld in 1999 is gedaan voor wat betreft biotechnologische uitvindingen: Regels 26 t/m 34 EPC2000 zijn gebaseerd op EU richtlijn 98/44/EG. De Administrative Council bestaat uit door de lidstaten aangewezen leden.

Voorwaarden aan het octrooi Alleen uitvindingen zijn octrooieerbaar. Een octrooibureau zal dus allereerst kijken of een octrooiaanvraag wel een uitvinding betreft. Ontdekkingen als zodanig zijn bijvoorbeeld geen uitvindingen.

De basiseisen voor een octrooieerbare uitvinding zijn als volgt: De uitvinding moet nieuw zijn. De uitvinding moet uitvinderswerkzaamheid hebben, dat wil zeggen: niet voor de hand liggen voor een "deskundige". De uitvinding moet industrieel toepasbaar zijn.

Een uitvinding Octrooien worden alleen verleend op uitvindingen. Deze eis dient ter onderscheid met andere vormen van intellectueel eigendom. Vooral wordt met de eerste bepaling onderscheid gemaakt tussen octrooi en bijvoorbeeld auteursrecht en merkenrecht.

De vraag blijft wat een "uitvinding" nu precies is. Er is geen duidelijke definitie, al vinden de meeste deskundigen in Europa dat een uitvinding een stuk techniek moet betreffen. Sinds eind 2007 bepaalt het Europees Octrooiverdrag, en ook de Nederlandse octrooiwet, dat octrooien worden verleend "op alle gebieden van de techniek". Hiermee heeft de wetgever willen bevestigen dat octrooi alleen wordt verleend op techniek. In Europa gold deze regel, als gewoonterecht, overigens al veel langer. In de Rijksoctrooiwet 1995 luidt deze techniekeis: 'Een uitvinding wordt als nieuw beschouwd, indien zij geen deel uitmaakt van de stand van de techniek'. Een puur abstract iets, zoals een foto of een stuk tekst, is geen techniek en kan dus niet met een octrooi beschermd worden.

De octrooiwet bevat een negatieve definitie: een aantal zaken wordt expliciet genoemd als geen octrooieerbare uitvinding. Zo zijn wiskundige methodes en ontdekkingen op bijvoorbeeld natuurkundig vlak uitgesloten. Een ontdekking is op zich nog geen uitvinding, maar kan wel de basis vormen van een uitvinding. De ontdekking dat een bepaald soort metaal stroom geleidt, kan worden gebruikt om een nieuwe elektriciteitsdraad uit te vinden.

Ook sluit de octrooiwet puur geestelijke activiteiten, werkwijzen voor het zakendoen en computerprogramma's uit van octrooi. Volgens de octrooiwet zijn deze uitsluitingen echter beperkt tot de genoemde zaken als zodanig. Een uitvinding die meer is dan alleen een computerprogramma kan wel worden geoctrooieerd. Hoe dit precies moet worden uitgelegd, was de afgelopen jaren onderwerp van een heftige discussie rondom softwarepatenten. In oktober 2008 is in dit verband een aantal vragen voorgelegd aan de Grote Kamer van Beroep van het EOB. In mei 2010 heeft deze Kamer echter om formele redenen beslist niet bevoegd te zijn hierover te oordelen; zij was van mening dat de verschillende Kamers van Beroep van het EOB op dit gebied geen divergerende jurisprudentie hadden ontwikkeld en liet doorschemeren dat als een andere lijn gewenst was, hier een taak lag voor de wetgever.

Artikel 53 somt op waarvoor geen octrooirecht kan worden verleend. Dit zijn uitvindingen waarvan commerciële exploitatie zich keert tegen de openbare orde of de moraliteit. Daarnaast kunnen planten- en dierenvariëteiten, en processen die in essentie van biologische aard zijn, niet worden geoctrooieerd. Ook behandelmethoden van een menselijk of dierenlichaam door operatie of therapie, en diagnostische methodes die op deze worden uitgevoerd, zijn uitgesloten, met uitzondering van producten die hierbij helpen.Article 53 – Exceptions to patentability, The European Patent Convention, European Patent Offices. Bekeken op 14 juni 2013.

In 2010 oordeelde de Grote Kamer van Beroep dat voor niet-microbiologische processen voor de productie van planten – die uit stappen bestaan voor het seksueel kruisen van gehele genomen van planten en het opvolgend selecteren van planten – in principe geen octrooi kan worden verleend, omdat het in strijd is met de essentiële biologische aard.Case G2/07 – Decision of the Enlarged Board of Appeal, 9 december 2010Case G1/08 – Decision of the Enlarged Board of Appeal, 9 december 2010

Uitvinding moet nieuw zijn De volgende eis is dat een uitvinding nieuw moet zijn. Een octrooi mag niet worden verleend op iets dat al bekend was. Dat klinkt logisch, maar het is geregeld een hindernis bij het verkrijgen van octrooi.

Een uitvinding is nieuw als ze nog niet openbaar gemaakt is. De manier waarop dat gebeurt, is niet relevant. Een artikel in een dorpskrantje telt net zo zwaar als publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift. Ook mondelinge publicaties (voordrachten, lezingen, discussies in het openbaar) tellen.