De juffers of gelijkvleugeligen (Zygoptera) zijn een onderorde van de libellen (Odonata). Juffers zijn slanker en kleiner dan echte libellen, maar hebben een vergelijkbare levenswijze en ontwikkeling. In rust vouwt een juffer de vleugels meestal achter de rug, terwijl een echte libel ze spreidt. Voor- en achtervleugels zijn bij juffers bovendien min of meer gelijk van vorm, terwijl bij de echte libellen de achtervleugels aan de basis veel breder zijn dan de voorvleugels. Juffers zijn een oude groep insecten waarvan het fossielenbestand teruggaat tot het Perm.
Juffers zijn zonder uitzondering jagende insecten. Zowel de volwassen juffers als de larven (nimfen) voeden zich met andere diertjes. De nimfen ontwikkelen zich in water en krijgen pas aan het eind van hun metamorfose vleugels en kleuren. Hun aanwezigheid duidt op een relatief hoge waterkwaliteit. Hun afhankelijkheid van zoet water maakt dat juffers gevoelig zijn voor verdwijning van draslanden.
Veel juffers zijn territoriaal en vertonen ingewikkeld voortplantingsgedrag. De meeste soorten zijn seksueel dimorf: de mannetjes zijn feller gekleurd dan de vrouwtjes. Net als bij de libellen planten ze zich voort via een indirecte inseminatie en vertraagde bevruchting. Wereldwijd zijn ruim 2700 soorten juffers beschreven, in Europa komen ongeveer vijftig soorten voor. In Nederland zijn 26 soorten aangetroffen, waarvan 24 ook in België.
Beschrijving De lichaamsbouw van een juffer is vergelijkbaar met die van een echte libel. Juffers zijn slanker en vouwen hun gelijke vleugels boven hun rug. De samengestelde ogen zijn groot en opvallend, maar staan verder uit elkaar dan bij echte libellen. Boven de ogen bevindt zich de frons of het voorhoofd, en op de bovenlip het labrum, een uitrekbaar orgaan dat gebruikt wordt om prooien te vangen. De bovenkant van het hoofd draagt drie enkelvoudige oogjes (ocelli), die licht en schaduw kunnen detecteren, en een klein paar antennen die de luchtsnelheid kunnen meten.
thumb|Mannetje (links) en vrouwtje (Calopteryx splendens), met verschillend gekleurde vleugels
Het eerste thoraxsegment wordt de prothorax genoemd, deze draagt het voorste paar poten. De verbinding tussen de kop en prothorax is slank en flexibel, waardoor de waterjuffer zijn kop kan draaien en vrij kan manoeuvreren tijdens het vliegen. De overige thoracale segmenten zijn de gefuseerde mesothorax en metathorax (samen de synthorax genoemd), elk met een paar vleugels en een paar poten. De voorvleugels en achtervleugels zijn vliezig en worden versterkt door een dicht netwerk van dwarsaders die gevuld zijn met hemolymfe.
Veel soorten zijn seksueel dimorf; de mannetjes zijn vaak bont gekleurd en soortelijk goed te onderscheiden. De vrouwtjes zijn over het algemeen valer gekleurd en moeilijker te determineren. Bij Coenagrion, de waterjuffers, zijn de mannetjes bijvoorbeeld helderblauw met zwarte aftekeningen, terwijl de vrouwtjes meestal overwegend groen of bruin met zwart zijn.
Het achterlijf (abdomen) is lang en slank en bestaat uit tien segmenten. De secundaire geslachtsorganen bij mannetjes bevinden zich aan de onderkant van de tweede en derde segmenten en zijn opvallend, waardoor het geslacht van juffers vaak makkelijk te zien is vanaf de zijkant. De genitale opening van de vrouwtjes bevindt zich aan de onderzijde van segmenten acht en negen. Het wordt meestal bedekt door een subgenitale plaat, of kan verlengd zijn tot een complexe ovipositor. Het tiende segment draagt bij beide geslachten cerci, de gepaarde tastorgaantjes van het insect.
Taxonomie Onderstaande lijst toont de superfamilies en families binnen deze onderorde. Wereldwijd zijn er 3359 soorten beschreven die in 320 geslachten zijn ondergebracht en 36 families (situatie op 28 april 2026). (2026). World Odonata List. OdonataCentral, University of Alabama. Last revision: 28 Apr 2026. Geraadpleegd op 12-5-2026.
Superfamilie Lestoidea Calvert, 1901 – pantserjufferachtigen Familie Hemiphlebiidae Kennedy, 1920 Familie Perilestidae Kennedy, 1920 – schaduwpantserjuffers Familie Synlestidae Tillyard, 1917 Familie Lestidae Calvert, 1901 – pantser- en winterjuffers Superfamilie Platystictoidea Kennedy, 1920 Familie Platystictidae Kennedy, 1920 Superfamilie Calopterygoidea Sélys, 1850 – beekjufferachtigen Familie Amanipodagrionidae Dijkstra & Ware, 2021 Familie Amphipterygidae Tillyard, 1917 – bergvlamjuffers Familie Argiolestidae Fraser, 1960 Familie Calopterygidae Sélys, 1850 – beekjuffers Familie Chlorocyphidae Cowley, 1937 – juweeljuffers Familie Devadattidae Dijkstra, Kalkman, Dow, Stokvis & van Tol, 2014 Familie Dicteriadidae Sélys, 1853 – kaalpootjuffers Familie Euphaeidae Jakobson & Bianchi, 1905 – Oriëntjuffers Familie Heteragrionidae Rácenis, 1959 Familie Hypolestidae Fraser, 1938 Familie Lestoideidae Munz, 1919 Familie Megapodagrionidae Calvert, 1913 – vlakvleugeljuffers Familie Mesagrionidae Kalkman & Sánchez Herrera, 2021 Familie Mesopodagrionidae Kalkman & Abbott, 2021 Familie Pentaphlebiidae Novelo-Gutiérrez, 1995 Familie Philogangidae Kennedy, 1920 Familie Philogeniidae Rácenis, 1959 Familie Philosinidae Kennedy, 1925 Familie Polythoridae Munz, 1919 – banierjuffers Familie Priscagrionidae Kalkman & Bybee, 2021 Familie Protolestidae Dijkstra& Bybee, 2021 Familie Pseudolestidae Fraser, 1957 Familie Rhipidolestidae Silsby, 2001 Familie Rimanellidae Davies & Tobin, 1984 Familie Tatocnemididae Rácenis, 1959 Familie Thaumatoneuridae Fraser, 1957 Incertae sedis Superfamilie Coenagrionoidea Kirby, 1890 – waterjufferachtigen Familie Isostictidae Fraser, 1955 Familie Platycnemididae Jacobson & Bianchi, 1905 – breedscheenjuffers Familie Coenagrionidae Kirby, 1890 – waterjuffers Familie Protoneuridae Tillyard, 1917
In Nederland en België
* niet in België ** niet in Nederland
Determinatie van families De vier families van Nederland en België zijn vrij eenvoudig te herkennen. Beekjuffers: brede vleugels met een zeer groot aantal cellen; vleugels getint of deels gekleurd (niet als vensterglas); vleugels vanaf de basis breder wordend (bij andere families verbreedt het eerste deel van de vleugels nauwelijks). Pantserjuffers: vrij lang achterlijf (meestal iets korter dan bij bovenstaande, maar altijd langer dan bij onderstaande families); vleugels met grote, langwerpige pterostigma's, meer dan tweemaal zo lang als breed; vleugels in rust meestal half gespreid; mannetjes met vrij lange gekromde achterlijfsaanhangsels. Breedscheenjuffers: brede schenen, vooral bij de achterste poten; twee donkere schoudernaadstrepen (niet één, zoals het geval is bij de waterjuffers); nog bredere kop dan andere juffers. Waterjuffers: overige soorten – het is in Nederland en België de soortenrijkste familie.
Toelichting. Deze determinatietabel geldt voor Nederland en België. Als de kenmerken bij stap 1 niet opgaan ga je naar stap 2. Bij elke stap staat tussen puntkomma's een uniek kenmerk (voor die stap en volgende stappen) of een unieke combinatie van kenmerken (met plusteken). Elk van die unieke dingen is op zich voldoende voor de determinatie, maar het is verstandig ook de overige unieke dingen te bekijken. Tussen haakjes staan kenmerken die juist niet mogen kloppen. Foto's maken vaak meer duidelijk dan woorden, bekijk daarom onderstaande foto's of klik door naar families en soorten.
Afbeeldingen