Henry David Thoreau, geboren als David Henry Thoreau (Concord (Massachusetts), 12 juli 1817 – aldaar, 6 mei 1862), was een Amerikaans essayist, leraar, sociaal filosoof, natuuronderzoeker en dichter. Tijdens Thoreau's leven waren zijn geschriften slechts bekend bij een kleine groep mensen. Tegenwoordig is hij echter een grote naam uit de 19e-eeuwse Amerikaanse literatuur. Met twee symbolische acties - een retraite van twee jaar in de hut bij Walden Pond en een nacht in de cel wegens burgerlijke ongehoorzaamheid - bracht Thoreau de leerstellingen van het transcendentalisme van zijn vriend Ralph Waldo Emerson in de praktijk.
Thoreau was een productief schrijver: zijn artikelen, essays, dagboeken en gedichten vullen bij elkaar ruim twintig boeken. Daarnaast was hij een enthousiast natuurwaarnemer. Deze combinatie leverde hem van zijn vriend William Ellery Channing de bijnaam "The Poet-Naturalist" (de dichter-natuurvorser) op. Vooral in zijn latere jaren bestudeerde Thoreau verschijnselen zoals de bloeiperiode van de planten en de verspreiding van boomsoorten in detail. Met zijn engagement voor natuurbehoud en zijn streven om in harmonie met de natuur te leven werd hij een voorloper en inspirator van de ecologie als wetenschap. In zijn meesterwerk Walden, or Life in the Woods, gepubliceerd in 1854, beschreef hij hoe men een eenvoudig leven in het bos kan leiden, afgezonderd van de 'beschaafde' samenleving. Het thema van Civil Disobedience (burgerlijke ongehoorzaamheid) uit 1849 is het gegronde verzet van een individu tegen een onrechtvaardige regering; dit boek werd een inspiratie voor latere vormen van geweldloos verzet. Thoreau was principieel gekant tegen slavernij, gaf als activist lezingen tegen de wetten voor ontsnapte slaven en gevangenen, en prees het werk van de abolitionisten - in het bijzonder dat van John Brown. Thoreau's filosofie van geweldloos verzet zou later van invloed zijn op politieke, spirituele en literaire figuren zoals Lev Tolstoj, Mahatma Gandhi en Martin Luther King.
Persoonlijkheid In zijn werken geeft Thoreau weinig autobiografische informatie prijs. Niettemin kan men zich van hem een goed beeld vormen na het lezen van zijn geschriften, temeer omdat hij iemand met zeer uitgesproken meningen was. Thoreau's persoonlijke dagboek werd overigens pas in 1906 gepubliceerd. Daarnaast bestaan er ook getuigenissen van familieleden en vrienden zoals William Ellery Channing, die in 1873 de eerste biografie over Thoreau (Thoreau the Poet-Naturalist) publiceerde. Een andere voor biografen interessante bron over Thoreau is Harrison Blake, een voormalig unitarisch predikant van Worcester die van maart 1848 tot mei 1861 een regelmatige briefwisseling met Thoreau onderhield. Even waardevol voor biografen is de getuigenis van zijn vriend en mentor Ralph Waldo Emerson, die als voorwoord bij Thoreau's Excursions (1863) een biografische schets over hem schreef:
"Hij was niet opgeleid voor een bepaald beroep, hij is nooit getrouwd geweest, woonde alleen, ging nooit naar de kerk, heeft nooit gestemd, weigerde om een belasting te betalen aan de staat; hij at geen vlees, dronk geen wijn, en gebruikte geen tabak". In rijkdom was Thoreau helemaal niet geïnteresseerd: "Een mooi huis, kleding, de manieren en conversatie van hooggecultiveerde mensen, het liet hem allemaal koud." [...] "Hij koos ervoor om rijk te zijn door zijn behoeften te beperken, en door zo veel mogelijk zelf in alles te voorzien. Hij maakte alleen gebruik van de spoorweg om stukken land te overbruggen die zijn reisdoel niet dienden. Hij wandelde liever honderden mijlen, vermeed herbergen, en zocht onderdak in boeren-en vissershuisjes, die hij goedkoper en aangenamer vond om in te logeren." Emerson bewondert Thoreau's stoïcijnse en spartaanse karakter, maar onthult ook dat Thoreau heel warm en kameraadschappelijk kon zijn: "Hoezeer hij ook een kluizenaar en stoïcijn was, hij was echt dol op sympathie, en wierp zich enthousiast en als een kind in het gezelschap van jonge mensen die hij liefhad, en die hij graag wilde vermaken op een manier zoals alleen hij dat kon, met zijn eindeloze anekdotes over zijn ervaringen in het veld en langs de rivier. Hij stond ook altijd klaar om een zoektocht naar bosbessen, kastanjes of druiven te leiden." Een andere opmerkelijke eigenschap waar Thoreau over beschikte, was zijn geduld. Hij kon bijvoorbeeld uren op eenzelfde plek roerloos blijven zitten totdat de vogel, het reptiel of de vis die zich had teruggetrokken weer tevoorschijn kwam. Emerson merkt op dat Thoreau door zijn buitengewone opmerkingsgave leek te beschikken over extra zintuigen. "Hij zag als met een microscoop, hoorde als met een oortrompet, en zijn geheugen was een fotografisch register van alles wat hij zag en hoorde." Emerson heeft in zijn 'Biographical Sketch' ook oog voor de problemen die Thoreau's radicale eerlijkheid in de sociale omgang opleverde. De volmaakte integriteit die Thoreau zichzelf oplegde, eiste hij ook van anderen. Daar kwam dan nog bij dat conversatie met hem soms werd bemoeilijkt doordat Thoreau de neiging had om tegenovergestelde standpunten in te nemen of de dingen paradoxaal voor te stellen. "Hij was zo gevaarlijk openhartig in zijn omgang met anderen dat zijn bewonderaars hem that terrible Thoreau begonnen te noemen." [...] "Ik denk dat de strengheid van zijn ideaal hem beroofde van een gezonde hoeveelheid menselijk gezelschap."
Volgens zijn vriend William Ellery Channing leek Thoreau door zijn markante neus op Julius Caesar"His face, once seen, could not be forgotten. The features were quite marked: the nose aquiline or very Roman, like one of the portraits of Caesar (more like a beak, as was said)".William Ellery Channing, in Thoreau: the poet-naturalist, p. 33 De dichter Nathaniel Hawthorne beschreef Thoreau als volgt: "He is as ugly as sin, long-nosed, queer-mouthed, and with uncouth and rustic, though courteous manners, corresponding very well with such an exterior. But his ugliness is of an honest and agreeable fashion, and becomes him much better than beauty."The Hawthornes on Thoreau, The Thoreau Reader ("Hij is zo lelijk als wat, met een lange neus en een vreemde mond, en zijn manieren zijn onbehouwen en boers, hoewel beleefd, wat heel goed past bij zo’n uiterlijk. Maar zijn lelijkheid heeft iets eerlijks en sympathieks, en staat hem veel beter dan schoonheid.")
Leven Volgens Amos Bronson Alcott en Thoreau's tante Maria werd "Thoreau" uitgesproken als het Engelse woord "thorough". Emersons zoon Edward schreef dat men "Thoreau" uitsprak als "Thó-row""About Thoreau", The Walden Woods Project, geraadpleegd op 18-01-2013., waardoor het in het 19e-eeuwse New England inderdaad met "thorough" gerijmd zou hebben. De tegenwoordig gebruikelijke Amerikaanse uitspraak van "Thoreau", echter, is met het accent op de tweede lettergreep: "Thur-rów".THUR-oh or Thor-OH? And How Do We Know?, Thoreau Reader, online geraadpleegd op 18-01-2013."Thoreau's Walden", NPR, online geraadpleegd op 18-01-2013.
Familiale voorgeschiedenis De eerste Thoreau die naar de V.S. kwam was Henry's grootvader Jean Thoreau (later verengelst tot "John"). John werd omstreeks 1754 geboren op het Kanaaleiland Jersey, waar de oorspronkelijk protestantse familie toevlucht had gezocht na de herroeping van het Edict van Nantes van 1685. Tijdens de overtocht in 1773 werd hij na een schipbreuk gered en naar de koloniën gebracht. In Boston vond hij werk als zeilmaker en kuiper. Na de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog ging hij in zaken en begon een winkel met naar verluidt slechts één okshoofd suiker. Toen hij in 1801 stierf, liet hij met zijn huizen in Boston en Concord een vermogen na van 25.000 dollar, en 12.000 dollar aan geld en aandelen. Thoreau's grootmoeder van vaders kant, Jane Burns, was van Schotse afkomst. Zijn grootvader van moederszijde, Asa Dunbar, speelde een rol in de "Butter rebellion" aan de Harvard-universiteit in 1766, de eerste manifestatie van studenten in de geschiedenis van de Amerikaanse koloniën.
Vroege jaren (1817-1828) thumb|upright|alt=Portret in potlood van Henry David Thoreau in 1854.|Potloodportret van Henry David Thoreau in 1854 door Samuel W. Rowse
Henry David Thoreau werd geboren in een bovenkamer van een grijze, ongeschilderde boerenwoning op Virginia Road die toebehoorde aan zijn grootmoeder van moeders kant. Op 12 oktober 1817 werd hij gedoopt als David Henry Thoreau, naar zijn oom David die in juli was gestorven in Concord. Pas midden jaren 1830 zou hij zijn naam veranderen in Henry David Thoreau. Zijn ouders waren John Thoreau en Cynthia Dunbar; hij had een oudere broer en zus, John Junior en Helen, en een jongere zus, Sophia. Zijn geboortehuis op Virginia Road is bewaard gebleven, na in 1878 bijna 300 meter te zijn verplaatst.Bron: Thoreaufarm.org. Gearchiveerd op 10 juli 2023. Concord was in die tijd, in 1817, een rustig stadje met tweeduizend inwoners die hoofdzakelijk van de landbouw leefden. Boeren en reizigers die op weg waren naar Boston overnachtten in de hotels en bezochten de winkels. In Thoreau's geboortejaar ving onder het presidentschap van James Monroe een periode van vrede en voorspoed aan, maar Thoreau's familie ging het niet erg voor de wind. Ze hadden een reeks tegenslagen achter de rug en het lukte niet de vroegere status te herwinnen. Ondanks de welvaart die de familie in het verleden had gekend, zou er pas beterschap komen toen in 1824 Thoreau's vader besloot om een potloodfabriek te beginnen. De verbeterde financiële situatie stelde hen in staat zich eerst in Chelmsford (Massachusetts), en vervolgens in Boston te vestigen. David Henry ging daar ook weldra naar school. Tijdens een verblijf bij zijn grootmoeder in 1822 bezocht hij het meertje Walden Pond, waarvan de naam "Pond" (vijver) eigenlijk misplaatst is doordat het water tot 30 meter diep is. Het jaar daarop verhuisde het gezin terug naar Concord. In 1827 schreef de jonge student Thoreau het essay The Seasons, zijn oudst bekende werk.
Vormende jaren (1828-1837) Zijn ouders zonden hem in 1828 naar Concord Academy, waar hij onderricht kreeg in Latijn, Oudgrieks en verschillende moderne talen, zoals Frans, Italiaans, Duits en Spaans. Dankzij een beurs kon hij in 1833 aan de Harvard-universiteit studeren. Daar verwierf hij kennis over retoriek, het Nieuwe Testament, filosofie en wetenschap.Voor een meer gedetailleerde studie van de intellectuele bagage van Thoreau, zie Robert Sattelmeyers Thoreau's Reading, Princeton University Press, 1988. thumb|left|alt=Huis van Thoreau in 1860.|Het ouderlijk huis van Thoreau in 1860. Vanaf 1835 gaf Thoreau, buiten de semesters die hij aan Harvard doorbracht, een paar maanden les in een lagere school in Canton (Massachusetts). In die tijd ontdekte hij ook het transcendentalisme door het lezen van de werken van Ralph Waldo Emerson. Aan de universiteit toonde Henry zich een goede student. Hoewel hij vanwege ziekte en financiële problemen verschillende maanden afwezig was geweest, studeerde hij in 1837 af.